Publieke, niet-academische kennisinstellingen – wat weten we er eigenlijk van?

Jammer dat niet meer mensen weten wat niet-academische kennisinstellingen met ons belastinggeld doen, vindt onderzoeker Lionne Koens. Wanneer ik maandagavond de woonkamer binnen stap, zit het voltallig bestuur van de aquariumvereniging om de eettafel. De vergadering is nog niet begonnen, en we kletsen wat. Ik ben net twee weken aan het werk bij het Rathenau Instituut, en vertel vol trots dat ik meewerk aan een onderzoek naar niet-academische kennisinstellingen. ‘Naar wat?’ Mijn – in werkelijkheid niet zo korte – antwoord is dat het instituten zijn die wetenschappelijk onderzoek doen dat ondersteunend is voor ‘het’ beleid, verbonden aan en (grotendeels) gefinancierd door de overheid. De conclusie aan tafel is dat onderzoekers en beleidsmakers beroepsgroepen zijn die veel betaald krijgen, maar weinig doen. En dat van ons belastinggeld. Ik haal mijn schouders op en druip met een onzekere knik af naar de keuken. De aantijging zit in mijn hoofd, de gedachte 'Wat weet hij er nou van?' strijdt met de gedachte 'Wat weet ik er nou eigenlijk van?'.

Mate van conservatisme afhankelijk van gevoeligheid voor walging en dreiging

Onderzoekers aan de Universiteit van Nebraska-Lincoln lieten studenten kijken naar plaatjes van spinnen, mensen die wormen eten en dergelijke. Via een eye-tracker werd nagegaan waar de blik vooral bij bleef hangen en hoe lang men daar dan naar keek.

Het blijkt dat studenten die zichzelf als conservatief omschrijven langer stilstaan bij het negatieve en walgelijke, terwijl progressieven eerder geneigd zijn te kijken naar het positieve. John Hibbing, die het onderzoek leidde, legt uit:

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Simon Scott (cc)

Knobbels, straling en scanners

ACHTERGROND - Dankzij de ontwikkeling van beeldvormende technieken, wordt de behandeling van geestesziekten in de toekomst gemakkelijker.

Moeten we geesteszieke mensen behandelen met pillen of door met ze te praten? ‘Daar kan ik kort over zijn: allebei!’ aldus prof. dr. René Kahn in de laatste lezing van de reeks Waanzin. Volgens hem zijn de twee methodes helemaal niet tegengesteld. Voor patiënten met een milde depressie is het bijvoorbeeld goed om het gesprek aan te gaan en cognitieve gedragstherapie toe te passen. Bij patiënten met zware en terugkerende depressies is het juist noodzakelijk om medicatie voor te schrijven. En bij weer andere patiënten moeten pillen en praten juist worden gecombineerd.

Maar bepalen wie op welke wijze moet worden behandeld, dat is een kunst. En om deze kunst te perfectioneren moeten we mentale ziektes beter begrijpen. Dat is een lang proces, daardoor zal het nog lange tijd duren voordat er nieuwe behandelingen voor geestesziektes als depressie en schizofrenie beschikbaar zijn. Maar dát ze er komen, daar twijfelt Kahn niet aan. Door de opkomst van MRI en andere beeldvormende technieken leerden we in korte tijd ontzettend veel over ons brein. De psychiatrie kreeg meer inzicht in hoe ziektes zich ontwikkelen, ontstaan en hoe ze voorkomen kunnen worden.

Knobbels en straling

Foto: copyright ok. Gecheckt 11-03-2022

Recensie | 1914. Het trauma van Europa

RECENSIE - Max Hastings’ nieuwe boek ‘1914. Het trauma van Europa’ beschrijft de eerste dodelijke maanden van de Eerste Wereldoorlog.

Het is dit jaar precies honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Het was zodoende onvermijdelijk dat dit sleutelmoment in de Europese geschiedenis herdacht zou gaan worden door een hele reeks aan boeken en nieuwe studies over het conflict dat tot zestien miljoen militaire en burgerdoden zou leiden (plus nog eens twintig miljoen – soms ernstig – gewonden).

Max Hastings’ 1914. Het trauma van Europa concentreert zich op de periode van eind juli 1914 tot de daaropvolgende kerstmis. Hoewel ons beeld van de Eerste Wereldoorlog wordt gedomineerd door modder, loopgraven, prikkeldraad en gifgas, behoorden juist deze eerste maanden tot de dodelijkste van het conflict. Alleen al de Fransen verloren in deze periode ruim een miljoen soldaten, waaronder 329.000 doden. De Duitsers verloren in totaal 800.000 man (een hoger verliespercentage dan in enige andere periode van de oorlog). De Oostenrijkers 1,3 miljoen. De verliescijfers van de Russen zijn moeilijker te achterhalen, maar zullen niet veel lager zijn geweest.

