Politieke crisis, liberalisme en vernieuwing
Nederland is een land van achterkamertjes, elites die elkaar baantje toespelen, zo willen ons de herauten van de onvrede laten geloven. Daar zit veel in. De kabinetsformatie is geen helder proces en de uitkomst ongewis. De burgemeester wordt niet gekozen, maar is een satraap uit Den Haag. De kandidatenlijsten voor verkiezingen is een gesloten systeem van vriendjes en gelijkgestemden uitzoeken. De verkiezing van de eerste kamer, door de provinciale staten is een trouvaille van Thorbecke, maar toch eigenlijk een aanfluiting. Zo gezien is het geen wonder dat dit land vast zit en zich niet vernieuwt…
De vraag is natuurlijk of het waar is. Is het land in een politieke crisis? Is er stagnatie? De hooggeleerde Daudt kon mooi vertellen over het democratisch tekort in Nederland. Maar het kiezen van een burgemeester zou weinig oplossen, de evenredige vertegenwoordiging afschaffen zou de verscheidenheid van onze politiek om zeep helpen, de Eerste Kamer zou bij een andere vorm van kiezen zijn reflexieve karakter verliezen.
Het is de vraag of je het van het sleutelen aan systemen moet hebben. Is er een crisis in het vertrouwen in de politiek? Het beeld is dubbel: enerzijds wijzen de onderzoeken uit dat mensen niet ontevredener zijn dan vroeger, anderzijds is het wel zo dat de traditionele middenpartijen afkalven en de kiezer grote beweeglijkheid toont.


Het onderscheid tussen links en rechts is ouderwets. Tenminste, dat is wat ik regelmatig hoor. Maar is dat wel zo? Politieke partijen zijn in het algemeen rechtser geworden, lijken meer op elkaar en er verschijnt wel eens een nieuwe speler in de politieke arena. Maar waarom zou het onderscheid tussen links en rechts nu niet meer toe doen? Vergelijk de politiek eens met suiker. Honderd jaar terug hadden we twee smaken: bruine en witte suiker. Daarna kwamen er steeds meer smaken,