Haatzaaien en OM: Nog een uitzondering?

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

Eerder deze week schreven we al over het besluit van het OM om Geert Wilders niet te vervolgen vanwege een racistische campagneafbeelding. De kern daarvan was simpel: racisme lijkt in Nederland steeds minder strafbaar zodra het een politiek nut dient. Politieke context fungeert steeds vaker als beschermlaag waarachter uitspraken verdwijnen die buiten de Haagse arena grote problemen zouden opleveren.

De aangifte tegen PVV-Kamerlid Gidi Markuszower legt daar nu een veel ernstiger vraag naast. Markuszower stelde dat Palestijnen “misschien met nog meer geweld dan waar ze vandaan komen” tegengehouden moeten worden, en wat hem betreft in Gaza mogen “verpieteren”. Dat is geen abstract frame meer, geen “kritiek op immigratie”, geen debat over integratie of grenzen. Hier komt expliciet geweld in beeld. Niet als verspreking, maar als politiek taalgebruik richting een compleet volk.

En precies daarom zou niet-vervolgen hier een fundamenteel kantelpunt zijn.

Het Nederlandse recht kent bewust hoge drempels rond politieke uitingen. Alleen bestaat die bescherming uiteindelijk bij de gratie van één impliciete grens: dat politici geen vrijbrief krijgen om groepen structureel te ontmenselijken of geweld tegen hen te legitimeren. Als zelfs dit juridisch irrelevant blijkt zodra een Kamerlid het zegt, blijft er inhoudelijk nauwelijks nog een grens over.

De verdediging begint inmiddels ook zichtbaar vorm te krijgen. Markuszower zegt dat hij het geweld van Hamas bedoelde en dat zijn uitspraken verkeerd zijn geïnterpreteerd, terwijl hij tegelijk de inhoud van zijn standpunt overeind laat. Dat trucje is inmiddels bekend: de letterlijke formulering wordt iets teruggeschroefd, de politieke boodschap blijft intact. Want politieke taal werkt zelden via letterlijke bevelen. Politieke normalisering werkt via verschuivingen. Via steeds hardere formuleringen die na verloop van tijd gewoon onderdeel worden van het debat. Tot uitspraken die tien jaar geleden politiek ondenkbaar waren nog slechts een halve rel veroorzaken.

Het OM lijkt momenteel vast te lopen in een soort maximalistische interpretatie van politieke vrijheid van meningsuiting, waarin vrijwel alles geoorloofd wordt zolang het binnen een politieke context plaatsvindt. Alleen verandert die vrijheid daarmee langzaam in een uitzonderingspositie die haaks staat op het oorspronkelijke doel van de wet. Die wetten tegen groepsbelediging en haatzaaien bestaan immers juist omdat collectieve ontmenselijking historisch zelden begint bij knokploegen op straat. Ze begint meestal met politieke taal die stap voor stap bepaalt welke groepen minder bescherming verdienen.

Niet vervolgen in deze zaak, ook na de opzichtige ‘nuancering’,  zou daarom meer zijn dan een juridisch oordeel over één uitspraak. Het zou feitelijk bevestigen dat de politiek zichzelf grotendeels buiten de morele en juridische grenzen van de wet en samenleving heeft geplaatst.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*