Naar een Arthur-Lehning-stichting?

Over “Op zoek naar vrijheid” van Femke Halsema

Wie zoekt niet naar vrijheid? In mijn prille studentenbestaan in 1965 constateerde Lucas van der Land in het eerste nummer van Acta Politica dat het begrip vrijheid te veel betekenissen krijgt, niet alleen in actuele discussies, maar in de gehele ideeëngeschiedenis. Verwarrend is dat de voorliefde voor vrijheid vroeger tot meer overzicht leidde dan nu.

Vrijwel alle revoluties zijn uit naam van de vrijheid uitgevochten, er is een VVD, er is een PVV, ook in de PvdA zijn vrijheid en gelijkheid kernbegrippen in het politieke denken. De Franse Revolutie ging om vrijheid, gelijkheid en broederschap. Daar zijn wij erfgenamen van. De Amerikaanse revolutie had een veel minder sociaal gekleurd vrijheidsbegrip, dat vooral gericht was op ruimte voor je zelf, voor ondernemerschap en markt. De Franse revolutie had een socialer inhoud.

Liberalen vinden dat zij het alleenrecht hebben op vrijheid. Maar de politieke overeenkomsten tussen bijvoorbeeld Halsema en Wilders, allebei wel voor de vrijheid, zijn toch maar klein. En hebben Rutte en Halsema het over dezelfde dingen, als zij over vrijheid spreken? Bij haar vertrek zei Marc Rutte in Femke Halsema een moderne, liberale politica te zien. Ik vroeg mij hier terloops af waar dat hemzelf plaatst. Ziet hij zichzelf als een ouderwetse liberaal? Een conservatieve liberaal? Misschien zelfs een libertaire liberaal? Daarover moest ik nadenken.

Wat is liberaal eigenlijk? Halsema en Rutte hebben toch tamelijk verschillende achterbannen: Halsema vertegenwoordigde oud-pacifisten, oud-communisten en vele soorten christen-radicalen. Dat is geen achterban om liberaal te noemen. Marc Rutte voelt zich vooral voorman van rechtse liberalen, van gemiddelde vrijzinnigheid (type Opstelten), al dan niet populistisch (Verdonk, Wilders) of nog lastiger te duiden éénpersoons-stromingen. (Hirsi Ali, Bolkestein)
Maar ondanks die verschillen noemt Rutte zijn Groen-Linkse opponente “liberaal”. Ik zou zeggen: liberaal is degene, die respectvol en welgezind de confrontatie aangaat met tegengestelde of ronduit foute opvattingen uit een breed politiek spectrum, teneinde een richtsnoer voor behoorlijk handelen te vinden. Niet iedereen uit die vrijheidsgezinde achterbannen heeft deze basishouding.

In het boekje van Halsema bij haar vertrek uit de politiek, wordt deze verwarring over wat liberaal is eerder verscherpt dan kleiner gemaakt. De JOVD droeg haar ooit voor als “Liberaal van het jaar” en Halsema dacht in de eerste verwarring dat haar een “kunstje werd geflikt”. (p.102) Maar bij nader inzien vond zij dat de JOVD een voorkeur voor links-liberale vrijheidszin wilde uitspreken, daarmee vooral de VVD een kunstje leverend. En zij besloot het eerbetoon, met een beetje ironie te aanvaarden. Dick Pels had er immers al eens voor gepleit om het liberalisme te redden van rechts. Daar was haar uitverkiezing een mooie bijdrage aan.

