COLUMN - Er zijn legio grappen over de politiek en u kent ze ook wel. “Vertel mijn moeder niet dat ik in de politiek ben gegaan, want ze denkt dat ik piano speel in een hoerenkast.” De Leidse docent Economische en Sociale Geschiedenis die zich in schaamte wentelt omdat hij Mark Rutte een genade-zesje heeft gegeven voor economie. Een door de overlegcultuur verwarde ambassadeur die niet weet wie hij moet omkopen.
Ik denk dat het eigenlijk wel meevalt. Niet alle politici zijn mediageile carrièrejagers. Het is niet altijd links lullen, rechts zakkenvullen. Lang niet alle beleid is irrationeel. Onze premier mag dan meer beloven dan hij waarmaakt, een slecht historicus zijn en niet kunnen rekenen, het zou me verbazen als hij ook nog corrupt was. Ik ben cynisch genoeg om aan te nemen dat de competitieve sfeer in het parlement onze volksvertegenwoordigers wel eens verleidt tot standpunten die eerder opvallend zijn dan weldoordacht, maar diezelfde competitieve sfeer verhindert dat zulke standpunten een lang leven is beschoren. Misschien is dat naïef, maar dat zij zo.
Maar soms wrijf ook ik mijn ogen uit.
Zoals vrijdag, toen Ronald van Raak van de SP opperde dat er een standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt op het Binnenhof moest komen. Dat is een respectabel voorstel. Er mag zeker wat meer aandacht komen voor een van onze grootste staatslieden. Hij stelde echter óók voor om de grafkapel onder de voormalige hofkapel te openen om te zien of daar het lichaam en de schedel van Van Oldenbarnevelt zouden liggen. En dat is nou niet zo’n tof idee.