Waterdag en PET-flesjes
Wereldwaterdag is een goed moment om afscheid te nemen van de onzin die gebotteld water is, zegt Europarlementariër Judith Merkies (PvdA).
Vandaag is het wereldwaterdag. Politici, lobbyisten en mensen uit het bedrijfsleven verzamelen zich in vergaderzaaltjes om te praten over hoe we met ons allen voorzichtiger met ons drinkwater om kunnen gaan. Ook in het Europees Parlement, waar voor iedere deelnemers van de discussie over de waterstrategie van de EU of over het innovatiepartnerschap voor water kleine 33cl PET-flesjes klaar staan. De productie van elke liter gebotteld water kost drie liter water. En die flesjes, daar moeten we ook eens van af.
Je kunt geen koelkast verkopen aan een Eskimo. En zelfs een natuurtalent in marketing, krijgt weinig klandizie wanneer hij zand verpakt en verkoopt in de Sahara. Waarom laten Nederlanders – die zich kunnen beroepen op een prima kraanwatervoorziening – zich dan wel een loer draaien door de industrie van gebotteld water?
Uit flesje niet beter dan kraanwater
In Nederland betaal je voor duizend liter kraanwater ongeveer 1,50 €. Voor een zelfde prijs koop je één, hooguit twee, flesjes bronwater bij de supermarkt op het station of uit de automaat. Je betaalt dus duizend tot vijftienhonderd keer zo veel voor een product dat op geen enkele manier superieur is. Want de vaak lachwekkende beweringen over ´intense zuivering´, en de pittoreske afbeeldingen van bergtoppen en kronkelende beekjes ten spijt – kraanwater of fonteintjes met gefilterd water blijken keer op keer net zo gezond te zijn als water in dure flesjes.