In 2004 heeft zij Groen Links al als ‘de laatste links liberale partij’ neergezet en dat is binnen GL ondanks veel opschudding en discussie niet verkeerd gevallen. Halsema legt de begrippen positieve en negatieve vrijheid nog eens uit aan de hand van het beroemde essay van Isaiah Berlin (Twee opvattingen van vrijheid). Zij lijkt geen moeite te hebben met het begrip “decent society” van Margalith, waarmee de PvdA naar richting zoekt, maar wel met de beperkte gevolgen die door de socialistische broeders aan dit begrip worden verbonden. De PvdA is richtingloos, zegt zij, en ooit noemde Kok het streven naar nivellering “jaloezie-politiek”. Allemaal rode veren…Dat schiet op met die linkse eenheid…

Het lijkt er op dat het dominante motief, de strijd voor de gelijkheid of die voor de vrijheid steeds sneller wisselt. “Sinds het eind van de jaren tachtig lijkt het begrip gelijkheid uit de politieke discussie te zijn verdwenen”. (Paul de Beer, c.s.,”Gelijk”, 2006, p.7) Denk aan de impliciete deal van de Chinese communisten: “wij geven jullie de economische groei, laat de communistische partij dan de macht..” Het is een ruil die miljoenen Chinezen welvaart en meer gelijkheid bracht, maar geen vrijheid.

Zo wisselen politieke vrijheid en gelijkheid van positie. Maar juist de ongelijkheid lijkt de laatste jaren weer sterk toegenomen, door de globalisering en de crisis. Obama won het presidentschap door de ongelijkheid van de crisis. Judt zegt: “Inequality is corrosive. It rots societies from within.” (Ill fares the land.., p.21) Maar ondanks die gegroeide ongelijkheid is de politieke behoefte aan vrijheid nog sterker geworden. Obama is in het defensief en het pleidooi voor een kleine overheid doet het ook bij ons goed.

Maar een pleidooi voor grotere gelijkheid is ook liberaal, volgens Berlin en T.H. Green: vrijheid is niet alleen een wettelijke mogelijkheid maar ook een werkelijke gelegenheid iets te doen. Aan een vrijheid die je niet kunt genieten, heb je niks. Als de welvaart ongelijk verdeeld is, heb je onvoldoende gelijkheid van mogelijkheden en kansen. Rechts is minder bezig met die distributieve gelijkheid: Rutte werd heel boos toen hij werd geconfronteerd met de anti-egalitaire gevolgen van zijn eigen verkiezingsprogram.

Halsema ziet als kern van de linkse politiek het beschermen van de vrijheid van de burgers tegen tirannie en mensenrechten-schending. En het ‘bevrijden’ van mensen uit armoede en het gebrek aan kansen, die voortkomen uit opvoeding, ouderlijk milieu en opleiding. Echt egalitair kun je het beleid van Rutte c.s. niet noemen. Maar ook door respect voor burgerrechten valt deze regering niet erg op.

Een sociaal en egalitair politiek programma vraagt een zekere autonomie van geest, want de omstandigheden en mogelijkheden moeten voortdurend opnieuw worden geïnterpreteerd. Misschien kan die autonomie wel liberalisme worden genoemd. De politieke voorlieden, die je daarvoor kiest moeten die autonomie uitdragen. Dat was de kwaliteit van Femke Halsema en de reden dat zij, ook bij politieke tegenstanders goed lag.

Misschien moet er inderdaad maar eens een “Arthur-Lehning-instituut” worden opgericht, zoals zij bepleit. Daarmee kan mogelijk een autonomie worden gevonden en getraind, waarmee een aansprekende linkse politiek mogelijk wordt. Als Femke Halsema daarvan voorzitter wil worden, ben ik haar man.

  1. 1

    Ik lees 10 paragrafen over vrijheid, en vervolgens 2 dat het eigenlijk over gelijkheid en broederschap zou moeten gaan. Ik vind dat een beetje misleidend. Bedoel je nou om, naast het sofistische gedraai om van ‘vrijheid’ iets anders te maken dan het is, ook nog iets te zeggen ?

