Jef Abbeel

15 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)

De Islam in China

Even vooraf: dit boek biedt meer dan de titel suggereert. De schrijfster (1936), reisbegeleidster sinds 1986, geeft ook een beeld van de islam op zich: inhoud, symbolen, rituelen, militaire expansie in Azië, kunst, handel, Zijderoute. Ze geeft ook een beknopt schematisch overzicht van de Chinese geschiedenis en parallel daarmee van de gebeurtenissen in andere culturen in de rest van de wereld.

Het boek zelf begint met het ontstaan van de islam in de zevende eeuw in Arabië. In minder dan een eeuw (651-751)stonden de Arabische legers in Spanje, aan de Indus en aan de grenzen van China. De schrijfster verklaart die snelle veroveringen door de efficiënte militaire kracht, de mobiliserende ideologie, de religieuze en culturele band, die ook vandaag nog altijd bestaat. Allicht speelde de zwakheid van de tegenstanders ook een rol. Vervolgens geeft ze een introductie in de islam, met verklaring van een aantal begrippen en symbolen.

Vanaf 650, 100 jaar dus voor de veldslag bij de Talas rivier, stuurden Arabische kaliefen gezanten naar China. Dat was blijkbaar al de wens van Mohammed. Vele Arabische kooplieden vestigden zich in Chinese steden, o.a. in Kanton/Guangzhou. De zijderoute, een naam die pas in 1870 gegeven werd door de Duitse geograaf Ferdinand von Richthofen, verbond Xi’an (“Westelijke Vrede”) met de Middellandse zee. De route was 11.265 km lang. De auteur zegt niet wanneer ze precies ontstond.

Helden van de lange afstand

In de periode tussen 1964/1972 en 1980 hadden België en Nederland zoveel toppers op lange afstanden, dat men zich in het buitenland afvroeg wat het geheim was van hun successen. Dat geheim is nooit gevonden en was er wellicht ook niet. Tenzij heel veel wilskracht, zeer harde training en sterke onderlinge concurrentie. Toegegeven: de echte opmars van de Afrikanen moest nog komen.

Ivan Sonck, prominent atletiekkenner sinds een kleine halve eeuw, selecteerde en interviewde er 12, een mooi Bijbels getal.

Hij begint bij Aurèle Vandendriessche. Tijdens de Olympische Spelen van Tokyo (1964) was zijn ochtendpols 31 slagen per minuut. Zijn begeleiding was primitief, de materiële beloning bijna nihil. Hij werkte voltijds, maar trainde toch nog 250 km per week, in alle weersomstandigheden. Elke dag ging hij om acht u naar bed en stond hij om vier uur op, om zijn eerste 30 km al te trainen. Op de Olympische Spelen liep het telkens fout, maar in Boston klopte hij Abebe Bikila en Mamo Wolde met resp. 6 en 12 minuten. Ondanks zijn gemiste kansen, is hij een gelukkig man.

De tweede in de rij is Miel Puttemans. Chronologisch hoort Roelants hier thuis, maar Sonck koos voor afwisseling. Puttemans had wel de nodige faciliteiten en perfecte begeleiders, o.a. Mon Vanden Eynde, die ook Roelants begeleidde en die hoge kwaliteit verkoos boven kwantiteit. Puttemans was een man van veel wereldrecords (16) en heel veel wedstrijden, maar het Olympisch goud was voor Viren en anderen. Zijn duels met Bedford en Viren waren indrukwekkend.

Foto: Enric Borràs (cc)

Atlas van het Israelisch-Palestijnse conflict

De relatie tussen Joden/Israëli’s en Palestijnen zorgt al ruim 100 jaar voor spanningen in het Midden-Oosten. Een oplossing is nog lang niet in zicht. De Palestijnen bezitten nog maar elf procent van hun territorium van 1947 en Israël is niet geneigd de in 1967 bezette gebieden terug te geven of vluchtelingen te laten terugkeren naar hun dorp of stad van herkomst. Beide antagonisten maken aanspraak op dezelfde gebieden, steden, heilige plaatsen, zeker op Jeruzalem en de geschiedenis van haat en geweld is lang.

