De torpedo die voor Iran bedoeld was, maar India trof

Het laten zinken van een Iraans fregat in internationale wateren klinkt op het eerste gezicht bijna vanzelfsprekend. Iran toont zelf geregeld weinig terughoudendheid wanneer het schepen of doelen aanvalt. In een oorlogssituatie hoort dat soort geweld 'er gewoon bij', denk je dan. Dat verklaart vermoedelijk waarom het incident in veel westerse media nauwelijks inhoudelijke aandacht kreeg, behalve dan dat het het eerste schip was dat door een Amerikaanse torpedo zonk sinds de Tweede Wereldoorlog. Een Iraans oorlogsschip dat door een Amerikaanse onderzeeër tot zinken wordt gebracht past in het vertrouwde script van deze oorlog: vijandelijk schip, Amerikaanse torpedo, boeien. De Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth hielp dat beeld graag versterken. Hij kondigde het zinken van het schip met zichtbare trots en waarschijnlijk iets vergrote piemel aan en benadrukte dat een Amerikaanse onderzeeër voor het eerst sinds lange tijd weer een oppervlakteschip had gekelderd. De boodschap was helder: een demonstratie van militaire kracht. Alleen, het fregat was daar niet toevallig, het bevond zich in de regio op uitnodiging van de Indiase regering voor een ceremoniële maritieme oefening. Aan die bijeenkomst namen marines uit uiteenlopende landen deel, waaronder oorspronkelijk ook de Verenigde Staten, dat zich later terugtrok. Het doel van deze oefeningen lagen juist in diplomatiek vertoon en het bouwen van vertrouwen tussen rivaliserende staten. Daar hoorde een duidelijke afspraak bij: deelnemende schepen verschijnen ongewapend. Wanneer onder die omstandigheden een schip alsnog tot zinken wordt gebracht verandert een ceremonieel evenement plotseling in een geopolitiek incident, met gevolgen die veel verder reiken dan het militaire 'succesverhaal': het ondergraaft de rol van het land dat de bijeenkomst organiseerde. En daarmee komen we bij het eigenlijke probleem van dit incident. Stoerdoenerij vanuit Washington Alsof het diplomatieke probleem nog niet groot genoeg was, besloot Pete Hegseth, het incident ook nog eens publiekelijk te verkopen als een succesverhaal, en het daarmee in te wrijven bij India. Die retoriek krijgt een wrange lading wanneer duidelijk wordt wat er precies tot zinken werd gebracht. Geen zwaar bewapend oorlogsschip in een gevechtssituatie, maar een fregat dat zich in de regio bevond voor een ceremonieel programma en dat volgens de afspraken ongewapend was. De triomfantelijke aankondiging verandert daarmee van machtsvertoon in iets anders: het publiek vieren van het vernietigen van een weerloos schip dat juist in een diplomatieke context aanwezig was. Voor bondgenoten die bij de oefening betrokken waren, werkt zo’n publieke overwinningstoespraak vooral als een extra vernedering. Het maakt duidelijk dat de bredere diplomatieke consequenties nauwelijks een rol spelen in de manier waarop Washington besloot tot actie over te gaan en het incident presenteert. India’s diplomatieke rol ondermijnd India probeert al jaren een positie te ontwikkelen als zelfstandige grootmacht die relaties onderhoudt met verschillende blokken tegelijk. De Indiase marine-oefeningen waar landen uit uiteenlopende kampen aan deelnemen passen precies in die strategie. Het land presenteert zich graag als een platform waar rivaliserende staten elkaar in een gecontroleerde setting kunnen ontmoeten. Wanneer een van die genodigde landen vervolgens militair wordt aangevallen door een van de andere deelnemers, terwijl het daar juist op uitnodiging aanwezig is, krijgt die rol een flinke klap. De boodschap die hiermee impliciet wordt afgegeven is simpel: een Indiase uitnodiging biedt geen enkele garantie voor veiligheid. De organisator van de oefening staat er bij en kijkt ernaar. Voor New Delhi is dat een diplomatiek probleem van formaat. India wil laten zien dat het een autonome speler is. De realiteit oogt eerder als een situatie waarin een bondgenoot zonder veel aarzeling de spelregels van een door India georganiseerde bijeenkomst negeert. Bondgenoten opnieuw in het hemd Het past in een patroon dat de laatste tijd steeds duidelijker wordt. Amerikaanse besluiten worden genomen zonder rekening te houden met de (diplomatieke) positie van partners. Die bondgenoten moeten vervolgens de politieke schade beperken. Dat mechanisme is inmiddels ook bekend in Europa, waar regeringen opeens geconfronteerd worden met het feit dat Amerika de term 'bondgenoot' aan het herdefiniëren is tot iets inhoudsloos. In dit geval treft het India. Het gevolg is dat een zorgvuldig georkestreerde maritieme bijeenkomst eigenlijk verandert in een internationaal incident, omdat een van de aanwezige partijen besloot dat de regels ter plekke optioneel waren. De prijs van symbolische dominantie Militair gezien verandert het zinken van één fregat weinig aan de strategische verhoudingen. Iran beschikt over meer schepen en meer manieren om druk uit te oefenen. Diplomatiek is de schade groter. India wordt publiekelijk vernederd en ondermijnd in een rol die het juist probeert op te bouwen. Iran krijgt een nieuw voorbeeld om - terecht - te wijzen op westerse onbetrouwbaarheid. En andere landen die aan dergelijke oefeningen deelnemen zullen zich afvragen hoeveel waarde de afgesproken voorwaarden werkelijk hebben.  Het resultaat is een klassiek geval van symbolische dominantie: een demonstratie van militaire macht die vooral bondgenoten opzadelt met de diplomatieke rekening, en uiteindelijk ook de positie van de VS aantast.

