Israël heeft een probleem met zijn democratie. Ja, natuurlijk, dat probleem ook, maar er is er nog eentje: Er zijn verkiezingen gehouden en de verkeerde mensen hebben zetels gewonnen.
De definitieve verkiezingsuitslag levert Netanyahu 53 zetels op, de gevestigde oppositie onder Gadi Eisenkot 48. De twee Arabische partijen, Ra’am en de Gezamenlijke Lijst, behalen samen een recordaantal van 19 zetels. Daarmee kunnen ze de oppositie aan een comfortabele meerderheid van 67 zetels helpen.
Alleen wil die oppositie, zoals dat hoort in een apartheidsstaat, in niets met ze te maken hebben. Op de Democraten van Yair Golan na hebben alle partijen samenwerking met de Arabische partijen uitgesloten. De oppositie van de oppositie heeft daarmee plotseling de sleutel tot een nieuwe regering in handen. Een nogal vervelende uitkomst voor politici die Arabische stemmen liever buiten de deur houden.
Die weigering past naadloos bij de politieke consensus in Israël. Zowel Netanyahu als Eisenkot verwerpt een onafhankelijke Palestijnse staat. Beiden willen de Israëlische militaire controle over de Palestijnse gebieden behouden en zijn bereid de oorlog in Gaza te hervatten. Eisenkot wil de illegale kolonisten een cosmetisch beetje beter in het gareel houden, Netanyahu laat ze grotendeels hun gang gaan.
Ook de genocide in Gaza is voor de dominante politieke blokken geen fundamenteel breekpunt. De discussie gaat vooral over de uitvoering en de voorwaarden waaronder die kan worden voortgezet. De Israëlische kiezer krijgt zo een ruime keuze uit verschillende smaken Palestijnse onderdrukking.
Dat verklaart ook waarom de gevestigde oppositie zo weinig enthousiasme toont voor daadwerkelijke Arabische politieke invloed. Sterker nog, ze heeft actief meegewerkt aan pogingen om die invloed verder te beperken. Op 23 september besloot de Israëlische Centrale Verkiezingscommissie beide Arabische kieslijsten uit te sluiten. Likud en extreemrechts hadden daartoe verzoeken ingediend. En hoewel de volledige uitsluiting vooral vanuit de regeringspartijen werd aangejaagd, werkte een deel van de oppositie enthousiast mee. Liebermans Yisrael Beytenu steunde het verbod op beide kieslijsten en op twee individuele kandidaten.
Nog veelzeggender was de poging om Balad-leider Sami Abu Shehadeh uit te sluiten. Daarvoor schaarden alle gevestigde oppositiepartijen zich achter een verzoek van Ben Gvirs extreemrechtse Otzma Yehudit. Eisenkot, Bennett, Lieberman en zelfs de Democraten van Yair Golan steunden zijn uitsluiting.
Een mooi staaltje politieke samenwerking. Tegen Netanyahu kunnen ze elkaar nauwelijks vinden, tegen een Arabische kandidaat blijken de ideologische verschillen opeens met speels gemak overbrugbaar. Het Hooggerechtshof draaide op 2 oktober de uitsluiting van beide Arabische lijsten terug. Abu Shehadeh had minder geluk. Een meerderheid van de rechters liet weten zijn uitsluiting waarschijnlijk te steunen, waarna hij zijn kandidatuur introk om een formeel vonnis en mogelijk gevaarlijk precedent te voorkomen.
En nu moeten diezelfde politici ontdekken dat de Arabische partijen, ondanks alle inspanningen om ze buiten te sluiten, gewoon zetels hebben gewonnen. Zelfs genoeg om de machtsverhoudingen te bepalen.
Hoe nu verder?
Eisenkot kan zijn verkiezingsbeloften inslikken en met Arabische steun een regering vormen. Daarvoor moet hij ook zijn eigen bondgenoten meekrijgen, onder wie Lieberman, die zo’n samenwerking categorisch afwijst. Een andere mogelijkheid is een eenheidsregering met Netanyahu, waarmee de oppositie haar belangrijkste verkiezingsbelofte verraadt. Of de formatie mislukt en Israël gaat opnieuw naar de stembus. Dat kan volgens de Israëlische wet wanneer alle formatiepogingen stranden. Netanyahu blijft intussen demissionair aan de macht.
En dan begint het circus opnieuw. Want wat gaat Likud bij nieuwe verkiezingen doen? Opnieuw proberen de Arabische partijen uit te sluiten? Ditmaal met andere juridische argumenten of aangescherpte wetgeving? De vorige poging strandde bij het Hooggerechtshof, dus eenvoudig wordt dat allerminst. Alleen is inmiddels duidelijk dat het uitsluiten van Arabische vertegenwoordiging bepaald geen exclusieve hobby van Netanyahu’s extreemrechtse coalitie is.
Een succesvolle uitsluiting zou Israël nog verder ontwikkelen tot een apartheidsstaat waarin Arabische burgers zelfs hun al zeer beperkte parlementaire vertegenwoordiging wordt afgenomen. Voor de gevestigde oppositie ligt er ondertussen een keuze tussen drie onaantrekkelijke mogelijkheden: samenwerken met de Arabische vertegenwoordigers die ze zelf hielp bestrijden, toch met Netanyahu in zee gaan, of nieuwe verkiezingen riskeren en hem voorlopig aan de macht laten.
Het zou zomaar kunnen dat de Israëlische oppositie liever haar belangrijkste politieke tegenstander aan de macht houdt dan Arabische burgers een doorslaggevende stem te gunnen. Israël blijft tenslotte een democratie. Het zou alleen een stuk makkelijker zijn als die Arabieren eens ophielden zich ermee te bemoeien.