Veiligheid: realiteit versus gevoelens

Dat in het veiligheidsdiscours feit en gevoelens ver uiteen lopen, is bekend. Maar hoe ga je daarmee om? Cameradeskundige Sander Flight doet een poging.

Onlangs mocht ik voor een gezelschap van zo’n dertig mensen praten over het verschil tussen feitelijke veiligheid en het gevoel van veiligheid. Daar hou ik me al zo’n vijftien jaar mee bezig en het was leuk om dat in vijftien minuten samen te vatten. Het goeie nieuws: er is eindelijk echte aandacht voor gevoelens en niet alleen maar voor de feiten. Het slechte nieuws: we hebben nog maar weinig inzicht in wat echt werkt om veiligheidsgevoelens te verbeteren.

Eerst de realiteit: hoe veilig is het echt?

De realiteit is dat het al jaren achter elkaar steeds veiliger wordt, maar dat mensen zich niet veiliger voelen. De kans op slachtofferschap van criminaliteit, ook als we alleen maar kijken naar geweld, nam spectaculair af de laatste tien jaar.

Als we kijken naar een stad als Amsterdam zien we dat tussen 2008 en 2011 de index voor feitelijke veiligheid 15% verbeterde, terwijl de index voor subjectieve veiligheid 3% slechter werd. Het werd veiliger, maar we voelen ons onveiliger.

En kijk eens naar Amsterdam Zuidoost: daar werd het tussen 2008 en 2011 maar liefst 33% veiliger in objectieve zin. Minder diefstallen, inbraken, berovingen, overvallen, vechtpartijen. Maar voelen mensen in Zuidoost zich veiliger? Nee: ze voelen zich nu 15% onveiliger dan drie jaar geleden. Hier is wat raars aan de hand. De feitelijke veiligheid en het gevoel van veiligheid zijn niet aan elkaar gekoppeld. Het komt dus niet vanzelf goed.

Moeten mensen niet zo zeuren?

Het is verleidelijk om te ontkennen dat er een probleem is: kijk maar naar de cijfers! U bent ten onrechte bang, dus daar ga ik geen aandacht aan besteden als overheid. Maar ontkenning is onverstandig: gevoelens zijn belangrijk, want ze hebben echte consequenties. Mensen die ’s avonds hun deur niet meer open durven te doen, die niet ingrijpen als er op straat iets misgaat, die het openbaar vervoer mijden of gewoon minder vaak op straat zijn.

Psychologie van de angst

Bruce Schneier heeft uitgezocht hoe het komt dat mensen bang worden. Hoe angst werkt. Hij ontdekte de volgende mechanismen in onze hoofden:

  • We overschatten kleine risico’s en onderschatten grote risico’s: terrorisme of neerstortende vliegtuigen voelen enger dan huiselijk geweld of autorijden;
  • Het onbekende is enger dan het bekende: mensen zijn bang om door een vreemde te worden ontvoerd of vermoord, terwijl de meeste ontvoeringen en moorden door bekenden van het slachtoffer worden gepleegd;
  • Gepersonificeerde risico’s lijken groter dan anonieme risico’s: Bin Laden is eng omdat hij een naam heeft;
  • We onderschatten risico’s waar we controle over hebben en we overschatten risico’s waar we geen controle over hebben: parachutespringen en roken zijn minder eng dan vliegtuigen en terrorisme;
  • We zijn slecht in heel grote en heel kleine cijfers: het grapje 1, 2, 3, veel klopt wel ongeveer. En een kans van één op duizend of één op een miljoen is ongeveer hetzelfde: bijna nooit.

Dit is allemaal erg jammer, want het maakt het moeilijk om bij het uitkiezen van veiligheidsmaatregelen rationeel te werk te gaan. We zijn bereid om (veel) geld uit te geven aan maatregelen, maar als we ons richten op problemen die in realiteit niet bestaan of nauwelijks een risico vormen, is dat zonde van het geld.

Individuele psychologie en instincten verander je niet zomaar. Maar je kan wél proberen bewust om te gaan met het verschil tussen realiteit en gevoelens als je een camerasysteem aanschaft, een winkelstraat veiliger probeert te maken of een heel land een veilig gevoel probeert te geven.

Model

Goed, we hebben dus gevoel enerzijds en realiteit anderzijds. We maken het nog iets ingewikkelder: we voegen ‘model’ toe. Wat is een model? Geen fotomodel of een rolmodel, maar een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Een manier om iets inzichtelijk te maken wat je zelf niet direct kan zien of ervaren.
Het model dat we hanteren voor DNA is een goed voorbeeld. DNA kan je niet zien, maar we kennen allemaal het model van de dubbele helix. Bacterieen zie je alleen met een microscoop, maar ook daarvoor hebben we modellen in ons hoofd. Ook voor veiligheid hanteren we modellen om zaken te snappen die we niet zelf kunnen ervaren.

Toen ik een keer op vakantie was in Griekenland, liet het NOS-journaal een kaartje zien waarop alle bosbranden waren getekend. Het leek voor de thuisblijvers alsof het hele land in de fik stond. Maar ik was er en ik zag met eigen ogen dat het nogal meeviel. Het was maar een klein brandje dat eigenlijk alweer uit was en eigenlijk gebeurde het elke twee jaar dat het bos in brand vloog. Het was ook goed voor de bodem, dus iedereen ging door met winkelen, eten en drinken. En ik dus ook. Ik kon het model dat door de media werd aangeboden corrigeren door mijn eigen ervaringen. Maar de thuisblijvers die er niet bij waren, konden dat niet en namen het gepresenteerde model over. Zij dachten dat heel Griekenland zou afbranden.

Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor terrorisme. De meesten van ons hebben dat gelukkig nooit zelf aan den lijve ondervonden. Dus baseren we ons op het model dat ons wordt aangeboden in de media of de politiek. Code groen, code oranje, code rood. Enge mannen met baarden en jurken in een grot in Afghanistan en Pakistan met snode plannen, handgranaten en plattegronden van onze stations en vliegvelden. Ik heb geen idee of dat beeld klopt, want ik kan het niet corrigeren door mijn feitelijke ervaring en ik krijg ook maar weinig andere modellen aangereikt om uit te kiezen. Dus neem ik het model over.

Hoe komen we aan onze modellen over veiligheid?

Allereerst via de media. En wat doen de media? Die herhalen incidenten eindeloos en vergroten ze uit. Maar nieuws is per definitie ‘dat wat bijna nooit gebeurt’. When it’s in the news, don’t worry about it, zegt Bruce Schneier.

Een tweede belangrijke bron waar we onze modellen van overnemen zijn onze leiders: de politiek. En daar is iets bijzonders aan de hand. Er is een duidelijke verharding zichtbaar in het veiligheidsdiscours sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Criminaliteit wordt nu beschouwd als een groot maatschappelijk probleem en volgens de meeste politici zijn alleen harde maatregelen in staat om het probleem terug te dringen. David Garland schreef daarover in zijn boek Culture of Control en ook onze eigen Hans Boutellier in zijn Veiligheidsutopie. Het dominante model dat we via de politiek aangereikt krijgen is er één van a) de problemen zijn zeer groot, b) actie is noodzakelijk en c) harde maatregelen werken beter dan zachte maatregelen.

Media en politiek houden elkaar in een houdgreep

De meeste partijen hebben het model van ‘groot probleem, hard aanpakken’ in meer of mindere mate overgenomen. Dat doen ze omdat ze het idee hebben dat het electoraat bang is en om harde maatregelen vraagt. Maar is dat zo? Monique Koemans promoveerde onlangs op een onderzoek in dertien Vogelaarwijken. Het bleek dat de bewoners van die wijken vinden dat politici de problemen vaak overdrijven en maatregelen invoeren voor politiek gewin. De bewoners zelf vragen niet om harde maatregelen, maar krijgen ze dus wel.

Weg van de minste weerstand

De overheid wil graag wat dóen als mensen zich onveilig voelen. En hoe doe je dat het snelste? Door de weg van de minste weerstand te kiezen: je koopt een setje camera’s, je hangt DNA-spray op, je laat de politie of toezichthouders extra surveilleren of fouilleren (al iets moeilijker te realiseren) of je past de wet aan zodat er bij geweld tegen brandweerlieden dubbele straffen worden geeist. Dat leidt tot allerlei vormen van veiligheidstheater (Bruce Schneier). De reden? It’s easier to change places than people (Ron Clark).

Maar deze werkwijze kan averechts uitpakken: het kan een buurt of een groep mensen stigmatiseren. Het kan mensen angst aanjagen. Kijk maar naar de cijfers: het gevoel van onveiligheid kan toenemen in buurten waar het feitelijk veiliger wordt. Amsterdam Zuidoost werd in 2009 opgeschrikt door een aantal wapenincidenten, de media sprongen er bovenop en iedereen vond dat er wat moest gebeuren. Er zijn camera’s gekomen, een buurtveiligheidsteam, extra surveillance, de Top 600 aanpak – noem maar op. En wat gebeurde met het gevoel van onveiligheid? Dat nam toe tussen 2008 en 2011 (met 15%). Terwijl de feitelijke veiligheid met 33% verbeterde waardoor Zuidoost nu veiliger is dan het Amsterdamse gemiddelde.

Wat moet je dan wel doen? Moeite.

Wat de politiek ook kan doen is een ander model bieden. Een ander frame. Een andere manier om de werkelijkheid te begrijpen. Niet vanuit angst en onveiligheid, maar vanuit veiligheid en zelfvertrouwen. Om angst te verminderen en zelfvertrouwen te stimuleren moet je mensen een handelingsperspectief geven. Als iemand bang is voor spinnen, confronteer je hem met spinnen en laat je zien dat het wel meevalt. Als iemand bang is voor de jongeren in de buurt, moet je ook de confrontatie met je angsten aangaan. Daardoor krijg je zelfvertrouwen en klaag je minder snel over overlast (want het voelt niet meer als overlast als je weet wie het doet). En mocht het toch te erg worden, dan bel je niet meteen de politie, maar ga je naar buiten en vraag je of het wat zachter kan.

Tafel van Twaalf

Marnix Eysink Smeets ontwikkelde de Tafel van Twaalf. Daarin staan twaalf dingen die je als overheid moet doen om het veiligheidsgevoel te verbeteren. De twaalf maatregelen zijn geclusterd in drie blokken:
1. Neem onveiligheid weg: reageer op ingrijpende incidenten en bied nazorg
2. Toon steunend publiek leiderschap: wees transparant, maar niet opdringerig met informatie over onveiligheid
3. Versterk de veiligheid: zorg voor menselijk toezicht, een overzichtelijke omgeving en sociale cohesie

De eerste twee punten gebeuren nu al redelijk goed. Maar het derde punt krijgt nog veel te weinig aandacht. In het kort zou je kunnen zeggen dat de oplossing zou zijn om niet meer zoveel over bewoners te praten, maar meer mét bewoners. Laat ze zelf in actie komen als ze een probleem voelen en faciliteer als overheid wat je de moeite waard vindt. Rol die initiatieven vervolgens niet over de hele stad uit, want uitrollen werkt niet. En knuffel ze ook niet dood door ze over te nemen. Doe wat er van je wordt gevraagd en zorg dat het vuurtje van enthousiasme blijft branden.

