dossier

Tweede Kamerverkiezingen 2021

Foto: -JvL- (cc)
Foto: Berno van der Wal (cc)

Rutte vestigt nieuw record

COLUMN - Het is Rutte gelukt! Hij kan een nieuw record op zijn naam schrijven. Daar heeft hij wel de nodige moeite voor moeten doen.

Toen hij met zijn eerste kabinet aan de bak kwam (2010) werd hij net niet de jongste premier ooit.  Als hij destijds de kabinetsformatie wat vlotter had afgehandeld, zou hij wel Ruud Lubbers verdrongen hebben van die ereplaats.

Geen nood, mocht Rutte in zijn welhaast maniakale ambitie slagen premier te worden van een vierde kabinet, kan hij altijd nog de langstzittende MP worden. Dat record staat tot nu toe ook op naam van Ruud Lubbers.

En nu mag hij een soort van regeerakkoord gaan schrijven. Vermoedelijk geheel tegen zijn zin samen met mevrouw Kaag, maar hij heeft nu weer wel meer invloed de boel nog langer op te houden. Want het is nog maar zeer de vraag of de uiteindelijk formatiehandelingen half augustus kunnen beginnen, zoals informateur Hamer gisteren stelde.

Maar laten we haar optimisme delen en nog positiever denken dat er dan in twee weken tijd een volgend kabinet geïnstalleerd kan worden, dan zitten we op 31 augustus met Rutte IV opgescheept. Eind 2022 knalt hij dan Lubbers voorbij en wordt de langstzittende premier.

Foto: -JvL- (cc)

Coalities van het afkalvende midden

ANALYSE - De enige coalities die er nu in Nederland mogelijk lijken zijn coalities van centrum-links én centrum-rechts, dat geldt dus zowel op het landelijk als het provinciale niveau. Tegelijkertijd staan centrum-links en centrum-rechts onder druk. De flanken worden steeds groter. Een analyse van Simon Otjes, eerder verschenen op Stuk Rood Vlees.

Den Haag lijkt af te koersen op een breed middenkabinet van VVD, D66, CDA, PvdA en GroenLinks. De provinciale colleges die steunden op VVD, CDA, PVV en FVD in Noord-Brabant en Limburg zijn gevallen. Een nieuw avontuur met Forum of de PVV lijkt voor CDA en VVD geen optie. Centrum-rechts lijkt geen andere optie te hebben dan regeren met centrum-links. Maar wat betekent dat voor het politieke stelsel? Ik kijk hiernaar vanuit het perspectief van een jonge Ed van Thijn die al in de jaren ’60 waarschuwde voor de zwaktes van onze waaierdemocratie.

Wat is er mogelijk?

De enige coalities die er nu in Nederland mogelijk lijken zijn coalities van centrum-links én centrum-rechts, dat geldt dus zowel op het landelijk als het provinciale niveau. Een coalitie van centrum-links en radicaal links is mogelijk in steden als Amsterdam maar dat komt op landelijk niveau niet in de buurt van een meerderheid.

Foto: -JvL- (cc)

Coalitie in spe tegen beter salaris zorgpersoneel

Het demissionaire kabinet wordt nog steeds gevormd door de coalitie VVD, CDA, D66 en CU. Het nog te vormen kabinet gaat bestaan uit VVD, CDA, D66 en een partij die dat kabinet aan een meerderheid wil helpen.

Elke partij met drie zetels volstaat voor een meerderheid van één zetel. Speculeert u maar of dat Volt, JA21, DENK of de SGP kan zijn.
Tot zo ver het getuur in het koffiedik. Maar dat VVD, D66 en CDA er serieus op rekenen straks de nieuwe coalitie te vormen staat eigenlijk wel vast. En dus regeren ze al een beetje vooruit.

Dat was gisteren te zien bij de stemming over een motie ingediend door Peter Kwint (SP). Deze motie volgt een eerder aangenomen motie van SP en PvdA op. Op 25 juni stemden alleen VVD en CDA tegen het verzoek “om met een plan te komen voor structurele waardering voor zorgverleners, waarin betere arbeidsvoorwaarden en een beter salaris kunnen worden gerealiseerd”.

