RECENSIE - Jan Dijkgraaf wordt nooit boos. Echt waar. Er is maar één uitzondering, schrijft hij in de eerste zin van de inleiding van zijn boekje: ‘als ik een boze burger wordt genoemd. Of: een boze witte man’. Dat vind hij niks. Nee, Jan wil ‘bezorgde burger’ genoemd worden. Dat dekt de lading veel beter, vindt hij. Want ‘bezorgdheid duidt op compassie met anderen.’
Vandaar dat zijn boekje ‘De bezorgde burger’ heet. En is Jan ook bezorgd? Nou, nee. We lezen regelmatig over zijn stijgende bloeddruk. Boos is zijn grondtoestand, zijn stijltje. Hij heeft dat gewoon niet meer in de gaten.
IJdelheid der columnisten
Jan Dijkgraaf lijdt aan een onder columnisten veel voorkomend euvel. Na jarenlang stukjes te hebben geschreven, over elk onderwerp waar ze maar zin in hebben, niet gehinderd door echte kennis, ook zonder behoefte aan verdieping, en ondertussen genietend van de ijdele status van het ‘columnist’ zijn, gaan veel columnisten denken dat zijn stukjes wérkelijk iets voorstellen. Dat het werkelijk intellectuele hoogstandjes zijn. Dat ze ‘gelijk’ hebben.
Ze gaan, kortom, naast hun schoenen lopen. En dan sta je weerloos tegenover vleierij. ‘De afgelopen jaren,’ schrijft Dijkgraaf zonder een spoortje ironie (p. 224): ‘hadden Kamerleden van meerdere partijen me gepolst of ik geen trek had in een Kamerlidmaatschap.’