Pastafari
OPINIE - Gedoe bij de Technische Universiteit Delft. Geohydroloog Michael Afanasyev wil zijn proefschrift verdedigen in een piratenpak omdat dit zo hoort volgens zijn religie, de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster. De Volkskrant legt het u in detail uit. Afanasyev meent dat als andere gelovigen zich mogen bedienen van de symbolen van hun religie, dat ook geldt voor pastafari’s als hij. De Volkskrant legt uit dat voor pastafari’s piraten
… goddelijke wezens zijn, waarbij ‘het opwarmen van de aarde, aardbevingen, orkanen en andere natuurrampen allemaal directe gevolgen zijn van het afnemende aantal piraten sinds 1800.’ Volgens de aanhangers is dat verhaal niet vreemder dan dat van een man die water in wijn veranderde of een god die de zee in tweeën spleet.
Los van de in Delft actuele vraag of religieuze symbolen gewenst zijn bij een promotieplechtigheid: de geciteerde vergelijking van twee verhalen is vreemd.
De crux is dat communicatie meer is dan alleen de eigenlijke boodschap. Als u begrijpt wat ik hier schrijf, is het omdat u en ik ons bedienen van een verzameling woorden en grammaticale regels die we “Nederlandse taal” plegen te noemen. Daarnaast delen we een culturele context. In het citaat hierboven behoefde niet te worden uitgelegd dat de verandering van water in wijn en de splijting van de zee staan vermeld in de Bijbel.
In Amerika ligt dat anders. Een zeer groot deel van de zwarte bevolking – zeker van dat deel van de bevolking dat afstamt van slaven – spreekt een eigen Engels. In zijn nieuwe boek Talking Back, Talking Black noemt de Amerikaanse taalkundige
In plaats van uw tatoeage voor u te vertalen, kan Gzella u wél wat vertellen over het Aramees dus, liefst vierhonderd pagina’s lang is hij aan het woord over een taal waarvan u na afloop weet dat het geen taal, maar een hele taalfamilie is. Die taalfamilie heeft een lange geschiedenis. Die start rond het begin van het eerste millennium voor Chr. en loopt tot op heden door, beslaat dus zo’n drieduizend jaar. Gzella neemt u mee vanaf dat prille begin ergens in Syrië, schetst het beeld van een taal die begint als de taal van een aantal lokale, kleine Arameese stadsstaten, maar die zich al vrij snel weet los te zingen van zijn oorsprong en zich ontwikkelt tot een wereldtaal die gedurende de volgende drieduizend jaar in het hele Midden Oosten wordt gebruikt, terwijl de taal eigenlijk – en dat is behoorlijk uniek – geen “thuisland” meer heeft.


