De klimaatontkenner heeft weer een snoepje gevonden. Het IPCC heeft het “rampscenario” geschrapt. Geen 4 à 5 graden opwarming meer in 2100, ‘hooguit’ nog 3,5 graden. De champagne kan open bij Clintel. Marcel Crok mag weer een victorie kraaien op internet, tussen de grafieken, de suggestieve framing en het eeuwige theaterstukje waarin iedere nuance meteen wordt verkocht als totale capitulatie van de klimaatwetenschap.
Alleen zat het echte nieuws ergens anders. Want bijna ongemerkt verdwenen namelijk óók de scenario’s aan de onderkant. De paden waarin de opwarming beperkt bleef tot relatief lage niveaus gelden inmiddels eveneens als weinig realistisch. Dat detail kreeg hooguit een bijzin. De koppen draaiden vrijwel volledig om het verdwijnen van het extreme scenario, alsof dat het hele verhaal was.
En daarmee hielp de journalistiek het frame te versterken waar professionele twijfelzaaiers op teren. Zet “IPCC schrapt rampscenario” in een kop, verstop “lage scenario’s eveneens onhaalbaar” halverwege het artikel, en het internet doet de rest. Binnen een paar uur verandert een complexe wetenschappelijke actualisering in: zie je wel, klimaatalarmisme stort in elkaar. Het stuk in de Volkskrant hielp daar flink aan mee, zeker omdat de ‘maar’ die nu in de kop tussen haakjes staat dat in de eerste versies van het stuk niet stond.
De feitelijke boodschap van deze bijstelling is juist tamelijk grimmig. De bandbreedte schuift aan beide kanten op. De meest extreme opwarming lijkt minder waarschijnlijk dan eerder gedacht, grotendeels doordat technologische ontwikkelingen en beleid effect hebben gehad. Tegelijk verdwijnen ook de optimistische scenario’s steeds verder uit zicht. Het midden wordt waarschijnlijker. Alleen ligt dat midden nog steeds ergens rond niveaus van opwarming die enorme schade gaan veroorzaken.
Ondertussen worden deze redactionele keuzes uitgemolken. Iedere bijstelling, iedere correctie, iedere discussie binnen de wetenschap wordt gepresenteerd alsof het hele bouwwerk instort. Terwijl juist het tegenovergestelde gebeurt: wetenschap scherpt zichzelf voortdurend aan. Dat is geen zwaktebod. Dat heet wetenschap. Alleen in het hoofd van de professionele twijfelzaaier betekent “dit specifieke scenario blijkt minder waarschijnlijk” automatisch: “dus alles was gelogen”.
En dat scenario waar het om draait, RCP8.5, was nooit “de voorspelling”. Het was altijd al een bewust extreem scenario. Een waarschuwing over wat er zou kunnen gebeuren bij zeer hoge uitstoot en beperkte technologische ontwikkeling. Zelfs klimaatwetenschappers discussieerden al jaren over de waarschijnlijkheid ervan. Dat debat bestond publiekelijk, openlijk en uitgebreid.
Wat Clintel vervolgens doet, is precies wat het altijd doet: doen alsof nuance hetzelfde is als vrijspraak. De kunst van twijfel. Genoeg mist optrekken zodat het publiek denkt dat “de waarheid wel ergens in het midden zal liggen”.
Intussen zitten we nog steeds op een pad richting grofweg 2,5 tot 3 graden opwarming. Alsof dat ineens een gezellig vooruitzicht is geworden. Alsof ecosystemen bij 3 graden ineens opgelucht ademhalen en zeggen: o gelukkig, geen 5. Alsof mislukte oogsten, hittegolven, droogte, overstromingen en migratiestromen plots een soort acceptabel bijeffect vormen omdat de absolute Apocalyps statistisch wat minder waarschijnlijk oogt.
Het lijkt op iemand die juichend meldt dat de brandweer zojuist heeft bevestigd dat waarschijnlijk slechts vier woonblokken afbranden in plaats van vijf, en dat daarmee het vuur is gedoofd.
En ondertussen werkt die permanente twijfelcampagne exact zoals bedoeld. Vertraging. Verlamming. Cynisme. Altijd nét genoeg verwarring creëren zodat politieke actie weer kan worden uitgesteld. Fossiele belangen hoeven de klimaatwetenschap allang niet meer volledig te ontkennen. Ze hoeven alleen twijfel maatschappelijk aantrekkelijk te houden. Dat is voldoende.
Dus ja, gefeliciteerd Clintel. Het absolute horrorscenario lijkt minder waarschijnlijk geworden. Mede dankzij technologische ontwikkelingen en klimaatbeleid waar jullie jarenlang tegen hebben lopen ageren. Dat is misschien nog wel het meest ironische deel van dit hele circus.