Wie beslist? Wij of Straatsburg?

Vandaag een gastbijdrage van historicus en jurist Thierry Baudet. Het stuk stond dit weekend ook in NRC Handelsblad.

europees hof rechten van de mensHet Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg heeft zich de afgelopen jaren ontpopt tot een allesverslindend monster dat zonder enige legitimiteit talloze nationale wetten en regelingen buiten werking stelt. Democratisch tot stand gekomen asiel- en immigratiebeleid, de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst, eventuele grenzen aan de vrijheid van meningsuiting, maar ook regels over huiszoeking en politieverhoor en de inrichting van het openbaar onderwijs: dit alles kan in laatste instantie niet meer door de Tweede Kamer – en daarmee door de Nederlandse bevolking – worden bepaald. Het Hof in Straatsburg beslist.

De afgelopen dagen bleek dat nog maar weer eens: burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan zat klaar om op basis van nieuwe wetgeving een aantal kraakpanden te ontruimen, toen het hof in Den Haag erachter kwam dat dit niet mocht van het Europees Hof. En Gerd Leers stond op het punt om het nieuwe kabinetsbeleid inzake uitgeprocedeerde asielzoekers toe te passen, maar ontving een boze e-mail uit Straatsburg dat dit toch echt strijdig was met de opvattingen van het Hof over humanitair recht. De geplande uitzending werd opgeschort. Deze overname van de Nederlandse democratie door Straatsburg is onaanvaardbaar.

Opgericht in 1950 als ultieme controle op misbruik van staatsmacht, staat het Europees Hof geheel los van de EU. Het Hof moet dan ook niet verward worden met het Hof van Justitie van de EU, dat gevestigd is in Luxemburg en toeziet op naleving van Brusselse regelgeving. Ook heeft het Europees Hof een eigen toelatingsbeleid, los van de EU. Inmiddels telt het 47 lidstaten waaronder niet-Europese staten zoals Rusland en Turkije. Nederland behoort tot de oprichters, hoewel toenmalig minister-president Drees er een overtuigd tegenstander van was. Al snel bleek dat wat Drees vreesde waarheid werd: het Hof wilde veel meer zijn dan alleen de beloofde ultieme controle. Het ging zich bemoeien met van alles en nog wat – maar bleek volstrekt incapabel om iets te doen tegen het enige echt bloedige misbruik van staatsmacht op het Europese continent sedert de Tweede Wereldoorlog: de etnische zuiveringen in voormalig Joegoslavië. Zodoende wordt er vandaag de dag geen rechtszaak in Nederland meer gevoerd waarin niet op enig moment jurisprudentie van het Europees Hof wordt aangehaald. En als de nationale rechters die jurisprudentie niet serieus nemen, kan er altijd beroep bij dit Hof zélf worden ingesteld.

Dat het Europees Hof zich niet beperkt tot de ultieme grenzen van de rechtvaardigheid, maar in feite al het bestaande recht toetst aan de eigen opvattingen, is een onvermijdelijk gevolg van de vaagheid van de ‘fundamentele rechten’ die in het Europees mensenrechtenverdrag zijn vastgelegd. De centrale denkfout achter juridische codificatie van het mensenrechtendiscours is dat universele principes van rechtvaardigheid geen van tijd en plaats afhankelijke interpretatie zouden vergen. Maar dat is nu juist wél het geval.

‘Recht op leven’ bijvoorbeeld, wat betekent dat in de praktijk? Een verbod op abortus en euthanasie? Een verbod op de doodstraf? In elk geval zou recht op leven natuurlijk gratis gezondheidszorg en gratis medicijnen voor iedereen moeten betekenen, zoals socialisten terecht betogen. En vereist recht op leven bij nadere beschouwing niet ook dat de Staat een ieders primaire levensbehoeftes zoals voedsel en een dak boven het hoofd garandeert? Iemand laten doodhongeren of bevriezen op straat zonder hulp te bieden staat immers gelijk aan moord?