  2. 2

    Ik meen me een interview te herinneren waarin Arthur Lehning zegt, altijd een geluksgevoel te krijgen als hij ergens de zwarte vlag ziet wapperen. Ben benieuwd of Halsema en Rutte dat gevoel met hem delen…
    Ik begrijp het artikel niet.
    Het gaat overal over, maar waarom heb je het niet gewoon over vrijheid? Verwar je niet gewoon politieke retoriek (=loze woorden) met woorden die wel overdacht zijn?
    – je stelt gelijkheid opeens vrijwel gelijk aan gelijkheid, als iets dat door alle liberalen nagestreefd wordt of zou moeten worden, maar bij de VVD heeft dat toch nooit echt een rol gespeeld? Het is niet voor niets een afsplitsing van de PvdA. “Echt egalitair kun je het beleid van Rutte c.s. niet noemen”, schrijf je, maar dat is toch geen verrassing?
    – afgezien van “liberaal” spelen ook nog andere uitgangspunten een rol in een partij, en bij de VVD spelen economie en pragmatisme een grote rol, Groenlinks iets idealistisch en immaterialistisch.
    – verderop wil je ook nog een “sociaal en egalitair” politiek programma. Dat hoeft toch niet, als je libertair bent?

  3. 3

    Je kunt van totale gelijkheid ‘genieten’ in een totalitair regime, bij uitstek zelfs.
    Lijkt me dus niet slim om de begrippen ‘vrijheid’ en ‘gelijkheid’ maar even gezellig aan elkaar te koppelen alsof dat zo vanzelfsprekend zou zijn.

  4. 5

    Enige discussie over vrijheid en gelijkheid die de onderlinge systematiek van beide begrippen negeert, leidt tot het soort van melige discussies als gebruikelijk door Doormolens ontketend.
    Vrijheid en gelijkheid is een ‘zero-sum’ geval (Parsons). De een gaat ten koste van de ander.

    Lord-Baron Acton (1834-1902): ‘De mooiste kans, ooit aan de wereld gegeven, werd vergooid doordat de hartstocht voor de gelijkheid de hoop op vrijheid ijdel maakte’, geciteerd bij Hayek, pag. 122.

  5. 7

    @HPax
    Vrijheid en gelijkheid is een ‘zero-sum’ geval (Parsons). De een gaat ten koste van de ander.

    Hoe je het toch voor elkaar krijgt altijd dit soort pseudo-intellectuele belezenheid te debiteren begint mij toch wat onduidelijk te worden.

    Het is vooral het vervolg door Lord-Baron Acton wat de insteek duidelijk maakt. Iemand van adel maakt uitspraken verdacht en niet anders, en dan is die persoon nog 19e eeuw Brits ook. Hoe fout kun je zijn als adelijke vrijheidsfilosoof: katholiek, vriend van Tocqueville. Alles ademt repressie van de burgervrijheden en katholieke verongelijktheid over verdwenen rechten en macht. Restauratie na de revolutie. Ja, dan wil je wel filosoferen over zero-sum mbt gelijkheid en vrijheid.

    Dat zero-sum verhaal impliceert een onderling verband: meer vrijheid-> minder gelijkheid. En dus ook meer ongelijkheid-> meer vrijheid. Eigenlijk zeg je dus, dat in de tijd dat er een kleine bovenklasse was met een grote groep slaven – grote ongelijkheid dus – die slaven vrijer waren dan zonder hun meesters. Wat een onzin!

    De zero-sum is misschien geldig binnen het kleine adellijke wereldje om de wereld om hen heen te berekenen, maar zeker niet voor de mensheid als geheel. De adel acht zich altijd vrij te doen wat haar goeddunkt – ze claimt de vrijheid – en heeft daarvoor de ongelijkheid nodig. Logisch dat je dan een zero-sum vergelijking wil zien. Dat maakt het nog niet waar.

    Tussen groepen kan zero-sum in deze geldigheid hebben – of in elk geval als werktheorie worden gebruikt ter voordeel van bv de adel – tussen individuen absoluut niet. Vrijheid en gelijkheid zijn versterkend.

    Jouw pseudo-intellectuele belezenheidsdemonstratiedwang is benauwend.
    Jouw filosofie is die van verdediging van de superieure gedachte adel-mens cq adel-klasse.
    Jouw kennis van geschiedenis is eng.

  6. 8

    Overigens heeft die bewuste Lord-Baron ook nog wel andere aardige dingen gezegd (zie de wiki):

    Hier heeft hij waarschijnlijk een punt:
    The issue which has swept down the centuries and which will have to be fought sooner or later is the people versus the banks.

