Nederland Kennisland?
In het Lissabon-akkoord dat begin 2000 in de Portugese hoofdstad wordt gesloten spreken de Europese regeringsleiders af hoog in te zetten op kennis: “tegen 2010 zou de EU de meeste competitieve en dynamische kenniseconomie van de wereld moeten zijn”. Om dit te bereiken moet in ieder land 3% van het BNP besteed worden aan Research & Development, waarbij 2/3 uit private bronnen moet komen en 1/3 van de overheid.
In 2004 vat Minister van Economische Zaken, Laurens-Jan Brinkhorst, tijdens een toespraak de mening van de Europese Commissie over de Nederlandse voortgang samen. Men is positief over het flexibilisering van de arbeidsmarkt en de oprichting van het Innovatieplatform, maar investering in R&D neemt af en met de ‘ondernemersgeest’ is het slecht gesteld.
Het Innovatie-platform wordt in 2003 opgericht met Minister-President Balkenende als voorzitter, en heeft “als opdracht om voorstellen te ontwikkelen om de innovatiekracht van Nederland te versterken.” Maar dat innovatie-platform mislukt omdat de gevestigde orde er bovenop sprong en men snel wilde scoren. Het zou niet mogelijk zijn de zittende grootmachten innovatief te laten denken. De Tweede Kamer zou zelfs een schaduw-platform hebben ingesteld om het debat te verbreden.
Meer slecht nieuws komt van het CBS, dat het rapport Kennis en Economie 2006 publiceert (samenvatting). Enkele quotes:
“links is goed voor de economie”, het is in debatten en internetdiscussiefora een steeds meer gebezigde uitspraak. Sinds een paar jaar laten de linkse partijen hun programma’s controleren op schadelijke economische effecten, en is het maken van (staats)schulden taboe. Deze ‘verstandiging’ van links (anderen zouden het ‘verrechtsing’ noemen) neemt welleens bespottelijke vormen aan. Een paar maanden geleden beweerde een linksstemmende kennis van mij dat de plannen van Groenlinks ‘beter voor de economie’ zijn dan de plannen van het kabinet. Waarom? Omdat het ophogen van de uitkeringen volgens het Centraal Plan Bureau een positiever effect heeft op de economische conjunctuur dan bezuinigingen. Wat de structurele effecten zijn van het aantrekkelijker maken van een werkloos leven bleven in het ongewisse (ik zou zeggen: meer werkloze levens).
De meeste peilingen gaan over de vraag op welke partij u wel zou stemmen als er vandaag verkiezingen zouden zijn.