Linkse of rechtse wetenschap is een categoriefout

door Joyce Weeland De wetenschap krijgt vaak het verwijt dat zij links is en dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Volgens onderzoeker Joyce Weeland is wetenschap niet links of rechts: de geloofwaardigheid wordt juist bedreigd zodra wetenschappelijke bevindingen politiek worden geframed. Op universiteiten ontbreekt het aan diverse ideologische perspectieven en dit schaadt het vertrouwen in de wetenschap. Onder meer Andreas de Block en Musa al-Gharbi zetten dit verwijt uitgebreid uiteen in hun boeken en recent verscheen in NRC nog een opiniestuk over ‘linkse dominantie’ op universiteiten. Echter, de roep om ‘ideologische diversiteit’ op de universiteit klinkt misschien aantrekkelijk, maar het is een categoriefout. De universiteit is geen parlement waar elke overtuiging recht heeft op zetels. Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent niet automatisch dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn Het idee dat wetenschap ‘links’ is omdat veel wetenschappers progressief stemmen, is misleidend. Hoogleraren stemmen inderdaad gemiddeld linkser dan andere beroepsgroepen, maar ze zijn niet ideologisch homogener dan professionals in andere sectoren. Hun politieke oriëntatie past in een breder patroon waarbij beroepen met veel cultureel kapitaal (zoals wetenschappers en kunstenaars) vaker naar links leunen, terwijl beroepen met veel economisch kapitaal (zoals CEO’s en managers) vaker rechts georiënteerd zijn (Van de Werfhorst, 2020). Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent daarnaast niet dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn. Wetenschap ontleent haar geloofwaardigheid aan transparantie, peer review en replicatie. Dat systeem is expliciet ontworpen om individuele aannames, voorkeuren en vooroordelen uit te filteren. Als bepaalde opvattingen nauwelijks voorkomen in de academie, kan dat evengoed betekenen dat ze empirisch niet standhouden. Sommige politieke ideologieën liggen verder af van empirische bevindingen dan andere. Onderzoeksagenda’s Ook het argument dat onderzoek bevooroordeeld is en vooral linkse thema’s behandelt, is discutabel. Onderzoeksagenda’s volgen actuele maatschappelijke vraagstukken en beschikbare data, geen partijprogramma’s. Zo steeg het aantal publicaties over gezondheidsongelijkheid significant in landen die door Europese bezuinigingen werden getroffen (Pietrovito et al., 2026). Dat is geen ideologische ruk naar links, maar een reactie op reële maatschappelijke verschuivingen. Wetenschap volgt problemen, zij creëert ze niet. Echter, wetenschappers doen soms aan zelfcensuur, vanuit een afhankelijkheid van financiering en publicatiekansen, uit zelfbescherming of bezorgdheid om het welzijn van (sociale) groepen (Clark et al., 2023). Rechtse stemmers missen thema’s als criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid De progressieve agenda van wetenschappers zou daarnaast ook het vertrouwen in de wetenschap beschadigen, bijvoorbeeld omdat het niet aansluit bij de belevingswereld van niet-wetenschappers. Rechtse stemmers missen thema’s als migratie, criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid. Sociale veiligheid in een diverse samenleving verdient serieuze academische aandacht, juist omdat simplistische frames schade en verdere polarisatie veroorzaken (Albarosa & Elsner, 2023; Van Assche et al., 2023). En inderdaad, de kosten van klimaatbeleid zijn reëel en soms pijnlijk. Maar oplossingen voor klimaatbeleid worden onderzocht omdat we weten dat het negeren van klimaatverandering de maatschappelijke en economische kosten uiteindelijk alleen maar hoger zouden maken (Caruso, de Marcos & Noy, 2024; Newman & Noy, 2023). Het echte probleem Het echte probleem rondom vertrouwen in de wetenschap wordt hiermee zorgvuldig vermeden: het vertrouwen in wetenschap wordt actief ondermijnd en daalt vooral waar politici en opiniemakers haar systematisch framen als ‘woke’, ‘activistisch’ of ‘elitair’. Wantrouwen is een gevolg van een politieke strategie die kennis verdacht maakt. Niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel Hiermee wordt de vertrouwenskwestie omgedraaid: niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel over wetenschap. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat mensen die zichzelf als ‘rechts’ beschrijven juist méér vertrouwen hebben in wetenschap in landen waar rechtse partijen de wetenschap niet aanvallen. Deze mensen hebben minder vertrouwen zodra juist rechtse politici dat wél doen. Hetzelfde geldt spiegelbeeldig voor linkse mensen in landen waar linkse partijen wetenschap in twijfel trekken (Mede et al., 2023; Lasco & Curato, 2019). Het kan beter Dit alles betekent niet dat wetenschappers zichzelf niet kritisch hoeven te bevragen, we niet hoeven te streven naar diversiteit op de universiteit, of dat we zaken niet beter kunnen doen. Allereerst: conclusies die gebaseerd zijn op feiten zijn niet per definitie objectief. Data en onderzoeksresultaten krijgen pas betekentis na interpretatie. Transparantie over uitgangspunten, gemaakte keuzes en positionaliteit is daarom cruciaal en dit zouden we in de wetenschap nog verder kunnen versterken. Maak zichtbaar vanuit welk perspectief onderzoeksresultaten worden geduid Zo is het in kwalitatief onderzoek gebruikelijk om je eigen positionaliteit als onderzoeker te bevragen, maar wordt dit in kwantitatieve studies niet of nauwelijks expliciet gemaakt. Het doel hierbij is niet om onderzoeksresultaten te relativeren, maar om zichtbaar te maken vanuit welk perspectief ze worden geduid. De wetenschappelijke agenda wordt daarnaast vaak door een relatief klein groepje mensen met veel invloed bepaald. Beslissingen over wat wordt onderzocht hangen daarbij ook af van schaars beschikbare middelen, zoals financiering. Ook heeft de wetenschap nog een enorme kans om de maatschappelijke impact te vergroten door bevindingen beter en toegankelijker te communiceren, zodat inzichten niet alleen binnen academische kringen blijven, maar ook voor het grote publiek begrijpelijk en bruikbaar zijn. Wie de kwaliteit en het vertrouwen in wetenschap echt wil versterken, moet stoppen met haar te reduceren tot een cultureel strijdtoneel. Investeren in een grote diversiteit aan onderzoeksprogramma’s, open science en betere wetenschapscommunicatie helpen hierbij meer dan ideologische quota. Kortom: de universiteit hoeft niet ‘rechtser’ te worden. Ze moet onafhankelijk blijven. Dat is iets heel anders. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Joyce Weeland is onderzoeker en werkt als Associate Professor bij de afdeling Jeugd en Gezin aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences. Literatuur Albarosa, E., & Elsner, B. (2023). Forced migration and social cohesion: Evidence from the 2015/16 mass inflow in Germany. World Development167, 106228. Burgers, F., Duiveman, A., & Hogeweg, L. (2026, 13 februari). Linkse dominantie op de universiteit ondergraaft vertrouwen in wetenschap. NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/13/linkse-dominantie-op-de-universiteit-ondergraaft-vertrouwen-in-wetenschap-a4919609 Caruso, G., de Marcos, I., & Noy, I. (2024). Climate changes affect human capital. Economics of Disasters and Climate Change8(1), 157-196. Clark, C. J., Jussim, L., Frey, K., Stevens, S. T., Al-Gharbi, M., Aquino, K., … & Von Hippel, W. (2023). Prosocial motives underlie scientific censorship by scientists: A perspective and research agenda. Proceedings of the National Academy of Sciences120(48), e2301642120. Lasco, G., & Curato, N. (2019). Medical populism. Social Science & Medicine, 221, 1-8. Newman, R., & Noy, I. (2023). The global costs of extreme weather that are attributable to climate change. Nature Communications14(1), 6103. Mede, V., Berger, S., Besley, J., Brick, C., Joubert, M., … Metag, J. (2025). Trust in scientists and their role in society across 68 countries. Nature Human Behaviour, 9(4), 713-730. Pietrovito, F., Rancan, A., Resce, G., & Santangelo, A. E. (2026). Do fiscal constraints affect health inequality research? A bibliometric perspective (No. esdp26102). University of Molise, Department of Economics. Van Assche, J., Ardaya Velarde, S., Van Hiel, A., & Roets, A. (2023). Trust is in the eye of the beholder: How perceptions of local diversity and segregation shape social cohesion. Frontiers in Psychology13, 1036646. Van de Werfhorst, H. G. (2020). Are universities left‐wing bastions? The political orientation of professors, professionals, and managers in Europe. The British Journal of Sociology, 71(1), 47-73.  