Foto: Abhi Sharma (cc)

Wereldreiziger voor het vaderland

RECENSIE - © Uitgeverij Querido Boekomslag Dr. Hendrik Muller Wereldreiziger voor het vaderland (1859-1941)Waarom Hendrik Muller? Dat zal menige diplomaat zich rond de jaarwisseling van 1918/1919 zich toch even hebben afgevraagd. Waarom moest juist hij de gezant worden in Roemenië? Het korte antwoord luidde dat Hendrik Muller misschien niet over de diplomatieke kwalificaties beschikte, maar wel de meest geschikte kandidaat was. Deze grand voyageur (aldus een interne notitie) was in ieder geval een keer in die contreien geweest, en had er ook eens over geschreven. En zo werd Hendrik Muller de Nederlandse gezant in dat gloednieuwe Balkanland. Maar hoezeer hij ook had verlangd naar een diplomatieke carrière, dat samenraapsel Roemenië vond hij toch wel wat te min. Hij heeft nog gezeurd, maar ging uiteindelijk overstag omdat hij daarna vast een betere positie zou krijgen.

Een ijdele man, daar is iedereen het over eens. En geen geboren zakenman. Hendrik, de zoon en gedoodverfde opvolger van de Rotterdamse havenbaron Hendrik Muller Samuelszoon, bleek niet uit het commerciële hout gesneden. Zijn moeder achtervolgde hem met wijze raad, waarschuwde hem voor wereldse verleidingen én voor zijn ijdelheid, maar dat alles mocht niet baten. Hendrik junior ging liever op reis. Het bezorgde hem een bescheiden reputatie als wereldreiziger, en in Duitsland scharrelde hij daarmee een academische titel bij elkaar. Maar het gaf allemaal geen voldoening. En ook de familie trok de handen van hem af.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Geef dictators niet de vuist, reik ze de hand

NIEUWS - VVD fractievoorzitter Halbe Zijlstra bepleit in een interview met De Volkskrant een ‘realistisch buitenlandbeleid’ ten aanzien van dictatoriale regimes:

Als er een stabiel regime zit, moet je dat koesteren en proberen door middel van geleidelijkheid de situatie te verbeteren voor de bewoners. We moeten ophouden met het opgeheven vingertje iemand aan te spreken.

Volgens De Volkskrant wil Zijlstra dictators niet in het zadel houden, maar wel met ze samenwerken en tevens “duwen op langzame verandering”.

Foto: Conservatives (cc)

Hunt voor het Blok

COLUMN - Heeft u wel eens dat u denkt: ik wou dat het een keertje nergens over ging? Dan kom ik u daarin nu tegemoet.

Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok, nog steeds in functie ondanks zijn ambt beschadigende uitlatingen, ontmoet aanstaande donderdag zijn Britse collega Jeremy Hunt.

