Iran: van sancties naar servicepakket

Voor de oorlog was de status quo helder. Iran zat onder sancties, had beperkte toegang tot internationale markten en werd door Washington en Tel Aviv behandeld als een probleem dat met maximale druk vanzelf kleiner zou worden. De VS hadden de militaire overmacht in de regio, Israël had de politieke rugdekking, en het nucleaire dossier leverde de permanente rechtvaardiging voor dreiging, bombardementen en stoere taal van mannen die oorlog vooral zien als een communicatiestrategie met explosieven. Na de oorlog ligt er een (uitgelekt) voorlopig akkoord waarin Iran opvallend weinig, of eigenlijk zelfs niet, kleiner is geworden. Mocht het waar zijn, dan stopt de strijd op alle fronten. Ook bondgenoten moeten zich eraan houden, waardoor de tekst impliciet ook de strijd tussen Israël en Hezbollah raakt. Dat alleen al is een interessante uitkomst: Iran wordt niet geïsoleerd, maar erkend als partij die invloed heeft op de regionale brandhaarden. Voor een land dat zogenaamd op zijn plek moest worden gezet, is dat een vrij ruime plek geworden. Nog aardiger wordt het bij de wederzijdse belofte om zich niet meer met elkaars binnenlandse aangelegenheden te bemoeien. Trump had na de eerste aanvallen nog gefantaseerd over regimeverandering in Iran. Nu belooft Washington datzelfde regime met rust te laten. Blijkbaar is de dictatuur na een paar maanden oorlog weer voldoende legitiem om er ordentelijk afspraken mee te maken. Principes zijn mooi, zolang ze niet in de weg staan van olieprijzen. Economisch is de verschuiving nog groter. De VS heffen meteen de maritieme blokkade op. Binnen dertig dagen na een definitief akkoord moeten Amerikaanse troepen uit de omliggende regio verdwijnen, al blijft handig vaag wat “de omliggende regio” precies betekent. Iran moet de Straat van Hormuz herstellen naar het niveau van voor de oorlog en mijnen verwijderen. Dat klinkt als een concessie, tot je bedenkt dat de zeestraat vóór de oorlog ook al open was. De VS krijgen dus terug wat er al was, en mogen dat verkopen als strategische winst. Iran krijgt intussen tastbare voordelen. Het mag direct ruwe olie en andere producten exporteren, inclusief toegang tot banken en verzekeraars. Bevroren tegoeden kunnen worden vrijgegeven. Na een definitief akkoord wil Washington stapsgewijs alle sancties opheffen, inclusief sancties via de VN-Veiligheidsraad. Daarbovenop komt een herstelplan van 300 miljard dollar aan investeringen voor Iran. Dat is een opmerkelijke manier om een vijand te breken: eerst bombarderen, daarna de wederopbouw financieren. In normaal Nederlands heet dat schadebeperking. In Washington vermoedelijk staatsmanschap. Het nucleaire dossier, de reden waarom dit allemaal zogenaamd noodzakelijk was, blijft precies het gat in het midden van het akkoord. Iran herhaalt dat het nooit een kernwapen zal maken, zoals het voor de oorlog ook al deed. Later moet worden afgesproken hoeveel uranium het mag verrijken, bijvoorbeeld voor energieproductie,  zoals het voor de oorlog ook al deed. Tot het definitieve akkoord er is, geldt de status quo: Iran bouwt zijn nucleaire capaciteit nog niet af, de VS heffen nog niet alle sancties op. Het zwaarste probleem wordt dus vooruitgeschoven, terwijl Iran alvast olie, geld en diplomatieke status terugkrijgt. De VS winnen vooral rust. Hormuz open, oliehandel hersteld, oorlogspauze geregeld, persmoment gered. Israël wint veel minder. De maximale-druklogica had Iran moeten isoleren en verzwakken. In plaats daarvan krijgt Iran economische zuurstof, regionale erkenning en tijd. De winnaar is dus Iran. Niet omdat Teheran sympathiek, vreedzaam of stabiel is. Wel omdat het na de oorlog beter staat dan ervoor. Het regime overleefde, de sanctiedruk neemt af, de olie kan stromen, de tegoeden komen mogelijk terug en het nucleaire dossier blijft voorlopig onbeslist. Iran moest verliezen. Het kreeg een adempauze met investeringsbudget. En nu maar hopen voor Trump dat de oliemarkten zijn hersteld vóór de verkiezingen in november.

