Lees je kinderen ‘Levende bezems’ voor
Nu het neoliberalisme in ons land leidend is geworden vraag ik mij af hoe je in deze tijd een kind het beste kunt voorbereiden op de toekomst. De kans is groot dat onze kinderen niet langer kunnen vertrouwen op de vangnetten van de verzorgingsstaat. Moeten we daarom onze kinderen daarom extra stimuleren om sociaal en solidair met zwakkeren te zijn? Of moeten we ze leren om juist voor hun eigen hachje te zorgen?
Tony Judt beschrijft in zijn testament (Het land is moe) de opkomst en de afkalving van de verzorgingsstaat. Doordat we de laatste dertig jaar vooral bezig waren met het najagen van materieel eigenbelang weten we wel wat de dingen kosten, maar we hebben geen idee wat ze waard zijn. Volgens Tony Judt moeten we leren van de geschiedenis om te begrijpen wat de verzorgingsstaat waard is. Die verzorgingsstaat is er niet zomaar gekomen. Er is veel ellende van slechte leef- en werkomstandigheden aan vooraf gegaan. Je kunt wat onze voorouders voor ons hebben opgebouwd niet zomaar afbreken. ‘We zijn allemaal schatplichtig aan degenen die ons voorgingen, maar ook aan die na ons komen.’
Ja, hoe leer je de kinderen wat dingen waard zijn, in een tijd van ‘enrichissez-vous’? Kinderen leren veel door het voorbeeld van hun ouders. We kunnen dus niet al te veel van onze spruiten verwachten als we zelf niet door hebben welke zaken werkelijk de moeite waard zijn. En we zullen zelf het voorbeeld moeten geven hoe je het beste tot een balans kunt komen tussen je eigen belang en de belangen van anderen.
Dat blijkt volgens mij uit het net gepubliceerde
Via WWNorton Sociology on
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg heeft zich de afgelopen jaren ontpopt tot een allesverslindend monster dat zonder enige legitimiteit talloze nationale wetten en regelingen buiten werking stelt. Democratisch tot stand gekomen asiel- en immigratiebeleid, de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst, eventuele grenzen aan de vrijheid van meningsuiting, maar ook regels over huiszoeking en politieverhoor en de inrichting van het openbaar onderwijs: dit alles kan in laatste instantie niet meer door de Tweede Kamer – en daarmee door de Nederlandse bevolking – worden bepaald. Het Hof in Straatsburg beslist.
Op korte tijd verschenen twee boeken over de sport in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eén populair en onvolledig van Ad van Liempt en Jan Luitzen,
Swijtink vertelt ook over de sportbetrekkingen tussen Nederland en Duitsland voor, tijdens en na de oorlog: er werden vraagtekens gezet bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, maar uiteindelijk gingen bijna alle sporters ernaar toe. Tinus Osendarp, toen de snelste blanke sprinter, werd twee keer 3e, op de 100 en de 200 m, telkens achter twee zwarte Amerikanen. Op het podium stond hij dus naast Jesse Owens, die vier medailles won. Hitler feliciteerde hem niet, maar hij deed dat bij bijna geen enkele winnaar, nadat het I.O.C. hem verplicht had iedereen of niemand te feliciteren.