Die is nog maar net in functie en moet nog wat wennen, maar zijn eerste uitglijder heeft hij al op zak. Tijdens zijn bezoek aan China noemde hij zijn eigen vrouw een Japanse, terwijl ze in Xi’an is geboren.

U moet begrijpen dat voor een minister van Buitenlandse Zaken dit een beetje bizar is. Hij hoort op de hoogte te zijn van de eeuwenlange rivaliteit tussen China en Japan en een Chinees laat zich niet zomaar voor Japanner uitmaken. En andersom.

Hij mag dus van geluk spreken dat hij niet onmiddellijk China werd uitgezet. Sterker nog: dat hij bij thuiskomst er weer in mocht van zijn vrouw.

Dus u kunt wel nagaan waar die twee het donderdag zeker over zullen hebben. Onze minister vraagt de Britse minister hoe zijn kersverse nieuwe baan hem bevalt. Waarop die zegt dat het hem reuze meevalt. Je hoeft nergens wat van te weten, kan zeggen wat je wilt en toch wordt je salaris overgemaakt. Dat weet jij toch wel, zegt de Brit tegen de Hollander.

Foto: Richard Grenell (cc)

Exportproduct

COLUMN - De kersverse Amerikaanse ambassadeur in Duitsland heeft zich binnen een maand tijd al flink onmogelijk gemaakt bij zijn eigen bondgenoot. Een paar uur nadat Richard Grenell zijn geloofsbrieven aan de Duitse president had overhandigd, twitterde hij zijn publieke bijval met Trumps besluit om de Iran-deal op te zeggen. Grenell voegde daar omineus aan toe: ‘Duitse bedrijven die zakendoen met Iran, dienen hun betrekkingen ogenblikkelijk te verbreken.’

Daarmee maakte hij Trumps dreigement dat hij sancties zou treffen tegen landen die de Iran-deal keurig honoreerden, akelig tastbaar. Let wel: het waren de Verenigde Staten die de internationale afspraak met Iran eenzijdig opzegden, terwijl geen enkel ander land – Duitsland incluis – daartoe aanleiding had gezien. En nu hintte de Amerikaanse ambassadeur jegens zijn nieuwe gastland dat er consequenties zouden volgen indien Duitsland zich wél aan de gemaakte afspraken hield en niet meteen het voorbeeld van de VS volgde.

Voor een eerste publiek optreden was dat een extreme uitspraak. Niet voor niets zei de voorvrouw van de SDP, met een bijna Brits gevoel voor understatement: ‘Het is niet mijn taak mensen in de nobele kunst van de diplomatie te onderwijzen, zeker niet waar het de Amerikaanse ambassadeur betreft. Maar hij lijkt enige bijscholing te behoeven.’

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Nathan Meijer (cc)

Turkijestandpunt CDA: profileringsdrang

OPINIE - Het CDA stookt de smeulende diplomatieke rel tussen Turkije en Nederland nog even flink op. Kamerlid Raymond Knops eiste eergisteren dat minister Bert Koenders duidelijker stelling nam jegens de Turkse minister van Buitenlandse Zaken naar aanleiding van de door hen uitgegeven verklaring over behandeling van Turkse Nederlanders. Knops vind dat Koenders zich ‘met een kluitje in het riet heeft laten sturen’, en dat hij jegens Ankara moet opkomen voor ‘het landsbelang’. Maar is het wel in het landsbelang om zo hoog van de toren te blazen?

Mening jonge Turkse Nederlanders op drie vragen over Islamitische Staat

Aanleiding voor het diplomatieke relletje was de verklaring van het Turkse Ministerie van Buitenlandse Zaken over uitspraken van integratieminister Asscher. Het ging om de Kamerbrief over vier Turkse organisaties die hij wilde monitoren en zijn reactie op de Motivaction-enquête voor Forum, waarin 80% van 300 Turkse jongeren desgevraagd uitspraken dat ze het goed vonden dat er steun is van Nederlandse moslims voor de Islamitische Staat. Turkse organisaties waren volgens Asscher ‘niet transparant’ en Turkse opvattingen over IS waren ‘verontrustend’. Het Turkse ministerie vond dit discriminerend voor de Turkse gemeenschap in Nederland:

Deze offensieve stijl en de beschuldigingen van racistische aard gericht tegen Turken die deel uitmaken van de Nederlandse maatschappij en tevens van een land dat vriend en bondgenoot is, kunnen geenszins worden aanvaard noch verontschuldigd.