Foto: Djoeke Ardon Foto door Amber Witsenburg

Participatielezing manosphere: ‘Jongens niet als gevaarlijk wegzetten’

ACHTERGROND, OPROEP - door Tea Keijl

Djoeke Ardon werkt als onderzoeker bij Movisie al jaren aan het tegengaan van genderongelijkheid. Haar Participatielezing over de manosphere bouwt ze op aan de hand van onderzoeken uit met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar ook door vele gesprekken met professionals, docenten en ouders in Nederland. Bovendien struint ze zelf rond op sociale media van influencers die propageren dat jongens en mannen gespierd moeten zijn en dat ze vrouwen kunnen domineren. En die vaak ook verkondigen hoe je snel geld kunt verdienen.

‘Er zijn Nederlandse influencers met dit soort boodschappen die een half miljoen volgers hebben’

Ardon: ‘Er zijn Nederlandse influencers met dit soort boodschappen die een half miljoen volgers hebben. En video’s die viraal gaan, bereiken een veelvoud hiervan.’ Uit Brits onderzoek blijkt dat 80 procent van de jongeren daar de Brits-Amerikaanse influencer Andrew Tate kent.

De krochten van het internet

In de Participatielezing duikt Ardon in de ontstaansgeschiedenis van de manoshpere. Rond de eeuwwisseling gebeurden er in de krochten van het internet al dingen die nu aan te wijzen zijn als de wortels van het gedachtegoed. Ze stuit op extreme verhalen: ‘Die gaan over getraumatiseerde jongens die het gevoel hadden dat ze er niet bij hoorden. Online vonden ze elkaar en zo ontstonden hechte gemeenschappen.’

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Quote du Jour | Polarisatie niet overdrijven

“Overigens moeten we het probleem van polarisatie niet overdrijven. Die scherpte lijkt mij beter dan een apathische samenleving”

Rutger van den Noort – een van de initiatiefnemers van “De Nederlandse Leeuw” – vindt het met de polarisatie wel meevallen. Maar Rutger, door alle polarisatie is toch ernstige verlamming opgetreden en is de creativiteit totaal verdwenen? Wel een beetje on message blijven, he?

En nu we toch bezig zijn een bonusquote, uit hetzelfde stuk:

Foto: "nikozz is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

De mythe van ‘minder polarisatie’

De oproep tot “minder polarisatie” klinkt redelijk, bijna vanzelfsprekend. Wie kan er immers tegen zijn dat mensen elkaar weer wat beter begrijpen en in verbinding blijven. Echter, ze wordt opvallend vaak neergelegd bij links, alsof juist daar de bron van het probleem ligt.

Het idee van polarisatie veronderstelt symmetrie. Twee uitersten die verder uit elkaar drijven en een midden dat wordt uitgehold. In die lezing dragen beide kanten gelijke verantwoordelijkheid voor de verscherping van het debat. Die symmetrie is analytisch aantrekkelijk, maar ze schuurt met de werkelijkheid. Extreemrechts ontleent zijn politieke kracht namelijk juist aan conflict. Het denken in scherpe tegenstellingen, het construeren van een vijandbeeld, het benadrukken van culturele en etnische grenzen: het vormt de kern.

