Knobbels, straling en scanners

ACHTERGROND - Dankzij de ontwikkeling van beeldvormende technieken, wordt de behandeling van geestesziekten in de toekomst gemakkelijker.

Moeten we geesteszieke mensen behandelen met pillen of door met ze te praten? ‘Daar kan ik kort over zijn: allebei!’ aldus prof. dr. René Kahn in de laatste lezing van de reeks Waanzin. Volgens hem zijn de twee methodes helemaal niet tegengesteld. Voor patiënten met een milde depressie is het bijvoorbeeld goed om het gesprek aan te gaan en cognitieve gedragstherapie toe te passen. Bij patiënten met zware en terugkerende depressies is het juist noodzakelijk om medicatie voor te schrijven. En bij weer andere patiënten moeten pillen en praten juist worden gecombineerd.

Maar bepalen wie op welke wijze moet worden behandeld, dat is een kunst. En om deze kunst te perfectioneren moeten we mentale ziektes beter begrijpen. Dat is een lang proces, daardoor zal het nog lange tijd duren voordat er nieuwe behandelingen voor geestesziektes als depressie en schizofrenie beschikbaar zijn. Maar dát ze er komen, daar twijfelt Kahn niet aan. Door de opkomst van MRI en andere beeldvormende technieken leerden we in korte tijd ontzettend veel over ons brein. De psychiatrie kreeg meer inzicht in hoe ziektes zich ontwikkelen, ontstaan en hoe ze voorkomen kunnen worden.

Knobbels en straling

De pogingen ons brein beter te begrijpen, gaan terug tot in het midden van de negentiende eeuw. De geneeskundige Joseph Franz Gall introduceert dan de frenologie. Dat is een wetenschappelijke stroming die stelt dat de grootte en vorm van de hersenen bepalend zijn voor de intelligentie en gezondheid. Elk deel van de hersenen had een taak. Afwijkingen zouden zorgen voor ziektes. Door het palperen van de schedel zocht men naar knobbels, daar komen onze uitdrukkking ‘talenknobbel’ en ‘wiskundeknobbel’ ook vandaan.

Begin jaren twintig van de vorige eeuw nemen röntgenfoto’s het onderzoek voor een groot deel over. Eerst door het inbrengen van luchtbellen in het brein die met een PEG-scan zichtbaar zijn. Later door een CT-scan die een dwarsdoorsnede van het brein maakt. Aan beide technologieën zit echter een nadeel: ze werken met radioactieve straling. Je kunt daarom niet onbeperkt blijven scannen. Gelukkig heeft de wetenschap ook daar een antwoord op gevonden: de MRI-scan.

Stress en het brein

Kahn benadrukt dat de MRI-scan een stuk veiliger is, het apparaat gebruikt magnetische velden om de hersenen in beeld te brengen. Dit heeft geleid tot opvallende ontdekkingen. Zo blijkt de hippocampus een belangrijke rol te spelen in depressies. De hippocampus is het gebied in de hersenen dat ervoor zorgt dat je kunt leren door het verwerken van nieuwe informatie.

Wanneer je ouder wordt, krimpt dit gebied. Het effect is dat het opslaan van nieuwe informatie moeilijker gaat en je leert dus minder snel. Probeer maar eens op je vijftigste nog een nieuwe taal te leren, dat gaat moeizaam of helemaal niet meer. Maar ook jonge studenten kennen dit fenomeen, zij het tijdelijk: teveel drinken zorgt voor het zelfde effect. De celdeling in de hippocampus vertraagt, waardoor je de volgende ochtend niet meer weet wat je gedaan hebt.

Mensen met depressies hebben daar ook last van. Niet door alcohol, maar door een teveel aan het stresshormoon cortisol. Chronische stress zorgt voor een chronische afgifte van cortisol, wat vervolgens hippocampus verkleint. Zo kunnen depressieve patiënten geen nieuwe dingen meer opslaan en ontstaan vergeetachtigheid en concentratiestoornisssen. Overigens is met anti-depressiva dit goed te behandelen.

