Het gevaar van terrorisme schuilt niet exclusief in de arme buitenwijken

Parijse banlieues en andere Europese arme buitenwijken worden sinds 9/11 regelmatig bestempeld als broedplaatsen voor terrorisme. Hoeveel bewijzen hebben we eigenlijk voor die claims? In 2015 werd Parijs opgeschrikt door een aantal van schokkende terreurdaden: de aanslag op de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in januari en de serie aanslagen in november, waar jihadisten een bloedbad aanrichtten in de concertzaal Bataclan. In de nasleep van deze en andere aanslagen in Europese steden kwamen arme buitenwijken met een grote moslimpopulatie de afgelopen jaren onder een vergrootglas te liggen. Volgens sommige politici en media zouden terroristische netwerken in deze wijken ongestoord aanslagen kunnen voorbereiden op de westerse samenleving. Zijn deze beschuldigingen gegrond? In de serie ‘9/11: 20 years after’, belichtten historici, antropologen, juristen en politiek wetenschappers de gevolgen van de 11 septemberaanslagen en de Global War on Terror op onze samenleving. In deze laatste lezing bespreken antropoloog dr. Luuk Slooter (UU) en Amsterdams gemeenteraadslid en fractievoorzitter Sofyan Mbarki (PvdA) hoe het nieuwe veiligheidsklimaat na 11 september ons beeld van de Europese buitenwijken veranderde. Zijn de sporen daarvan nog steeds zichtbaar? En wat waren de consequenties voor de inwoners van deze buurten? De banlieu als terroristisch gevaar? Antropoloog dr. Luuk Slooter bekritiseert de vaak gelegde link tussen terroristisch geweld en de Franse banlieues. Zelf deed Slooter enkele jaren onderzoek naar de Parijse voorsteden, waarbij hij ook een periode in de banlieues woonde. Daar probeerde hij van binnenuit de problemen in deze wijken te bestuderen. Was er werkelijk sprake van een voorstedelijke crisis? Slooters aanwezigheid in de wijk riep bij zowel de lokale jongeren als de Franse politie reacties op. Waar sommige jongeren de onderzoeker aanzagen voor geheim agent, verdacht de politie hem ervan drugs te komen kopen in de wijk. “Dit laat in een notendop de verharde grenzen zien tussen sommige voorstedelijke wijken en de buitenwereld. Het toont bovendien concreet aan hoe verschillende partijen – zowel de autoriteiten als de buurtbewoners – die grenzen bewaken”, licht Slooter toe. In het proces van deze grenzen trekken tussen ‘wij’ en ‘zij’ gebruiken we volgens Slooter dominante verhalen, zoals die van de ‘gevaarlijke stedelijke buitenwijken’. In de media worden deze verhalen uitvergroot, zeker in de nasleep van een terroristische aanslag. Slooter: “We categoriseren mensen en plekken. Het benoemen van de banlieue als broeinest van terroristisch geweld stelt ons gerust. Het suggereert namelijk dat terroristen makkelijk te identificeren zijn. ‘Wij’ zijn niet het gevaar, maar ‘de ander’, die ons bedreigt vanuit de verre banlieue.” Slooter ontkent niet dat er grote problemen zijn in de banlieues: “Er is armoede, werkloosheid, drugscriminaliteit en discriminatie. Maar die problemen leiden niet automatisch tot terrorisme of radicalisering. Jihadisme is niet afwezig in de banlieue, maar het is er net zomin exclusief aan verbonden.” Dit komt ook naar voren uit het feit dat de aanslagplegers op Charlie Hebdo helemaal niet uit de Parijse banlieues kwamen. Bovendien identificeerden zij zich op geen enkele wijze met de stedelijke buitenwijken, maar juist met een grotere