Tegen die achtergrond krijgt de oproep tot depolarisatie een merkwaardige lading. Ze richt zich vaak op progressieve stemmen die ongelijkheid, racisme of klimaatbeleid agenderen, en minder op de politieke stromingen die hun legitimiteit juist uit die tegenstellingen halen. De impliciete boodschap luidt dan dat het benoemen van structurele problemen al snel als “polariserend” geldt, terwijl het institutionaliseren van uitsluiting als een harde, maar begrijpelijke politieke positie wordt gepresenteerd.

Daar komt een tweede asymmetrie bij. Uitspraken of acties van een kleine, radicale minderheid aan de linkerkant worden door rechts routinematig uitvergroot en vervolgens als representatief gepresenteerd. Denk aan zogenaamde ‘woke’ en feministische excessen en acties van XR die geheel links worden aangewreven. Het frame schuift door: wat feitelijk vrij marginaal is, wordt behandeld als de norm en daarna als verwijt teruggelegd bij links als geheel. Aan de rechterkant lijkt een vergelijkbare dynamiek veel minder door te werken. Extreemrechtse posities lopen vaker naadloos over in wat als “gewoon” rechts wordt gepresenteerd, zonder dat die nabijheid dezelfde electorale of morele schade oplevert. Extreem rechtse demonstraties worden niet in dezelfde mate geïdentificeerd met rechts als geheel. De grens vervaagt, maar de consequenties blijven uit.

Foto: Kilian Seiler on Unsplash

De formatie: verzoening als rookgordijn

Er is een hardnekkige misvatting in het Haagse debat over polarisatie: dat die verdwijnt zodra je de juiste mensen rond dezelfde tafel zet. Alsof maatschappelijke spanningen het gevolg zijn van logistiek falen. In de NRC-opinie van historicus en politicoloog Kemal Rijken waarin wordt betoogd dat het betrekken van rechts bij de formatie Nederland dichter bij elkaar zou brengen, wordt die misvatting niet alleen herhaald, maar verheven tot morele plicht.

De redenering klinkt redelijk. Nederland is verdeeld. Er is wantrouwen. Er zijn kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen. Dus moeten partijen die zichzelf profileren als anti-establishment worden opgenomen in het bestuur, om zo het systeem weer geloofwaardig te maken. Het probleem is niet dat dit idee nieuw is, maar dat het telkens opnieuw wordt gepresenteerd alsof het een neutrale observatie is, en geen politieke keuze met duidelijke winnaars en verliezers.

Wat hier gebeurt, is dat polarisatie wordt gedefinieerd als een communicatieprobleem. Te weinig luisteren. Te weinig samenwerken. Te veel morele scherpte. Daarmee wordt de inhoud buiten beeld geschoven. Alsof het er niet toe doet waaróver men verdeeld is. Alsof de kloof tussen partijen primair gaat over stijl, toon en temperament, en niet over fundamentele meningsverschillen over rechtsstaat, minderheden, wetenschap en macht.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Afbeelding door rizki new via Advice Vectors by Vecteezy.

Jongeren net zo geïnteresseerd en gepolariseerd als volwassenen

ANALYSE - Jongeren worden vaak afgeschilderd als politiek apathisch. Ze hebben weinig interesse in politiek, zijn niet politiek actief en staan afwijzend tegenover de politiek. Je zou daarom verwachten dat jongeren niet heel erg gepolariseerd zijn over politieke issues. Dit staat in contrast tot volwassenen: steeds vaker luiden de alarmbellen over toenemende polarisatie. Maar kloppen deze observaties wel? Verschillen volwassenen en jongeren daadwerkelijk in politieke interesse en in polarisatie? Een artikel van Celine Laffineur, Bert Bakker en Gijs Schumacher, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees.

Om dit te onderzoeken heeft het SYNC Lab EUR (Lysanne ten Brinke, Eveline Crone en Sophie Sweijen) in samenwerking met ons (Hot Politics Lab) in mei en juni 2023 507 jongeren tussen 10 en 25 jaar in de regio Rotterdam ondervraagd. Wij vergeleken hun antwoorden met die van en volwassene Nederlandse steekproef beoordeeld in december 2022 (Gemiddelde leeftijd = 46, N = 1,261).