    En hier heeft hij dat niet (of het geldt voor elk systeem dus ook liberalisme):
    Socialism means slavery.

  7. 9

    Het begrip vrijheid heeft door de geschiedenis heen veel betekenissen gehad, inclusief koppelingen met andere begrippen, waaronder gelijkheid.
    Wat ik probeer is over opmerkelijk gebruik van die begrippen in de alledaagse politiek, wat helderheid te zoeken. Liefst in dialoog met lezers die wat bagage en denkkracht hebben. Dat schiet niet zo op, maar ik probeer ook maar wat en doe mijn best.
    Ik probeer ook iets te zeggen: dat degenen die zich op vrijheid en gelijkheid beroepen een gemeenschappelijke bron hebben en dat hun autonome blik op de actualiteit een verbinding kan vormen.
    Aan die autonomie van denken ontbreekt het: in ieder geval in de praktische politiek. Men leutert elkaar maar wat na of maakt de tegenstander verdacht. Halsema was in ieder geval een snel en autonoom denkend mens; voor mij is dat vrijheidslievend, libertair.
    Dat ik iets heb met adel, zero-sum benadering, of een melige zwetser uit PvdA hoek zou zijn, laat ik maar voor wat het is.

  8. 10

    @tom; Ik denk dat ik jouw ‘koppelingen’ wat geforceerd vind. En ik denk dat dat weinig te maken heeft met de betekenis van het woord ‘vrijheid’, nu of vroeger.

    Ik denk namelijk dat je met name heel hard *wil* dat ‘vrijheid’ lijkt op jouw, socialistisch gesproken meer wenselijke, ‘gelijkheid’. Het is namelijk voor mij heel makkelijk om een soortgelijke boom op te zetten over hoe ‘ongelijkheid’ eigenlijk ‘vrijheid’ inhoudt. Dat doe ik niet, want ik wil die begrippen doelbewust uit elkaar houden.

    ‘war=peace’ and all that.

  9. 11

    Ha KJ: goed dat er iemand over inhoud wil discussieren. Maar ik word ten onrechte in een socialisten hoek gezet. Zoek maar eens op de naam van T.H. Green. De man spreekt over vrijheden, die je moet kunnen genieten of beleven. Als je geen geld of kans hebt, heb je zo weinig aan allerlei vrijheden die geld kosten. Bij de VVD kom je dat besef alleen in een milde vorm tegen: Rutte vindt de markt wel geweldig, maar vindt ook een marktmeester nodig. Daarover wil ik het graag hebben: de verschillen waarover wij spreken zijn ontzettend klein, maar worden zo vreselijk opgeblazen.
    Dat besef dringt pas door als je vermogen tot autonoom denken en kijken is ontwikkeld. Vandaar ook vrijdenker Lehning: hij wordt wel met links geassocieerd, maar of hij dat zelf gevonden zou hebben? Lucas van der Land noemde anarchisten altijd “wild geworden liberalen”. Dat zijn geen socialisten, maar vrij denkers.

  10. 12

    @tom; Het gaat Rutte natuurlijk over vrijheid op een meer elementair niveau: aan talentloosheid doe je nu eenmaal niet zo veel, en het enige waar de liberalen zich over uitspreken is dit: namelijk dat je, op weg naar geld, zo weinig mogelijk in de weg gelegd zou mogen worden. Kun je met je geld voor je talentloosheid compenseren.

    En dan wat die talenten betreft – niet alleen is het hopeloos ‘maakbare samenleving’ om te denken dat het verschil tussen een stratenmaker en een balletdanser een paar cursussen is – ook is het zo dat die talenten ontzettend ongelijk verdeeld zijn: in die zin leidt ‘ongelijkheid’ nu juist tot ‘vrijheid’, want juist daardoor vullen mensen de maatschappelijke niches ipv. dat we allemaal in dezelfde vijver zitten te vissen.