Door: Foto: "The Strait of Hormuz" by NASA Johnson is licensed under CC BY-NC-ND 2.0
Foto: IoSonoUnaFotoCamera (cc)

Israël: het kind dat weet dat papa toch wel over de brug komt

Israël heeft een merkwaardige verhouding met de Verenigde Staten ontwikkeld. Officieel is Washington de grote bondgenoot, de beschermheer, de strategische rugdekking zonder wie Israël militair en diplomatiek aanzienlijk minder, of zelfs geen, bewegingsruimte zou hebben. In de praktijk gedraagt de Israëlische regering zich steeds vaker alsof die bondgenoot vooral een hinderlijke ouder is: nuttig voor de bescherming, irritant zodra er grenzen worden gesteld.

Die houding is onder Trump scherper zichtbaar geworden. Trump presenteert zich graag als de man die deals sluit, oorlogen beëindigt en bondgenoten aan de lijn houdt. Alleen botst dat in het Midden-Oosten op een bondgenoot die allang geleerd heeft dat Amerikaanse woede zelden hetzelfde is als Amerikaanse consequenties. Netanyahu kan Trump irriteren, frustreren en publiekelijk vernederen, zonder werkelijk te hoeven vrezen dat de Amerikaanse veiligheidsparaplu wordt dichtgeklapt.

Dat is de kern van Israëls weerbarstige houding richting de VS. Washington kan aandringen op terughoudendheid, onderhandelingen, humanitaire toegang of een staakt-het-vuren. Israël kan vervolgens knikken, traineren, herformuleren of doorgaan. En ergens in Jeruzalem weet men waarschijnlijk precies waarom dat kan: uiteindelijk laten de Verenigde Staten Israël toch niet vallen.

Wie zo’n vangnet heeft, leert iets over zwaartekracht. Namelijk dat die vooral voor anderen geldt. Neem de recente spanning rond Amerikaanse pogingen om verdere escalatie in de regio te voorkomen (hoewel het daar zelf ook niet consequent in is). Trump zou volgens recente berichtgeving woedend zijn geweest op Netanyahu omdat Israëlische aanvallen op Beiroet een naderend akkoord met Iran zouden hebben vertraagd. Trump verweet Netanyahu een gebrek aan beoordelingsvermogen (lol), terwijl hij tegelijk volhield dat een deal met Iran nog steeds mogelijk was.

VS gaan vol 1984

“Te lang heeft Iran schepen lastiggevallen en geprobeerd hieraan te verdienen met tolheffingen”

Aldus Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van onzinnige maar dodelijke oorlogen, die daarbij voor het gemak even ‘vergeet’ dat Iran pas tol is gaan heffen in reactie op Amerikaanse aanvallen. Orwell zou trots op hem zijn.

Een tweede interessante quote:

“De wereld heeft de Straat van Hormuz harder nodig dan wij.”

Klinkt toch een beetje als een kleuter die met een van pijn vertrokken gezicht zegt ‘het doet me toch geen pijn’. Tegelijkertijd heeft hij wel gelijk, het raakt Europa en Azië harder. Dat maakt zijn eis dat de NAVO moet helpen interessant. Want vraag je bondgenoten om zichzelf in de voet te schieten op het moment dat je daar om vraagt? Blijkbaar wel.

Foto: "Trump" by Cowgirl111 is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

Weet iemand nog waar de VS mee bezig zijn?

De Verenigde Staten lijken de afgelopen maanden buitenlandse politiek te bedrijven alsof iemand halverwege een potje Risk telkens het bord omgooit. Eerst onderhandelingen met Iran. Dan signalen dat een deal “nog steeds mogelijk” is. Vervolgens weer aanvallen. Daarna opnieuw diplomatieke taal. Ondertussen stijgen olie- en gasprijzen zodra Washington besluit ergens een raket op af te sturen.

Wie probeert hier eigenlijk nog een lijn in te ontdekken?

