Vrouwke van Stavast

5 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)

In het belang van de kinderen

COLUMN - Nog altijd wordt er in Frankrijk heftig geprotesteerd tegen adoptie door homostellen. Maar vreemdgaan lijkt oké te zijn.

De beelden van de maîtresse van Mitterand, naast zijn echtgenote aan het graf, gingen ooit de wereld over. Met bewondering/verbijstering/jaloezie werd er vanuit de rest van de wereld gekeken naar de schijnbaar moeiteloze wijze waarop beide vrouwen elkaars verdriet om dezelfde man verdroegen. Frankrijk, het land van amour, films vol (niet) functioneel naakt, ingewikkelde relaties en een vrije seksuele moraal.

Uit dat Frankrijk is het succes van Gleeden geboren: een buitenechtelijke datingsite van Amerikaanse origine, maar groot in Frankrijk. Gleeden adverteert op enorme billboards in alle metrostations. Wekenlang zag ik de poster van een wat ordinair aandoende bruid die haar vingers achter haar rug kruist. Op het moment dat ze eeuwige trouw belooft, liegt ze. En dat is oké in Frankrijk. Want tot mijn verbazing bleven de posters onbeschadigd hangen. De Fransen keken ernaar en dachten blijkbaar: dat moet kunnen, zo’n site die vreemdgaan faciliteert. Nooit zag ik een protestleus op een van de posters, laat staan een scheur. Geen cri de coeur van een bedrogen echtgenoot, geen noodkreet van een kind dat het huwelijk van z’n ouders zag stranden. Fransen en de seksuele moraal, het blijft verbazen.

Foto: bkbinfrankrijk (cc)

Bitterballen, Bløf en Bruna in Institut Neerlandais

COLUMN - Het Institut Neerlandais in Parijs sluit eind dit jaar haar deuren. Op het forum Nederlanders.fr spreekt een aantal landgenoten schande, een paar artikeltjes in de Franse pers, et voilà, einde van het oproer.

Ik kom er nooit. Niet alleen omdat ik Nederlandse ben, en het instituut zich primair op de verspreiding van de Nederlandse cultuur onder de Fransen richt. Maar ook omdat ik getraumatiseerd achterbleef na een telefoontje met de afdeling Taalonderwijs. Ik waagde het eens om te bellen over de mogelijkheden tot het volgen van Nederlandse les door mijn kinderen, en werd dusdanig arrogant te woord gestaan dat ik weer aan de pillen moest tegen mijn telefobie.

De drempel van het schitterende pand aan Rue de Lille is voor mij te hoog. Ook veel bevriende Nederlanders in Parijs zetten er moeilijk een stap naar binnen. Hun mening: op z’n best een elitair clubje, op z’n slechtst een subsidie-slurpende instelling. In die zin past het Institut Neerlandais uitstekend in Parijs, waar cultuur een eerste levensbehoefte is, die zwaar gesubsidieerd door het leven mag gaan. In een dergelijke sfeer van ‘ons-kent-ons’ cultuurliefhebbers, is iedereen best tevreden met zichzelf. Dan komt zo’n sluiting extra hard aan.

Ik denk dat er sinds de dagen van de hoofdredacteur van NRC Handelsblad, Peter Vandermeersch, in Parijs niet zo heel veel veranderd is.

Foto: fdecomite (cc)

Le coq est mort

COLUMN - Ook in Frankrijk is het crisis, merkt de verhuurder van Vrouwke van Stavast op. Tijd voor hem om het land te verlaten.

‘Weet u waarom Frankrijk een haan in het wapen voert?’ vraagt mijn verhuurder, de oudere rijke monsieur T. tijdens een onverwacht avondlijk bezoek. ‘Nee,’ zeg ik. Waarop T. antwoordt: ‘Omdat het het het enige dier is dat met z’n poten in de stront staat en toch vrolijk door kraait.’

‘Madame, de situatie is desastreus,’ verklaart hij zich nader. ‘Buitenlandse bedrijven vertrekken vanwege de hoge belastingen en een totaal afwezige arbeidsethos. Maar de regering, de vakbonden en ja zelfs de top van het Franse bedrijfsleven hebben elkaar gevonden in een duivels pact, waarbij ze almaar roepen hoe onterecht het toch is dat Frankrijk zo verketterd wordt door de rest van de westerse wereld.

