Jan-Albert

47 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)

Weer bonje om de Falklands

Bijna dertig jaar na de Falklandoorlog ruziėn Argentiniė en het Verenigd Koninkrijk opnieuw openlijk over de eilanden. Buenos Aires wil ‘zijn Malvinas’ weer terug, Londen peinst er niet over. Op de achtergrond schuilen olie en verkiezingen.

Volop patriottische taal in Argentiniė. Vorige week stelde congreslid Liliana Fadul voor om herdenkingsmunten uit te brengen ter nagedachtenis aan de omgekomen militairen in de Falklandoorlog van 1982. En tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York van drie weken geleden haalde president Cristina Fernandez de Kirchner plotseling uit naar de Britse regering om de eilanden.

Fernandez eist dat de onderhandelingen over de status van de Islas Malvinas, zoals de eilanden in Argentiniė worden genoemd, op straffe van het onderbreken van de luchtbrug tussen de Falklands en Chili. Die vliegroute is onderdeel van de Voorlopige Overeenkomst uit 1999. Destijds schortte Chili, woedend om de arrestatie van ex-dictator Augusto Pinochet in Londen het jaar daarvoor, alle vliegverkeer naar de eilanden op.

Na een half jaar onderhandelen werd het vliegverkeer hervat, onder voorwaarde dat de Britten een VN-resolutie uit 1988 zouden respecteren, die oproept tot verdere onderhandelingen. Dat is niet gebeurd. ,,We zullen nog een tijdje wachten”, dreigde Fernįndez in New York, ,,maar als er niets gebeurt zien we ons gedwongen de Voorlopige Overeenkomst te herzien.”

Foto: Eric Heupel (cc)

Mexicaanse bendes: veel meer dan drugs alleen

Vorig weekend was ik voor een serie reportages in de Centraal-Mexicaanse deelstaat Michoacán. Ik bezocht er het plaatsje Cherán, schitterend gelegen tussen de bergen. Maar Cherán is geen toeristenplaatsje. Afgelopen april gooiden de bewoners de burgemeester en de lokale politie de stad uit en besloten een comité van zelfbestuur op te richten. Dit omdat de bosrijke omgeving van Cherán de laatste jaren op grote schaal wordt vernietigd door de lokale criminele groep La Familia Michoacana. Deze wat bizarre, quasi-religieuze drugsbende heeft zich recentelijk toegelegd op de illegale houtkap, met alle gevolgen van dien.

De gemeente Cherán is 270 vierkante kilometer groot, ongeveer zo groot als Bonaire. 80 procent van alle bossen in de omgeving zijn sinds 2008 door La Familiaweggekapt. In een gemeenschap als Cherán, waar het bos van levensbelang is, heeft dat dramatische gevolgen: bodemerosie brengt de watervoorziening in gevaar, flora en fauna worden vernietigd en doordat de houtkappers niet ongewapend op pad gaan, zijn er sinds april zo’n tien doden gevallen in gevechten met woedende bewoners van Cherám. Outbranching Behalve door middel van houtkap terroriseert La Familia de gemeenschap al langer, vooral door ontvoeringen (met gemiddeld 15.000 euro losgeld een lucratieve bezigheid) en door lokale bedrijfjes af te persen. De Cheranos beschuldigen de burgemeester en politie ervan door La Familia te zijn omgekocht en de bad guys ruim baan te geven. Nu wordt alle toegang tot Cherán streng gecontroleerd door gemaskerde locals die geïmproviseerde controleposten op de toegangswegen hebben opgezet. Met van de politie in beslag genomen wapens patrouilleren de Cheranos de omliggende heuvels, waakzaam voor indringers die willen blijven kappen.

Foto: Eric Heupel (cc)

¡Humala presidente! – En de schaduw van Hugo Chávez

Ollanta HumalaIn 2006, in Latijns-Amerika een eeuwigheid geleden, was ik nog student journalistiek in Tilburg en schreef ik voor mijn afstudeerproductie een analyse van de verkiezingen in Peru. Destijds ging de strijd tussen Ollanta Humala en Alan García. De eerste werd gezien als radicaal-links, de tweede had een totaal mislukt presidentschap in de jaren ’80 achter de rug. Ik interviewde per telefoon en email enkele figuren uit de Peruaanse politiek en het bedrijfsleven, en enkele Peruaanse vrienden. De consensus was dat Humala “een gevaar voor Peru” was, en dat hij met zijn radicaal-linkse geluid Peru gelijk Venezuela zou isoleren.

