Akkoordendoolhof
ANALYSE - De verhuurderheffing gaat er komen, maar daar gingen een heleboel akkoorden aan vooraf.
De Eerste Kamer stemde vorige week in met een wetsvoorstel van minister Blok over een aantal belangrijke maatregelen aangaande de woningmarkt. Het voorstel gaat onder meer over de beperking van de hypotheekrenteaftrek, een langgekoesterde wens van de PvdA. Maar het voorstel regelt ook de zogenaamde verhuurderheffing, een door woningcorporaties aan de staat af te dragen belasting die de schatkist miljarden op moet leveren. Tegen deze heffing heeft de PvdA juist zeer lang, en in de persoon van senator Adri Duivesteijn zelfs tot vlak voor de stemming, te hoop gelopen. Want de corporaties kunnen zulke bedragen alleen ophoesten als ze hun huurders financieel uitkleden, en zelfs dan is het volgens de critici extreem waarschijnlijk dat nieuwbouw en renovaties tot stilstand zullen komen. In verband met de verhuurderheffing wordt regelmatig het Woonakkoord genoemd, de politieke afspraak van februari van dit jaar tussen VVD, PvdA, D66, CU en SGP over het woonbeleid.
Het heet dan dat de Senaat nu het Woonakkoord heeft goedgekeurd. Helemaal zuiver is die bewering niet. Sommige wetgevende maatregelen uit het Woonakkoord zijn al eerder goedgekeurd, zoals de inkomensafhankelijke huurverhogingen. Die moeten niet alleen doorstroming bevorderen, maar ook de extra opbrengsten genereren waaruit de corporaties de verhuurderheffing kunnen voldoen. Anderzijds is de verhuurderheffing niet het geesteskind van het Woonakkoord. De heffing voor 2013 was eerder dit jaar al ingevoerd en deze vloeide voort uit eerdere akkoorden tussen deels andere partijen. Zo langzamerhand zien we door alle akkoorden het bos niet meer. Daarom een begeleide trektocht door het akkoordendoolhof, op zoek naar de wortels van de verhuurderheffing.