De motie die gisteren ter stemming kwam preciseerde de termijn waarbinnen dat plan op tafel moet liggen. De volledige motie Kwint:

De Kamer, gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer met de aangenomen motie van SP en PvdA (25295, nr. 436) de regering heeft opgeroepen om met een plan voor een beter salaris en betere arbeidsvoorwaarden te komen;

constaterende dat uit het SER-advies “Aan de slag voor de zorg” blijkt dat de lonen in de zorg al jaren structureel lager zijn dan in de marktsector en de SER oproept deze lonen te verhogen;

verzoekt de regering om met het recente SER-rapport in de hand uiterlijk deze zomer in overleg met zorgpersoneel en hun vertegenwoordigers tot een plan te komen voor structurele waardering voor zorgverleners, waarin betere arbeidsvoorwaarden en een beter salaris worden gerealiseerd,
en gaat over tot de orde van de dag.

Foto: -JvL- (cc)

Wat is eigenlijk urgent?

COLUMN - van Prof.Dr. Joop van den Berg

De Tweede Kamer heeft een eigenaardige opvatting over wat ‘urgentie’ betekent. Een debat over notulen van de ministerraad die nauwelijks nieuwe informatie bevatten, bleek voldoende reden om een reces te onderbreken. Een debat over het eindrapport van informateur Tjeenk Willink, waarbij zou moeten worden beslist over de voortgang van de kabinetsformatie bleek voor zo’n onderbreking onvoldoende reden.

Alsof er bij deze kabinetsformatie geen problemen van belang op het spel staan: het economisch, sociaal en cultureel herstel uit de coronacrisis; een oplossing voor de grote stikstofproblemen die de woningbouw doen stagneren en de landbouw in problemen brengen; de hoogst noodzakelijke hervorming van de arbeidsmarkt, die nieuwe zekerheid moet brengen; de aanwending van de middelen uit het Europese Coronaherstelfonds (RRF); vervanging van het toeslagenbestel, de moderne variant van diaconie en Vincentiusvereniging. De lijst is verre van compleet.

Voor het RRF had de regering al vóór 1 mei de vereiste documenten moeten inleveren, maar Europa moet wachten tot wij hier klaar zijn met de regeringsvorming. Vorig jaar wist de Nederlandse regering precies wat anderen allemaal moesten doen om voor Europees geld in aanmerking te komen. Nu Nederland zelf ook moet leveren, is alle haast verdwenen.

Foto: -JvL- (cc)

Minderheidsregeringen hoeven niet minder stabiel te zijn

Gastbijdrage van Tom van der Meer (eerder verschenen op Stuk Rood Vlees)

Minderheidsregeringen hebben in Nederland een slechte naam. Ze zouden instabiel zijn, en weinig effectief. Begin april verscheen in de Volkskrant een interview waarin staatsrechtgeleerde Wim Voermans dit punt onderstreepte. Hij omschreef de minderheidsregering als een ‘loopgravenoorlog’ en een ‘flipperkastspel’. De Volkskrant kopte zelfs: ‘gedoemd te mislukken’.

Maar is dat zo?

Verschillende politicologen raden juist aan om de optie serieus op tafel te leggen. Zitten die er dan zo naast? En waarom hebben zowel de Raad voor het Openbaar Bestuur (in 2016) als de Staatscommissie Parlementair Stelsel (in 2018) stellig geadviseerd om de minderheidsregering als een realistisch alternatief te onderzoeken tijdens een kabinetsformatie?

Inhoudelijk pleiten verschillende argumenten voor minderheidsregeringen. Ze stellen zowel coalitie- als oppositiepartijen in staat om zich te profileren, en kunnen meer ruimte bieden aan het dualisme tussen regering en parlement. Zeker in een land waar een grote bereidheid bestaat van oppositiepartijen om met voorstellen van de regering in te stemmen, is het risico te overzien.

Maar die argumenten zeggen natuurlijk weinig over de stabiliteit van de coalitie die de minderheidsregering draagt?

Minderheidsregeringen kunnen even stabiel en effectief zijn als meerderheidskabinetten

Cruciaal is hoe je de steun voor een minderheidsregering formaliseert. Wie de minderheidsregering formeert uit bittere noodzaak, bij gebrek aan enige meerderheidssteun, moet niet gek staan te kijken wanneer dat kabinet sneller valt. Maar wie weloverwogen een minderheidsregering formeert, en daarvoor a priori publieke steun vindt bij relatief vaste gedogers, kan op meer succes rekenen.