Het beeld dat oprijst van deze eerste maanden is dat van reusachtige, dicht opeengepakte colonnes soldaten die op elkaar botsen, bij gelegenheid zelfs nog onder wuivende vaandels en begeleid door helder klaroengeschal, om vervolgens bij bosjes te sneuvelen door geweervuur, van extreem korte afstand afgevuurde granaten en wanhopige bajonetcharges. En dit een paar maanden achter elkaar, totdat – aan het westelijk front, althans – een min of meer continue linie van loopgraven tot stand was gekomen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

KNAW: ‘zelfplagiaat’ niet langer plagiaat

Aldus nu.nl:

De Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) beoordeelt zelfplagiaat niet als plagiaat. […]

Het advies komt naar aanleiding van de recente ophef rondom Peter Nijkamp, professor in de ruimtelijke economie van de Vrije Universiteit (VU), die meerdere keren zijn eigen werk zonder bronvermelding zou hebben geciteerd in wetenschappelijke artikelen.

In principe is dit een goede beslissing. Je kunt natuurlijk moeilijk je eigen ideeën stelen.

Foto: Thompson Rivers University (cc)

Fifi snapt het

OPINIE - Deze blogpost is geschreven naar aanleiding van het eerste debat over Vertrouwen in de Wetenschap dat op 11 maart 2014 werd gehouden in Nemo. De debatreeks is georganiseerd door Het Rathenau Instituut en de WRR op verzoek van met ministerie van OCW.

‘We moeten het de burger nóg beter uitleggen.’

‘We moeten méér communiceren.’

‘De boodschap moet nóg simpeler worden verteld.’

Het zijn oude vertrouwde mantra’s. Ik hoorde ze toch weer voorbij komen laatst in Nemo tijdens het eerste debat over Vertrouwen in de Wetenschap van de WRR en het Rathenau Instituut.

Gelukkig waren er ook andere geluiden. Zo twitterde @FifiSchwarz uit de zaal: ‘Wetenschappers stellen: we moeten beter uitleggen. Maar: burgers moeten ook zelf leren (geleerd worden) kritisch te denken.’

Gelukkig, want de oude aanpak (‘Mevrouwtje, ik leg het u nog één keer uit.’) volstaat echt niet meer. De tijd dat met een beroep op de wetenschap elke discussie in één klap kon worden beëindigd, is definitief voorbij. In het internettijdperk zijn we toegegroeid naar een situatie waarin een beroep op de wetenschap vaak juist het startsein vormt voor een discussie.

Probeer het maar uit, bijvoorbeeld door op een verjaardagsfeestje over klimaatverandering te beginnen of over gezonde voeding. Of door in gezelschap van hoogopgeleide jonge moeders op te merken dat borstvoeding volgens de wetenschap toch echt het allerbeste is voor baby’s. Wedden dat minstens één moeder op de proppen komt met een onderzoek waaruit iets heel anders blijkt?

Foto: Zlatko Unger (cc)

Cum laude

OPINIE - Afstuderen cum laude, ‘met lof’, is behalve een kwestie van wijsheid vooral ook een kwestie van geluk.

Afgelopen week had ik reden om me eens te verdiepen in de examenreglementen van een bachelor-opleiding aan een Nederlandse universiteit, die ik verder niet met name zal noemen. Mijn interesse gold enkele tentamenregelingen, maar op een gegeven moment viel mijn oog op de regels die bepaalden hoe je tegenwoordig cum laude kunt afstuderen.

Als achtergrondinformatie is het wellicht goed eerst uit te leggen hoe deze opleiding gestructureerd is. Elk van de drie bachelor-jaren is opgedeeld in twee semesters die weer zijn verdeeld in drie blokken. De eerste twee blokken duren acht weken, het derde blok vier weken. In de eerste twee blokken worden twee vakken tegelijk bestudeerd, in het derde blok één vak. De langere blokken één en twee zijn gesplitst in twee periodes van elk drie weken colleges en één week tentamens. De eerste periode eindigt met een midterm tentamen en de tweede met een endterm tentamen.

In totaal komen per jaar dus tien vakken aan de orde met tien endterm tentamens en acht midterm tentamens. Aan het eind van je drie jaar bachelor heb je zesenveertig tentamens afgelegd in dertig vakken. Dat is ruw geschat, want enkele tentamens worden vervangen door bijvoorbeeld schrijfopdrachten of door het schrijven van je bachelorscriptie.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Minder studenten door leenstelsel

Uit Trouw:

Een op de tien huidige studenten zou waarschijnlijk niet meer gaan studeren als de studiefinanciering een lening wordt. […]

Een klein jaar geleden concludeerde ook het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dat het studiegedrag gaat veranderen als het leenstelsel wordt ingevoerd. Toen bleek dat studenten bij het afschaffen van de basisbeurs zouden afzien van extra’s zoals een tweede master, een buitenlands studiejaar of extra stages.