Of neem het verbod op discriminatie. Zou dat niet moeten betekenen dat alle erfelijke monarchieën worden afgeschaft? Net als een verbod op verenigingen die onderscheid maken naar geslacht (zoals studentencorpora). Omdat geen enkel mens helemaal gelijk is aan een ander is het discriminatieverbod in theorie eindeloos in zijn toepassing (evenals ‘gelijkheid van kansen’, dat theoretisch gesproken een verbod op privé-eigendom en ontbinding van families zou vereisen). Ook botst het discriminatieverbod al snel met klassieke vrijheidsrechten als die van meningsuiting, geweten en religie.

Dus hoe ‘fundamenteel’ de beginselen achter deze ‘mensenrechten’ misschien ook zijn, in de praktijk is hun betekenis volkomen onduidelijk en onderwerp van politiek debat. Anders gezegd: wie de macht heeft te bepalen wat een ‘fundamenteel recht’ in de praktijk precies betekent, heeft de macht zijn politieke opvattingen op te leggen aan anderen.

Dat blijkt uit de situatie in de Verenigde Staten, waar benoemingen van rechters van het Supreme Court in de praktijk politieke benoemingen zijn. Deze rechters kunnen immers via hun jurisprudentie doorslaggevende politieke beslissingen nemen op gebieden als nationale veiligheid (praktijken op Guantánamo Bay als martelingen kwalificeren), ethiek (abortus en euthanasie toestaan of juist verbieden), strafrecht (doodstraf toestaan of verbieden), immigratie (uitzetting asielzoekers toestaan of verbieden), en internationaal recht (wel of niet constitutioneel verklaren van verdragen). Amerikaanse presidenten die nieuwe rechters mogen kandideren, kiezen rechters uit met opvattingen die stroken met die van henzelf. De Senaat, die de benoemingen moet bekrachtigen, kan dwars gaan liggen wanneer die in meerderheid een andere politieke opvatting heeft (zoals in 1987 gebeurde toen de kandidaat van Ronald Reagan werd afgewezen). Amerikanen weten precies waar de rechters van hun Supreme Court politiek staan en wegen hun kansen om bepaalde politieke veranderingen door te drukken als een rechter wordt vervangen. Democraten prijzen zich momenteel dan ook gelukkig met de verwachting dat in de ambtstermijn van Obama enkele Republikeinse rechters vervangen kunnen worden door Democraten.

Naarmate zo’n hof op grotere schaal jurisdictie heeft, worden de problemen groter. Immers, binnen iedere culturele en maatschappelijke context worden weer andere afwegingen gemaakt. Als de uitspraken van het Amerikaanse Supreme Court ook zouden doorwerken in Canada, Mexico, Guatemala en Venezuela, zou de situatie niet meer te overzien zijn.

En dat is precies het geval met het Europees Hof: uitspraken werken in de praktijk door in 47 landen.

In de VS staat tegenover het Supreme Court bovendien altijd nog de wetgever, die tegenwicht kan bieden. Checks and balances noemen de Amerikanen dat: de ene macht houdt de andere in bedwang. Maar in Europa houdt niemand het Hof in bedwang. Er is geen wetgever die de interpretatie van grondrechten door het Hof kan bijsturen met nadere juridische bepalingen. Omdat het Europees Hof boven iedere staatsmacht uittorent, bewaakt niemand de bewakers.

Om twee redenen is handhaving van grondrechten op het nationale niveau dus beter dan op het internationale niveau: ieder land kan zijn eigen afwegingen maken op basis van de eigen nationale cultuur, en de rechters kunnen door de andere staatsorganen in toom gehouden worden.