Foto: Matty Ring (cc)

Groter denken, kleiner doen

COLUMN - een gastbijdrage van Joyce Hes

Groter denken, kleiner doen. Dat was de titel van de oproep van Herman Tjeenk Willink in 2019. Het is nuttig dit boekje er even bij te pakken nu hij tot informateur is benoemd en mede als belangrijke opdracht heeft in zijn verkenning de noodzaak van een verandering van de bestuurscultuur en de relatie parlement en kabinet mee te nemen.

In zijn visie op een democratie die er toe doet, geeft de huidige informateur duidelijk aan dat de BV Nederland het failliet betekent van de democratische rechtsorde (pag 19), een opvatting waartegen hij zich, naar eigen zeggen sinds de tweede helft van de jaren tachtig heeft verzet. Het accent lag, aldus Tjeenk Willink, op wat de overheid om financiële redenen niet meer zou kunnen doen, niet op wat de overheid in een democratische rechtsorde wel móet doen (pag 17).

Er is inmiddels een chronisch gebrek aan reflectie, vindt hij. De terugtred van de overheid betekende feitelijke verwaarlozing van de politieke functie. Die functie houdt volgens TW in: Het steeds opnieuw bepalen wat algemeen belang vereist, het expliciet toedelen van waarden en keuzes maken (pag 23).

Belangrijk vindt hij ook dat we meer oog hebben voor het zogenaamde ‘republikeinse’ burgerschap in de zin van de gezamenlijke inzet van burgers voor de Res publica.
Volgens hem waren de liberalen na de ontzuiling te zeer gefixeerd op de markt en het individu. Het marktdenken staat haaks op het politieke, omdat het gericht is op het individu en niet op de samenleving; omdat het gericht is op de korte termijn en niet op de toekomst; omdat het gericht is op uniformering en niet op diversiteit; omdat het gericht is op kwantiteit en niet op kwaliteit; omdat het financieel-economisch en niet sociaal-cultureel  van aard is (pag 111).

Foto: -JvL- (cc)

Meest transparante kabinetsformatie

Nu we toch geen verkenners inzetten, maar geheel volgens de traditie een informateur, zullen sommigen gedacht hebben: “Verrek, daar heb je Tjeenk Willink weer…”.

Die ‘beleving’ kan kloppen op basis van de waarheid dat hij drie keer eerder informateur is geweest. Als we naar de laatste vijftien kabinetsformaties kijken (1971 – 2017), zien we dat het CDA (en de voorlopers daarvan) de meeste informateurs leverden, gevolgd door PvdA, VVD en D66.
© Sargasso aantal informateurs Kabinetsformatie

Tjeenk Willink (PvdA) staat bij de CDA-koplopers Ruud Lubbers en Jan de Koning die beiden ook drie keer informateur waren. Tjeenk Willink breekt nu het ‘record’ en wordt voor de vierde keer informateur.

Gezien de zeer ongelukkige start die de huidige kabinetsformatie maakte, moet er een wonder gebeuren als Tjeenk Willink in korte tijd en als enige informateur een rapport op kan stellen op grond waarvan deze Tweede kamer meteen een formateur kan aanwijzen.

Dat ligt deels aan de gespannen verhoudingen tussen diverse partijen, na de moties van wantrouwen en afkeuring die Mark Rutte aan zijn broek kreeg. Er is bij potentiële coalitiepartners dus enig wantrouwen jegens de VVD en omgekeerd kan de VVD kan nu niet zondermeer de anderen blindelings vertrouwen.

Toen in 1977 het kabinet Den Uyl viel, was bij de navolgende kabinetsformatie het onderlinge vertrouwen dermate beschadigd dat een tweede kabinet Den Uyl niet mogelijk bleek. Ook al zat op grond van de verkiezingsuitslag zo’n kabinet er wel in. Er waren maar liefst zes informateurs nodig vooraleer tot de uiteindelijk formatie van kabinet Van Agt I kon worden over gegaan.

Foto: NiederlandeNet (cc)

Het ‘wat als’-parlement

Hoewel zijn mentor, die hem destijds de Tweede Kamer in begeleidde, nu hem dringend adviseerde op te stappen, herinnerde Rutte zich ineens dat 1,9 miljoen kiezers op hem hebben gestemd. Ja, zo moet hij gedacht hebben, dan ben ik wel verplicht aan te blijven.