internationale strijd van jihadistisch geweld. Nederland na 9/11 Amsterdams gemeenteraadslid en fractievoorzitter voor de PvdA Sofyan Mbarki kan zeker meepraten over de stigmatisering van de inwoners van stedelijke buitenwijken in Nederland. Na 11 september ervoer hij persoonlijk de impact van negatieve beeldvorming over zijn islamitische achtergrond. “Men vroeg zich na 11 september af waar het terroristische gevaar in Nederland kon zitten. Toen wees men al snel op ‘de ander’ en wijken waar zij vooral woonden. Vóór de aanslagen was ik dus een Amsterdammer, daarna werd ik alleen gezien als moslim. Ik werd in een hoekje geduwd waar ik niet in wilde zitten.” Mbarki ziet wel een verandering in de publieke en politieke debatten over gestigmatiseerde arme wijken en moslims. Mbarki: “Moslims zijn meer mondig geworden. Ook weigeren ze om namens ‘de groep’ te spreken. We spreken voor onszelf als individu. Daarnaast neemt de diversiteit binnen de Nederlandse politie en in het onderwijs toe. Het groepsdenken in ‘wij’ en ‘zij’ is daardoor minder verhard dan in Frankrijk.” Ook is de relatie tussen de politie en islamitische buurtbewoners veel beter in Nederland dan in Frankrijk. Mbarki: “Gelukkig hebben we in de Nederlandse wijken alles zeer fijnmazig georganiseerd, met jongerenwerkers en de wijkagent. In Frankrijk komt de politie heel intimiderend de banlieue binnenrijden. Dat is toch wel anders in Nederland, waar de wijkagent weleens een kopje koffie komt drinken. Bovendien zitten de Franse jongeren echt vast in die wijk. De drempel om mee te doen met de samenleving is dus veel hoger in daar, bijvoorbeeld vanwege arbeidsdiscriminatie.” Voorbij de grenzen van de buitenwijk Een directe link tussen terroristisch geweld en arme stedelijke buitenwijken valt dus niet zomaar te leggen. Toch kampen deze buurten wel degelijk met problemen, zoals werkloosheid en drugscriminaliteit. Waar liggen de oplossingen? Slooter: “De focus ligt vooralsnog te veel op deze gebieden. Het probleem zit ‘m juist in de verstoorde relatie tussen deze wijken en de buitenwereld. Inzet van de buitenwereld is dus nodig om deze problematiek aan te pakken.” Zowel Slooter als Mbarki stellen daarom dat men voorbij de grenzen van de wijken en de nationale grenzen durft te kijken. Slooter: “Geweld – ook terroristisch geweld – wordt gevoerd op verschillende podia wereldwijd. Het is essentieel om te kijken hoe geweld hier verband houdt met geweld op andere plekken, zoals bombardementen door Frankrijk en andere westerse landen in het Midden-Oosten.” Mbarki wijst daarnaast op de impact van het Franse koloniale verleden op de huidige Franse samenleving. Volgens Mbarki is het bovendien een misverstand dat deze problemen alleen in de arme stedelijke buitenwijken voorkomen. “Sociale pijn is ook aanwezig in witte wijken en in andere delen van ons land. Het is misschien minder zichtbaar, maar het is er wel. Alleen eenzijdig investeren in voorsteden in de Randstad zal deze problemen dus niet verhelpen. Hoe nemen we de voedingsbodem weg voor radicaliserende jongeren van alle achtergronden en ideologieën?” Het tegengaan van radicalisering en vervreemding van de samenleving begint daarom met het durven onderzoeken en vragen stellen. Zoals Mbarki stelt: “Je moet proberen te begrijpen wat erachter zit, zonder er per se begrip voor te hebben.” Dit artikel van Larissa Biemond verscheen eerder bij Studium Generale Utrecht.