    Maar ik begrijp dat jouw punt eigenlijk is dat anarchisten stiekem libertairen zijn en andersom; de ultieme wens van zo weinig mogelijk overheid is waar links en rechts elkaar ontmoeten. Een wereld van eenlingen en kleine gemeenschappen die het allemaal zelf wel uitzoeken is er inderdaad eentje waarin zowel anarchist als libertair zich in zouden kunnen vinden.

    Maar zeg dan maar dag met je handje tegen die balletdanser want die wordt nevernooit meer tot op het niveau opgeleid dat nu geldend is, en zeg maar hallo communes vol met misbruikte vrouwen en kinderen. Negatieve kanten die we al meerdere keren zagen opborrelen in het kraak-circuit, zelfs in het dichtbevolkte Nederland. Ik zeg niet dat er geen positieve kanten aan het verhaal zijn – ik zeg dat de maatschappij (inclusief topzware overheid) is ingericht op contingency. We moeten /iets/ inleveren om die balletdanser te creëren. We moeten /iets/ inleveren om verwaarlozing door autocraten met afhankelijken in huiselijke situaties te voorkomen.

    En dat is gewoon nog keihard allemaal zonder het feit in te schalen dat de meeste mensen de huidige huisje-boompje-beestje-autootje-schooltje-werkje-vakantietje samenleving verkiezen.

  11. 13

    @ 7
    1 Dat adellijke origine een uitspraak verdacht maakt, is te gruwelijk voor commentaar.
    2 Tocqueville was een vriend van de democratie. Hij wilde haar bevorderen en pleitte daarom voor jury-rechtspraak.
    3 Slavernij is een apart hoofdstuk. De discussie zoals door Doormolen aangeslingerd, gaat over moderne samenlevingen waarin slavernij niet voorkomt. Geweld (= slavernij) maakt aan alles een eind. Alleen een vrije, concurrerende maatschappij kan de ‘ups’ en ‘downs’ van vrijheid in samenhang met (on)gelijkheid laten zien.
    4 Mijn vermelding van de ‘zero-sum’ eigenschap toegepast op de relatie vrijheid/gelijkheid vind ik heel gewoon en geen demonstratie van mijn ‘pseudo-intellectuele belezenheid.’ Een buitengewoon onvriendelijke reactie!
    5 Voor algemeen begrip nog dit naar aanleiding van Doormaal’s artikel.
    Doormaal snijdt thema’s aan in de dop interessant, maar door hem slaapverwekkend uitgewerkt. En dat doet hij op Sargasso, steevast. Wat ook een vaste benadering suggereert, ik denk in casu een encyclopedistische. Met automatisch: opsommingen, verwijzingen, kool en/of geit ‘oplossingen’, vermelding van gebeurtenissen = Geschiedenis. Dit kan een feitenkennis ople-veren waar je best wat aan hebt, mits je er op voortborduurt, i.e. naar de beslissende verbanden zoekt die die feiten hebben gecreëerd. Dat zoeken kan dan tot levendige discussie voeren.
    6 Doormaal vindt F.Halsema goed.

  12. 14

    @HPax
    …te gruwelijk voor commentaar.

    Je komt om in je eigen woorden.
    Adel is te gruwelijk voor commentaar.

    Maar dat je dat niet begrijpt is allang duidelijk. Daarom zul jij mijn commentaar niet begrijpen en vermoedelijk zelfs niemands commentaar als het tegen het jouwe ingaat.

  13. 15

    13 7
    explosieve combi, dingen worden beïnvloed door hun origine, sommige origines zijn in bepaalde kringen controversiëler, de adel is zijn glans kwijt in mijn ogen …

  14. 16

    @ 14
    Je reageert 23.11u -23.21u snel. Te snel. Als Christen lankmoedig, ontwaar ik daarom in je reactie het gedrag van een onverbeterlijke imbeciel.

    @15 Orakeltaal. Wees duidelijker of kap ermee.
    PS. ad ‘adel is zijn glans kwijt’. Hoe kom je daarop, wie had het daarover? Ben je een ex-lakei?