Asscher reageerde als door een wesp gestoken: “Als het waar is dan vind ik die aantijging een voorbeeld van ongeïnformeerd, onjuist en een ongepaste inmenging in een democratisch debat.”

Sussende woorden

Koenders probeerde de gemoederen wat te kalmeren en meldde na een telefoongesprek met minister Cavusoglu dat Turkije geen kritiek had op de Nederlandse overheid of politiek. Rutte was feller dan Koenders, maar milder dan Asscher. Na de Ministerraad deelde hij mee: “De komende tijd zullen we duidelijk maken dat wij hier ons eigen beleid maken en op geen enkele manier geïnteresseerd zijn in de opvattingen van Turkije.” Maar een reprimande was ook weer niet nodig. Vanuit Turkije volgden die avond ook sussende woorden. In een interview met Nieuwsuur verklaarde Cavusoglu dat hij Nederland geen racistisch land vond, maar dat er wel sprake was van racisme en discriminatie van Turken in Nederland.

Het CDA vond weliswaar dat de minister van Buitenlandse zaken daarmee het oorspronkelijke bericht afzwakte, maar dat dat onvoldoende was: de verklaring moet ingetrokken worden. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt was‘enigszins perplex’ van Koenders’ brief aan de Tweede Kamer, waarin hij meldde dat zowel Cavusoglu als de ambassade hem hadden verzekerd dat er geen sprake was van kritiek op Nederland of de Nederlandse regering. De verklaring van het Turkse ministerie stond en staat nog online. Raymond Knops wil nu dat Koenders aandringt op intrekken van die verklaring. Koenders verzekerde gisteren dat hij de Turkse regering nogmaals vermanend had aangesproken.

Verklaring

Er staat niet letterlijk in de verklaring dat Nederland of de Nederlandse regering racistisch zou zijn. Daarin had Cavusoglu gelijk. Maar de verklaring verwijt de Nederlandse regering wel dat die Turkse Nederlanders aanvalt. Dat lijkt me kritiek en daarmee bemoeit de Turkse regering zich wel degelijk met een interne Nederlandse aangelegenheid: het gaat immers om uitspraken van Asscher en het integratiebeleid. Maar is het raar dat de Turkse regering opkomt voor de belangen wat zij ziet als onderdanen: mensen met een Turks paspoort? Afgelopen jaar stemden diezelfde Turkse Nederlanders immers ook voor Turkse volksvertegenwoordigers.

Is het bovendien vreemd dat de Turkse minister van Buitenlandse Zaken zegt dat Turken in Nederland racistisch bejegend worden en dat de integratie mislukt is? Hij zegt niet veel anders dan wat veel Nederlanders, van Turkse afkomst of niet, ook vinden. Bovendien herhaalt hij wat Europese onderzoekers eerder hebben vastgesteld, bijvoorbeeld in de ECRI-rapporten: er is inderdaad sprake van racisme, haat tegen buitenlanders en haat tegen moslims. Casuvoglus uitlatingen kwamen nog geen dag nadat Machiel de Graaf in de Tweede Kamer uitsprak dat zijn partij geen islam in Nederland wilde, en een motie indiende om alle moskeeën te laten sluiten — ook de Turkse moskeeën van Diyanet, een Turks overheidsorgaan.

Mensenrechten

Natuurlijk kan de Turkse regering beter eerst de racistische balk uit eigen oog halen dan zich druk maken over de discriminerende splinter in het Nederlandse oog. Het is met de mensenrechten in Turkije dramatisch gesteld, corruptie is in het ambtenarenapparaat aan de orde van de dag, en de omgang van de Turkse regering met religieuze en etnische minderheden is niet om over naar Den Haag te schrijven. Als de Nederlandse regering de Turkse regering daarop aanspreekt, moet de Nederlandse ambassadeur bovendien direct op het matje komen: de tenen zijn in Ankara minstens even lang als de armen.

Maar helpt het om met een opgeheven vingertje hoog van de toren te blazen tegen het Turkse ministerie? De diplomatieke relaties met Ankara zijn goed, en de belangen zijn groot. Nederland was vorig jaar de tweede investeerder in Turkije met maar liefst zes miljard euro, vooral in industrie en de agrarische sector. De Turkse economie, en met name de import, groeit. Dat geeft afzetmogelijkheden voor de Nederlandse export. Turkije zoekt bovendien naar een nieuwe, actievere rol als brugland tussen Europa en het Midden-Oosten. De vraag is of het landbelang wel gediend is met een diplomatieke rel over integratie.