Foto: Yuri Samoilov (cc)

Radicalisering in coronatijd: welke kant gaan we op?

Met elke nieuwe versoepeling lijkt het einde van de coronacrisis in zicht te komen. Een crisis die in het begin zorgde voor verbroedering en veerkracht, maar later voor demonstraties, rellen en geweld. Meerdere corona-teststraten zijn vernield, medewerkers van het ziekenhuis of het openbaar vervoer werden belaagd en politici, OMT-leden en RIVM-topman Jaap van Dissel met de dood bedreigd. Ook hier in Utrecht maken de instanties zich zorgen over toenemende radicalisering, in het bijzonder corona-gerelateerde radicalisering, dikwijls aangezwengeld door complotdenken. Waarom vormt de coronacrisis een voedingsbodem voor deze vorm van radicalisering? Wie zijn de mensen die neigen naar extreem gedachtegoed en potentieel gewelddadig complotdenken? Wat kunnen we ertegen doen? Tijdens de laatste avond in de serie ‘Hoe krijgen we vat op extreem gedachtegoed?’ gingen sociaal psycholoog prof. Kees van den Bos (UU), historicus en terrorisme-expert prof. Beatrice de Graaf (UU) en Operationeel Expert Wijkagent Rogier Donk met elkaar in gesprek over het fenomeen en de dreiging van corona-gerelateerde radicalisering.

Kwestie van actie – reactie

“In crises als deze moet je met 50 procent van de kennis 100 procent van de besluiten nemen, en de gevolgen daarvan dragen,” sprak premier Rutte tijdens een persconferentie in maart 2020. In de maanden die volgden ervaarden veel mensen gevoelens van angst en onzekerheid, want niemand wist precies wat er aan de hand was en wat er nog ging komen. Het merendeel van de Nederlanders, ruim 70%, heeft vertrouwen in de overheid en de kennis van de experts. Maar voor 8-10% van de bevolking leidt onzekerheid tot ontevredenheid. Ze voelen zich machteloos en wantrouwen de overheid, het coronabeleid en de bijbehorende maatregelen. Dat maakt hen vatbaar voor extremistische gedachten en complottheorieën, en vormt daarmee een goede voedingsbodem voor radicalisering.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du Jour | Het onderschatte gevaar van extreem rechts

Van onze zuiderburen een erg interessant stukje over de groei van extreem rechts in Europa:

De cijfers liegen er niet om. Vorig jaar zei een vijfde van alle Vlaamse gemeenten in een enquête van de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) signalen op te vangen van extreemrechtse radicalisering. Ter vergelijking: in 2016 ging het om slechts drie gemeenten. Het aantal extreemrechtse terroristen in Britse gevangenissen verdrievoudigde in 2018 en bijna een derde van de mensen in het deradicaliseringsprogramma van de Britse overheid is extreemrechts.

Foto: © Sargasso logo Quack?!

Quack!? Over vertrouwen in de wetenschap

Waar de wetenschap vertrouwen verliest krijgt pseudowetenschap een kans. Klimaatwetenschappers, sociale wetenschappers en medische wetenschappers kunnen er over meepraten. Gebrek aan vertrouwen kan te maken hebben met verschillende factoren. Er is sinds halverwege de vorige eeuw sprake van een algemeen verlies aan gezag van de intellectuele elite. Daarnaast heeft het afbrokkelen van traditionele kaders, zoals kerken en andere collectieve verbanden, geleid tot een gevoel van ‘verweesdheid’ en onzekerheid over de toekomst, soms uitmondend in angst. Ter compensatie biedt het internet een enorme verruiming van de toegang tot alternatieve informatie waar altijd wel een bevestiging of houvast kan worden gevonden voor zowel persoonlijke twijfels als vaste overtuigingen die men liever niet opgeeft.

Er zijn ongetwijfeld meer en betere verklaringen te vinden. Los van de oorzaken van groeiend wantrouwen zullen we denk ik hoe dan ook moeten leren leven met het feit dat mensen resultaten van onderzoek niet voetstoots voor waar zullen aannemen. En dat we geconfronteerd zullen blijven worden met ongeloof, hardnekkige ontkenning van resultaten van wetenschappelijk onderzoek, irrationele theorieën, kwakzalvers en andere ordeverstoorders voor het zindelijk denken. De vraag in deze artikelenreeks is: hoe ga je er mee om?