Politiek apathisch?

Slechts een derde van de jongeren in onze steekproef gaf aan dat Nederlandse politiek hun een beetje (20%) of veel (10%) interesseert. Dat betekent dat 70% geen tot weinig interesse heeft. Politiek apathisch, ja, maar dit getal is vergelijkbaar met de politieke interesse van volwassenen. Zoals de figuur hieronder ook laat zien zijn jongeren wel degelijk geïnteresseerd in allerlei politieke onderwerpen: twee op de drie jongeren geeft aan een beetje of zeer geïnteresseerd te zijn in criminaliteit (67%). Iets meer dan de helft van de jongeren is geïnteresseerd in klimaat (55%), terrorisme (52%) of armoede (50%). Twee op de vijf adolescenten (40%) zijn geïnteresseerd in vluchtelingen.

Foto: Jesterhat84, CC BY-SA 3.0. Departement van Justitie in Den Haag, via Wikimedia Commons.

Groeien vertegenwoordigen en verantwoordelijkheid nemen uit elkaar?

ANALYSE - een gastbijdrage van Simon Otjes, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees

Er is in Nederland al twee jaar een discussie bezig over een nieuwe bestuurscultuur. Dat lijkt te gaan over de manier waarop Mark Rutte het land bestuurt. Echter, als je langer kijkt naar de elementen van die bestuurscultuur dan valt op dat deze verder teruggaan. Bovendien is verzet tegen de Nederlandse bestuurscultuur al eerder opgekomen.

In een recente podcast Het Spel en de Macht spreek ik hierover met bestuurskundige Caelesta Braun en student journalistiek Arend Viëtor. Het is de laatste in een reeks over de Nederlandse bestuurscultuur. Als we die langere lijnen volgen dat valt op dat het verschil tussen toen en nu is dat electorale positie van partijen die volgens de regels van het spel politiek bedrijven zwakker is dan in het verleden. Partijen die het primair als hun rol zien om onvrede te vertegenwoordigen sterker zijn geworden.

De Regels van Lijphart

De regels van het spel zijn eigenlijk opvallend constant in de afgelopen 70 jaar. De regels die politicoloog Arend Lijphart in 1968 formuleerde over de Nederlandse politiek in jaren ’50 zijn nog springlevend: als politici in Nederland een beslissing moeten nemen benaderen ze de materie zakelijk en niet ideologisch. Als ze er onderling niet uitkomen dan kijken ze naar experts en belangengroepen. De oplossingen komen van buiten de politieke arena. Als coalitiepartijen recht tegenover elkaar staan, dan stellen ze beslissingen uit. Moeten ze nu een oplossing vinden, proberen ze een compromis te formuleren waar iedereen zich in kan vinden. Zelfs een kleine coalitiegenoot kan dat vetoën. Zulke compromissen worden niet gesloten in de plenaire zaal van de Kamer maar achter dichte deuren.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Terence Faircloth (cc)

Polarisatie in de Nederlandse politiek

RECENSIE - Het politieke debat in Nederland is gepolariseerd, zegt men. Maar is dat ook zo? Groeiende tegenstellingen, verruwing in het taalgebruik, een ‘kloof’ tussen Haagse politiek en burgers in het land, tussen de Randstad en de rest van Nederland: politieke polarisatie zien we de afgelopen jaren in allerlei toonaarden beschreven en becommentarieerd. Loopt de democratie gevaar of kunnen we er op vertrouwen dat de meerderheid van de bevolking toch zal blijven zorgen voor pluralisme en redelijkheid in de politiek? Onder redactie van politicoloog en publieke opinie onderzoeker Paul Dekker doen 22 sociale wetenschappers in de bundel Politieke Polarisatie in Nederland een poging ons op basis van degelijk empirisch onderzoek een genuanceerd beeld te geven van de ernst van de problematiek.