Dit verhaal sluit aan bij wat we eerder in deze reeks zagen, namelijk dat stress desastreuze gevolgen heeft voor lichaam en geest. Christina van der Feltz-Cornelis gaf aan dat stress de lichamelijke balans verstoort en kan zorgen voor voorheen ‘lichamelijk onverklaarbare klachten’ zoals pijn, moeheid, buik- of gewrichtsklachten. Sociaal en organisatie-psychologe dr. Maria Peeters liet vorige week zien dat chronische stress op het werk kan leiden tot een burn-out. Overigens is in de ogen van psychiater Kahn burn-out gewoonweg een depressie. Verschillende disciplines kijken op andere wijze naar de dezelfde klachten, maar zijn ze het op andere punten wel met elkaar eens.

Toekomst

Door nieuwe technologieën op het gebied van MRI-scanners kunnen we tegenwoordig niet alleen de structuur, maar ook de functie van bepaalde verbindingen in de hersenen achterhalen. En dat niet alleen: we kunnen zelfs de concentratie van moleculen meten. Zo is het verloop van ziektes in kaart te brengen. Vergelijkend onderzoek tussen patiënten die aan dezelfde ziekte lijden of tussen patiënten en gezonde mensen is dan een logisch vervolg.

Dergelijk onderzoek wordt nu nog post-mortem uitgevoerd, maar beeldvormende technieken bieden de mogelijkheid dit in de toekomst ook bij leven te doen. En dat volkomen veilig, zonder snijden en zonder radioactieve straling. Zo kunnen we langzamerhand echt begrijpen hoe psychiatrische ziektes zich ontwikkelen, hoe ze ontstaan en hoe we ze kunnen voorkomen. En dat is een goede ontwikkeling.

Benieuwd naar de lezing van prof. dr. René Kahn? Kijk deze hier terug, of kijk hier voor alle lezingen in de reeks ‘Waanzin’.

Via Studium Generale Universiteit Utrecht

  1. 2

    Ik heb zelf ooit een totaal bizar moment in mijn leven meegemaakt. Dat was in Kathmandu-Nepal waar ik na een maandenlange solo-motorreis (Gr->Isr->Egyp-Jor->Syr->Tur-Iran->Pak->Ind-Nep-Thai->Mal->Sin) was beland. Onderweg in je uppie, en dan ook nog eens geen andere westerlingen met de auto/motor tegenkomen, is echt het zwaarste dat er bestaat. Je merkt langzamerhand dat je je westerse referentiekader maar beter bij het oud vuil kan zetten want dat werkt totaal niet meer. En zie dan maar weer eens een nieuwe referentiekader op te bouwen als ook nog eens alles misgaat wat maar mis kan gaan. Op een gegeven moment dacht ik echt of ik sta morgenochtend knettergek op of niet, het wordt 1 van de 2 want een tussenweg is er niet. Ik had het gevoel dat er iets op knappen stond in mijn hersenen, maar gelukkig werd ik normaal wakker. Het fascinerende is dat ik onderweg veel reizigers (rugzaktoeristen maar ook ex-Vietnam veteranen) heb ontmoet die inderdaad letterlijk knettergek – lees: krankzinnig – waren geworden. Ik snap dit proces nog steeds niet, maar ik weet wel dat ik sindsdien mentaal zo sterk geworden ben dat helemaal niets maar dan ook niets me meer uit het lood kan slaan. Waarom wordt de één krankzinnig en de ander niet, dat is voor mij persoonlijk nog steeds één van de meest fascinerende dingen in het leven.

  2. 3

    Af te zien aan al die diarree aan posts van je, Daan van der Keur, ben je toch aardig van het padje af. Alleen besef je dat waarschijnlijk zelf niet.

  3. 4

    Ja, natuurlijk… een goede behandeling van geestesziekten is echt geen slechte zaak.
    Maar een spreekwoord luidt: voorkomen is beter dan genezen..