Het klassieke beeld van de VS was ooit dat van een cynische, imperialistische grootmacht met tenminste een strategische doctrine. Die doctrine kon verwerpelijk zijn, desastreus zelfs, denk aan Irak, Vietnam of talloze staatsgrepen, alleen er zat doorgaans een herkenbare logica achter. Bondgenoten werden beschermd, vijanden – echte of bedachte – geïsoleerd, markten bewaakt, invloedssferen afgebakend. De wereld wist ongeveer waar Washington stond, ook wanneer dat standpunt neerkwam op: wij bepalen de regels.

Dat beeld valt inmiddels hard uit elkaar. Onder Trump is buitenlandse politiek steeds meer gaan lijken op een reeks losse impulsen, gestuurd door verkiezingsdruk, mediacycli, persoonlijke profilering en de behoefte om voortdurend kracht uit te stralen. Onderhandelingen ogen als tijdelijke tussenstations. Diplomatie functioneert vooral als decor tussen escalaties door. Zelfs eigen ministers lijken geregeld pas via de televisie te ontdekken welke koers Trump die ochtend heeft gekozen. Bondgenoten inlichten lijkt optioneel geworden, ook wanneer besluiten hen direct raken of wanneer tegelijk verwacht wordt dat ze loyaal meebewegen.

Foto: 51581 on Pixabay

Mission accomplished: oorlog gewonnen, regime gechanged

De Verenigde Staten hebben opnieuw een oorlog gewonnen. Of preciezer: ze hebben verklaard dat ze gewonnen hebben. Minister van Defensie Pete Hegseth sprak over een “decisive military victory”. Iran zou effectief teruggedrongen zijn en tot een staakt-het-vuren zijn gebracht.

Dat roept een basale vraag op: wat is er precies veranderd? De Straat van Hormuz is weer open, maar dat was hij voor dit conflict ook. Iran bestaat nog steeds. De machtsstructuur in Teheran staat overeind. De regionale spanningen blijven intact. Alleen de context is verschoven: meer schade, meer wantrouwen, minder controle. Een systeem dat al fragiel was, draait nu onder nog hogere druk. En ondertussen gaat Israël rustig door met het Gaza-stijl bombarderen van Libanon.

Dit type overwinning voelt bekend. Tijdens de Golfoorlog van 1991 werd Koeweit bevrijd, waarna de machtsverhoudingen grotendeels bleven zoals ze waren. Saddam Hoessein bleef aan de macht. De regio ging door met dezelfde spanningen, aangevuld met sancties, no-fly zones en permanente militaire dreiging. De oorlog als onderhoudsmechanisme voor instabiliteit.

Regime change als administratieve vervanging
Interessanter is de manier waarop het begrip “regime change” verschuift. Ooit verwees het naar een daadwerkelijke breuk: een ander regime, andere machtsbasis, een structurele verandering. In de huidige praktijk betekent het blijkbaar iets anders. De strategie richt zich op het uitschakelen van leiders. De top wordt verwijderd, waarna opvolgers uit dezelfde structuren hun plaats innemen. De organisatie blijft, de logica blijft, de belangen blijven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: NASA, publiek domein

Amerika: tussen apocalyps en ansichtkaart

Terwijl beelden van de missie van Artemis II al rondgaan, met de aarde als fragiele blauwe bol in zorgvuldig georkestreerde composities, dreigde dezelfde staat die dit voor elkaar kreeg op aarde een hele beschaving van de kaart te vegen. Donald Trump formuleerde het zonder omwegen: Iran zou binnen een nacht kunnen verdwijnen.

Dat contrast vraagt nauwelijks interpretatie. Boven ons hoofd cirkelt een ruimtevaartprogramma dat ons laat voelen hoe klein en kwetsbaar de aarde is. Het soort beelden dat traditioneel leidt tot reflectie, tot besef van onderlinge afhankelijkheid en dat we die fragiele planeet moeten beschermen. Het bekende ‘overview effect’ wordt weer van stal gehaald, ditmaal als marketinglaag voor een nieuwe maanmissie.

Op hetzelfde moment wordt op aarde gesproken in termen die precies het tegenovergestelde impliceren. Niet kwetsbaarheid, maar hoe te vernietigen. Niet verbondenheid, maar het idee dat een complete samenleving als strategische variabele kan worden uitgeschakeld.

Het ongemak zit in het feit dat dit geen tegenstelling is die opgelost hoeft te worden. Beide komen voort uit dezelfde infrastructuur, dezelfde technologische en politieke logica. De raket die astronauten rond de maan brengt en de raket die een stad kan uitwissen delen meer dan alleen hun vorm.