Malkit Shoshan is zelf een joodse, opgegroeid in een context van volle bewondering voor het mirakel Israël, waarin de periode van 2000 jaar ballingschap genegeerd werd en gedaan werd alsof Israël altijd bestaan had, zonder verband met de Palestijnse tragedie.



Haar atlas is niet de eerste. Martin Gilbert stelde in 1993 al zijn atlas samen over de geschiedenis vanaf 636 na Christus. Het is een briljant boek met heldere kaarten, die klassikaal ook zeer bruikbaar zijn. Van zijn hand is ook nog een atlas van de Joodse geschiedenis, vanaf 2.000 voor Christus, waarin het conflict in een iets andere context aanwezig is. Vreemd genoeg ontbreken beide atlassen in de bibliografie van Shoshan. De atlas van Shoshan en designer Joost Grootens begint in 1040 v.C. en reikt tot 2010 n.C. Hij overkoepelt dus drie millennia.

Foto: Eric Heupel (cc)

Dag Vlaanderen

Als Christian Deborsu ergens aan begint, mag je er zeker van zijn dat het een succes wordt. Dat geldt voor zijn tv-reportages zoals Bye bye Belgium, dat is ook zo voor dit boek: binnen een maand was het aan zijn tweede druk toe. Na drie maanden was de kaap van 20 000 verkochte exemplaren bereikt.

De Namenaar vliegt er meteen in met twee pagina’s vragen over Vlamingen en Walen, waardoor de nieuwsgierigheid van de lezer onmiddellijk geprikkeld wordt. Enkele voorbeelden: Waarom is de Waalse hoofdstad een Vlaamse stad? Waarom zijn de Walen armer dan de Vlamingen? Waarom loopt er een taalgrens door België? Waarom zijn de Walen het enige volk op aarde dat weigert meer autonomie te krijgen? Hoe gaan we best om met Walen? Welke gevolgen zou een splitsing van België met zich meebrengen? Waarom wordt BHV niet (volledig) gesplitst?

De toon is gezet, de lezer is gemotiveerd, in de loop van het boek krijgt hij op alles een antwoord en bovendien in korte, niet vermoeiende  stukken, die je los van elkaar kunt lezen en die verre van ingewikkeld  zijn.

In de eerste eeuw na Christus vestigde Sedrochius, een koning uit Tongeren, zich op de citadel. De eerste naam werd Sedrochië. Rond 300 maakte de katholieke bisschop van Tongeren een einde aan de verering van de heidense god Nam. Hij werd Nam mutum, de stomme Nam. Daaruit zou Namen zijn ontstaan. In 1263 verkocht graaf Boudewijn II van Namen, tevens  keizer van Byzantium, zijn graafschap aan de graaf van Vlaanderen. Gevolg: op de Naamse vlag prijkt de Vlaamse Leeuw. Volgens de legende hielpen Naamse ruiters de Vlamingen winnen in de Guldensporenslag (11 juli 1302). Maar die 600 helpers waren Duitse, Limburgse en Brabantse huurlingen, geen pure Namenaars (21). Over de Naamse steltenlopers bestaat een legende dat de inwoners op die manier in 1313 vergiffenis kwamen vragen voor hun opstanden van 1293 en 1313 tegen het Vlaams bewind (1263-1421). De veelvuldige overstromingen van Samber en Maas vormden de ware oorzaak. De steltenlopers traden op bij het bezoek van Karel V (1515), Lodewijk XIV (1693), tsaar Peter de Grote (1717) en Napoleon (1803).

Foto: Eric Heupel (cc)

Bouwen aan een betere samenleving

De kunst die ontstond ten tijde van Stalin, Hitler, Mussolini, Mao en Saddam Hoessein werd gecontroleerd door foute regimes en heeft daardoor altijd een slechte reputatie gehad. Het feit dat de artiesten, ook de toonaangevende, berust hebben in, meegewerkt hebben met of zelfs gepleit hebben voor toezicht van de staat over kunst en cultuur, heeft hen geen goed gedaan.