Refah

Juist het CDA pleit bovendien voor maatregelen die Turkse Nederlanders en regeringsleiders voor het hoofd stoten. De christendemocraten willen een verbod op partijen die de sjaria willen invoeren, als is van dergelijke partijen nu geen sprake in Nederland. Ze doen dat op het moment dat twee Turks-Nederlandse Kamerleden zich hebben afgescheiden van de PvdA en op zoek zijn naar de mogelijkheden voor een nieuwe partij. Bovendien doen ze dat met een beroep op een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens: sjaria en democratie zijn niet verenigbaar. Die uitspraak werd gedaan in een vonnis over een verbod op een Turkse partij: Refah.

Zo kiest het CDA indirect partij in het Europese debat over de ontwikkeling van Turkije. De islamistische Refah, de partij waaruit de Turkse president Erdogan stamt, werd in Turkije verboden door het Constitutioneel Hof. Aanhangers spanden een zaak aan bij het Europese Hof, dat het Constitutioneel Hof gelijk gaf: Refah bleef verboden, terwijl eerder een verbod op de Communistische Partij werd afgekeurd. Veel Turken zagen dit als willekeur en een bewijs dat de Westerse landen de seculiere kemalisten steunden in hun strijd tegen de politieke islam. Dat is exact wat Cavusoglu bedoelt als hij het heeft over inmenging van Europa in de Turkse politiek.

Turkijestandpunt CDA

Onvrede

Foto: Rene Passet (cc)

‘Moderniseer diplomatie, maar pas op voor eendimensionalisering’

ANALYSE - De Nederlandse diplomatieke dienst moet moderniseren, maar economische belangen moeten daarbij niet de overhand krijgen. Dat betoogt Paul van den Berg, politiek adviseur van Cordaid. ‘Diplomatie is meer dan de ‘BV Nederland’ verkopen.’

Vorige week vond in de Tweede Kamer de hoorzitting plaats over de modernisering van de diplomatie. Aanleiding was het tussenrapport van de ‘Groep van Wijzen’ onder leiding van Arthur Docters van Leeuwen. Deze commissie levert in het eerste kwartaal van 2014 haar eindrapport op, maar het was goed dat de Tweede Kamer al in dit stadium met deskundigen sprak over de tussentijdse bevindingen. De aanbevelingen van de commissie zouden namelijk een behoorlijke verschuiving kunnen betekenen voor de wijze waarop Nederland zijn diplomatieke dienst inricht. Maar waarom was de Kamer vooral geïnteresseerd in de economische baten van het postennetwerk?

Efficiënt vormgeven

Onmiskenbaar kan er de nodige efficiëntiewinst behaald worden door een herijking van de Nederlandse diplomatieke aanwezigheid in het buitenland. De volgende aanbeveling van de Groep van Wijzen is naar mijn mening de kern van het advies: herschikking en denken binnen het postennet vanuit regionale eenheden met daarbinnen verschillende lokale vertegenwoordigingen. Daardoor blijven lokale vertegenwoordigingen mogelijk op een efficiënte en effectieve manier. Uitgangspunt is op zoveel mogelijk plaatsen fysiek aanwezig te zijn, maar de oprichting en instandhouding van ambassades op locatie met een kanselarij en residentie is geen automatisme.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Interventie in Syrië is geen oplossing

De afgelopen paar maanden zagen we diverse pogingen om beweging te krijgen in de Syrische versie van de Arabische Lente, die langzamerhand steeds meer de trekken van een langdurige nachtmerrie heeft gekregen. In december was er de poging van de Arabische Liga om de situatie te stabiliseren door middel van het stationeren van waarnemers. Die poging werd na amper een maand onder druk van Saudi-Arabië en de overige Golfstaten opgegeven.

Vervolgens werd getracht, eind januari in de Veiligheidsraad, om een resolutie door te drukken waarbij het aftreden van Bashar al-Assad werd geëist om zodoende de weg vrij te maken voor een interim-bewind dat met de opstandelingen zou moeten onderhandelen. De resolutie werd met een veto afgeschoten door Rusland en China, die beide vreesden dat het de opmaat zou kunnen worden voor militaire interventies zoals we die in Irak en kortgeleden in Libië hebben gezien met alle treurige gevolgen van dien. Rusland was er bovendien – en waarschijnlijk niet helemaal ten onrechte – van overtuigd dat het nu meteen afzetten van Assad nu niet direct de meest voor de hand liggende volgend stap was.

