Recentelijk vroeg de Kamer aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om te onderzoeken of museumbezoek niet geheel gratis kan worden gemaakt. De conclusie is dat dit hoogstwaarschijnlijk tot gevolg zal hebben dat mensen die nu al musea bezoeken vaker zullen gaan. Het eigenlijke doel van de regeling, jongeren en minder daadkrachtigen trekken, zou niet gehaald worden.
Prima, dat plan gaat dus niet door. Maar daar wilde ik het eigenlijk niet over hebben. Het document waarin antwoord wordt gegeven op de kamervraag is namelijk op een heel andere manier schokkend.
In het document staan de bezoekersaantallen en de subsidie van de musea die in Nederland per jaar meer dan één miljoen euro van de staat krijgen. En hieruit is makkelijk af te leiden hoeveel geld de Nederlandse maatschappij (en dat bent u!) bijdraagt per bezoeker.
Tot voorheen dacht ik dat een subsidie van vijf euro op een kaartje van tien euro al wel wat veel was, maar oké, het is een nobele zaak en dat hebben we ervoor over. Of toch niet? Lees en huiver, hieronder wat getallen:
Het museum Meermanno-Westreenianum ontving in 2004 welgeteld 1.568.665,- euro subsidie. Voor dat bedrag kwamen 12.290 mensen de collectie van het museum bekijken. Dit komt neer op een kleine 127 euro 64 per bezoeker! Een groot museum zoals het Rijksmuseum in Amsterdam doet het beter, maar per bezoeker legt de staat er nog altijd 48,57 euro op toe. Het Van Gogh doet het van de “grote musea” het beste, met 3,74 euro per bezoeker.