Dat was toen, dit is nu. We schrijven 2011 en Ollanta Humala is eergisteren ingezworen als president van Peru. Net als in 2006 ging de kandidatuur van Humala gepaard met angstscenario’s. De bekende talking heads uit de Latijns-Amerika analyse waarschuwden voor de vervreemding die Humala zou kunnen veroorzaken. Hij werd met Hugo Chávez vergeleken en zou de volgende president in de links-populistische as Chávez (Venezuela)-Correa (Ecuador)- Morales (Bolivia) – Castro (Cuba) worden. Die angst lijkt evenwel ongegrond. Humala heeft de namen van zijn kabinet bekendgemaakt: een gedistingeerd rijtje van gematigde partijpolitici, centrum-rechtse economen en spectrum-brede partijtijgers. Zo radicaal anders is Humala’s kabinetskeuze ten opzichte van zijn (voormalige) radicale imago, dat sommige linkse critici nu mopperen dat Humala een centrum-rechts kabinet heeft aangesteld. Het kan verkeren. Analisten als James Bosworth speculeren nu hardop of Humala niet eerder een Peruaanse variant op Lula gaat worden.

Foto: Eric Heupel (cc)

Journalistiek en drugs: een hoofdpijndossier

Drugshandel en georganiseerde criminaliteit zijn twee onderwerpen die in grote mate het nieuws over Latijns-Amerika beheersen. Er is echter veel mis met de verslaggeving over beide onderwerpen. In sommige landen lopen verslaggevers grote risico’s als ze zich in de onderwerpen verdiepen. Maar ook de nieuwsvoorziening zelf laat veel te wensen over. Het Knight Center for Journalism in the Americas publiceerde er een boek over, waarin het probeert de problematiek van journalistiek en drugs in kaart te brengen.

De eerste zin van het voorwoord in Coverage of drug trafficking and organized crime in Latin America and the Caribbean (gratis download) trekt meteen mijn aandacht. Rosental Calmon Alves, directeur van het Knight Center for Journalism in the Americas, opent met “The 8th Austin Forum on Journalism in the Americas started hours after the assassination of a 21-year-old photojournalist of the Ciudad Juarez newspaper El Diario.” Die 21-jarige fotojournalist was Luis Carlos Santiago. Ik leerde hem september vorig jaar kennen, toen ik voor het eerst Ciudad Juárez bezocht. Een paar weken later, op bezoek bij de redactie van Trouw, hoorde ik plotseling dat hij was vermoord. Van dichtbij doodgeschoten, van de daders ontbreekt nog steeds ieder spoor. Het was de eerste keer dat ik me persoonlijk bij het geweld tegen journalisten in Mexico betrokken voelde.

Foto: Eric Heupel (cc)

De Del Campo’s en de vloek van Graaf António

Mexico werd door Marcel Proust het ‘meest surrealistische land ter wereld’ genoemd. Het is in ieder geval een land met schitterende verhalen. Neem dat van de familie van mijn eigen vriendin: het luisterrijke geslacht van de Del Campo’s, een oude adellijke familie. Het is een familieverhaal dat alles heeft: avontuur, schatten, revolutie en zelfs een vloek.

Banamex, een van de grootste banken van Mexico, kwam januari dit jaar met een persbericht, waarin het aankondigde dat het klaar was met de restoratie van het Palacio del Conde del Valle de Súchil, een fraai koloniaal pand in de Noord-Mexicaanse stad Durango. 75 miljoen pesos waren in de restauratie geïnvesteerd, ruim 4 miljoen euro. Leuk nieuwtje op zich, maar verder niet heel erg in het oog springend. Ware het niet dat ik sinds ruim twee jaar een klein beetje een band heb met dat specifieke gebouw. Niet dat ik het ooit heb gezien. Ik ben zelfs nooit in Durango geweest. Maar het toeval wil dat de familie van mijn vriendin onlosmakelijk verbonden is met Durango en het Palacio del Conde del Valle de Súchil. De moeder van mijn vriendin heeft als achternaam Ibañez del Campo, en het is die tweede achternaam (Del Campo) die voor dit verhaal van belang is.

Foto: Eric Heupel (cc)

Koelkastloos in Mexico Stad

Iedere tien jaar komt INEGI, het Mexicaanse instituut voor statistiek, met een rigoreuze volkstelling. Die Censo de Población y Vivienda levert een schat aan informatie op. Behalve de evolutie van de Mexicaanse maatschappij, bevat het vuistdikke rapport  ieder decennium weer een veelheid opmerkelijke weetjes. Ook de editie 2010  staat er vol van. Wellicht de opmerkelijkste is dat meer Mexicaanse huishoudens een televisie in huis hebben dan een koelkast: 93% om 82%. (Dit artikel werd 20 mei gepubliceerd in dagblad De Pers.)