Je kunt er echter ook voor kiezen om rechters überhaupt geen grondrechten te laten toetsen. Dat is natuurlijk écht de manier om politisering van het recht te ondervangen. Van oudsher is dat de benadering van de Nederlandse Grondwet geweest. Wij kennen het ‘toetsingsverbod’ (art. 120 Gw) dat een direct beroep door burgers op hun grondrechten voor de rechter onmogelijk maakt. De gedachte is dat het politieke primaat bij de Tweede Kamer hoort te liggen en dat de Nederlandse rechter zich niet heeft uit te spreken over de – per definitie politieke – interpretatie van die vage grondrechten. De Nederlandse wetgever heeft er dus voor gekozen om grondrechten te zien als ‘handleiding’ voor de wetgever en ze niet als ‘troefkaarten’ in de handen van burgers of rechters te geven om via ondemocratische weg hun opvattingen alsnog te realiseren. Het voorstel van de Staatscommissie Grondwet afgelopen donderdag om, in lijn met een wetsvoorstel van Femke Halsema, ons toetsingsverbod op te heffen, heeft dan ook enorme implicaties. Het redelijk apolitieke profiel dat de Hoge Raad tot op heden heeft weten te behouden (hun blunderopmerkingen tegen ‘verrechtsing’ van het strafklimaat daargelaten) zou er in elk geval mee op de tocht komen te staan.

Terug nu naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In strijd met de oorspronkelijke gedachte van onze Grondwet is de Nederlandse interpretatie van vage normen als ‘recht op leven’ en ‘discriminatieverbod’ tegenwoordig niet meer van de Tweede Kamer afhankelijk – zelfs niet van Nederlandse rechters – maar van de stemverhoudingen van mensen uit landen als Rusland, Roemenië, Turkije, Polen, Bulgarije en Litouwen.

En dat hebben we geweten. De afgelopen decennia heeft het Europees Hof niet mis te verstane politieke uitspraken gedaan waaruit moet worden geconcludeerd dat hier sprake is van een machtsovername door het Hof. Zo werd in 2007 bepaald dat de Somalische asielzoeker Salah Sheekh door Nederland niet mocht worden uitgezet, omdat uitzetting in de opvatting van het Hof schending van zijn recht om niet gemarteld te worden zou betekenen. Eerder had de Nederlandse IND echter geconcludeerd dat niet viel aan te tonen dat hij inderdaad gevaar liep. Met een beroep op ‘mensenrechten’ wordt hier dus ingegrepen in ons nationale immigratiebeleid, tot stand gekomen na uitvoerig publiek debat en gesanctioneerd door het democratisch gekozen parlement. In aansluiting op deze zaak werd op 20 juli 2010 bepaald dat een Libische asielzoeker die door de AIVD en later de Nederlandse regering en rechter is aangemerkt als gevaar voor de nationale veiligheid wegens actieve participatie in een jihadnetwerk, toch niet kon worden uitgezet omdat hem in Libië wellicht martelingen zouden wachten. En zoals al even genoemd, verstond het Hof het zelfs om begin deze maand brieven aan Europese ministers zoals Gerd Leers te sturen om uitzetting van uitgeprocedeerde Irakese vluchtelingen tegen te houden. Waar bemoeit het Europees Hof zich mee?

De voorbeelden zijn eindeloos. Denk aan de lopende zaak van Lautsi versus Italië, waarin het Hof in eerste instantie besliste dat aan de muur hangende crucifixen in schoolgebouwen in Italië strijdig zouden zijn met het grondrecht op ‘vrijheid van religie’ en Italië veroordeelde tot het betalen van schadevergoeding wegens ‘immateriële schade’ (de zaak loopt nu nog in tweede instantie). Straks krijgen we misschien een islamitische belangenorganisatie die het Franse boerkaverbod gaat aanvechten in Straatsburg met een beroep op datzelfde ‘recht’ op ‘vrijheid van godsdienst’. Of het Zwitserse minarettenverbod. Wat zal het Hof zeggen? Misschien wel dat een boerka- of minarettenverbod inderdaad in strijd is met de ‘mensenrechten’. Niemand weet het van tevoren.

