Psychologie van de predestinatie
Tijdens een bezoek aan Geneve vorige maand bewonderde ik het strenge standbeeld van Calvijn, die predikant was in die stad. Het Calvinisme heb ik altijd een raadselachtige stroming gevonden, met name door het idee dat ieder mens vanaf het begin is voorbestemd om wel of niet in de hemel te komen, onafhankelijk van zijn of haar gedrag.
Als atheïst en econoom zie ik religie als een manier om het belang van de groep te stimuleren, met beloningen voor mensen die zich goed gedragen en straffen voor de anderen. Dreigen met de hel of een reïncarnatie als naaktslak maakt van mensen vrome gelovigen en goede buren. Predestinatie haalt die prikkels onderuit, en is in deze opvatting van religie dus totaal onlogisch.
Deze week vond ik echter een prachtige verklaring voor deze paradox door de economen Gilat Levy en Ronny Razin in het Journal of Public Economic Theory . Het bouwt op de voorspelling in de Calvinistische theologie dat mensen die uitverkoren zijn, zich ook als vrome Christenen gedragen. Dat betekent dus dat goed gedrag het doet lijken alsof je uitverkoren bent, zelfs al heeft dat gedrag geen enkele consequentie voor de uitverkiezing zelf. In plaats van God te overtuigen dat je in de hemel mag, is goed gedrag daarmee een manier om jezelf en anderen te overtuigen dat je al een toegangskaartje hebt.