De foto’s die Artemis II nu al oplevert worden massaal gedeeld. De aarde als icoon van kwetsbaarheid, gevangen in perfecte belichting. Foto’s waar we allemaal op staan. Ondertussen blijft de taal van vernietiging gewoon circuleren. Het zijn twee uitdrukkingen van dezelfde macht, die tegelijk kan observeren en vernietigen en het mooiste en slechtste in de mens boven brengt.

Foto: Niklas Jonasson on Unsplash

De geopolitieke strijd om de noordpool

Ooit was klimaatopwarming de belangrijkste bedreiging van het noordpoolgebied. Aangevoerd door een Amerikaanse vicepresident maakte de wereld zich zorgen over de toekomst van de ijsbeer, de zeehond en de rest van de planeet. Het afgelopen jaar ging het vooral over de oorlogsdreiging van de huidige Amerikaanse president die zijn imperium wil uitbreiden ten koste van de veiligheid in de wereld. Onder grote Europese druk heeft hij zijn besluit om Groenland te annexeren on hold gezet. Er moet eerst elders in de wereld een oorlog worden uitgevochten. Maar dat betekent niet dat hij heeft afgezien van grotere militaire invloed in het noordpoolgebied.

Volgens een bericht van de New York Times zijn de Verenigde Staten onderhandelingen begonnen met Denemarken over toegang tot drie extra bases in Groenland, waaronder twee die eerder door Amerikanen zijn verlaten. Dit zou de eerste Amerikaanse uitbreiding in het land in decennia betekenen, aldus een hoge generaal van het Pentagon, generaal Gregory M. Guillot. “Ik werk samen met ons departement en anderen om meer havens en vliegvelden te ontwikkelen, wat onze minister en de president meer mogelijkheden biedt, mochten we die in het noordpoolgebied nodig hebben.” Het plan is in het geheim ontwikkeld en noch de VS noch Denemarken was bereid er commentaar op te leveren. Wel is duidelijk dat Denemarken weinig tegen de nieuwe Amerikaanse expansie kan ondernemen. De aanwezigheid van Amerikaanse bases is in de jaren vijftig overeengekomen. Hetzelfde verdrag dat Denemarken gebruikte tegen de recente claim van Trump om Groenland te annexeren wordt nu door het Pentagon ingezet om van de Denen medewerking te krijgen voor versterking van de militaire aanwezigheid van de VS. 

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Lina Bob on Unsplash

Wit-Rusland, Noord-Korea en de kunstmest

De president van Wit-Rusland, Alexander Loekasjenko, bracht deze week een bezoek aan Noord Korea. Hij sloot daar met de Noord-Koreaanse leider Kim Yong Un een vriendschapsverdrag dat het begin zou moeten zijn voor een nieuwe periode van samenwerking. Loekasjenko had Kim wel eens eerder ontmoet maar was nog nooit in Pyongyang op bezoek geweest. “Ja, we hebben niet nauw samengewerkt, grotendeels door onze eigen schuld. Maar ik ben oprecht blij te constateren dat de samenwerking nu aanzienlijk is geïntensiveerd,” aldus Loekasjenko in een voor autoritaire leiders nogal opmerkelijk reflectief moment. Was dat ingegeven door Poetin die beide steunpilaren van de oorlog in Oekraïne nog sterker aan zich wilde binden? 

Loekasjenko lijkt ook nog steeds gevoelig voor toenadering vanuit het westen. Kort voor zijn bezoek aan Noord-Korea ontving hij Trumps afgezant John Coale die aankondigde dat de Verenigde Staten de sancties opheft tegen de Belinvestbank en de Ontwikkelingsbank van Belarus en bedrijven die potas produceren, een grondstof voor kunstmest. Als tegenprestatie heeft Loekasjenko 250 politieke gevangenen vrijgelaten. In december werden ook al 123 gevangenen vrijgelaten in een deal waarbij onder anderen Maryya Kalesnikava, leider van de protesten van 2020, en Nobelprijswinnaar Ales Byalyatski, evenals burgers van verschillende andere landen, betrokken waren. Eerder vorig jaar waren de Wit-Russische oppositieleider Siarhei Tsikhanouski en anderen vrijgelaten en maakte het Witte Huis een einde aan de sancties tegen de Wit-Russische luchtvaartmaatschappij Belavia. Er zitten volgens mensenrechtenorganisaties nog steeds honderden politieke gevangenen vast in Wit-Rusland. 