De artiest stond namelijk in dienst van de propaganda, hij moest de idealen van de revolutie of de grootsheid van het nieuwe Rome en van het Derde Rijk promoten bij de massa en in het buitenland. Hij kon zich niet bezig houden met “l’art pour l’art”, zijn creaties werden door kunsthistorici dan ook niet au sérieux genomen en eerder gecatalogeerd onder de noemer culturele kitsch.

Igor Golomstock, specialist in de kunst van de Renaissance en van de 20e eeuw, denkt daar duidelijk heel anders over. Hij was lid van de vereniging van sovjetkunstenaars en verbonden aan het Poesjkin museum. Hij verliet de Sovjet-Unie in de jaren ’80 en werd professor aan de universiteiten van St. Andrews, Essex en Oxford.

Hij beweert dat de totalitaire kunst de tweede stijl was van de 20e eeuw, na het modernisme van Bauhaus en zijn Russische variant, het constructivisme. Die kunstvorm werd door Stalin verboden in 1932 en Hitler volgde hem na  in 1933.

Foto: Eric Heupel (cc)

Terreur en droom

Moskou 1937: Stalin staat op zijn hoogtepunt en toch veroorzaakt hij de eerste georganiseerde massamoord in de Europese geschiedenis. Ten minste als we het uitroeien en uithongeren van koelakken, Oekraïners en andere inwoners hier niet bij rekenen.

700.000 mensen worden schijnbaar zinloos doodgeschoten en 1,3 miljoen anderen verdwijnen in straf- en werkkampen. Blijkbaar hadden de Sovjetburgers nog niet genoeg geleden onder de Eerste Wereldoorlog (15 miljoen doden) en onder de uithongering tijdens de collectivisatie.

De executies van 1937 hadden bovendien iets onwezenlijks, dat we met ons verstand nog altijd niet kunnen bevatten. Bij de nazi’s wisten joden, zigeuners, homo’s en communisten dat ze gevaar liepen. Bij Stalin wisten de slachtoffers niet waarom precies zij uitgekozen werden, want ze beschouwden zichzelf als voortreffelijke patriotten. Onder hen waren overtuigde leiders van de revolutie (zoals Boecharin), wereldwijd bekende staatslieden en diplomaten, bedrijfsleiders, uiterst bekwame militairen, kortom: mensen die onmisbaar waren voor de heropbouw van het land.

En net zij werden beschuldigd van aanslagen en opstanden, spionage voor de vijand, sabotage van fabrieken, mijnen of van wetenschappelijk onderzoek. En nog minder begrijpelijk is dat zij onder druk bekenden dat zij dat allemaal gedaan hadden en dat hun familieleden en vrienden die bekentenissen ook nog gingen geloven, als ze er ten minste iets van te weten kwamen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Anekdotes, bijgeloof en goddelijke inmenging volgens Plutarchus

Plutarchus/Ploutarchos leefde van 46 tot 120 na Christus. Zoals je aan zijn naam kunt zien, stamde hij  uit een rijke familie in Chaironeia, Boiotië. Hij studeerde in Athene, reisde naar Egypte en Rome, was priester van het orakel van Delphi en schreef over zeer uiteenlopende onderwerpen.

In Plutarchus, Biografieën, Deel V staan de vertaalde parallelle biografieën van prominente figuren uit de Grieks-Romeinse Oudheid: de beroemde Atheense leider Perikles en de Romeinse politicus en immer treuzelende veldheer  Fabius Maximus Cunctator, tegenstander van Hannibal; Alkibiades, strateeg van Athene tijdens de Peloponnesische oorlog (431-404) en Gaius Marcius Coriolanus. Plutarchus verheerlijkt Perikles minder dan Thucydides, voor wie het de onkreukbare pater patriae was. Bij de aristocratische Plutarchus heeft hij ook enkele zwakke kanten: hij kocht het volk om met landverdelingen, theatersubsidies en gesalarieerde baantjes, waardoor het slechte gewoontes aannam en tuk werd op luxe en onbeperkte vrijheid.