Samenvattend

Politici kunnen de wereld niet veranderen. Shit happens: neerstortende vliegtuigen, omvallende cruiseschepen en gekken met een vuurwapen. Dat verander je niet. Ook de logica van de media kan je niet zomaar veranderen. Dus er zal over incidenten worden geschreven en mensen zullen het ook willen lezen. De individuele psychologie verander je ook niet: dat zijn onze instincten die we in eeuwen evolutie hebben ontwikkeld om te overleven. Maar politici kunnen wel andere en betere modellen aanbieden om veiligheid te gaan begrijpen. Daarbij zou het handelingsperspectief centraal moeten staan: als mensen in beweging komen kunnen ze weer controle over hun eigen omgeving krijgen en meer zelfvertrouwen.

Dan worden de modellen en de angstgevoelens die mensen krijgen aangereikt gecorrigeerd door hun eigen ervaringen. Ze krijgen weer zelfvertrouwen en zin in hun buurt. Je moet problemen niet ontkennen, maar je moet ze ook niet groter maken dan ze zijn door er veiligheidstheater voor te ontwikkelen. Je moet ze samen aanpakken.

Links
Bruce Schneier – Gevoel, feiten en modellen (TED-filmpje)
David Garland – Culture of Controle
Hans Boutellier – De Veiligheidsutopie
Marnix Eysink Smeets – Tafel van Twaalf
Ron Clark – Situational Crime Prevention

foto LWPrencipe

  1. 1

    “En kijk eens naar Amsterdam Zuidoost: daar werd het tussen 2008 en 2011 maar liefst 33% veiliger in objectieve zin. Minder diefstallen, inbraken, berovingen, overvallen, vechtpartijen. Maar voelen mensen in Zuidoost zich veiliger? Nee: ze voelen zich nu 15% onveiliger dan drie jaar geleden. ”

    Is het absolute aantal diefstallen e.d. een goede meeteenheid om veiligheid te meten? Nee. Wellicht waren er minder diefstallen omdat de mensen echt bang zijn en daarom minder de straat opgaan. Er zijn dus wellicht minder diefstallen, maar wellicht is de kans op diefstal (#diefstallen/#mensen op straat) gestegen.

    Misschien is dit interessante literatuur voor je: http://www.bascole.nl/wp-content/uploads/2011/08/Politierapport-Omdat-de-samenleving-eraan-toe-is-Sezen-Bascole.pdf

  2. 2

    “Goed, we hebben dus gevoel enerzijds en realiteit anderzijds.”

    Goed, we hebben dus deze redenering enerzijds, en de realiteit anderzijds. Fysiek geweld is niet het enige dat intimideert. Ik zou gokken dat beledigende opmerkingen of dreigende blikken van onfrisse jongerentypes voor een groter deel bij aan gevoelens van onveiligheid bijdragen dan, inderdaad, daadwerkelijk slachtofferschap. Gegevens over een eventuele toe- of afname van dergelijke ‘intimidatettes’ zijn er uiteraard niet, al zou je op basis van het (gepolariseerde) klimaat van vandaag de dag natuurlijk wel een gokje wagen en zeggen dat het er niet vriendelijker op is geworden de laatste tien jaar.

    Mijn punt is, uit deze gegevens kun je deze (inmiddels clichématige) conclusie dus helemaal niet trekken. Dat gevoelens van onveiligheid dan dus maar niks met de dagelijkse realiteit te maken hebben, bedoel ik. Je kan hooguit concluderen dat deze gevoelens niet in overeenstemming zijn met de beschikbare gegevens … die (uiteraard) zeer beperkt zijn.

    Resumerend: u verwart enkele gegevens met ‘de realiteit’, en de kop van dit artikel had net zo goed kunnen zijn: “Veiligheid: realiteit versus gegevens”.

  3. 4

    “Is het absolute aantal diefstallen e.d. een goede meeteenheid om veiligheid te meten?”
    Ja, tenzij je aan kunt tonen, dat er ook 15% minder mensen op straat komen. Het is niet voldoende zo maar te roepen, dat er wellicht minder mensen op straat kwamen (afgezien van het feit, dat mij dat onzin lijkt).

  4. 5

    “Mijn punt is, uit deze gegevens kun je deze (inmiddels clichématige) conclusie dus helemaal niet trekken. Dat gevoelens van onveiligheid dan dus maar niks met de dagelijkse realiteit te maken hebben, bedoel ik”
    Huh? Je hebt die stelling zojuist nog eens bewezen. “dat beledigende opmerkingen of dreigende blikken van onfrisse jongerentypes voor een groter deel bij aan gevoelens van onveiligheid bijdragen” schrijf je zelf. De gevoelens van onveiligheid nemen toe.

  5. 7

    “Huh? Je hebt die stelling zojuist nog eens bewezen. […] De gevoelens van onveiligheid nemen toe.”

    Ik ontken dan ook nergens dat gevoelens van onveiligheid toenemen, ik weerleg dat je uit deze gegevens kunt concluderen dat die gevoelens niet geworteld zijn in de realiteit.

    Graag uitgelegd …

  6. 9

    Nou eigenlijk geef je dat wel toe. Dreigende blikken en beledigende opmerkingen (indien niet gevolgd door geweld of andere criminaliteit) hebben immers op de objectieve veiligheid geen enkel effect. Wat jij beschrijft is puur het veiligheidsgevoel.