Foto: "The Strait of Hormuz" by NASA Johnson is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

NAVO-bondgenoten of vazallen?

Donald Trump waarschuwde NAVO-landen vandaag voor een “zware toekomst” wanneer zij de Verenigde Staten geen steun geven rond Iran en de Straat van Hormuz. Volgens berichtgeving verwacht Washington dat bondgenoten oorlogsschepen sturen om de scheepvaart te beschermen. Wie afhankelijk is van olie uit de Golf moet volgens Trump ook militair bijdragen, want de wereldhandel moet immers beschermd worden.

Alleen blijft één detail buiten beeld: de huidige escalatie rond Iran ontstond natuurlijk pas nadat de Verenigde Staten en Israël militair ingrepen. Eerst zelf een geopolitiek vuur aansteken, daarna rondkijken wie de brandweer mag gaan spelen tegen de fallout van je eigen acties. En ja, natuurlijk kijkt Washington dan naar de NAVO.

Trumps waarschuwing dat het bondgenootschap een “zeer slechte toekomst” wacht zonder steun klinkt dramatisch. Tegelijkertijd is het inmiddels vooral routine geworden. Onder Trump bestaat Amerikaanse diplomatie uit een vrij overzichtelijk stappenplan. Eerst een conflict laten escaleren. Daarna bondgenoten oproepen “verantwoordelijkheid” te nemen. Vervolgens dreigen wanneer die bondgenoten vragen stellen of weigeren.

Het bondgenootschap wordt daarmee steeds minder een overlegclub en steeds meer een logistiek platform. Washington beslist. Europa mag de schepen sturen. Dat schuurt met het oorspronkelijke idee achter de NAVO. De alliantie was ooit bedoeld als collectieve verdediging tegen externe dreiging. Niet als abonnement op Amerikaanse geopolitieke avonturen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: aref sarkhosh on Unsplash

Koerden ingezet voor meer chaos in het Midden-Oosten

In de VS is de steun voor de oorlog in het Midden-Oosten van meet af aan beperkt geweest. Uit een peiling van de Washington Post van 1 maart bleek dat 52% van de Amerikanen tegen de luchtaanvallen op Iran was die president Donald Trump dat weekend had bevolen, terwijl 39% ze steunde en 9% het niet wist. Trump zou aan alle oorlogen een einde maken beweerde hij bij zijn aantreden. Maar zoals veel van zijn voorgangers zal ook hij de geschiedenis in gaan als president die een oorlog begon. Met één verschil: geen ‘boots on the ground‘. Vorige week werd duidelijk dat er op voorhand al aan andere oplossingen is gewerkt. De CIA was al maanden bezig om Koerdische strijders te bewapenen en klaar te stomen voor een grondoffensief in het westen van Iran. De Amerikaanse geheime dienst hoopt hiermee Iraanse veiligheidstroepen verder onder druk te zetten en ongewapende burgers in Iraanse steden meer kans te geven om in opstand te komen tegen het bewind.

Israëlische bombardementen op militaire instellingen in het westen van Iran, waar een groot deel van de Iraans-Koerdisch minderheidsgroep woont, zouden de weg vrij moeten maken voor Koerdische strijders. Het is een door Israël ook in Libanon en Syrië toegepaste strategie: chaos scheppen via het uit elkaar drijven van etnische en religieuze groepen. Als waarschuwing voor de aangekondigde infiltratie bombardeerde Iran het hoofdkwartier van Koerdische strijdkrachten in de autonome regio Koerdistan in Irak. Het is onduidelijk of de Koerden intussen daadwerkelijk operaties uitvoeren in Iran. Dat zij in staat zullen zijn het regime omver te werpen gelooft niemand. Het lijkt er op dat de Koerdische strijders hoogstens kunnen dienen als ‘Amerikaans kanonnenvlees’. Het zal leiden tot een verlenging van de oorlog. Meer bloed en chaos in de regio zonder dat een oplossing dichterbij komt, noch voor de onderdrukte Iraanse bevolking, noch voor de nucleaire dreiging van de ayatollahs. En al helemaal niet voor de Koerden zelf die bij een gegarandeerde mislukking van acties op Iraans grondgebied geconfronteerd zullen worden met een keiharde tegenreactie van het Iraanse regime tegen de Koerdische bevolking.