Democratie veronderstelt soevereiniteit, omdat zonder soevereiniteit het verkozen parlement niets kan uithalen. Door onze soevereiniteit via het Europees Hof aan de wilgen te hangen, heeft er dus een ernstige inbreuk op onze democratie plaatsgehad. Bovendien is het een van de belangrijkste uitgangspunten van de rechtsstaat dat het nationale recht niet zomaar aan de hand van allerlei vage beginselen door een stel buitenlandse rechters van tafel kan worden geveegd. Rechters komen voort uit de nationale rechtsgemeenschap en ontlenen daar ook hun gezag aan. Niemand zou het accepteren als Vlaamse rechters ineens in Nederland recht kwamen spreken – waarom zouden we de rechtsmacht van het Europees Hof dan wél accepteren?

Bescherming van rechtsstaat en democratie vereist dus dat het Europees Hof een radicale koerswijziging ondergaat. De overgrote meerderheid van de zaken waarin het zich vandaag de dag mengt, zou het moeten afdoen als ‘variabel naar nationale voorkeuren’. Het Hof zou slechts in het geweer moeten komen bij extreme verschrikkingen, van het soort dat doet denken aan ’40-’45 (in welk geval het naar alle waarschijnlijkheid overigens volstrekt machteloos zal staan, denk aan voormalig Joegoslavië). Volgt het Hof deze koerswijziging niet, dan dient opheffing serieus te worden overwogen. Verspreiding van natuurrechtelijke morele principes via de mensenrechtendiplomatie blijft een prima zaak, zolang we maar niet de fout begaan die waarden juridisch te codificeren en centraal op te leggen. De intolerantie en beknelling van culturele diversiteit die dat tot gevolg heeft, kan daarvan nooit de bedoeling zijn.

Dit stuk is een bewerking van het boek De rechtsstaat in de 21ste eeuw dat vrijdag verschijnt.

  1. 2

    Europa-cheerleaders vinden dit prima, want wie wil er nu uitgemaakt worden voor provinciaaltje als je ook een weldenkend wereldburger genoemd kunt worden wanneer je deze ondemocratische superstaat kritiekloos omarmt.

  2. 3

    Goed artikel. Laat goed zien dat het woord democratie al lang niet meer van toepassing is in ons land. Pseudocratie of corpocratie is een betere term.

  3. 4

    mooi stuk, maar ik moet nog de eerste tekst lezen die ook de opluchting weergeeft wanneer het hof van Straatsburg een domme nationale wet op z’n nummer zet.
    Of de benadeelede burger gelijk geeft in zijn eenzame strijd tegen zijn nationale overheid.

  4. 6

    Ik vind dit een nogal eenzijdig stuk. De vergelijking met de VS slaat ook nergens op.

    Het Hof voorkomt dat individuele staten wetten opstellen die in strijd zijn met universele mensenrechten. Rechten waar dus alle Europese staten hun handtekening onder hebben gezet. Gratis medische zorg etc. valt daar niet onder, dat is een drogreden.

    Lees het stuk van Manusama, en zie de andere kant van het verhaal.

  5. 7

    Je zou ’t van mij misschien niet verwachten, want ik heb gegruwd van een aantal recente uitspraken van het Hof, maar ik ben het in grote lijnen oneens met dit stukkie. Want:

    1) Het EVRM is niet zo’n verschrikkelijk groot document, dus het aantal zaken waarover het Hof zich kan uitspreken, zijn niet heel groot.

    2) De checks and balances zijn natuurlijk dat Staten kunnen besluiten om uit het EVRM te stappen. Daar zal het Hof het wel heel bont voor moeten maken, maargoed, het *is* een check op hun macht; er is een Europees Hof, er is geen Europese politiemacht.

    3) De ‘deken’ van culturele uniformiteit die het Hof aan de participanten oplegt, is ook een goed ding: we zijn nog maar veertig jaar verwijderd van fascistische regimes in Zuid Europese landen, tenslotte. Of is dat ook een mooie, eigen cultuur ?

