De Alliantie: hart voor wonen
COLUMN - RINNNNNGGG!
– Hallo, wie is daar?
– ALLIANTIE! [Op de toon van POLITIE!]
– Komt u binnen.
[Door rechtszaken met de Alliantie weet ik dat je ze altijd binnen moet laten. Tenminste, dat drukte me mijn advocaat op het hart. ‘Laat ze altijd binnen,’ zei hij, ‘je bent er niet toe verplicht, maar laat ze in godsnaam altijd binnen.’ Dat doe ik dus zonder morren, al kon dit bezoek niet slechter vallen. Het is de meivakantie, de werkster is twee weken niet geweest. Overal een centimeter dik stof, onbeschrijfelijke bende omdat wij de vakantie aangegrepen hebben om voltijds in de tuin aan het klussen te slaan – Mijnheer OZ maakt schuttingen, ik Soft Building-meubilair van piepschuim in steigerdoek en visnet ingepakt). De tuin lijkt hierdoor op Bosnië in mindere tijden. Hopen zware vieze visnetten als loopgraven, stapels hout, gereedschap, zaagsel, een anker voor een schip van 500 ton met ankerbol en ankerboei, een barbecue en een vuurkorf die ik beide nooit heb gebruikt maar die (afdankertjes van iemand anders) eruit zien alsof wij elke avond te boel zitten te verroken. Ikzelf: ongewassen, haar in drie kleuren van uitloop, boven op mijn hoofd haastig bijeengeraapt door een klem, fleecetrui onder de kattenharen, joggingbroek. Een tokkie. Alleen de kratten lege flessen en de asbakken vol peuken missen nog.]