Plutarchus heeft ook  kritiek op zijn buitenlandse politiek: hij ontketende de Samische oorlog om zijn vriendin Aspasia ter wille te zijn en de Peloponnesische wegens persoonlijke haat tegenover de Megarenzers en om te ontsnappen aan processen waarin zijn vertrouwelingen Feidias, Aspasia en Anaxagoras betrokken werden. Hij geeft wel toe dat de waarheid hieromtrent onduidelijk is.

Foto: Eric Heupel (cc)

Atlas van het hiernamaals

(klik op het plaatje voor een vergroting)

Zolang de mensen bestaan, hebben zij zich afgevraagd hoe hun levenseinde eruit zou zien en welk verband er zou zijn met hun gedrag op aarde. Velen hopen dat ze later beloond zullen worden voor hun goede daden en dat anderen bestraft zullen worden voor hun misdaden. Doordat er helaas nog niemand teruggekeerd is uit het hiernamaals en er nog niemand een getuigenis afgelegd heeft, weten we er dus niets over.

De auteurs van deze geïllustreerde atlas beschrijven hoe verschillende godsdiensten en culturen zich het leven na de dood voorstellen en zij illustreren dat telkens met zelfbedachte kaarten. Zowel hun beschrijving als hun kaarten getuigen van veel geduld en veel inlevingsvermogen. Scepticisme is meestal afwezig.
Ze beweren dat hun atlas de eerste in de geschiedenis van de mensheid is waarin voorstellingen van hemel, hel en andere oorden na de dood in kaart worden gebracht. We gaan dat niet ontkennen.

De atlas begint met de Mesopotamische en Perzische onderwereld en eindigt met een hedendaagse voorstelling in de vorm van een metronet. Tussen deze twee uitersten zitten de Egyptenaren, Grieken en Romeinen, Hebreeërs, hindoeïsme en boeddhisme, Kelten, Islamieten, Sint-Brandaan en Tondalus, Jeruzalem, Dante, Luilekkerland, Renaissance, Reformatie en Contrareformatie, Barok, Swedenborg, Verlichting en Romantiek.

Foto: Eric Heupel (cc)

Boekrecensie | 45 miljoen doden

Mao’s Grote Sprong (1958-1962) was een grootschalig communistisch avontuur, bedoeld  om agrarisch China in hoog tempo om te vormen tot een industriële grootmacht, die zou kunnen wedijveren met de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië. Het experiment van boerenzoon Mao, een voluntarist zonder economische opleiding, ontaardde in de meest dramatische periode uit de 62-jarige geschiedenis van de Volksrepubliek.

Frank Dikötter is sinoloog, van Nederlandse origine en professor aan de universiteiten van Hongkong en Londen. Hoewel die hongersnood nog altijd taboe is in het huidige China, waar vetklinieken voor tieners van 100 tot 300 kilo het omgekeerd fenomeen vormen, mocht de auteur een resem provinciale archieven inkijken. De centrale archieven van de CCP in Beijing zullen wellicht pas in de verre toekomst toegankelijk zijn.

Die provinciale archieven bevatten schrijnende getuigenissen en doen Dikötter concluderen dat het dodental 45 miljoen was in plaats van 30 miljoen, zoals tot nu toe verondersteld werd.

De auteur geeft eerst een algemeen chronologisch overzicht van de gebeurtenissen in China, de SU en zijn bondgenoten, van 1949 tot 1966.Daarbij zien we dat Mao en andere partijleiders de SU bezochten in 1949 en 1957 en Chroesjtsjov naar Beijing kwam in 1958. Tijdens de ontmoeting in november 1957 voorspelde Chroesjtsjov de zijn land de VSA zou inhalen in 15 jaar tijd en dat China hetzelfde zou doen met Groot-Brittannië. De tweede voorspelling kwam uit, maar dan in 50 jaar.

Foto: Eric Heupel (cc)

Urbanisatie in China

In China verlopen heel veel zaken sneller dan elders in de wereld. Dat geldt ook voor de massale trek van arbeiders en jongeren naar de steden aan de oostkust en voor de gigantische nieuwbouwprojecten die hiermee gepaard gaan. Uitgeverij 010 uit Rotterdam  volgt deze gebeurtenissen op de voet, zoals eerder al bleek uit hun monumentale  studie “The Chinese Dream. A society under Construction” uit 2008.

