De eurocrisis wordt vooralsnog bedwongen door ad hoc oplossingen. Bij die oplossingen lijkt de reputatie van de euro, en vooral van Frankrijk en Duitsland, belangrijker dan een houdbare oplossing voor de eurocrisis. De eurocrisis wordt dan ook niet opgelost zolang Frankrijk en Duitsland niet bereid zijn bevoegdheden af te staan, stelt hoogleraar Harrie Verbon.
Zes jaar geleden toen wij van de Nederlandse politici over de Europese Grondwet mochten stemmen, stemde ik tegen. Ik was niet de enige: bijna vijf miljoen kiesgerechtigde Nederlanders deden hetzelfde. Als ik echter onder academici vertelde dat ik tegen had gestemd werd ik meestal meewarig aangekeken: als je tegen stemde was je een nationalistische populist. Weldenkende Nederlanders stemden voor, want onze toekomst lag in Europa, niet in een soort provinciaals Holland. Hetzelfde vond het overgrote deel van de politici: alleen de SP en de groep Wilders waren tegen de Grondwet.
Politici van andere partijen waren alleen maar enthousiast over de Grondwet. Ik kon me echter niet voorstellen dat ze de voorliggende grondwetstekst ook echt gelezen hadden, want de tekst was nogal zwalkend en verwarrend. Soms werd in een grondwetsartikel gesuggereerd dat een beleidsprobleem op Europees niveau thuis hoorde, maar die suggestie werd dan weer in andere artikelen de grond ingeboord. Soms werden oplossingen waarvan toen al bekend was dat ze niet werken, zoals die van de Europese begrotingsnormen, het zogenaamde stabiliteitspact, gewoon gehandhaafd in de grondwet. Zoals ik indertijd schreef in ESB: ‘Dit is niet zoals de Grondwet van de VS een geschrift waar de Europese burger 200 jaar mee vooruit kan. De EU-Grondwet kan nog geen vijf jaar mee. Deze grondwet is geen grondwet.’ (Verbon, 2005)