  7. 10

    Het lijkt een paradox,hoe veiliger je de omgeving denkt te maken des te angstiger wordt de bevolking,,maar het is een logisch gevolg van te veel betutteling door de overheid.
    De vergelijking dringt zich op van peuters die in een kinderveilige steriele omgeving opgroeien maar vatbaarder blijken voor allergieen en ziektekiemen. .

  8. 11

    Nee, ik weerleg aanvankelijk alleen de bewering dat ‘realiteit’ beperkt is tot (gegevens over) ‘fysiek geweld’.

    Maar nu jullie het zeggen, ik ga inderdaad ook niet mee met jullie definitie van ‘feitelijke veiligheid’. Veiligheid is in dit geval volgens mij namelijk niet hetzelfde als ‘de afwezigheid van fysiek geweld’, maar de afwezigheid van ‘het gevaar van fysiek geweld’. En wie zegt dat zulke kleine intimidaties ongevaarlijk zijn? Zou je dat kunnen zeggen alleen omdat ze in de meeste gevallen niet resulteren in geweld?

    En als zo’n situatie puur en alleen goed afloopt doordat de ‘geïntimideerde’ zijn blik naar de grond richt en zich gedeisd houdt, puur en alleen doordat de intimidatie geslaagd is dus, is dat dan hetzelfde als ‘veiligheid’? Kun je dan echt zeggen dat het slachtoffer van die intimidatie niet in gevaar is geweest?

  9. 12

    Over ‘feitelijke veiligheid’ heb ik net in #11 al wat gezegd, maar ik wil nog opmerken dat blikken noch opmerkingen doorgaans buiten de definitie van realiteit vallen.

  10. 13

    “maar de afwezigheid van ‘het gevaar van fysiek geweld’. En wie zegt dat zulke kleine intimidaties ongevaarlijk zijn? Zou je dat kunnen zeggen alleen omdat ze in de meeste gevallen niet resulteren in geweld? ”

    Dat blijkt, de hoeveelheid geweld is immers fors afgenomen. Daarmee is er dus objectief minder kans op geweld, ongeacht een eventuele (volledig speculatieve!) toename in intimidaties. Overigens moet je nog eerst eens hard maken dat er meer geïntimideerd wordt en dat daar meer op gereageerd wordt met neergeslagen blikken (waardoor de veiligheid dus toeneemt).

  11. 14

    Volgens mij heeft die toenemende angst vooral te maken met het taboe op geweld. Er is niets mis mee om af en toe een mep uit te delen aan een stuk onverlaat dat zich aldus krekel dreigend en sissend ophoudt in je buurt. Waarom voelde men zich vroeger niet onveilig? Omdat er gemeenschapsgevoel bestond. Als er hommeles was in de buurt, werd dat even rechtgezet – en daar was geen politie bij nodig. Maar ja, we leven in een samenleving waar we alles, inclusief ons gezond verstand, hebben uitbesteed aan een ‘professional’. Wat je overhoudt is een mietjesmaatschappij.

  12. 15

    Ik beweer helemaal nergens dat zulke ‘intimidatettes’ vaker voorkomen, ik zeg alleen dat ze helemaal niet gemeten worden en dus niet in de gegevens voorkomen, maar dat het wél reële aanleidingen zijn voor gevoelens van onveiligheid. En dat maakt alle verschil van de wereld voor een uitspraak als: ‘realiteit versus gevoelens’.

    Zo’n uitspraak stelt namelijk expliciet: ‘er is geen reële aanleiding voor gevoelens van onveiligheid’, en impliciet: ‘mensen die zulke gevoelens toch ervaren hebben een verminderde werkelijkheidszin’.

    Mijn punt is: je kunt helemaal niet stellen dat er geen aanleiding is voor gevoelens van onveiligheid – want er zijn wel méér aanleidingen voor gevoelens van onveiligheid dan alléén fysiek geweld (aanleidingen die overigens net zo reëel zijn als fysiek geweld, alleen minder goed meetbaar).

    Een solide punt, en volgens mij niet al te moeilijk om te begrijpen.

  13. 16

    Leuke vergelijking, @L.Brusselman. Ik herinner me een onderzoek naar angst voor woninginbraak, waaruit bleek dat mensen banger werden voor inbraak naarmate het langer geleden was dat het ze was overkomen. De ervaring bleek bij velen louterend te werken. De verzekering vergoedt de spullen, de politie komt even langs en men kan er weer jaren tegen. Uitzondering waren de mensen die thuis waren op het moment van de inbraak – die voelden zich daarna juist onveiliger.

    De logische aanbeveling zou dus zijn: laat kinderen af en toe een hap aarde nemen voor de weerstand en laat mensen vooral ervaringen opdoen met criminaliteit die de angst kunnen indammen. Maar om nou te zeggen dat het een goed idee is om alle barrieres weg te halen zodat mensen lekker vaak kunnen worden bedreigd, beroofd of bestolen gaat me te ver.

  14. 17

    @15: Dat kan, maar dan ga je gierend offtopic. Het gaat immers om de tegenstelling “De feitelijke veiligheid en het gevoel van veiligheid zijn niet aan elkaar gekoppeld.”

  15. 18

    @ 017

    Oke. Misschien moet ik stukjes voortaan ook eerst lezen voor ik reageer, en niet alleen de titel.