Nu wil het toeval dat ik zelf tot de groep behoor die wel een televisie, maar geen (werkende) koelkast heeft. Mijn vriendin en ik hebben wel een koelkast staan, maar die ging een jaar geleden kapot. Sindsdien doen we zonder. Niet dat we het ding niet kunnen of willen repareren, we zijn er gewoon niet aan toe gekomen. Na verloop van tijd zijn we het apparaat eigenlijk gewoon vergeten. En eerlijk gezegd missen we hem ook helemaal niet.

Dat klinkt vreemd, maar is eigenlijk heel logisch. De noodzaak om etenswaren koel te houden is voor ons niet zo groot, aangezien we nooit verder dan een meter of honderd hoeven te lopen om groenten, fruit, zuivel en vlees te kopen. Er is wel een supermarkt in de buurt, maar die is een stuk duurder dan de kleine buurtwinkeltjes om de hoek.

Foto: Eric Heupel (cc)

Braziliaanse president ‘vergeet’ onterecht Mexico

De kersverse Braziliaanse president Roussef is een te benijden staatshoofd. Ze deint lekker mee op de golf van populariteit van haar voorganger Lula da Silva en de economie van haar land raast als een tierelier (7,2% groei vorig jaar). Er is geld, er is mandaat, er zijn mogelijkheden om een hele regio naar haar hand te zetten. Toch maakte ze een klein slippertje in een ruwe schets van haar buitenlandbeleid, die ze gisteren in Rio de Janeiro gaf.

Roussef gaf aan dat haar buitenlandbeleid de komende jaren twee speerpunten heeft: de mede-BRIC landen (India, China en Rusland) en Zuid-Amerika. Centraal-Amerika en Noord-Amerika hebben niet haar prioriteit. Roussef wil het robuuste handelsoverschot van Mercosur, een succesvol handelsverdrag tussen verschillende Zuid-Amerikaanse landen, verder gaan uitbouwen en de relaties met Rusland, China en India versterken.

Op zich niets mis mee. Brazilië probeerde onder Lula al actief zijn positie als regionale grootmacht uit te bouwen, en dat is logisch. Het is het grootste, dichtstbevolkte en economische sterkste land van Latijns-Amerika. Brazilië has it all: enorme reserves aan natuurlijke grondstoffen, een steeds kapitaalkrachtiger interne markt, een robuuste industrie die zich snel ontwikkelt, een succesvol armoedebeleid en de flair van een wereldmacht in wording.

Foto: Eric Heupel (cc)

De President, de Verdachte en de Twitfail

De Mexicaanse president Felipe Calderón wordt niet zelden verweten er een bar slechte communicatiestrategie op na te houden. En dat terwijl geen Mexicaanse regering zoveel geld aan communicatie heeft uitgegeven als de huidige. Maar de falende communicatiestrategie van de president heeft soms niet zozeer met geld te maken, als wel met onnadenkendheid van het staatshoofd.

Zo ging Calderón vorig jaar lelijk in de fout, toen twee studenten in Ciudad Juárez op de campus van de ITESM Universiteit bij een schietpartij omkwamen. De president suggereerde vrijwel meteen na het tragische incident dat de slachtoffers deel uitmaakten van de georganiseerde criminaliteit, wat al heel snel nergens op gebaseerd leek te zijn. Een blunder, waar hij kort daarna uitgebreid zijn excuses voor aanbod. Vooral aan de familie van de slachtoffers, voor wie de opmerkingen uiteraard als een lelijke trap na de voor hen toch al zo verdrietige omstandigheden waren. Calderón is echter een hardleers man, zo bleek gisteren na de arrestatie in Tamaulipas van Martin Estrada Luna, bijgenaamd ‘El Kilo’, die door militairen is opgepakt in het plaatsje San Fernando na de ontdekking van enkele massagraven met tenminste 145 lijken. ‘El Kilo’ wordt verdacht van de moord op 72 migranten in hetzelfde San Fernando, augustus vorig jaar. De autoriteiten zien hem als de Jefe de Plaza, de lokale leider van drugskartel Los Zetas. Daarnaast wordt hij ook in verband gebracht met de recente massagraven.

Foto: Eric Heupel (cc)

Prioriteiten

[qvdd]

I don’t write much about the ins and outs of the various parties right now, even though there will be a Presidential election next year, and a very important governor’s race in the State of Mexico in a couple of months.  We should be arguing over the future of the oil industry, new taxation plans, energy use, climate change legislation, gay rights, transportation, the cost of corn (and everything else) … not about a foreign imposed “war”.

