Accijnzen zijn politiek een fascinerend verschijnsel. Zodra ze géén effect hebben, is het een inkomstenbron en verstandig ontmoedigingsbeleid. Zodra ze wél effect hebben, ontstaat paniek. Dan blijkt ineens dat mensen over de grens sigaretten halen, dat ondernemers omzet verliezen, dat de staatskas inkomsten misloopt. Het succes van de maatregel verandert daarmee direct in een argument tégen diezelfde maatregel.
Dat patroon zagen we bijvoorbeeld in 2003 bij de accijnsverhoging op sterke drank. Hogere accijnzen moesten consumptie ontmoedigen én geld opleveren. Vervolgens daalde de verkoop stevig. Precies het mechanisme waar deze accijnzen voor bedoeld zijn. Alleen bleek dat politiek ongewenst, zodra slijterijen begonnen te klagen en belastinginkomsten tegenvielen. Dus werd de verhoging een jaar later alweer teruggedraaid. De impliciete boodschap: ontmoediging is prima, zolang mensen het signaal eigenlijk niet of nauwelijks oppakken en de inkomsten op peil blijven. Dat zie je eigenlijk ook altijd met de raming van de inkomsten na een verhoging. Bijna altijd wordt er van uitgegaan dat de maatregel niet werkt en wordt de verhoging alvast één op één als extra inkomsten op de begroting gezet.
Bij sigarettenaccijnzen gebeurt exact hetzelfde. Hogere prijzen leiden aantoonbaar tot minder rokers. Vooral jongeren beginnen minder snel, bestaande rokers stoppen vaker of minderen. Vanuit volksgezondheidsperspectief werkt het beleid gewoon. Alleen ontstaat er tegelijk ook een voorspelbaar neveneffect: mensen rijden naar Duitsland of België voor goedkopere sigaretten. Experts zijn het erover eens, netto is het nog steeds een positief effect op de volksgezondheid, maar meteen verschuift het debat dan van “hoe krijgen we minder rokers?” naar “hoe beschermen we de staatsinkomsten?”.
Het echte probleem blijkt vaak dat overheden twee doelen tegelijk proberen na te streven die elkaar eigenlijk uitsluiten. Accijnzen moeten én structureel veel geld opleveren én consumptie stevig terugdringen. Dat kan maar beperkt samen. Een accijns die perfect werkt, vernietigt uiteindelijk zijn eigen belastingbasis. Een samenleving die massaal stopt met roken levert nu eenmaal geen tabaksaccijns op.
Eigenlijk zegt dat vooral iets over hoe accijnzen politiek verkocht worden. Ze worden gepresenteerd als gezondheidsbeleid, terwijl overheden tegelijk rekenen op stabiele inkomsten uit precies het gedrag dat ze zeggen te willen bestrijden. De ideale burger is daarmee iemand die nét genoeg rookt en drinkt om de begroting sluitend te houden, zolang die vooral niet volledig stopt.
Reacties (12)
Ik denk dat accijnzen als inkomstenbron voor de overheid toch altijd wat belangrijker zijn geweest dan voor andere doelen. Terugdringen van de consumptie past sowieso niet in een beleid dat al decennialang door een neoliberale ideologie wordt gestuurd. Stel je voor dat de staat meer geld zou gaan heffen op vermogen of erfenissen…..
Overigens ben ik het wel eens met het huidige kabinet dat om die reden ook bij de huidige oliecrisis de benzineaccijns weigert te verlagen. Dat spekt uiteindelijk toch de verkeerde groepen.
Ssssst ;)
En dan rekenen we nog niet eens de kosten mee als al die gestopte rokers van hun AOW gaan genieten!
Als je de begroting rond wilt krijgen, is tabak dus een heel goed middel.
(Maar het is humaner om iedereen na 3 jaar AOW een spuitje te geven, want longkanker is een rotziekte)
Een roker leeft gemiddeld 5-10 jaar korter.
5-10 jaar AOW kost 100.000 tot 200.000 euro.
Longkanker kost gemiddeld 33.000 euro, maar de chronische ziekten die lang voor de dood beginnen zijn misschien totaal wel duurder.
Bronchitus, astma, COPD, hartaanvallen, herseninfarcten enz.
Hmmm…. Dus zelfs met de besparingen op AOW kost roken misschien meer dan het aan accijns oplevert.
Maar goed, ik wilde maar aangeven dat het nogal cynisch is om de begroting rond te krijgen met accijnzen op tabak en alcohol.
Hogere accijnzen op alcohol en tabak hebben nog steeds een positief effect, behalve dat negatieve effect dat mensen de auto of bus naar Duitsland nemen.
Echt cynisch is verkeersboetes tot ongekende hoogte te laten oplopen, zodanig dat het goedkoper is om een agent op zijn bek te slaan dan op een invalideparkeerplaats te gaan staan o.i.d.
Hoe beter je je gedraagt, des te zwaarder wordt de straf als je (per ongeluk) toch een overtreding begaat.
https://www.rtl.nl/nieuws/economie/artikel/5600322/zelfs-boete-opleggers-van-cjib-houden-zich-niet-aan-de-wet
Blijkt de Laffer curve toch te bestaan. Mensen vinden een alternatief via kennissen die wel eens over de grens boodschappen halen en daarbij de in het oogspringende dure producten mee nemen zonder heffingen er over te betalen. Deze curve werkt alleen als er alternatieven zijn voor verslaafde gebruikers bij andere producten gaat men op zoek naar alternatieven indien voorhanden.
Voor rokers die het niet al te breed hebben en niet in de buurt van de grens wonen is de prijs van tabak wel degelijk een stimulans geworden om te stoppen.
Kostte een pakje sigaretten in 1976 nog fl 2,75, dan zou dit nu € 4,35 zijn maar het kost nu € 13,-.
Shag kostte toen iets van fl 4,-, dit zou nu € 6,60 zijn maar kost nu € 24,-.
Maar om te beginnen met roken maakt de prijs niet veel uit, want het begint meestal met een sigaret van vrienden krijgen. En in het begin rook je vaak maar 3 of 4 sigaretten per dag, allemaal betaalbaar. Pas na een paar jaar zit je op een pakje per dag.
Die gaan met zo’n georganiseerde busreis die kant op en kopen op die manier het goedkoop in.
Als de meerderheid van de rokers dat deed dan waren er geen tabakswinkels meer.
Volgens mij zijn er praktisch geen ‘pure’ tabakswinkels meer, tis allemaal supermarkt en/of tankstation, de vroegere sigarenwinkel heeft allang geleden het loodje gelegd.