  15. 18

    Het is een voorrecht dat ik zoveel verwarring mag veroorzaken. Sommige reacties snappen mij wel: ik leg wat brokken neer, maar verdom het om een sound bite te formuleren. Wie dat ontregelend vind, slaat mij maar over.
    Wat ik wel doe is een richting aangeven, zoals KJ wel begrijpt. Inderdaad, ik wil terug naar een herlevend vrijdenken. Daar hoort scherpte over vrijheid bij: je bent niet onvrij als je geen geld hebt voor een Ferrari, maar wel als je te arm bent voor een tweede hands fiets.
    Maar dat is nu net de populistisch orakeltaal waar ik niet in wil vervallen.

  16. 19

    @tom; je bent niet onvrij als je geen geld hebt voor een Ferrari, maar wel als je te arm bent voor een tweede hands fiets.

    Het probleem is, dat je bij staats-inrichting een harde set criteria nodig hebt. Niet een vaag gevoel – dat lokt misbruik uit. Zeker als het over zoiets elementairs gaat als centen. Bovendien, en dat gaf ik al aan, hebben de liberalen wel degelijk een geldig argument tegen ‘arm=onvrij’; werken voor je geld, namelijk.

  17. 20

    @5 Wie stelt dat vrijheid en gelijkheid ten koste van elkaar gaan maakt een libertaristisch ideologische statement. Daar kan je het gerust mee oneens zijn.

    De stelling dat het een zero-sum game is, is fout. Ten eerste omdat je vrijheid niet direct inwisselbaar is voor gelijkheid en ten tweede omdat -x aan de ene kant mogelijk +2x (of -2x of +2y, etc) aan de andere kant zou kunnen betekenen wat gesommeerd niet noodzakelijk een 0 oplevert.

  18. 21

    @KJ: geheel mee eens. Alleen gaat het over politieke gedachten die richting geven en niet zozeer over de inrichting van de staat. Maar je hebt gelijk: ik ben ook voor presteren en tegen pamperen.
    @Rob: mee eens. Wat mij intrigeert is de ideologische slingerbeweging tussen vrijheid en gelijkheid en de lichte samenhang met de economie.

  19. 22

    @tom
    Wat mij intrigeert is de ideologische slingerbeweging tussen vrijheid en gelijkheid en de lichte samenhang met de economie.

    Lijkt me toch niet verschrikkelijk moeilijk.

    Economie – de kapitalistische geldeconomie dan – is gebaseerd op groei. En die groei is alleen te realiseren als een grote groep mensen zich gelijkelijk in een richting beweegt qua handelen en voortplanting. Om dat te bereiken heb je groepsgedrag nodig en groepsgedrag is strijdig met [individuele] vrijheid, op globale schaal zelfs met vrijheden tussen landen onderling. Vrijheid en gelijkheid zijn van elkaar onafhankelijke grootheden – in elk geval niet direct afhankelijk – die beiden de economie tegenwerken als ze te groot worden.

    Te grote vrijheid verhinderd groei.
    Te grote gelijkheid verhinderd persoonlijke rijkdom.

    Het probleem tussen beide grootheden en de economie zit hem in de uitvoering van monetair beleid. Met name in de kapitalistische vorm ervan. Want met geld als ruilmiddel – en alleen maar dat – is zo’n redenatie veel lastiger op te zetten.

  20. 24

    @22 Zoiets dacht ik ook. Er zijn gewoon verschillende doelstellingen die door een overheid kunnen worden nagestreefd. Vrijheid is er maar één van. Veiligheid wordt nu weer belangrijker gevonden: dat doorkruist vrijheid en gelijkheid. En dan heb je nog de criteria “individu” versus “collectief”: individuele veiligheid en vrijheid zijn vaak ondergeschikt aan collectieve doelen.
    Daarom is het maar goed dat er verschillende machten zijn, die zorgen dat de verschillende doelstellingen niet helemaal uit het zicht raken als er verblind achter maar één aangehold wordt.