Wereldreiziger voor het vaderland

RECENSIE - © Uitgeverij Querido Boekomslag Dr. Hendrik Muller Wereldreiziger voor het vaderland (1859-1941)Waarom Hendrik Muller? Dat zal menige diplomaat zich rond de jaarwisseling van 1918/1919 zich toch even hebben afgevraagd. Waarom moest juist hij de gezant worden in Roemenië? Het korte antwoord luidde dat Hendrik Muller misschien niet over de diplomatieke kwalificaties beschikte, maar wel de meest geschikte kandidaat was. Deze grand voyageur (aldus een interne notitie) was in ieder geval een keer in die contreien geweest, en had er ook eens over geschreven. En zo werd Hendrik Muller de Nederlandse gezant in dat gloednieuwe Balkanland. Maar hoezeer hij ook had verlangd naar een diplomatieke carrière, dat samenraapsel Roemenië vond hij toch wel wat te min. Hij heeft nog gezeurd, maar ging uiteindelijk overstag omdat hij daarna vast een betere positie zou krijgen.

Een ijdele man, daar is iedereen het over eens. En geen geboren zakenman. Hendrik, de zoon en gedoodverfde opvolger van de Rotterdamse havenbaron Hendrik Muller Samuelszoon, bleek niet uit het commerciële hout gesneden. Zijn moeder achtervolgde hem met wijze raad, waarschuwde hem voor wereldse verleidingen én voor zijn ijdelheid, maar dat alles mocht niet baten. Hendrik junior ging liever op reis. Het bezorgde hem een bescheiden reputatie als wereldreiziger, en in Duitsland scharrelde hij daarmee een academische titel bij elkaar. Maar het gaf allemaal geen voldoening. En ook de familie trok de handen van hem af.

Een echte taak in het leven vond Muller pas nadat hij in contact kwam met Hendrik Hamelberg, de consul-generaal van de Oranje Vrijstaat. Die functie stelde niet veel voor, maar Muller was daar geweest en was een bewonderaar van de kleine boerenrepubliek in het Afrikaanse binnenland, die zich staande moest houden tegenover de Engelse expansiedrift. Toen Hamelberg te oud werd, polste hij Muller of hij dat baantje niet wilde. Maar natuurlijk, en uiteraard niet vanwege de titel maar uit liefde voor de boeren. Muller werd niet betaald en echte diplomaten haalden hun neus voor hem op, maar hij gooide zich vol vuur in de politieke strijd. Zonder veel resultaat, overigens. Maar naarmate de Hollandse natie warmer liep voor de dappere strijd van ‘onze’ bloedverwanten daar in Afrika, werd Muller meer en meer een ‘bekende Nederlander’. Tot de Boerenoorlog abrupt ten einde liep en Muller weer niets om handen had. Hij ging maar weer reizen. (Aan geld was nooit geen gebrek, dankzij zijn achtergrond.)

Wanneer in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, wordt Nederland overstroomt door pakweg een miljoen Belgische vluchtelingen. De meesten keren vrij snel huiswaarts, maar zo’n honderdduizend Belgen blijven hier achter. De regering besloot dat er op de Veluwe, bij Oldebroek een opvang moet komen voor het meer ongure deel der vluchtelingen en vraagt Hendrik Muller om dat op zich te nemen. Waarom Muller? Het antwoord is niet duidelijk. Biograaf Dik van der Meulen houdt het op de persoonlijke band tussen Muller en de minister van Oorlog Nicolaas Bosboom. (Muller verkeerde graag in hogere kringen en was een bekende societyfiguur; men lachte achter zijn rug om zijn ijdelheid en zijn verslaving aan onderscheidingen, maar ondertussen kende hij iedereen die er toe deed.)

De opvang in Oldebroek werd een succes, en ook zijn vervolgopdracht (de oprichting van een vluchtelingenkamp nabij Nunspeet) werd een redelijk succes. Er waren wat wrijvingen met de regering, uiteraard – en dus stapte Mulle na een jaar al weer op. Hij voelde zich miskend. Hij ging werken aan zijn volgende boek vol reisverhalen. Daarna volgde dus Roemenië, en daarna was hij nog even gezant in Tsjechoslowakije. Dat laatste was ook geen groot succes. Iedereen was blij dat hij eindelijk vertrok (met de auto, voor een grand tour door fascistisch Italië). Hij bleef officieel beschikbaar als diplomaat voor Buitenlandse Zaken, maar men had hem niet meer nodig. Hij overleed in 1941.

Waarom Muller? Dat is ook de vraag die bij de lezer van deze biografie langzaam maar zeker steeds dwingender naar voren komt. Muller was een ijdeltuit eerste klas. En niet eens zo’n grappige, aardige of slimme ijdeltuit. Zijn officiële werkzaamheden stelden weinig voor; zijn reisboeken zijn vlot geschreven (van der Meulen doet zijn best om ze aan te bevelen) maar zijn weinig opmerkelijk; zijn persoonlijk leven was licht pikant (hij hield er twee vrouwen op na, een voor de winter en een voor de zomer, aldus de verhalen) maar alles bij elkaar: waarom deze biografie? Het is een vlot geschreven boek, dat wel. Daar staat Dik van der Meulen garant voor. Hiervoor schreef hij bekroonde biografieën van Multatuli en Koning Willem III. Maar waarom dan nu Hendrik Muller?

Het antwoord op die vraag kwam (voor deze recensent) op pagina 425. U moet weten dat de vurige patriot Hendrik Muller een groot deel van zijn omvangrijke nalatenschap heeft gebruikt voor de stichting van een ‘Vaderlandsch Fonds’, ook wel het Mullerfonds geheten, dat tot doel heeft ‘werkzaam te zijn in het belang van het Nederlandsche volk [en] als instelling van weldadigheid opzichtens Nederlanders’. Het was dit fonds dat bij de Universiteit Utrecht een biografie van Muller ‘bestelde’, een verzoek dat bij UU-medewerker Dik van der Meulen terechtkwam. Muller heeft dus uiteindelijk zélf voor deze, zijn eigen biografie betaald.

Hij zal het zelf volkomen terecht hebben gevonden.

Dik van der Meulen, Dr. Hendrik Muller. Wereldreiziger voor het vaderland [1859-1941]. Uitgeverij Querido.

  1. 3

    @0: “En zo werd Hendrik Muller de Nederlandse gezant in dat gloednieuwe Balkanland.”
    Een intrigerend zinnetje daar. We hebben het toch over Roemenië, het op één na oudste land van Zuidoost Europa (zowel nu, als een eeuw geleden), dat al meer dan een halve eeuw bestond in 1919 en dat volgens de meeste definities voor het overgrote deel buiten de Balkan ligt?