    Dat gezegd zijnde, er is nog nooit een instituut geweest dat, als je er gratis geld naar binnen kruit, niet als een dolle groeit in ambities, en ik ben het toch wel met de auteur eens dat landen tegenwoordig prima hun eigen boontjes kunnen doppen.

    Samenvattend: de auteur maakt zich druk om niks, maar het EHRM is eigenlijk ook niks. En ik weet niet wat kwalijker is.

  6. 8

    Mausama:
    Baudet voornaamste argument is het bestaan van een democratisch deficit. Het Hof is niet democratisch gekozen, staat niet onder controle van een democratisch orgaan, en overruled democratisch tot stand gekomen wetgeving. Op zich een zeer valide punt, maar dit punt lijkt slechts te verhullen de antipathie [sic] tegen grondrechten/mensenrechten in het algemeen, terwijl dit toch niet slechts juridische obstakels zijn voor de overheid, maar ook morele piket paaltjes, waarden die we na streven voor iedereen.

    versus Baudet:
    Dat het Europees Hof zich niet beperkt tot de ultieme grenzen van de rechtvaardigheid, maar in feite al het bestaande recht toetst aan de eigen opvattingen, is een onvermijdelijk gevolg van de vaagheid van de ‘fundamentele rechten’ die in het Europees mensenrechtenverdrag zijn vastgelegd. De centrale denkfout achter juridische codificatie van het mensenrechtendiscours is dat universele principes van rechtvaardigheid geen van tijd en plaats afhankelijke interpretatie zouden vergen. Maar dat is nu juist wél het geval.

    Dus hoe ‘fundamenteel’ de beginselen achter deze ‘mensenrechten’ misschien ook zijn, in de praktijk is hun betekenis volkomen onduidelijk en onderwerp van politiek debat. Anders gezegd: wie de macht heeft te bepalen wat een ‘fundamenteel recht’ in de praktijk precies betekent, heeft de macht zijn politieke opvattingen op te leggen aan anderen.

  7. 10

    Laten we vooral democratie niet verwarren met dictatuur van de meerderheid (sorry nog niet verder gekomen dan de eerste alinea en meteen niet veel zin de rest te lezen, gezien al deze eerste misser).

  8. 11

    Het hof in Den Haag beslist dat niet omdat dat “niet mag van het Europees hof”, het hof in Den Haag beslist dat omdat het tegen het EVRM ingaat, tegen fundamentele mensenrechten dus. Het hof heeft niet gezegd dat kraken wel of niet mag, dat is inderdaad een nationale beslissing.

    Het hof heeft alleen gezegd dat je niet zomaar uit je woning (en dat er sprake is van bewoning bij kraken is binnen het Nederlandse recht algemeen geaccepteerd) mag worden gezet zonder mogelijkheid daartegen in beroep te gaan, een vrij redelijk principe. Alle controverse komt niet van het Europese recht, maar van het Nederlandse recht, een abrupte overgang van een legale bewoningssituatie naar een strafbare situatie zonder dat je daartegen mag protesteren.

  9. 12

    Deze overname van de Nederlandse democratie door Straatsburg is onaanvaardbaar.

    Ikzelf vind eigenlijk schending van mensenrechten onaanvaardbaar. Zeker in Nederland.

  10. 14

    Ik merk ook dat je geen kaas hebt gegeten van het verschil tussen “klassieke” en “sociale” grondrechten, dat je ook geen benul hebt van de discriminatieprovisie in het verdrag, die niet elke discriminatie verbied, maar alleen discriminatie wat betreft “het genot van de rechten en vrijheden” in het verdrag.

    Heb je je rechtenstudie wel afgemaakt?

    Als je je eens zou verdiepen in de materie waarover je je geroepen voelt een stuk te schrijven, dan zou je er achter komen dat al die voorbeelden waarin je de mogelijke implicaties van een van de mensenrechten in het belachelijke trekt niet opgaan!