Daarna volgde weer een bijeenkomst van tientallen landen onder de naam ‘Vrienden van het Syrische volk’ in Tunis, waarbij eigenlijk niets werd bereikt. Behalve dan het aanscherpen van de toch al redelijke scherpe sancties tegen Damascus.

De voorlopig laatste aflevering van de pogingen iets voor elkaar te krijgen in Syrië was de missie van de vroegere secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, die naar voren is geschoven als een afgezant van een soort joint venture van de Arabische Liga en de VN. Zijn missie vond plaats tegen de achtergrond van de val van de woonwijk Baba Amro in Homs na een maand van aanhoudende beschietingen, en wat de later de inname van Idlib in het noorden – en van een dodental dat in een jaar van bloedige acties volgens vermoedelijk voorzichtige schattingen van de VN boven de 8.0000 is gestegen. Annan probeerde Assad te bewegen tot een staakt-het-vuren, het toelaten van humanitaire missies en het beginnen van onderhandelingen met de oppositie. Het ziet er vooralsnog niet naar uit dat hij daarmee succes zal boeken. Assad wees het idee om te gaan praten van de hand zolang er nog sprake was van ’terreur’ en zei ook dat wat hem betreft onduidelijk is wie de oppositie eigenlijk vertegenwoordigt. De oppositionele Nationale Syrische Raad (SNC), die daar volgens het Westen voor in aanmerking, had trouwens, bij monde van haar leider Burhan Ghalioun, ook al laten weten dat zij pas wil overleggen als Assad is afgetreden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Rutte, Finland en het lidwoord

Is Rutte wel serieus met Europa bezig, vraagt WTE zich af in deze gastbijdrage (overgenomen van Publiekrecht en Politiek en ook te lezen in het FD).

Mag Finland in zijn eentje onderhandelen over Griekse dekking van zijn zekerstellingen? In de slotverklaring van de Eurozone-top van 21 juli zijn de taalversies daarover verschillend. Het doet frappant denken aan de beroemde VN-resolutie 242 uit 1967 over de toen (en nog) door Israel bezette gebieden.

De Engelse versie luidde dat ‘Israël should withdraw from territories occupied…’. Dat kan betekenen: uit alle gebieden, maar ook uit een aantal gebieden. In de Franse versie moet Israel zich terugtrekken ‘des territoires occupés’, dus ‘uit de (=alle) gebieden. De Franse taal dringt altijd aan op scherp onderscheid en het lidwoord speelt daarin een hoofdrol. Het Engels laat het lidwoord graag weg en biedt meer plaats aan creatief misverstand. In die resolutie 242 was het verschil tussen de taalversies overigens opzettelijk en een deel van het compromis.

Is dat ook zo in het compromis van 21 juli? In het Engels staat er dat zekerheid kan worden geregeld voor ‘the risk arising to euro area Member States’. Dat kan betekenen: voor alle landen, maar ook voor afzonderlijke landen. In de Duitse en de Franse versies staat er respectievelijk; … den Mitgliedstaaten …. erwachsende Risiko’ en ‘le risque résultant, pour les États membres de la zone euro..’. In beide teksten gaat het dus om de, ofwel alle, landen. Volgens deze teksten kan Finland niet in zijn eentje afspraken maken.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

V.S. moet voorbeeld volgen van Neerlands open diplomatie?

V.S. moet voorbeeld volgen van Neerlands open diplomatie?

Zo hebben de VS de Arabische opstand niet goed zien aankomen, doordat ze teveel met regeringen spreken en te weinig luisteren. Van belang is niet alleen zelf te twitteren en te facebooken, maar vooral ook tweets en Facebookpagina’s te volgen en te lezen“.

Zegt voormalig VS-ambassadeur in Nederland en hoogleraar culturele diplomatie prof. Cynthia Schneider. Ze prijst Nederland om zijn cultuur- en public diplomacy beleid.

Beseft ze wel dat je op Twitter de minister-president wel kan volgen, maar dat hij jou nooit volgt? En zullen we nooit meer een cablegate nodig hebben om de diplomatiek correspondentie te volgen?

Volgende