Dat algemeen overzicht wordt nu aangevuld met een detailstudie over de havenstad Shanghai, waarmee Rotterdam goede banden heeft: Shanghai New Towns. In tegenstelling met andere miljoenensteden die bijna uit het niets verrezen, heeft Shanghai een traditie van ruim 150 jaar internationale havenstad en contactplaats tussen China en het Westen. Stadsplattegrondjes uit 1843 e.v. illustreren dit (p. 10-11).

Een internationaal team van auteurs schetst eerst de evolutie sinds 1978, vervolgens de historische groei en dan staan ze weer stil bij de hedendaagse urbanisatie.

Sinds 1978 is de diameter van de stad elk jaar gemiddeld 1 kilometer langer geworden, vooral in westelijke richting. Het stedelijk Master Plan van 1999-2020, waarvan de succesrijke wereldtentoonstelling het bekendste onderdeel vormde, werkt(e) policentrisch met drie soorten proefprojecten : stadswijken van 50.000 inwoners, New Towns van 50.000 tot 500.000 en New Cities van 500.000 tot een miljoen. De Huangpu en de Yangtze spelen een centrale rol in deze urbanisatie.

Foto: Eric Heupel (cc)

Boekrecensie | Catharina de Grote

Catharina II is het onderwerp van de biografie van Simon Dixon, Catharina de Grote. Catharina, eigenlijk Sophie Auguste Frederike van Anhalt-Zerbst (1729), werd grootvorstin van Rusland van 1744 tot 1761 en tsarina van 1762 tot 1796. Ze was geboren in Stettin (nu Polen), toen het  onbeduidend Duitse  vorstendom Anhalt. Toch slaagde ze erin te trouwen met Peter III, die maar even tsaar was (1761-1762) en toen vermoord werd. Catharina speelde de baas over hem en over haar twaalf steeds jongere minnaars.

Zij correspondeerde met bekende filosofen zoals Voltaire en Diderot en ze maakte veel indruk op Voltaire , hoewel ze elkaar nooit ontmoet hebben. Ze kocht de boeken  van beide filosofen op voor de Hermitage. In het boek staan tientallen voorbeelden van brieven van Catharina aan Voltaire, maar helaas geen van Voltaire aan haar.

Maar in Rusland, Oekraïne en Polen  was haar beleid niet zo verlicht. En de Franse Revolutie was een schok voor haar, zeker toen ze in april 1792 doodsbedreigingen kreeg van Franse revolutionairen. Het was voor haar een reden om de teugels van haar regime  nog strakker in handen te houden. Ze verrijkte de Hermitage met ruim duizend westerse schilderijen, onder meer van Rubens en Rembrandt.

Foto: Eric Heupel (cc)

Boekrecensie | Vechten met een gasballon

De Eerste Wereldoorlog staat traditioneel geboekstaafd als een langdurig conflict in de loopgraven van West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk plus op vele andere plaatsen in Europa en in heel de wereld. De luchtgevechten tussen Belgen, Fransen en Britten enerzijds en Duitsers anderzijds kregen altijd veel minder aandacht. Toch is er al genoeg over gepubliceerd blijkt uit de gespecialiseerde bibliografie, waarmee Bernard Deneckere zijn studie Luchtoorlog boven België afsluit.

Deneckere beschrijft als eerste de luchtoorlog van 1914, met andere woorden de eerste vijf maanden van de Eerste Wereldoorlog. Hij legt niet uit waarom hij niets zegt over de volgende drie jaar. Hij begint met een overzicht van de luchtmachten van België, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.

De eerste vlucht met een vliegtuig werd verwezenlijkt door de gebroeders Wright in 1903, dus nauwelijks 11 jaar voor het grote conflict. De eerste oversteek van het Kanaal vond plaats in 1908. Het Belgische leger startte in 1913 met luchtvaart in Brasschaat. Ballonvaart had men al sinds 1887. België begon de oorlog met circa 20 vliegtuigen, waarvan de helft eigendom was van de (al dan niet adellijke ) piloot. Duitsland had circa 250 toestellen, meer dan Frankrijk, Engeland en België samen.

Volgende