  11. 15

    Goed geschreven, maar ik ben het er totaal niet mee eens. De gekleurdheid is zo sterk. In elke alinea lees je al ongeveer hoe het vlaggetje waait (sterk anti-europees, bijna nationalistisch).

  12. 16

    Echt een ontzettend slecht stuk. Wel de klepel horen luiden maar niet weten waar de klok hangt. De auteur heeft ziet alles waar hij over rept op een vreselijk oppervlakkige wijze. Later een inhoudelijke reactie maar dit is echt NRC en Sargasso onwaardig.

  13. 19

    De auteur maakt niet het onderscheid tussen rechtsstatelijkheid en democratie. Overigens hebben Nederlandse parlementen nog vaker na 1953 protocollen aangenomen. De bepalingen van het EVRM zijn ook nog eens, voor het grootste gedeelte, klassieke grondrechten. Waarin ook nog eens “beoordelingsvrijheid” aan de lidstaten wordt verleend. Bovendien houdt het hof ook nog eens rekening met lokale (nationale) verschillen/gevoeligheden in haar jurisprudentie. Ook moet er eerst een procedure worden gevoerd bij de Nederlandse rechter voordat belanghebbende een beroep kan doen op het hof.

  14. 20

    Ik heb altijd geleerd dat hoger recht boven lager recht gaat. Maar misschien heb ik het verkeerd geleerd en is het precies andersom nl. dat internationaal recht moet wijken voor iedere gril die een paar provinciaaltjes in den Haag maar verzinnen.

  15. 21

    De intolerantie en beknelling van culturele diversiteit die dat tot gevolg heeft, kan daarvan nooit de bedoeling zijn.

    Nu ben ik geen rechtsfilosoof, maar het idee van universele grondrechten lijkt me juist dat ze grenzen stelt aan culturele diversiteit.

  16. 24

    Gaat de discussie verder in het NRC met als initiatiefnemers de VVD, waar GroenLinks op zit te kakken, en de PvdA met Frans Timmermans ook weer een steentje bijdraagt op Facebook:

    Frans Timmermans
    Sap snijdt in NRC een belangrijk onderwerp aan (wens van VVD om EVRM te herzien en positie Hof aan banden te leggen), maar maakt er helaas een plat partijpolitiek verhaal van. Gemiste kans.

  17. 25

    Mooi verhaal, maar omgekeerd lijkt me de stelling, dat de tweede kamer wetten zou moeten kunnen aannemen die in strijd zijn met de grondwet, onhoudbaar.

    De toetsing van de rechtspraktijk aan hetgeen vastgelegd is in de verklaring inzake de Rechten van de Mens, ligt in het verlengde daarvan en Nederland heeft, door die verklaring te ondertekenen vrijwillig afstand gedaan van een stuk souvereiniteit, om toetsing mogelijk te maken

    Bismarck (10) merkt terecht op, dat het bovendien niet zo is, dat het 51% van de bevolking niet vrij staat om de andere 49% haar wil op te leggen. Democratie funcioneert slechts in het geval van respect voor de rechten van de minderheden.

    In aanmerking genomen dat het in het onderhavige heval altijd gaat om de rechten van het individu versus de staat, is het opmerkelijk, dat juist de partijen die een zo gering mogelijke invloed van de staat propageren ten voordele van de enkeling, het sterkst gekant zijn tegen het concretisering van de rechten van het individu.

    Hoe moet je dat nou noemen? Autoritair liberalisme?

  18. 26

    Grappig dat dit genoemd wordt:”Wij kennen het ‘toetsingsverbod’ (art. 120 Gw) dat een direct beroep door burgers op hun grondrechten voor de rechter onmogelijk maakt.”

    Art. 120 stelt in feite de grondwet buitenwerking…. Denk daar maar eens goed over na.