    Maar dan nog (punt 2) ben ik het niet met jullie (jij & pedro) eens dat ‘geen incidenten’ ook hetzelfde is als ‘geen gevaar’. De Koude Oorlog is bijvoorbeeld niet uitgebroken in WOIII, dat wil niet zeggen dat dat gevaar ook helemaal niet bestond.

  16. 21

    Die schijten al decenia-lang dezelfde bagger,dus daaraan kan het niet liggen.Verbieden heeft geen zin(en ik hou niet van verboden),de pretzenders zijn er ook nog.En het internet niet te vergeten met al die”enge” sites.

  17. 23

    Ook al is de criminaliteit 0%, daarmee is het vertrouwen van de burger nog niet mee terug.

    Sommige mensen die overvallen worden kunnen daar jaren en jaren last van hebben. De kans is aanzienlijk dat hun gevoel van veiligheid nooit meer het oude niveau bereikt.

    Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

  18. 26

    Da’s wat te kort door de bocht lijkt me. Het gaat in elk geval op de manier waarop je de omgeving veiliger maakt.

    Zaken die meestal genoemd worden als ‘sociale veiligheid’, zoals bv betere verlichting of meer mensen met betrokkenheid voor de omgeving vergroten zowel de werkelijke als de gevoelsmatige veiligheid.

    Zaken die echter meer gericht zijn op het benadrukken van de onveiligheid, zoals de ‘bewustwordingscampagnes’ (zoals een ingehuurde inbreker die de fiets uit je schuur haalt en vervolgens aan de deur komt om te vertellen wat er allemaal schort aan de beveiliging van je huis) creeren veiligheid ten koste van het gevoel. Dat is natuurlijk ook de intentie – want het zijn juist die onveiligheidsgevoelens die moeten aanzetten tot actie die iemand die zich veilig voelt niet zou nemen.

    Het is echter heel prima mogelijk om gevaren terug te brengen zonder de angst van de burgers op te jagen.

  19. 28

    Dat is natuurlijk waar. Mensen willen meestal ook pas geloven dat Nederland in een politiestaat is veranderd als ze zelf ooit eens wegens wildplassen op het politieburo zijn beland.

    Aangezien zelfs in en politiestaat lang niet alle mensen op het politieburo belanden, al is het maar wegens tijdgebrek, zul je altijd mensen hebben die denken dat er niets aan de hand is.

    En niet alle mensen wonen in Rhenen, natuurlijk.

  20. 34

    Boeiend artikel.

    Onveiligheidsgevoel: vlak niet uit dat mensen calculeren bij deze onderzoeken. Ze weten dat als iedereen antwoordt dat het veilig voelt, de bezuiniging op veiligheid nog dezelfde dag wordt ingeboekt en dat de veiligheid in de toekomst achteruit kan gaan. Bovendien: veel mensen vinden dat de veiligheid niet groot genoeg kan zijn. Zeggen dat je je veilig voelt is dan geen verstandig antwoord. Kortom: “Voelt u zich onveilig?” “Zeker weten. Heel erg.”

    En dan heb je nog de PVV Den Haag.

  21. 35

    @L. Brusselman: Vaak is er geen mogelijkheid om snel een advocaat te bellen om te horen hoe ver je kunt gaan.

    Een als je het echt goed wilt doen. Bijvoorbeeld door een hinderlaag te zetten, dan mag het weer niet.

    Nee, beveiliging en het gebruiken van geweld is mijn vak niet en als ik het doe dan blijft dat amateuristisch gedoe. Ik voel daar, afgezien van impulsief geweld, niks voor.

    De overheid heeft veel meer middelen om terug te slaan dan ik dat heb. Uiteindelijk hebben ze zelfs F16’s. Laat de overheid ze maar raken.

  22. 36

    Het is een kwestie van improviseren,als je een beetje menselijk bent voel je zelf wel aan tot hoe ver je kunt gaan,we zijn toch verantwoordelijke burgers…
    Ik ben tenminste nooit in de problemen gekomen door gepast geweld.

  23. 40

    Ze vallen alleen onder de realiteit van het gevoel van de waarnemer. Je toont daarmee niet aan, dat de blikken of opmerkingen dreigend bedoeld zijn, noch dat er nu meer dreigende blikken of opmerkingen zijn dan 3 jaar geleden.

    Na het proces tegen Geert zou ik juist zeggen, dat er veel minder dreigende blikken en opmerkingen zijn dan vroeger, omdat de rechter heeft bepaald, dat zijn opmerkingen, die we vroeger als dreigende taal betitelden, niet bedreigend zijn en gewoon toegelaten moeten worden. Maar als we het dan toch over verharding van de maatschappij hebben, is de verharding, en een daar aan gekoppelde mogelijke toename van dreigende blikken en opmerkingen, vooral aan die kant van de samenleving te vinden. Vandaar ook, dat ik de voor een groot deel allochtone inwoners van Amsterdam Zuid Oost wel begrijp. De veiligheid in de wijk is weliswaar objectief verbeterd, maar de allochtone bewoners voelen zich meer en meer bedreigd door nationalistisch rechts.

  24. 41

    Vroeger werden ook veel negatieve geweldsuitingen getolereerd of zelfs geaccepteerd. Racisme, seksisme, huiselijk geweld waren zogezegd evenveel geaccepteerd als correctief geweld. Roepen dat dat een gouden tijd van gezond verstand voorstelde is natuurlijk onzin en gebaseerd op een romantisering van het verleden.

  25. 42

    “Zo’n uitspraak stelt namelijk expliciet: ‘er is geen reële aanleiding voor gevoelens van onveiligheid’, en impliciet: ‘mensen die zulke gevoelens toch ervaren hebben een verminderde werkelijkheidszin’. ”
    Nee hoor. Die mensen halen feiten en meningen door elkaar en daar verander je niks aan door hier een semantische discussie over wat werkelijkheid is of wat we er onder kunnen verstaan van te maken.