Een grote verdienste van de Nederlandse sociale wetenschappen is dat er in opinieonderzoeken al heel lang gewerkt wordt met vergelijkbare thema’s waarover om de zoveel tijd dezelfde vragen worden gesteld. Dat betaalt zich nu uit in verschillende bijdragen in deze bundel waarvoor gebruik kon worden gemaakt van de ontwikkeling van politieke standpunten in de Nederlandse bevolking in de afgelopen decennia. Zo analyseerde Dekker trends in de standpunten van verschillende groepen in de samenleving over onder meer man/vrouwrollen, Europese integratie en de multiculturele samenleving. Hij komt dan tot de conclusie dat er in een minderheid van de gevallen sprake is van divergentie (het uiteenlopen van standpunten) en in een bijna even groot aantal gevallen van convergentie. Als we kijken naar opleidingsverschillen is er wel vaker sprake van divergentie en is de divergentie over de jaren heen het grootst. Maar over het geheel genomen ziet Dekker geen bewijs voor (toenemende) polarisatie als dominante trend. Hij haast zich wel er bij te zeggen dat hij daarmee het polarisatieprobleem niet wil ontkennen. We moeten zijn bevindingen vooral zien als relativering van een trend die soms op alarmistische toon en met verwijzing naar Amerikaanse toestanden in de publiciteit komt. Een probleem is wel de perceptie van de polarisatie. Dekker wijst er op dat onze indrukken van tegenstellingen vaak niet kloppen. Dat komt ook omdat we doorgaans afgaan op de media waarin de tegenstellingen niet zelden worden uitvergroot.

Foto: Het Wereldvenster Boekomslag Polarisatie in Nederland, redactie Paul Dekker. UItgeverij copyright ok. Gecheckt 18-10-2022

Politieke polarisatie is in Nederland geen overheersende trend

22 wetenschappers hebben hun inzichten over politieke polarisatie in Nederland gebundeld in een boek. Eén van hen, hoogleraar Paul Dekker, licht toe.

Oplopende tegenstellingen, dreigende tweedelingen, groeiende onenigheid, toenemend extremisme en verruwing en verharding in politiek en samenleving: Nederlanders maken zich er al langer grote zorgen over. Het paraplubegrip voor hun zorgen is al een tijdje polarisatie.

Heb je dat woord eenmaal opgepikt, dan zie je er ook steeds meer voorbeelden van. Van spanningen in je directe omgeving tot grote voorbeelden van demonstraties. Van voor- en tegenstanders van Zwarte Piet via conflicten over stikstof- en coronabeleid tot ontsporende Kamerdebatten. Maar heeft het wel zin om hier overal het polarisatie-etiket op te plakken en hoe reëel is de impliciete aanname dat er een brede maatschappelijke polarisatietrend onder stroomt?

In de gisteren verschenen bundel Politieke polarisatie in Nederland bieden 22 politicologen, sociologen en andere wetenschappers inzichten uit onderzoek om hier antwoord op te geven, zorgelijke ontwikkelingen te onderscheiden van spookbeelden, en remedies te bezien voor zorgelijke polarisatie.

Soorten polarisatie

Politieke polarisatie gaat over vergroting van tegenstellingen. Die kan intentioneel zijn – een politicus die polariseert om een keuze scherper neer te zetten of afstand te nemen tot een tegenstander – of iets wat mensen overkomt: ze drijven uit elkaar of worden naar extremere standpunten gedreven. Dit speelt bij individuen en binnen en tussen groepen en organisaties.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Polarisatie zet democratie VS onder hoogspanning

ANALYSE - van Tom van der Meer. Eerder verschenen op Stuk Rood Vlees.

In de Verenigde Staten worden democratische normen steeds verder ondermijnd. Verkiezingen zijn minder onpartijdig dan voorheen. Gerrymandering, het trekken van electorale grenzen om de electorale rivalen te benadelen, is steeds harder doorgevoerd. In verschillende staten zijn electorale wetten aangenomen die het stemrecht inperken, waardoor specifieke groepen als zwarte kiezers verder worden uitgesloten.

