Verwachting Eerste Kamer: ‘rechts’ behaalt duidelijke meerderheid

Meer dan ooit lijken de aankomende Provinciale Staten verkiezingen te worden bepaald door een landelijk thema: de vraag of VVD, PVV en CDA een meerderheid zullen halen in de Eerste Kamer. In mei zullen de nieuwgekozen Provinciale Statenleden immers de leden van de senaat verkiezen. Anders dan voor de Tweede Kamer, zijn er voor de Provinciale Staten – en dus voor de Eerste Kamer – maar weinig peilingen beschikbaar. Het is daarom lastig te voorspellen hoe de Eerste Kamer er precies uit zal zien. Als vuistregel neem je de helft van het aantal Tweede Kamerzetels dat wordt gepeild en zit je redelijk in de buurt. Maar deze methode houdt geen rekening met de onzekerheid van de peilingen, vertekening door de getrapte verkiezing en het feit dat provinciale verkiezingen toch anders zijn dan landelijke (bijv. lagere opkomst en provinciale partijen). Hier presenteer ik een model dat zo goed mogelijk rekening houdt met deze factoren.

De eerste stap is het samenvoegen van alle informatie die in de peilingen zit (Peil, Synovate en TNS/NIPO). Drie peilingbureau’s weten namelijk meer dan één. Ik gebruik een eenvoudig ‘Pooling the polls‘ model, ontwikkeld door Simon Jackman. Dit model neemt aan dat de peilingbureaus geen systematische afwijkingen voor bepaalde partijen hebben maar volledig willekeurige steekproeven produceren (steek die maar in je zak, Maurice). De voorspelde percentages en onzekerheid worden gebruikt in het vervolg van de simulaties.

De tweede stap is het omrekenen van landelijke voorspellingen naar provinciale. Daarbij zijn een aantal lastige problemen. Allereerst doen sommige partijen het (veel) beter of slechter in de provinciale verkiezingen dan bij de Tweede Kamer (peilingen). Dit is vooral zo bij de kleinere partijen, in het bijzonder SGP en PvdD. Hiervoor corrigeer ik. Ten tweede doen niet alle partijen het even goed in alle provincies. Gebaseerd op de uitslagen van de Provinciale Staten 2007, Europees Parlement 2009 en Tweede Kamer 2010, bereken ik voor elke partij of ze het relatief goed of slecht doen in elke provincie (en de onzekerheid, de standaard deviatie, van deze inschatting). De landelijke percentages worden met deze partij-per-provincie ratio vermenigvuldig (ook hier wordt een element van onzekerheid in de simulatie meegenomen). Ten derde is het zeer lastig om iets te zeggen over het succes van de lokale (provinciale) partijen. Voor de meeste provincies heb ik daarom het resultaat van de vorige verkiezingen als voorspelling meegenomen, behalve bij Leefbaar partijen, omdat te verwachten valt dat deze door de PVV zullen worden opgeslokt. Natuurlijk valt op elk van deze assumpties wat aan te merken, maar het lijkt in redelijkheid de beste informatie/schatting te zijn die we op dit moment van het kiesgedrag hebben. Ten slotte maak ik een zetelverdeling per provincie.

De derde stap is om te bepalen hoe de Eerste Kamer er uit zou zien op basis van de gesimuleerde provinciale uitslagen. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat elk lid van de Provinciale Staten op zijn of haar partij stemt en de provinciale partijen op de OSF.

De drie bovenstaande stappen zijn voor onderstaande simulatie 10.000 keer herhaald, steeds met net iets andere cijfers door de onzekerheid in de peiligen, de verhouding tussen de provinciale en landelijke resultaten van partijen ende partij-per-provincie ratio’s. Elke simulatie geeft een samenstelling van de Eerste Kamer. Met inachtneming van alle bovenstaande aannames, kun je op basis van het model zeggen hoeveel Eerste Kamerzetels elke partij waarschijnlijk zal behalen.

Figuur: Verwachte aantal Eerste Kamerzetels per partij, resultaat van 10.000 simulaties.
(Leesvoorbeeld: in iets meer dan 40% van de simulaties kreeg de PVV 14 Eerste Kamerzetels)

Op basis van de huidige stand in de peilingen geeft het model de VVD tussen de 16 en 20 Eerste Kamerzetels (95% interval), maar waarschijnlijk 18. De PVV zou de tweede partij worden met 12-16 zetels, meest waarschijnlijk 14. Daarna volgen PvdA en SP (9-11 zetels, waarschijnlijk 10) en het CDA (6-9 zetels, waarschijnlijk 7). D66 haalt volgens het model tussen de 5 en 7 zetels (waarschijnlijk 6) en GroenLinks 4 tot 6, maar door de vele lijstverbindingen in de provincies geeft het model de partij toch nog net de meeste kans op 5 zetels (zonder de lijstverbindingen zou 4 het meest frequente resultaat zijn). De kleine Christelijke partijen laten zich moeilijk vatten door het model: hoewel de ChristenUnie nu slechter peilt dan 4 jaar geleden, lijken twee zetels aan de erg magere kant en de ene zetel voor de SGP zouden in werkelijkheid best twee kunnen worden. De PvdD haalt volgens bijna alle simulaties 1 zetel, net als de Onafhankelijke Senaats Fractie (OSF, in het figuur ‘Overig’). Overigens tellen de ‘meest waarschijnlijke’ scenario’s niet per definitie op tot 75 zetels, vanwege de manier van simuleren (je zou het afrondingsverschillen kunnen noemen).

  1. 1

    “Dit model neemt aan dat de peilingbureaus geen systematische afwijkingen voor bepaalde partijen hebben maar volledig willekeurige steekproeven produceren (steek die maar in je zak, Maurice).”

    Ik weet niet of Maurice zich aangesproken moet voelen, maar ik ben er wel zeker van dat die aanname onrealistisch is (gebleken).

  2. 5

    Goed initiatief om op deze manier peilingen te analyseren. De conclusie stemt niet vrolijk, maar nu weten we tenminste waar we staan.

    Wensen/ideeën:
    – een update van deze analyse naarmate we dichter bij de verkiezingen komen. Wie weet gaan er nog dingen schuiven als mensen echt moeten gaan kiezen.
    – Meer inzicht grafieken en berekeningen, bijvoorbeeld wat dit voor eerste kamer op zal leveren, wat de onderliggende voorspellingen zijn voor de provinciale staten zijn, op welke peilingen is dit precies gebaseerd etc.
    – Het zou leuk zijn om de voorspelling continu zichtbaar te maken op geencommentaar.

    Een beetje dus zoals hoe Pollster en Nate Silver in de VS opereren.
    Het gaat me er niet om dat het ineens perfect zou moeten zijn, maar het zou leuk zijn dit soort analyes uit te breiden en een vaste plek te geven op geencommentaar (of ergens anders).