Tekenbeten

Voor een antwoord op deze vraag zou ik aandacht willen vragen voor de sociale kant van het ontstaan en het voortbestaan van het wantrouwen. Ik gebruik daarvoor een voorbeeld uit de medische wetenschap dat heeft geleid tot een hardnekkig conflict tussen artsen en patiënten: de chronische ziekte van Lyme. “De ziekte van Lyme is een goed omschreven infectieziekte, die meestal mild verloopt. In zeldzame gevallen kan de verantwoordelijke Borrelia-bacterie – die door teken wordt overgedragen – ernstige ontstekingen van bijvoorbeeld hart en hersenen veroorzaken. Een korte antibioticakuur leidt vrijwel steeds tot genezing. Een handvol mensen kampt na een succesvolle behandeling soms nog met gewrichtsklachten – het zogenaamde ‘post-Lyme syndroom’”. Naast een kleine groep met het ‘post-Lyme syndroom’, is er een grotere groep met chronische klachten (vermoeidheid, etc.) die in de overgrote meerderheid van de gevallen niet te herleiden is op de Borrelia-bacterie. Daarover ligt de Lyme(patiënten)vereniging al jaren in de clinch met de gevestigde medische wetenschap. Dat gaat dan bijvoorbeeld over het vergoeden van antibioticabehandelingen bij de chronische ziekte van Lyme. Het Zorginstituut wil er niet aan. ‘Langdurige behandeling met antibiotica bij lymepatiënten met persisterende niet-specifieke klachten is niet effectief. Deze behandeling maakt daarom geen deel uit van het basispakket. De relevante wetenschappelijke beroepsverenigingen zijn het eens met dit standpunt.’ Medische wetenschappers bestrijden de visie van de Lymevereniging dat chronische klachten een fysieke oorzaak hebben. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor te vinden. Toch zijn er mensen die blijven volhouden dat de Borrelia-bacterie verantwoordelijk is voor hun klachten, zelfs in gevallen waarin de bacterie helemaal nooit is aangetoond. Zij veronderstellen dat de bacterie zich slim weet te verstoppen zodat hij niet gevonden kan worden. Hoe hier op te reageren? De chronische Lymepatiënten kunnen geen bewijs leveren dat de bacterie bestaat, want die verstopt zich. En de artsen kunnen niet met zekerheid zeggen dat hij niet bestaat zo lang hij zich verstopt.

Foto: Blink O'fanaye (cc)

On-Nederlands

COLUMN - van Alexander Beunder, economisch onderzoeker en journalist

Zou zoiets ook in Nederland kunnen gebeuren? De vraag zingt rond, na de Capitoolbestorming op woensdag 6 januari in Washington. Het wordt inmiddels door diverse Amerikaanse media beschouwd als een mislukte poging tot een staatsgreep, door president Donald Trump en zijn meest militante aanhang.

On-Nederlands wellicht, dat soort radicale sentimenten, in een land waar het woord “democratie” is opgenomen in de naam van menig politieke partij. Wel wordt er af en toe in kleine kring over gefilosofeerd, binnen marginale genootschappen of Whatsappgroepjes. En dan wordt – zo is het gevoel onder de beklaagden – vaak van een mug een olifant gemaakt.

Nederland tijdelijk onder militair bewind

Zo vond ook de 59-jarige ingenieur en ondernemer Eduard D. C. van Drenthem Soesman, toen hij in 1975 in opspraak kwam als voorzitter van het Noenmaalgezelschap – een conservatief herenlunchclubje van dertig tot veertig oud-militairen, juristen en ambtenaren, verbonden aan Sociëteit de Witte in Den Haag. De ingenieur maakte zich zorgen over de linkse wind die er waaide onder premier Den Uyl. Maar het enige dat hij in het clubblad Het Gezag had geschreven – waar zoveel ophef over ontstond in de media en bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst – was dat het beter zou zijn als Nederland tijdelijk onder een militair bewind kwam te staan. Tijdelijk slechts, in een ‘overgangstijd’ van ‘hoogstens 3 jaren’ waarin de regering even ‘zonder parlement werkt’.