Foto: Javier Miranda on Unsplash

De VS, kernwapens en armageddon

Decennialang gold in geopolitieke discussies een vrij simpele intuïtie. Een streng religieus regime met kernwapens vormt een risico. Het argument verscheen steeds weer in analyses over Iran. Een theocratie die zichzelf ziet als uitvoerder van een goddelijke opdracht, gecombineerd met nucleaire ambities, roept begrijpelijke nervositeit op.

De blik richtte zich daarbij vrijwel altijd op Teheran. Washington bleef meestal buiten beeld. Toch schuift daar iets. Volgens meldingen van Amerikaanse militairen hebben commandanten de recente spanningen rond Iran beschreven in religieuze termen. De oorlog zou passen binnen “Gods plan” en verwijzingen naar Bijbelse profetieën en Armageddon doken op in briefings en toespraken.

Een incident op zichzelf vormt gelukkig nog geen trend, maar de bredere context maakt dit verhaal wel relevant.

De theologie van de eindtijd
Binnen delen van het Amerikaanse evangelisme leeft namelijk een specifieke interpretatie van de Bijbel. In dat wereldbeeld speelt Israël een centrale rol in de eindtijd. De stichting van de staat Israël markeert volgens deze lezing het begin van een profetische keten die uiteindelijk leidt tot een apocalyptische oorlog in het Midden‑Oosten en daarna de wederkomst van Christus.

Deze interpretatie, vaak dispensationalisme genoemd, vormt al decennia een belangrijk element binnen evangelische politiek in de Verenigde Staten. Grote megakerken, lobbyorganisaties en mediakanalen bouwen hun politieke agenda gedeeltelijk rond dat idee.

Foto: Spencer Everett on Unsplash

‘Je kunt een volk niet op deze manier wurgen’

Dit is een uitspraak van van Mexicaanse president Claudia Sheinbaum. Ze reageert op de Amerikaanse druk om de export van olie uit haar land naar Cuba stop te zetten. Een dreigement van Trump met hogere importheffingen kon zij niet onbeantwoord laten. Eerder moesten de Cubanen ook al de Venezolaanse olie missen. Het toerisme, een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor het land, is stilgevallen sinds vliegtuigen er bij gebrek aan brandstof niet meer kunnen komen. Voor vuilniswagens is ook geen benzine meer, zodat het vuil zich ophoopt in de straten. ‘Vervolgens leggen insecten en muggen hun eitjes tussen het afval en worden mensen ziek. „Voor de zieken zijn geen medicijnen, want de apotheken zijn leeg. Wie écht ziek is, kan niet opgehaald worden door een ambulance. Want ook die hebben geen benzine.’ Is dit het begin van het einde van de socialistische volksrepubliek Cuba?

Mexico blijft bereid hulp te bieden aan het land. President Sheinbaum heeft haar land aangeboden als luchtbrug naar Cuba en gezegd dat vliegtuigen onderweg naar het eiland kunnen bijtanken. Mexicaanse marineschepen hebben intussen 800 ton aan levensmiddelen afgeleverd. ‘Wanneer ze terug zijn, sturen we meer hulp van een andere aard,’ zei Sheinbaum. Ze benadrukte ook dat Mexico de dialoog tussen Cuba en de Verenigde Staten wil bevorderen, met respect voor de Cubaanse soevereiniteit als prioriteit. Precies op dat punt is de Amerikaanse regering moeilijk te overtuigen. Anderzijds kan zij wel degelijk enig gewicht in de schaal leggen tegenover de hardliners Trump en zijn minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio die als nazaat van Cubaanse vluchtelingen de onderwerping van het regime als zijn levenswerk ziet. De economieën van Mexico en de VS zijn sterk geïntegreerd. Mexico is de belangrijkste handelspartner van de VS, groter dan Canada als importeur en groter dan Canada en China als exporteur. Met handelsbevordering, een van de weinige woorden die de Amerikaanse president verstaat, kan Sheinbaum wellicht nog enige invloed uitoefenen om ‘de wurging van een volk’ te voorkomen. 

Volgende