Historicus, schrijver en blogger Richard Grabman van The Mex Files

Gelijk heeft hij. Hoewel de veiligheidssituatie de binnen- en buitenlandse media volledig domineert, zijn er een aantal urgentere onderwerpen in Mexico en Centraal-Amerika die op de lange termijn een veel dramatischer gevolgen voor de regio kunnen hebben dan het drugs- en veilgheidsprobleem.

Zo hoor ik de laatste tijd dreigende geluiden over de gevolgen van voedselschaarse en de daardoor sterk stijgende voedselprijzen in Guatemala. Sommige bronnen vrezen zelfs voor een mogelijke burgeroorlog, als de straatarme bevolking van Guatemala de basisbehoeften niet meer kan betalen. Analist Boz heeft recentelijk uitgebreid geschreven over het thema voedsel en instabiliteit, met een zijdelingse blik naar de gebeurtenissen in de Arabische wereld.

[jan-albert]

Foto: Eric Heupel (cc)

Waarom legaliseren drugs in Mexico (nu) geen oplossing is

In de discussies over hoe de veiligheidsproblematiek in Mexico en Centraal-Amerika op te lossen duikt, vooral vanuit Nederland en Europa, steeds weer hetzelfde discours op. Legaliseer drugs, dan komt het allemaal op termijn goed. Dat is, zeker vanuit de Nederlandse optiek, een begrijpelijk standpunt. Maar de realiteit van de war on drugs is echter van dien aard dat we het punt dat legalisering dé oplossing is voor het drugsprobleem al lang en breed gepasseerd zijn.

35.000 doden in vijf jaar tijd, toenemende instabiliteit in sommige delen van het land, een politieke klasse die niet in staat lijkt concreet resultaat te boeken tegen de kartels. Corruptie die welig tiert. Een rechtsstaat die niet functioneert. Een uiterst problematische mensenrechtensituatie. Mexico heeft een groot probleem. Wat te doen? Een veel gehoorde oplossing is: legaliseren die hap. Vooral buiten Mexico, en zeker ook in Nederland met haar liberale drugsbeleid, hoor ik het regelmatig. In het verleden was ik er zelf ook van overtuigd dat de sleutel in het wegnemen van de pijn die Mexico op dit moment lijdt, drugs uit de illegaliteit halen is. Nu, anderhalf jaar sinds ik hier begonnen ben met werken, geloof ik dat niet meer. Sterker nog, ik denk dat legaliseren ronduit gevaarlijk is. Dat heeft niets met moraliteit te maken, maar is mijns inziens een kwestie van gezond verstand.

Foto: Eric Heupel (cc)

Vijf maatregelen om Mexico veiliger te maken

Er wordt mij vanuit Nederland wel eens gevraagd wat er eigenlijk moet gebeuren om de drugsoorlog in Mexico te stoppen. Ik heb daar geen eenvoudig antwoord op, niet in de laatste plaats omdat ik bij lange na niet voldoende ben ingevoerd in de machinaties van zowel de Amerikaanse als Mexicaanse decision makers. Toch worden er door media en analisten regelmatig suggesties aangevoerd waar ik wel iets over te zeggen en heb, en die me nuttig en effectief lijken. Hieronder een langer opiniestuk met enkele basismaatregelen die in mijn optiek genomen zouden moeten worden om de drugscrisis in dit land effectiever te kunnen bestrijden.

Trek de militairen terug uit de drugsbestrijding Tanks in de straten en zwaargewapende soldaten die bloeddorstige criminelen met militaire discipline te lijf gaan bekt politiek heel lekker, maar in de praktijk moet ik het eerste scenario nog zien waarbij het leger probleemloos politietaken op zich kan nemen. Soldaten worden opgeleid voor de landsverdediging en rampenbestrijding. Ze worden klaargestoomd om snel en effectief in te kunnen grijpen in niet-civiele conflicten. Respect voor de wet en voor burgerrechten is (in ieder geval in Mexico) minder belangrijk dat het verdedigen van het landsbelang en gehoorzaamheid in de militaire pikorde. In tijden van oorlog dank je als burgers deze ijzervreters op je knieën dat ze voor je land vechten, maar in een criminaliteitsgolf ligt dat anders. Criminaliteitsbestrijding is een kwestie van hard maar rechtvaardig optreden in de geest van de wet, en daarvoor wordt bij uitstek de politie opgeleid, niet het leger. Gevolg: duizenden klachten over marteling, ontvoeringen en zelfs executies door het leger. Intern onderzoek naar wangedrag door militairen wordt bovendien niet door de civiele rechtbank behandeld, maar door het leger zelf. Zie pikorde en gebrek aan respect voor burgerrechter: all is fair in (love and) war, maar dit is geen oorlog. Dit is een criminaliteitsgolf. Een civiele kwestie, die door een civiel instituut (de politie) moet worden bestreden.

Volgende