Ook wordt getornd aan de normen van de Trias Politica en machtenscheiding, die worden overstegen door de tegenstelling tussen de twee partijen. Het meest zichtbaar werd dit in de benoemingsprocedure voor het Hooggerechtshof, toen de Republikeinse meerderheid in de Senaat weigerde de door de Democratische president Obama voorgestelde kandidaat te overwegen.

De Amerikaanse rechtsstaat kent al langer wezenlijke problemen met toegankelijkheid en gelijke behandeling.

Deze week braken – bepaald niet voor het eerst – protesten uit tegen de behandeling van de zwarte bevolking van de V.S. door de politie. In reactie wordt de toch al gemilitariseerde politie ingezet tegen vreedzame demonstranten en journalisten. Tegen de eigen bevolking dus. Zo werd de omgeving van het Witte Huis met harde hand en zonder aankondiging schoongeveegd opdat de president daar kon poseren voor fotografen.

Foto: Naar risastla op Flickr

Democratisch Discours: Hyperpartijdigheid

ANALYSE - DDR-66, Forum voor Demagogie en de Partij van de Allochtonen. De Nederlandse politiek raakt verhit. Steeds meer krijgt men een afkeer van ‘de andere kant’. Hoeveel begrip heeft u als GroenLinks/D66 kiezer voor de standpunten van de PVV/FvD en vice versa?

Polarisatie

In Amerika is duidelijk een tweedeling te zien tussen de Democratische en Republikeinse partij. Beide kampen hebben in de regel niet alleen een hekel aan elkaar, maar ook een verdraaid beeld van de ander.

De polarisatie slaat ook in mindere mate over naar Nederland. Nederland heeft geen tweepartijenstelsel, de kloof ligt eerder tussen ‘establishment’ versus ‘anti-establishment’ of ‘elite’ versus ‘populisme’.

Welstand en opleiding

Parallel aan deze scheiding ligt een gat tussen de hoogopgeleide Nederlanders en laagopgeleiden. Uitzonderingen daargelaten, stemmen hoogopgeleiden op het ‘establishment’ en laagopgeleiden op ‘anti-establishment’.

Enerzijds is dit logisch: een hoge opleiding staat in verband met een (betere) baan en een hoger inkomen. ‘Het systeem’ werkt in hun voordeel. Anderzijds kan men dan weer vraagtekens zetten bij het feit dat laagopgeleiden naast de SP of de PvdA ook op rechts-populistische partijen stemmen. Kennelijk vertroebelen kwesties als migratie de meer voor de hand liggende keuze voor financieel eigenbelang.

Foto: Fenneke (cc)

Waarom de elites houden van burgerschap

ANALYSE - Door Michael Merry, Geert Driessen

Het kabinet-Rutte III poogt burgerschapseducatie nieuw leven in te blazen. Om te beginnen moeten kinderen verplicht het Wilhelmus leren, een bezoek brengen aan de Tweede Kamer en aan het Rijksmuseum. Het zijn de waarden van een politieke en academische elite die zich niet realiseert dat zij zelf achter onderwijsbeleid staat dat uitsluitend en nationalistisch is.

Al decennia verdedigen liberale theoretici de stelling dat burgerschap de taak is van de school. Hoewel er onder hen substantiële meningsverschillen bestaan, delen ze allemaal hetzelfde geloof in zowel de plicht als capaciteiten van scholen om te doen wat hun theorieën voorschrijven.

Wij hebben alle begrip voor de gedachten achter deze theorieën; ze brengen namelijk idealen tot uitdrukking die wij na zouden moeten streven. Ze beschrijven niet de scholen die wij hebben, maar die we nodig hebben. Maar welke verdiensten deze geïdealiseerde liberale visies op burgerschapseducatie ook mogen hebben in een vergaderzaal, ze zijn niet overtuigend en bruikbaar. Simpelweg omdat ze onvoldoende rekening houden met de empirische realiteit van de bredere politieke context waarbinnen beleid op het gebied van burgerschapseducatie wordt ontwikkeld en geïmplementeerd.

Retoriek in een politieke realiteit van polarisatie en uitsluiting

Volgende