U snapt dat de VVD-kandidaten die naast Rutte nog 301.479 stemmen bij elkaar sprokkelden, nederig de grote leider zullen volgen. Die nederigheid zou de voltallige VVD-fractie, Rutte incluis, beter passen, want er zijn nog altijd ruim acht miljoen kiezers die niet op Rutte of de VVD hebben gestemd.

Voor wie de zaken graag relativeert:
© Sargasso TK2021 stemmen totaal VVD Rutte Tweede Kamer

Rutte gaat dit Paasweekend reflecteren hoe hij zich de komende vier jaren gaat verhouden tot de parlementaire democratie. Alsof er geen coronacrisis is. Ach, laten wij ook eens wat fantaseren….

Wat als er geen kiesdrempels en kiesdelers worden gehanteerd en alleen de 150 kandidaten met het hoogst aantal stemmen in de Tweede Kamer zouden zitten? We stemmen immers op personen en niet op partijen (meen ik mij te herinneren)?

De top-150 is goed voor 93,75% van het totaal aantal geldige stemmen. Laten we eens nader kijken naar dit ‘wat als’-parlement.

Er zouden geen 17 maar 27 partijen in de Tweede Kamer zitten. Acht eenmens-fracties er bij en twee partijen die 2 zetels halen en alsnog in de Kamer hadden kunnen komen.
D66 zou de grootste partij worden, Een meerderheidscoalitie is haalbaar met VVD, D66 en CDA, aangevuld Groenlinks en PvdA.
© Sargasso TK2021 Het als-wat parlement Tweede Kamer

Foto: -JvL- (cc)

TK verkiezingen – opkomst en nieuwe partijen

Afgelopen vrijdag maakte de Kiesraad de officiële uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen bekend. Er waren geen verrassingen, alle cijfers waren gelijk aan die al een week lang in de media circuleerden. Wij lichten de nieuwe partijen er nog eens uit.

Maar eerst nog dit:
De opkomst viel niet tegen. Hoewel lager dan bij de vorige verkiezingen (2017: 81,6%), week het opkomstpercentage niet extreem af van de trend van de laatste jaren.

In 1971 waren de eerste verkiezingen waarbij geen opkomstplicht meer gold. Het opkomstpercentage kelderde toen drastisch. In de zeven na-oorlogse verkiezingen was het gemiddelde opkomstpercentage 94,16%. Vanaf 1971 tot en met de voorlaatste verkiezingen lag het gemiddelde op 80,52%. Het gemiddelde over de laatste vijf verkiezingen was nog iets lager: 78,19%

© Sargasso Opkomst TK verkiezingen2021 en eerder

Voorafgaand aan de verkiezingen van 17 maart werd gesuggereerd dat de opkomst lager kon uitvallen omdat veel mensen niet ter stembus zouden gaan vanwege de corona-pandemie. Niet nodig, sprak de minister, want 70-plussers konden ´briefstemmen´ en al wie niet naar het stemlokaal durfde kon deze keer geen twee maar drie volmachten aan anderen geven.

Het resultaat? Er zijn 1.069.048 briefstemmen van kiezers binnen Nederland geteld. Hiervan waren er 3.080 (0,29%) ongeldig en 1.181 (0,11%) blanco.
Het aantal stemmen per volmacht was iets lager dan bij de vorige verkiezingen: nu 917.698 (8.77%), in 2017 964.811 (9,13%).

Foto: Stempotlood Verkiezingen 2021 - Gebruik op Sargasso met toestemming. (c) Sidney Smeets

Ook het klimaat verliest de verkiezingen

Ja, we weten dat links heeft verloren. Maar hoe zit dat met het klimaat? Want in het algemeen is ‘klimaat’ een steeds belangrijkere rol gaan spelen, en niet alleen bij links. Inmiddels geeft bijna elke partij toe dat er een probleem is, hoewel ze sterk verschillen in hun gevoel van urgentie en de voorgestelde oplossingen. De linkse partijen zijn het groenst en D66 is duidelijk groener dan de VVD, waar ze denken dat we de klimaatdoelen wel gaan halen (wat volgens een doorberekening van hun plan niet zo is) en we rustig aan kunnen doen. De partijen ter rechterzijde van de VVD zetten liever in op klimaatadaptattie (JA21) of willen de klimaatwet intrekken (FvD).