Quote du Jour | Taboe op radicalisering

“De schaamte is groot. Wat zal de buurvrouw vinden als ze het hoort? Wordt er geroddeld in de moskee?”

Karima Sahla, initiatiefneemster van een project om moeders te wapenen tegen radicalisering van hun kinderen, legt uit welk taboe in moslimkringen heerst op het bespreekbaar maken van radicalisering. Men stopt het liever gegeneerd weg dan dat men het aanpakt. Dat taboe moet doorbroken worden om de problematiek effectiever aan te kunnen pakken, vindt Sahla.

Foto: Bündnis 90/Die Grünen Nordrhein-Westfalen (cc)

Het verschil is nihil

COLUMN - De overeenkomsten zijn frappant. Jongemannen die zichzelf en elkaar onderling opjutten. Jongemannen die verrukt luisteren naar hu leiders, en zijn geschriften onderling delen en gretig verslinden. Jongemannen die verzaligd huiveren van het idee te sterven teneinde de heilstaat dichterbij te brengen. Jongemannen die hopen een burgeroorlog te doen ontvlammen. Jongemannen die dwepen met geweld. Jongemannen die de levens van anderen als verwaarloosbaar zien. Jongemannen die tegen elkaar opbieden hoeveel doden ze kunnen maken, en die doen alsof terreur een spelletje is.

Ergens achter hen houden de oudere mannen zich schuil. Nee hoor, zij zijn geen terroristen, zij zeggen alleen waar het op staat. Ze spreken van zonde, van omvolking, van afvalligheid, van reinheid, van hoeveel het beter ons leven wordt als wanneer ander wordt uitgebannen en de zuiverheid van het ras, of van het geloof, hersteld en bewaakt wordt. Ze wentelen zich in de grootsheid die we ongetwijfeld zullen terugkrijgen als de ander eenmaal kan worden uitgebannen.

De neonazi’s zijn de andere kant van de medaille van IS; ze zijn elkaars gelijken, elkaars spiegelbeeld, elkaars pendant. Elkaars yin en yang. Ze hebben elkaar in een houdgreep en gijzelen met hun verhitte dromen – die niets dan nachtmerries zijn – de rest van de mensen, en dat is precies waar ze op uit zijn: angst verspreiden, mensen bang maken, anderen imponeren, ons verlammen.

Foto: Alisdare Hickson (cc)

De tijd van ophitserij

COLUMN - Stuk na stuk verschijnt over radicalisering onder moslims: hoe die te spotten, hoe die te duiden, hoe die te voorkomen of – eenmaal ontstaan – hoe die tegen te gaan. Aanzienlijk minder vaak lees je iets over radicalisering onder niet-moslims, terwijl die toch zichtbaar flink toeneemt. Zowel onder de PVV- als onder de FvD-aanhangers zit erg akelig volk, dat op internet uitgebreid fantaseert over een heilige oorlog die ze tegen alle moslims willen voeren, ‘voor het te laat is’.

Mensen van naam doen daar naar hartelust aan mee. Jan Roos speculeert openlijk dat het ‘kantelmoment’ inmiddels nabij is, Thierry Baudet monkelt over de gevreesde ‘homeopathische verdunning van het Nederlandse volk’. In plaats van de praalhans te vertellen dat a) homeopathie kolder is en b) volkszuiverheid een inherent fascistisch concept, nodigt de ene na de andere talkshow de man uit om zijn vieze praatjes op tv toe te lichten.

Want we moeten ‘de andere kant’ ook aan het woord laten, zegt men.

