GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag voor Guido de Graaf Bierbrauwer, Kaukasusmedewerker van IKV Pax Christi, die afgelopen week een bezoek bracht aan het onrustige Armenië.

Het was een typische Kaukasische afspraak. Ik had beloofd naar Vanadzor te gaan, de tweede (of derde, dat vergeet ik altijd) stad van Armenië. Ik had daarom gisteravond onze partner in Vanadzor gevraagd een taxi voor mij te regelen – vaak hebben ze vaste adresjes voor dat soort dingen. Hij beloofde mij nog te bellen om verder af te spreken wanneer ik precies zou komen, maar helaas was hij dat een beetje vergeten. Om vijf voor tien ’s ochtends ging de telefoon, net toen ik op de wc zat. Of ik om tien uur beneden kon zijn, want mijn taxi stond klaar.
Op naar Vanadzor dus. Ik vind het altijd fijn om even uit de grote stad weg te gaan, want Yerevan is als metropool een beetje als iedere andere grote stad. Redelijk moderne winkels, restaurants, cafe’s, hippe jonge mensen, enzovoort. Het platteland is totaal anders. Ten eerste is Armenië heel erg leeg. Okay, er staan een paar grote bergen in de weg, maar ook die zijn tamelijk kaal. Maar bovenal is het land buiten Yerevan extreem arm. Er is werkelijk niets te doen. Enorme fabriekstereinen staan verloren in het landschap weg te kwijnen: de Armeense industrie is de klap van het uiteenvallen van de Sovjet Unie nooit te boven gekomen. Volgens mij moet de werkloosheid ongeveer tachtig procent bedragen op het platteland. Overal hangen mannen op straat rond te niksen. Oude mannen vooral, want de jeugd trekt massaal weg. Naar Yerevan, maar liever nog naar het buitenland.