Wat betekenen de verkiezingsuitslagen voor het klimaatbeleid en hoe er gestemd zal worden over klimaatmaatregelen in de Tweede Kamer? Voor politieke partijen geeft KiesKlimaat op basis van stemmingen in de Kamer elke partij een klimaatlabel. Wij vroegen ons af hoe de klimaatlabels vertegenwoordigd waren in de Tweede Kamer en hoe dat is veranderd met de nieuwe zetelverdeling. De winst van D66 zal goed zijn voor het klimaat (hoewel D66 slechts label C kreeg), maar de winst van rechtse partijen doet dat weer teniet. De groenste partijen zitten op links, maar juist daar vielen de klappen, behalve bij de Partij voor de Dieren en, zo lijkt het op dit moment, BIJ1. Dus helaas, de titel van dit stuk verklapte het natuurlijk al: ook het klimaat is deze verkiezingen grote verliezer.

Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Volt grote winnaar verkiezingen!

Met 18 zetels is Volt de grote winnaar geworden van de Tweede Kamerverkiezingen 2021. Of nou ja, het zou het zijn als Google Trends bepalend zou zijn en *checks notes* we het gemiddelde van de afgelopen 31 dagen nemen.

En laat dat nou exact zijn wat we gedaan hebben. Alle partijen door die site halen en de resultaten daarvan omrekenen naar Kamerzetels, en tadaa:

Is het zinvol? Mwah. Is het wetenschappelijk? Nah. Maar toch: ook bij eerdere verkiezingsuitslagen bleken ‘verrassingen’ achteraf al zichtbaar in zoekverkeer, dus wie weet. Want bovenstaand steephdiagram laat wel wat opvallende dingen zien. De grootste verrassing is natuurlijk Volt, er even van uitgaande dat er normaal gesproken ampere watt op die term wordt gezocht. Alhoewel, verrassend? De partij heeft de afgelopen maand een enorme bak aandacht gekregen, en je kon dan ook niet om deze pan-europese D66-kloon heen (*duikt*).

Dat vertaalt zich volgens de officiële peilingen mogelijk al in een verrassende 3 zetels, maar op basis van deze trends zou de partij kunnen hopen op nog meer, zeker gezien het aantal mensen dat nog twijfelt over de stem. Opvallend is ook dat de in de ‘echte’ peilingen aanzienlijke voorsprong van de VVD hier totaal wegvalt. Is dat omdat de VVD inmiddels synoniem van Mark Rutte is en mensen daar op zoeken, of wordt de VVD toch kleiner dan gedacht? De PVV doet het als partijnaam traditioneel slecht in trends, omdat het vooral over Geert Wilders gaat en niet over de partij. En daarom natuurlijk ook weer wel, het aantal partijleden is – tegen de landelijke trend in – al jaren vrij constant.

Foto: Nikk (cc)

De peilingpeiler: Waar zitten de peilingen er naast?

We weten niet hoe het u vergaat, maar wij laten de peilingen liever rechts liggen, maar dat lukt natuurlijk niet dus volgen we de peilingen op de voet, als een kind dat achter de bank wil duiken omdat de film te eng is maar toch door haar vingers naar het scherm gluurt, en na de film onder haar bed kijkt of er geen monster onder ligt en met opengesperde ogen naar het plafond staart en als we dan uiteindelijk van vermoeidheid in een diepe slaap vallen dan schrikken we nogal eens zwetend en gillend wakker. De peilingen zitten er ook weleens naast, fluisteren we dan als een mantra tegen onszelf, de peilingen zitten er ook weleens naast, de peilingen zitten er ook weleens naast, de peilingen zitten er ook weleens naast…

Ter vermaak, afleiding ende zelfkastijding, vragen we onze lezers: waar denkt u dat de peilingen het mis hebben? Wat worden de verrassingen en teleurstellingen van 2021?


De Peilingwijzer van Tom Louwerse combineert de peilingen voor de Tweede Kamer van I&O Research, Ipsos/EenVandaag en Kantar.- overgenomen met toestemming.

Volgende