    “Veiligheid is in dit geval volgens mij namelijk niet hetzelfde als ‘de afwezigheid van fysiek geweld’, maar de afwezigheid van ‘het gevaar van fysiek geweld’.”
    Als er minder fysiek geweld plaats vind, is er ook minder gevaar, dat je daar slachtoffer van wordt. Dat mensen dan toch denken, dat er meer gevaar is, is niet reëel.

    “want er zijn wel méér aanleidingen voor gevoelens van onveiligheid dan alléén fysiek geweld”
    Helemaal waar, maar dat zijn gevoelens. Die zijn reëel voor de persoon zelf, maar daar buiten niet. Ze maken deel uit van de realiteit van die persoon en niet van de realiteit van anderen.

  26. 43

    “Nee hoor. Die mensen halen feiten en meningen door elkaar en daar verander je niks aan door hier een semantische discussie over wat werkelijkheid is of wat we er onder kunnen verstaan van te maken.”

    Semantische discussie? Het is geen semantische discussie. Het is niet eens een discussie … Opmerkingen en blikken zijn reëel. Wil je nu serieus gaan beweren dat opmerkingen ‘ingebeeld’ zijn? Waarom ga je dan überhaupt deze discussie aan, als je werkelijk gelooft dat mijn opmerkingen allemaal slechts in je hoofd zitten? Wat een bizarre opmerking … gelukkig beeld ik ‘m slechts in, anders was ik van mijn stoel gevallen.

    “Als er minder fysiek geweld plaats vind, is er ook minder gevaar, dat je daar slachtoffer van wordt. Dat mensen dan toch denken, dat er meer gevaar is, is niet reëel.”

    Nee, dat klopt gewoon niet. Ik verwijs je naar mijn eerdere opmerking over de Koude Oorlog. Dat iets niet escaleert tot geweld wil niet zeggen dat dat gevaar helemaal niet bestond.

    “Helemaal waar, maar dat zijn gevoelens. Die zijn reëel voor de persoon zelf, maar daar buiten niet. Ze maken deel uit van de realiteit van die persoon en niet van de realiteit van anderen.”

    Ja, die gevoelens zijn gevoelens inderdaad. Maar reële aanleidingen voor die gevoelens zijn reële aanleidingen voor die gevoelens. Jij stelt dat er maar één reële aanleiding is voor gevoelens van onveiligheid, en dat die wonder boven wonder nog allemaal gedocumenteerd zijn ook … ik stel dat dat een krankjorume gedachte is.

  27. 44

    Bang in een hoekje zitten bibberen getuigt ook niet echt van gezond verstand ,dan kies ik toch liever voor wat weerbaarheid.De voorbeelden die je geeft zijn wel wat extreem,eerder lijken ze me bedoeld om Dimitri iets in zijn schoenen te schuiven dat hij niet gezegd heeft.

  28. 45

    “Semantische discussie? Het is geen semantische discussie. Het is niet eens een discussie”
    Jij stelt feitelijk, dat dreigende blikken en opmerkingen reëel toe zijn genomen, maar bewijst dat nergens. Bovendien moeten we dan ook nog maar eens aan nemen, dat die blikken en opmerkingen allemaal dreigend bedoeld zijn, en niet alleen maar zo op worden gevat door de mensen, die zich onveiliger voelen. We hebben het over een interpretatie van een blik of een opmerking, die misschien bedreigend bedoeld is, en jij stelt, dat deel van de realiteit is. Ik kan je zeggen, dat dat voor mij en voor vele anderen niet tot de realiteit behoort, en dat maakt dat een semantische discussie.

    “Opmerkingen en blikken zijn reëel. Wil je nu serieus gaan beweren dat opmerkingen ‘ingebeeld’ zijn?”
    Nee, opmerkingen en blikken zijn reëel, maar je toont nergens aan, dat ze bedreigend zijn, of dat ze zijn toe genomen, dus kun je niet stellen, dat die de oorzaak van een toegenomen gevoel van onveiligheid veroorzaken.

    “Waarom ga je dan überhaupt deze discussie aan, als je werkelijk gelooft dat mijn opmerkingen allemaal slechts in je hoofd zitten? Wat een bizarre opmerking … gelukkig beeld ik ‘m slechts in, anders was ik van mijn stoel gevallen”
    Je beeldt je idd dingen in, die ik niet gezegd of bedoeld heb. Die dingen, die je je in beeldt, zijn niet reëel.

    “Nee, dat klopt gewoon niet. Ik verwijs je naar mijn eerdere opmerking over de Koude Oorlog. Dat iets niet escaleert tot geweld wil niet zeggen dat dat gevaar helemaal niet bestond”.
    Het gevaar bestond. We hebben het er hier over, of het gevaar toe is genomen of niet, niet over de vraag of het wel of niet bestaat. Dat is een stropop.
    Er is 1 duidelijk aanwijsbaar moment geweest, waarop het gevaar toe nam, maar toen was er een duidelijke reële aanleiding voor, die niet op een gevoel was gebaseerd.