Maar moeten we hele en halve fascisten serieus – en vooral: zo riant – een gratis spreekgestoelte verschaffen? Is het normaal dat talkshows en kranten zoveel ruimte vrij maken voor mensen die openlijk een complete religie discrimineren, die gewone burgers de wandaden van fanatici in de schoenen schuiven, die stuitende taal over vrouwen bezigen, of koloniale taal uitslaan over zwarte mensen?

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: copyright ok. Gecheckt 01-03-2022

Volk

COLUMN - Er zit iets raars aan de radicaliseringsdiscussie. Op hoge toon eisen veel oudsher hier geboren en getogen Nederlanders dat mensen die andere wortels hebben, zich moeten aanpassen, liefst snel een beetje.

De aanhang van de PVV groeit. Wilders wordt steeds valser jegens mensen met een Arabische achtergrond. Hij regisseerde zorgvuldig dat in het publiek geplante medewerkers ‘minder Marokkanen, minder Marokkanen!’ zouden scanderen, en beweerde later dat hij slechts ruimte had geboden voor de stem des volks.

Niemand die erop wijst dat die definitie van ‘het volk’ de plank akelig misslaat: ons volk bestaat allang niet meer uit blanke Nederlanders. Evenzo is de term ‘populisme’ absoluut misplaatst als het om de PVV gaat: elke groepering die op voorhand een deel van het volk uitsluit, is niet populistisch, maar schandalig bevooroordeeld.

Intussen lopen er in Nederland knokploegen rond, zoals de uit Scandinavië overgewaaide ‘Soldaten van Odin’ (de Volkskrant betitelde ze verbloemend als ‘burgerwacht’), speurend naar onrecht dat zijzelf vuistgewijs willen rechtzetten. Ze achten zichzelf rechter en beul ineen, en lieten derhalve trots een tot pulp geslagen asielzoeker op straat achter.

Wie zich verzet tegen zulk extremisme, en in plaats daarvan pleit voor samenwerking, voor verbintenissen zoeken, voor het betrachten van nieuwsgierigheid, onderling begrip, inlevingsvermogen en tolerantie, wordt tegenwoordig smalend weggezet als Gutmensch. Hoe zijn we in hemelsnaam zover gekomen dat een bedachtzaam mens willen zijn, jezelf niet teveel willen laten leiden door vooroordelen, je op een sneer komt te staan?

Foto: Kelly Garbato (cc)

Niet zwijgen over ‘de islam’ maar debatteren over de islam

Terrorismedeskundigen zien in de eeuwige discussie over de islam als oorzaak van radicalisering een struikelblok voor terrorismebestrijding. Toch is zo’n discussie hoognodig. Onder moslims zelf dan.

´Als je een wig wilt drijven tussen extremistische moslims en de rest van de samenleving, is het onverstandig om niet-extremistische moslims van je te vervreemden door te doen alsof de islam het probleem is.’
– Gerard de Vries, oud-terreurbestrijdingscoördinator van de EU (NRC, 2 april 2016)

De boel bij elkaar houden en dan de extremisten isoleren. Het is een nobel streven, vooral voor een terrorismebestrijder. Want als er een ‘wig’ ontstaat tussen niet-moslims en ‘gewone’ moslims, hebben de inlichtingendiensten weinig kans om informatie vergaren.

En één van de manieren om zo’n wig te voorkomen, aldus De Vries, is te zwijgen over ‘de islam’. Net doen alsof extremisme niks met ‘de islam’ te maken heeft. Of zoals hij het in de NRC formuleerde: we moeten niet ‘doen alsof de islam het probleem is.’

Maar op deze goedbedoelde redenering valt heel veel af te dingen. Ze is gebaseerd op simplificaties, en werkt uiteindelijk averechts. Zwijgen over ‘de islam’ (de term is vals, maar daarover straks) zorgt er juist voor dat er géén wig ontstaat tussen gewone en extremistisch moslims. (Maar die ‘wig’ moeten we ook niet willen hebben, daarover straks).

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Volgende