De bittere opstelling van de suikerlobby
Ik geef toe: het was nieuw voor mij. Nog niet eerder zag ik een productschap een beroep doen op het rechtvaardigheidsbeginsel wanneer het gaat om verplichte etikettering. Maar als je dit konijn uit de hoge hoed uit één hoek kon verwachten, was het wel die van de suikerlobby. Die heeft tenslotte spreekwoordelijk lange armen.
Waar gaat het om? De Europese Unie heeft te langen leste besloten een vuist te maken en iets te doen wat in Nederland al onbegrijpelijk lang wordt nagelaten door clubs als bijvoorbeeld het Voedingscentrum: duidelijk maken dat wij als consumenten niet alleen moeten letten op verzadigd vet en op zout, maar ook op suiker. Net zo slecht, stelt nieuwe Europese regelgeving. Dat moet straks ook verplicht vermeld worden.
Dat is tegen het zere been. Het Platform Suiker en Voeding vindt dat het allemaal nog lang niet vaststaat dat suiker zo slecht voor ons is en lijkt daarin gesteund te worden door niemand minder dan prof. Katan, natuurlijk niet de minste als het om voedingsleer gaat. Maar eens even kijken wat één en ander waard is.
Om te beginnen maar eens uitvissen wat dat Platform Suiker en Voeding nou eigenlijk is. Daar kom je snel achter: deze club blijkt nog maar twee jaar geleden te zijn opgericht specifiek met het oog op het counteren van ongewenste regelgeving op het gebied van suikerconsumptie. Dat blijkt tenminste uit de onomwonden geformuleerde doelstelling: “beïnvloeding op het gebied van wetgeving, beleidsadviezen en -voornemens en nota’s/standpunten m.b.t. voeding in relatie tot suikers teneinde ongewenste maatregelen cq. besluiten te voorkomen”. Duidelijke taal, dunkt me: het Platform wil resoluut de voet dwars zetten als iemand zou willen beweren dat suiker misschien wel niet zo goed voor ons is. Logisch, als je bestaat uit louter suikerproducenten en -verwerkers.