    “Ja, die gevoelens zijn gevoelens inderdaad. Maar reële aanleidingen voor die gevoelens zijn reële aanleidingen voor die gevoelens. Jij stelt dat er maar één reële aanleiding is voor gevoelens van onveiligheid, en dat die wonder boven wonder nog allemaal gedocumenteerd zijn ook …”
    Het onderzoek bewijst, dat de reële aanleidingen verminderd zijn, terwijl de gevoelens toe zijn genomen. Jij stelt, dat die gevoelens desondanks reëel zijn… En dan zijn we weer terug bij de semantische discussie, of we gevoelens, gebaseerd op op een onbewezen toename van het aantal dreigende blikken of opmerkingen, tot de realiteit moeten rekenen. Ik houd het liever bij de bewijsbare feiten: als het aantal inbraken in mijn woonbuurt af neemt, neemt ook het gevaar af, dat er bij mij in wordt gebroken, en zegt het niets over de realiteit, dat ik een aantal voorbij lopende jongeren er van verdenk, dat ze bij mij in willen breken, omdat een van hen bij mij naar binnen keek en ik dat als dreigend ervaar.

  29. 48

    Punt is wel dat roepen dat gemeenschapszin vroeger de veiligheid vergrootte niet voor iedereen opging. Vooral als je buiten de gemeenschap viel qua uiterlijk of gedragingen zal er uiteindelijk weinig aan gehad hebben. Ik denk dat racisme en huiselijk geweld juist zeer relevant zijn en zeker niet extreem. Een vrouw die vroeger door haar man geslagen werd zou vroeger eerder verweten worden het te hebben verdiend dan dat haar grieven serieus genomen werden. Verder neem ik aan dat Dimitri chargeert. Erg serieus kan ik het in ieder geval niet nemen.

  30. 49

    Precies.

    Je moet ook leren weerbaar te zijn. Je moet ook zelf geweld kunnen toepassen om jezelf te beschermen of preventief in te grijpen. De overheid heeft nu een monopolie op geweld, maar als ze dat misbruikt moet je je als burger wel kunnen beschermen tot een bepaalde mate. Ik heb tenminste nog nooit van een advocaat gehoord die tussen jou en de knuppel gaat staan. Pas als er iets te verdienen valt, dan zijn ze er voor je.

  31. 51

    We overdrijven allemaal wat,dat hoort erbij.De essentie komt in ieder geval wel over.
    Dgenen die buiten de gemeenschap vallen zijn nog steeds het meest kwetsbaar daar is niet veel aan veranderd,nu wordt alleen de schijn opgehouden dat dat niet meer het geval zou zijn.

  32. 52

    “Jij stelt feitelijk, dat dreigende blikken en opmerkingen reëel toe zijn genomen, maar bewijst dat nergens.”

    Nee, dat stel ik nergens. Ik heb zelfs meerdere malen expliciet gezegd dat ik dat juist níét stel! Ik stel alleen dat ‘geweldsincidenten’ níét de enige teller is onder de noemer ‘realiteit’ in deze discussie, en als voorbeeld noem ik intimiderend gedrag.

    Of ‘intimiderend gedrag’ is toegenomen of afgenomen weet ik inderdaad niet, het doet er voor mijn punt ook helemaal niet toe: geweldsincidenten zijn niet de enige realiteit, dus de bewering dat ‘gevoelens van onveiligheid’ ingaan tégen ‘de realiteit’ kan je op basis van een handjevol gegevens over geweldsincidenten niet concluderen.

    Voor de duidelijkheid: ik zeg niet dat de conclusie niet klopt, ik zeg niet dat-ie wel klopt, ik zeg niet dat intimiderend gedrag is toegenomen, ik zeg niet dat het is afgenomen, ik zeg niet dat oliebollen gemaakt zijn door kobolds, ik zeg niet dat kobolds gemaakt zijn van oliebollen, ik zeg alleen dat de je die conclusie niet kan trekken deze gegevens.

    Daarnaast hanteren we ook een andere definitie van ‘veiligheid’. Als Roodkapje voortaan met een getrokken pistool door het Sprookjesbos loopt en als gevolg daarvan weinig last meer heeft van de Boze Wolf, dan zou jij concluderen dat het Sprookjesbos dus veiliger is geworden (en verder dat het dús een beetje belachelijk is om met getrokken pistool rond te lopen, aangezien de cijfers duidelijk laten zien dat het Sprookjesbos de laatste tijd objectief gezien veiliger is geworden). Ik zou daarentegen niet concluderen dat het Sprookjesbos veiliger is geworden, maar dat Roodkapje voorzichtiger is geworden.

    Veiligheid is wat mij betreft dus niet eenvoudigweg omgekeerd evenredig met het aantal geweldsincidenten, want dat laatste hangt ook samen met andere factoren (o.a. de voorzichtigheid dus, die weer samenhangt met, inderdaad, gevoelens van onveiligheid).

    N.B., voor de duidelijkheid, want ik begin je te leren kennen inmiddels: ik stel dus niet dát Roodkapje met een getrokken pistool door het bos loopt, ik stel niet eens dat Roodkapje überhaupt voorzichtiger is geworden … ik stel enkel en alleen dat we daar géén gegevens over hebben, en dat de gegevens over enkel het aantal Boze Wolf-incidenten niet genoeg is om te kunnen concluderen dat het ‘de realiteit’ is dat het Sprookjesbos veiliger is geworden.

    Zo! Je tweede zin ga ik niet eens lezen, heb ik besloten. Alles wat ik wilde duidelijk maken, is wat mij betreft voldoende duidelijk. Ga in veiligheid, of wees voorzichtig. Amen. Sela.

  33. 53

    @052: het is dus net zo goed mogelijk, dat het niet waar is, dat een toegenomen gevoel van onveiligheid op een toename van het aantal dreigende blikken of opmerkingen is gebaseerd. Als iets niet waar is, is het niet reëel en is de toegenomen angst niet op de realiteit gebaseerd.