Het zijn gevaarlijke tijden madame. Dit land is een communistische staat aan het worden, op de rand van een totale collaps. Ik kom dan ook mijn vertrek uit Parijs aankondigen.’

‘Wow, monsieur T., u gaat Depardieu achterna?’ ‘Ik ben niet gek madame, ik zal mij in Marrakech vestigen.’ Even dacht ik dat hij alleen gekomen was om mij zijn persoonlijke visie op de zorgwekkende toestand van de Franse staat te geven en een toelichting op zijn aanstaande vertrek. Maar monsieur T. komt nooit zomaar langs voor een praatje.

Foto: Alec Vuijlsteke (cc)

Vijf essentiële Franse zinnen

COLUMN - Waarin gastschrijver Vrouwke van Stavast, woonachtig in lichtstad Parijs (ook wel het Eindhoven van Frankrijk) uitlegt hoe u zich om kunt vormen tot quasi Parisienne met vijf eenvoudig te leren Franse zinnetjes.

Vergeet grammaire en vocabulaire, passé composé, un en une. In Frankrijk heb je slechts vijf zinnen nodig om voor vol te worden aangezien.

Tijdens mijn eerste weken in Parijs was overleven noodzaak. Voor taalcursussen had ik geen tijd. Ik redde mijzelf met slechts vijf zinnen die deuren voor me openden, onverstaanbare conversaties tot een goed einde brachten en me tegelijkertijd het imago gaven van een buitenlandse die razendsnel op weg is naar het ultieme doel: être une quasi Parisienne (een echte is niet haalbaar). 

1. Ça marche (pas)

In ons fijne authentieke appartementengebouw werkt de lift vaker niet dan wel. De buurvrouw en ik staan samen vergeefs op de lift te wachten. Ik:”Ça marche pas hein?” Schouders ophalend nemen we de trap. Hetzelfde doet een uurtje of wat later de monteur van Orange, die mijn internetverbinding komt maken. Wij kijken naar de router. Zijn blik is zorgelijk. Ik: “Ça marche pas?”. Hij: “Non….. bladiebladie et ohlalala”.  Als die avond de boodschappen via de trap omhoog worden gebracht door de Carrefour bezorger wijs ik naar de lift en zeg: “Ça marche pas!” Ik neem de boodschappen van hem over, waarbij ik me zichtbaar vertil. Hij kijkt ietwat vragend, maar ik zeg snel: “Ça marche, ça marche”. ‘Ça marche’ werkt onder alle omstandigheden.

Foto: Thomas Bartherote (cc)

Sarkozy 2017

COLUMN - Nicolas Sarkozy noemt het zijn morele plicht om zich in 2017 verkiesbaar te stellen nu François Hollande zijn vrouw niet in de hand weet te houden en er een puinhoop van zou maken. Gastschrijver Vrouwke van Stavast, woonachtig in het pittoreske Franse stadje Parijs, zet l’un et l’autre op een rijtje.

Sarkozy komt terug. Hij kan niet anders. Of,  zoals hij het volgens le Canard Enchaîné van vandaag, zelf tegen partijgenoot en voormalig minister van Landbouw Bruno Le Maire zou hebben gezegd: “Het is de vraag of ik een keuze heb, moreel gezien, om niet terug te keren.” (Zie ook dit artikel in Le Post Huffington, red.)

Volgens Sarkozy is de staat van het land onder vijf maanden Hollande al dusdanig verslechterd, dat het nog een hele klus zal zijn om in 2017 (na vijf jaar Hollande!) Frankrijk er weer bovenop te helpen. Financieel aan de afgrond, internationaal ongezien en überhaupt… in een desolate staat. Alleen een man van het kaliber Sarkozy kan Frankrijk er weer bovenop helpen. Dat gelooft hij zelf, maar inmiddels ook heel veel Fransen dat. 

Genoeg van Francois Normal
François Hollande vecht al sinds zijn aantreden met de schaduw van zijn voorganger. Als ‘Francois Normal’ was hij voor veel Fransen het alternatief voor de in hun ogen elitaire kliek die tot dan toe aan de macht was. De hard werkende burger, versus de Rolex dragende glamourman. Maar nu, in het najaar van 2012, lijken ze al genoeg te hebben van zijn grijze politiek, zijn belastingplannen en zeker van zijn vrouw.