Wat je in ieder geval zult zien, is dat de ‘kansloze’ studies (Romaanse Talen, Kunstgeschiedenis, etc.) worden geconfronteerd met dramatisch minder studenten. Vanuit economisch oogpunt is dat natuurlijk gunstig. Maar je kunt mij niet wijsmaken dat dit opgeteld niet tot een enorme culturele verarming van de samenleving gaat leiden. (Ook al interesseert de Blauwe Periode van Picasso mij persoonlijk helemaal niets, het zou toch doodzonde zijn als in de praktijk niemand meer de kans krijgt hier zich een tijdje mee bezig te houden).

Foto: Bert Kaufmann (cc)

Onrust en rumoer in de Nederlandse wetenschap

ANALYSE - Door een overschot aan kandidaten en een toename van tijdelijke contracten neemt de druk binnen de Nederlandse academische wereld toe, betogen onderzoekers Elizabeth Koier en Marije de Goede.

De laatste maanden is er veel discussie over de staat van de wetenschap in Nederland. In de media en binnen universiteiten is er veel aandacht voor de druk om te publiceren en het toegenomen belang om onderzoeksbeurzen binnen te halen. Maar waarom ontstaat de discussie juist nu? Wij denken dat dit een symptoom is van een toegenomen selectie- en concurrentiedruk aan de Nederlandse universiteiten.

De cijfers over het wetenschappelijk personeel in Nederland laten twee ontwikkelingen zien die volgens ons ten grondslag liggen aan de huidige onrust. Ten eerste de toename van het aantal tijdelijke contracten en daarmee selectiemomenten en ten tweede het toegenomen aanbod van mogelijke kandidaten voor elke beschikbare plaats. Samen zorgen deze ontwikkelingen voor een toenemende selectiedruk binnen de Nederlandse academische wereld.

Toename van het aantal tijdelijke contracten

Het wetenschappelijk personeel op universiteiten is ruwweg in te delen in de volgende groepen (van laag naar hoog): promovendi die werken aan een proefschrift, postdocs (net gepromoveerde onderzoekers), universitair docenten (UD), universitair hoofddocenten (UHD) en hoogleraren (professoren). Promovendi en postdocs zijn doorgaans in tijdelijke dienst, net als een deel van de UD’s. UHD’s en hoogleraren zijn vaak verzekerd van een vast contract.

Flutonderzoek, of flutartikel?

Lezersvraag: Welke conclusies worden er getrokken die je, op basis van het onderzoek, niet kan trekken? En wie maakt de grootste fouten? De NU.nl-reporter, het originele persbericht of de onderzoekers zelf?

Update: Het artikel op NU.nl is aangepast.

Waar de tijd vandaan komt

REPORTAGE - Tijd is een belangrijke factor in onze huidige samenleving. Maar wie bepaalt de tijd eigenlijk? En hoe nauwkeurig is die tijdsbepaling? Een gesprek met dr. Demetrios Matsakis, Chief Scientist van de U.S. Naval Observatory Time Services.

The time that ends up on your smartphone—and that synchronizes GPS, military operations, financial transactions, and internet communications—originates in a set of atomic clocks on the grounds of the U.S. Naval Observatory. Dr. Demetrios Matsakis, Chief Scientist for USNO’s Time Services, gives a tour.

(via)

China zet in op kernenergie uit thorium

Zo bericht de Volkskrant:

Het team van 140 nucleaire ingenieurs dat in Shanghai werkt aan de eerste gesmolten-zoutreactor met thorium heeft te horen gekregen binnen tien jaar resultaat te moeten leveren, in plaats van binnen een kwart eeuw. Dat melden Chinese en Britse media.

Niet iedereen is overtuigd van de levensvatbaarheid van dit project:

Bij de scepsis speelt ook een rol dat de grootste voorraden thorium op aarde voorkomen in India en China en minder in het Westen. Verreweg de grootste uitdaging is het type reactor waarin thorium zou moeten worden gebruikt. Dat werkt niet met een hete kern van splijtstofstaven in een bad met koelwater, maar gebruikt splijtstof opgelost in gesmolten zout als koelmiddel. Internationaal is de ervaring met zulke gesmoltenzout-reactoren beperkt, en niet onverdeeld gunstig.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Vorige Volgende