Quote du Jour | Hoeveel ongelijkheid?
“Ultimately, the question is this: How much inequality is necessary?”
(Eduardo Porter, New York Times, adaptatie van zijn in januari te verschijnen boek The Price of Everything)
In 1960 verdiende Pelé, toen de door clubs meest begeerde voetballer van de planeet, een salaris van 150.000 dollar. In dollars van nu: 1,1 miljoen. Vergelijk dit met wat Christiano Ronaldo het afgelopen seizoen bij Real Madrid alleen al aan salaris toucheerde: 17 miljoen dollar. Niemand zou durven beweren dat Ronaldo even goed is als Pelé. In de halve eeuw die gepasseerd sinds de glorietijd van Pelé is er iets ontstaan wat je de economie van de superster zou kunnen noemen. Technologische veranderingen hebben de topspelers een groter publiek en een grotere markt gegeven waarin ze ook nog eens superaandeel van de opbrengsten incasseren. Hetzelfde verschijnsel zie je in de popmuziek en in iets mindere mate in de beloning van topmanagers in het internationale zakenleven.
Bij haar afscheid noemde Femke Halsema de filosoof Popper. Hij had ooit “optimisme een plicht” genoemd. Halsema maakte geen opgewekte indruk, zodat het citaat een beetje leek op een uitwijkactie om haar teleurstelling mee te verbloemen. Maar de formulering bleef bij mij hangen.

Het is de tijd van kerstdiners, van gevulde restaurants en van copieuze maaltijden. In familieverband, met collega’s en met vriendengroepen wordt er nu heel wat afgegeten. En dan rijst de vraag wat maakt eten goed?