Verwachting Eerste Kamer: ‘rechts’ behaalt duidelijke meerderheid
Meer dan ooit lijken de aankomende Provinciale Staten verkiezingen te worden bepaald door een landelijk thema: de vraag of VVD, PVV en CDA een meerderheid zullen halen in de Eerste Kamer. In mei zullen de nieuwgekozen Provinciale Statenleden immers de leden van de senaat verkiezen. Anders dan voor de Tweede Kamer, zijn er voor de Provinciale Staten – en dus voor de Eerste Kamer – maar weinig peilingen beschikbaar. Het is daarom lastig te voorspellen hoe de Eerste Kamer er precies uit zal zien. Als vuistregel neem je de helft van het aantal Tweede Kamerzetels dat wordt gepeild en zit je redelijk in de buurt. Maar deze methode houdt geen rekening met de onzekerheid van de peilingen, vertekening door de getrapte verkiezing en het feit dat provinciale verkiezingen toch anders zijn dan landelijke (bijv. lagere opkomst en provinciale partijen). Hier presenteer ik een model dat zo goed mogelijk rekening houdt met deze factoren.
De eerste stap is het samenvoegen van alle informatie die in de peilingen zit (Peil, Synovate en TNS/NIPO). Drie peilingbureau’s weten namelijk meer dan één. Ik gebruik een eenvoudig ‘Pooling the polls‘ model, ontwikkeld door Simon Jackman. Dit model neemt aan dat de peilingbureaus geen systematische afwijkingen voor bepaalde partijen hebben maar volledig willekeurige steekproeven produceren (steek die maar in je zak, Maurice). De voorspelde percentages en onzekerheid worden gebruikt in het vervolg van de simulaties.



Van iedereen worden talloze gegevens opgeslagen in databases. Je naam en adres staan in de gemeentelijke basisadministratie. Wat je lichamelijk of psychisch mankeert en welke medicijnen je daarvoor slikt, staat in het elektronisch patiëntendossier. Waar je in- en uitcheckt met de OV-chipkaart is opgeslagen in de centrale database van Trans Link Systems, de verenigde vervoersbedrijven. Dit zijn slechts enkele voorbeelden; de gemiddelde persoon staat in zo’n 250 tot 500 digitale databestanden.