    PS: dat je je nu al op sprookjes moet gaan beroepen maakt je casus voor een misschien wel of misschien toch weer niet reëel toegenomen dreiging er niet sterker op.

  34. 54

    “het is dus net zo goed mogelijk, dat het niet waar is, dat een toegenomen gevoel van onveiligheid op een toename van het aantal dreigende blikken of opmerkingen is gebaseerd.”

    Ik zei inderdaad, voor de honderdmiljoenste keer, dat ik helemaal niets zeg over de (on)juistheid van de conclusie. En ik zei inderdaad, eveneens voor de honderdmiljoenste keer, dat ik niet zeg dat er een toename is van het aantal dreigende opmerkingen of blikken. Heel goed.

    “PS: dat je je nu al op sprookjes moet gaan beroepen maakt je casus voor een misschien wel of misschien toch weer niet reëel toegenomen dreiging er niet sterker op.”

    Ik wilde mijn punt ook niet sterker te maken, maar duidelijker. Vergeefs, kennelijk, want je blijft zeggen dat ik dingen beweer die ik niet beweer, en, sterker nog, je blijft zelfs zeggen dat ik dingen beweer waarvan ik zelfs meerdere keren expliciet heb gezegd dat ik ze niet beweer.

    Nu is mijn geduld op. Ik reageer niet meer op je.

  35. 55

    Je zei dat de conclusie niet getrokken kan worden. Dat is een duidelijke uitspraak over de (on)juistheid van de conclusie.

    PS: je tweede punt heb ik geaccepteerd. Vandaar dat ik al schreef ‘misschien wel en misschien toch weer niet’.

  36. 56

    Ik voel me niet veilig. De dader wordt beschermd. Informatie is voor de dader vrij toegankelijk. Daarmee zijn getuigen van zijn wandaden dus ook niet veilig. Na de eerste bedreigingen tegen getuigen die mij hebben geholpen, laat ik inmiddels dan ook niemand meer in mijn belang getuigen. Deze mensen zouden hun leven niet zeker zijn als ze het wel doen. De politie is werkelijk aan handen en voeten gebonden en doet zijn uiterste best om mij toch maar te beschermen als het weer eens zover is. Maar ze kunnen niets structureels omdat er geen wetgeving is waar ze iets mee zouden kunnen. Daar komt bij dat alle bestaande dossiers van incidenten, overtredingen en misdaden al dan niet met politie bemoeienis absoluut niet aan elkaar gekoppeld zijn. En als er dan in een periode al dikke dossiers liggen, worden ze door de belangrijkste personen, zoals officieren van justitie of personen die moeten beslissen over het wel en wee van de toekomst van kinderen niet of nauwelijks gelezen. Dit geeft deze geraffineerde persoon, en ik wil niet weten hoeveel anderen er zijn zoals hij, de gelegenheid om met leugens en bedrog werkelijk iedere keer weer opnieuw te beginnen. En dat gaat dan zo, totdat hij de volgende keer weer ernstig ontspoort. Als dat gebeurt breekt er weer een periode van betrekkelijke rust aan omdat ik eindelijk weer wordt gehoord, men kan niet meer om het bewijs voor het bestaan van een reële dreiging heen, en dan krijgen we voor korte tijd weer iets wat kan doorgaan voor bescherming. Maar ja, dan zijn we inmiddels vaak alweer een aantal maanden van ellende verder. Het slachtoffer wordt dan ook nog eens benoemd tot dader. “Had je hem maar niet uit moeten lokken.”. Hoezo verantwoordelijkheid voor het eigen handelen? Ik werk toch ook via rechtszaken en ga niet tegen hem tekeer. Of deze, “Had je maar niet met hem moeten trouwen”. En ja dat is bij herhaling en door zo’n beetje elke instantie wel een keer tegen me gezegd. Ik weet nu ook wel dat het dom was om te trouwen met een kwaadaardige narcist, maar ik weet zeker dat u dezelfde fout zou maken. Sterker nog, ik zie dat elke nieuwe persoon die met hem te maken krijgt in eerste instantie exact dezelfde inschattingsfout maakt als ik zoveel jaren geleden. Uiteindelijk wordt iedereen die met hem te maken heeft, eerder of later, slachtoffer. Er zijn dan ook al heel veel ego’s gesneuveld in zijn oorlog tegen de wereld en het slachtveld van de hulpverlening. En dus probeer ik onder deze bedreiging mijn leven weer op te pakken. Maar lieve overheid, help me dan en bescherm mij en de kinderen. Ik zit echt in een nare situatie en dat al jaren. Maar inmiddels heb ik mogen vaststellen, dat je als slachtoffer in Nederland, eigenlijk geen rechten hebt, anders dan het recht om telkens weer en telkens opnieuw geslagen te worden. Je krijgt geen informatie, je bent in eerste instantie schuldig tot het tegendeel bewezen is en je mag het allemaal verder zelf uitzoeken. Als zelfs medewerkers van slachtofferhulp, de gemeente, de woningstichting, reclassering, de politie en jeugdzorg slachtoffer worden van deze man, welke kans hebben ik en de kinderen dan nog? En dus ben ik bang. Elke dag ben ik bang, en elke dag kijk ik heel vaak over mijn schouder. En dat al 6 jaar lang. Veiligheid in Nederland is een gecultiveerde illusie voor de meerderheid en een utopische luxe voor moeders met kinderen van gewelddadige en psychotische ex-genoten in een rammelend overheidsstelsel.