De revolutie in je Instagram story

Foto: Bij Nader Inzien - Floor van Heuveln - illustratie Sara Mertens
,

ESSAY - door Floor van Heuveln (Universiteit van Amsterdam & Wageningen University & Research)

Het was een nek-aan-nekrace. Afgelopen november woedde er een heuse Spotify-strijd tussen het haatdragende, door AI gegenereerde Nee tegen azc-nummer en diens hoopvolle tegenhanger Vrijheid, Gelijkheid en Zusterschap van de activistische zangeres Sophie Straat. In de voorafgaande weken kroop het anti-azc-lied gestaag omhoog in de Nederlandse hitlijsten. Om te voorkomen dat xenofobisch Nederland daadwerkelijk de top van streamend Nederland zou bereiken, riepen de Dolle Mina’s via sociale media op om Straats lied massaal te streamen en te delen.

Een ludieke actie die veelal op lof kon rekenen. Maar toch riep deze actie ook kritiek op. Satirisch nieuwsplatform De Speld bespotte de actie als een ‘gezond asieldebat’ via Spotify, terwijl Eva Dieteren zich in de Volkskrant afvroeg of politiek engagement dat zich uit in streams en shares niet vooral de kapitaalaccumulatie van het platform zelf dient. Of zoals het internationale pop-culture magazine Dazed het scherp stelt: “When did everything (and everyone) become so ‘performative’?”

Protestbewegingen gebruiken muziek al sinds mensenheugenis als politiek instrument. Het programma OVT van de VPRO dook afgelopen zomer in de geschiedenis van de protestsongs die de tijdgeest vertolkten en tegelijkertijd ook weer terug beïnvloedden. Zoals het Ierse rebellenlied Óró, sé do bheatha ‘bhailevrij vertaald: je bent welkom thuis. Tot op de dag van vandaag luid bezongen in de pub, fungeert de vrouwelijke piraat Gráinne Mhaol Ní Mhaille als feministisch symbool van de Ierse onafhankelijkheidsstrijd en hedendaags taalherstel.

Dichter bij huis herkennen we de protestkreet in het welbekende nummer Welterusten, mijnheer de president van Boudewijn de Groot, waarin hij zich afvraagt hoe de president een oog dicht doet terwijl zijn bajonetten met bloedige gevesten de wacht houden in Vietnam.

De politieke stem is niet weggezakt in lege performativiteit, maar heeft haar podia uitgebreid

Het gebruik van muziek als protestmiddel is dus niet nieuw en collectieve participatie in het verbreiden van de politieke boodschap kent net zo goed een lange traditie. Wat wél nieuw is, is de infrastructuur waarbinnen dit protest vandaag circuleert. Waar protestliederen zich traditioneel verspreidden via kleine poppodia, zingend op bezette pleinen, of, eenmaal genormaliseerd, op de radio, reizen zij nu ook via streamingsdiensten en sociale media. Het luisteren, delen en reposten van protestmuziek is daarmee onderdeel geworden van een digitale publieke arena die vaak onbelichaamd aanvoelt, omdat fysieke samenkomst ontbreekt.

Precies op dit punt verenigen de kritische stemmen zich. Wanneer politieke betrokkenheid nog slechts één tik op het scherm vereist, lijkt het activisme te licht om als ‘echt’ protest te gelden. Deze verdenking staat bekend als ‘performatief activisme’. Dit is de beschuldiging van het achteroverleunend een liedje streamen op een kapitalistisch platform, om vervolgens luid te verkondigen een actieve bijdrage te leveren aan de revolutie. Hieruit blijkt: dit is geen echte overtuiging, maar een theatraal optreden om je eigen sociale status op te krikken. Zo weten jouw volgers: die staat aan de goede kant.

De mythe van ‘echt’ protest

Toch veronderstelt deze kritiek een ontoereikend beeld van activisme, waarin politieke betrokkenheid pas telt zodra zij een noemenswaardige drempel overschrijdt.

Hier ligt nou juist de kern van het probleem: we beoordelen politieke betrokkenheid vaak pas als ‘echt’ wanneer er sprake is van directe materiële impact of belichaamde aanwezigheid. Daarmee negeren we dat protest óók altijd een strijd levert om betekenis en zichtbaarheid in de publieke ruimte.

In On Tyranny betoogt Timothy Snyder dat we, naast belichaamde politiek, ook de verantwoordelijkheid moeten dragen voor ‘the face of the world’: dit zijn de symbolen die wij normaliseren in de alledaagse publieke sfeer. Onze woorden en gebaren vormen een politieke performance die de politieke realiteit produceert. Die politieke stem is niet weggezakt in het drijfzand van lege performativiteit, maar heeft slechts haar podia uitgebreid naar de digitale wereld.

Spreken is zelf een vorm van handelen

Wie vandaag diens stem laat horen, doet dit niet alleen zingend door de straten met spandoeken, maar ook via playlists, Instagram stories en algoritmes die de zichtbaarheid van de protestsong verspreiden. Met de komst van sociale media krijgt de activismedrempel dus een fundamenteel ander uiterlijk.

