COLUMN - [Zie ook de voorloper van deze column: Vertrouwen (1).]
Ook overheden maken fouten: niets menselijks is ze vreemd. De laatste jaren blijken er echter systematische fouten in beleidsmakerij te zitten en is een koers, eenmaal ingezet, amper nog te wijzigen. Naar tegengeluid en onderbouwde waarschuwingen wordt alleen voor de vorm geluisterd; wetten die in de weg staan worden omzeild.
De zorg is een tragisch voorbeeld. Het landelijk EPD was slecht doordacht, constateerde de commissie Elias recent. Dat zeiden critici tien jaar geleden al, maar hun doortimmerde commentaar werd terzijde gelegd.
Het gerede vermoeden dat DBCs niet tot besparingen zouden leiden, maar tot meer bureaucratie, minder inzichtelijkheid en meer kosten? Idem dito.
Korten op dagelijkse zorg en hulp aan huis zou leiden tot een groter beroep op verpleegtehuizen, waarschuwden kenners, en toch is de overheid ‘verbaasd’ dat veel mensen het thuis nu niet langer redden. En ze zijn, sinds de toegang tot verpleegtehuizen is ingeperkt, verrast dat zich sindsdien vooral ‘moeilijke’ gevallen aandienen en het werk er zoveel zwaarder is geworden. Stemt het parlement niet in met een wetsvoorstel? Proberen we de zaak er toch gewoon per AMvB door te drukken!
Ik schaam me voor mijn regering. De kortzichtigheid en vooringenomenheid van veel maatregelen, de ondoordachtheid van de zoveelste ‘betere’ aanpak tergen mijn verstand en hart. Veel beleid is totaal ad hoc, gaat voorbij aan geaccepteerde kennis en feiten, en lijkt op weinig anders gebaseerd dan platitudes als ‘veiligheid’, ‘efficiency’ of ‘doelmatigheid’, in de kennelijke veronderstelling dat het er dan ingaat als Gods woord in een ouderling.