Politieke identiteit

Freya Thimsen, hoofddocent in retorica van sociale bewegingen, ziet dat de beschuldiging van performativiteit minder een analyse van een handeling is, dan een retorisch wapen. Het is geen objectieve beoordeling dat een actie niet werkt, maar een eis om méér engagement. De kritiek rust daarbij op een strikt onderscheid tussen zeggen en doen: performatief activisme ‘talks the talk but doesn’t walk the walk’. Bovendien: het oproepen tot méér inzet is geen ontkrachting van politieke betrokkenheid, maar óók een performatieve daad die het leerproces in beweging houdt.

De veronderstelde scheiding is dus helemaal niet zo binair. In de filosofische betekenis van performativiteit, zoals beschreven door onder meer filosoof Judith Butler, is spreken zelf een vorm van handelen. Wat iemand zegt en hoe iemand verschijnt, vormt mee wie die persoon is en hoe die zich politiek positioneert. In een door digitale platforms gedomineerde publieke arena is elke publieke uiting daarmee onvermijdelijk een performance.

De vraag is dan ook niet of het delen van een liedje op je Instagram story direct resultaat behaalt. Een belangrijker punt is hoe deze performativiteit bijdraagt aan politieke identiteitsvorming, die zich vandaag de dag beweegt in de hybride online-offline publieke ruimte.

De politiek van zichtbaarheid

Op dit punt sluit het werk van hoogleraar Critical Data Studies Stefania Milan aan. Zij betoogt dat sociale media een belangrijke omgeving vormen voor politieke socialisatie: digitale platforms zijn bij uitstek de plek waar gebruikers leren deelnemen aan het politieke betekenisspel. De interactieve logica van het delen en liken is bepalend voor hoe gebruikers betrokken raken in het publieke debat. Deze ‘meaning-making machines of our time’ zijn onmisbaar geworden voor het ontwikkelen van een collectieve identiteit, dat gepaard gaat met belichaamd collectief verzet.

Sociale media maken protest niet oppervlakkig of passief, maar experimenteel

In de digitale publieke arena vraagt politieke participatie bijvoorbeeld niet om langdurige aanwezigheid, zoals we dat kennen bij een offline protest. Het gaat om kleine, herhaalbare handelingen zoals posten, delen en liken van een politieke boodschap. Milan noemt dit een ‘politics of visibility’: politiek handelen betekent dat gebruikers zichtbaar worden en hun politieke betrokkenheid performen voor een online publiek. Die performance is geen bijzaak, maar noodzaak. Dit is juist de manier waarop politieke subjectiviteit en collectieve verbondenheid tot stand komen.

Omdat zichtbaarheid centraal staat, ontstaat ruimte voor een andere omgang met politieke symbolen. Sociale media maken protest niet oppervlakkig of passief, maar experimenteel. Dit leidt tot wat Laura Cervi en Tom Divon ‘playful activism’ noemen. Protestbewegingen gebruiken speelsheid, esthetiek en creativiteit om zware of complexe politieke kwesties invoelbaar te maken voor nieuwe doelgroepen.

Door bijvoorbeeld mee te doen aan challenges op sociale media verspreidt de protestsong zich online. Daarbij transformeren de vaak jonge deelnemers zich tot ware politieke performers. Digitale performativiteit is daarom geen oppervlakkig substituut voor protest, maar een manier waarop politieke symbolen op grote schaal zichtbaar worden en betekenis produceren. Precies wat Snyder het ‘gezicht van de wereld’ noemt.

Van stream naar de straat

Op Instagram liet Sophie Straat weten dat alle opbrengsten van de streams uit de Spotify-strijd terecht komen bij MiGreat, een organisatie die zich inzet voor een menswaardig migratiebeleid. Daarnaast organiseert zij voor de vierde keer het Protestfest in Paradiso, een fysieke ontmoetingsplek waar collectief de revolutie wordt bezongen.

Ondertussen droomt Straat verder in wat zij zelf bezingt als haar roze luchtkasteel: een land waar azc’s niet meer nodig zijn en waar iedereen evenveel ruimte mag innemen in het publieke debat.

Laten we samen de verantwoordelijkheid voor dit roze luchtkasteel dragen. Door alledaagse performatieve acties – door te liken, te delen en te blijven zingen – produceren we collectief het gezicht van de wereld waar Straat van droomt.


Dit artikel verscheen eerder bij Bij Nader Inzien’. Floor studeert filosofie (UvA) en critical tourism (WUR) en verbindt haar interesse in feministische en antikoloniale theorie direct aan de manier waarop we samen leven, het liefst met praktische handvatten. Ze is geïnteresseerd in hoe mensen zich bewegen, of juist blijven. Daarbij verdiept ze zich in (machts)verhoudingen binnen menselijke en ecologische relaties en hoe die worden beïnvloed door het publieke debat, met aandacht voor de rol van nieuwe technologieën zoals sociale media.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*