    Aangezien een fors aantal van de huidige geestesziekten samen lijken te hangen met hoe onze huidige maatschappij is, lijkt het mij slim om die ook eens goed tegen het licht te houden.

    Daarnaast krijg ik de indruk door de steeds dikker wordende versies van het DSM (nu versie 5) dat veel “ziekten” door de farmaceutische industrie worden uitgevonden om die, vaak absolute chemische rotzooi van zogenaamde, medicijnen te kunnen verkopen.

    Goed, dat even vooraf…

    De keuze “pillen of praten” vindt ik een absolute NON-keuze. Niet wetenschappelijk, omdat hij volkomen voorbij gaat aan de situatie waarin de patiënt verkeert en de invloed die de patiënt op zijn omgeving dan wel op zijn perceptie van zijn omgeving, kan uitoefenen. Een onveranderd ziekmakende omgeving IS niet te behandelen met pillen, alleen te verdoven. Het nut van gesprekken is dan ook beperkt. De beste remedie is dan de patiënt langere tijd uit zijn ziekmakende omgeving te bevrijden en dan te behandelen.

    De functie van anti-depressiva, en dat zijn er heel veel, is ook gezien de bijwerkingen, die soms zeer langdurig en pervasief kunnen zijn, twijfelachtig te noemen. Vaak helpt een uur gematigde lichaamsbeweging per dag veel beter dan de patiënt te vergiftigen (dat is in feite wat je doet) met psycho-farmaceutica.

    Ik geef direkt toe dat er ook situaties zijn waarin anti-depressiva zeker ook positief kunnen werken en soms zelfs onontbeerlijk zijn (het minst slechte alternatief zogezegd). Het uitgebreide spectrum van individuele gevolgen en bijwerkingen wordt door Kahn echter te gemakkelijk afgedaan.

    Ik adviseer hem, om zijn kennis op dat gebied te vergoten met een stuk persoonlijke ervaring, eens zelf een paar jaar SSRI’s en/of SSNI’s te gaan slikken. De dagelijkse ervaring die hij dan opdoet, ook wat dat soort medicijnen door de bijwerkingen met je zelfbeeld doet, is iets anders dan een patiënt eens in de maand een half uurtje over zijn/haar medicatie te spreken. De Psychiater gaat om 5 uur naar huis, maar de patiënt is echt 24×7 met de situatie opgescheept en is soms onderworpen aan langdurig lijden.

    Depressie, overspannenheid, burn-out en andere diagnoses maken inderdaad deel uit van een groep stoornissen met veel overeenkomstige symptomen. Een factor die deze diagnoses over het algemeen gezamenlijk hebben is de wisselwerking tussen patiënt en omgeving die de patiënt onder druk zet en zich op verschillende wijzen kan uiten, omdat de patiënt niet kan omgaan met de overvloed aan druk die hij/zij vanuit de omgeving ervaart.

    Oefenen met andere manieren van omgang met de buitenwereld (en de binnenwereld van de patiënt) lijkt mij daarom een zinvollere methode dan pillen&praten. Doen, ervaren en leren accepteren.

    Diverse stellingen met betrekking tot bijvoorbeeld depressies kan ik aan de hand van mijn eigen ervaringen met depressies in mijn omgeving absoluut niet bevestigen. Op mij komen ze nogal gechargeerd en theoretisch over.

    Wat absoluut klopt is dat een langdurige overproductie van cortisol rampzalig voor een patiënt kan zijn en definitieve schade kan veroorzaken. Maar waarom ontstaat die langdurige overdosis cortisol? Dat zal de patiënt echt niet voor zichzelf regelen. Dat regelt de omgeving voor het grootste deel voor de patiënt, soms zelfs bewust. En soms kan de directe omgeving de ziekmakende omstandigheden ook niet veranderen, omdat de omstandigheden een macro-karakter hebben.

    Zoals ik het zie, is de verworven kennis over de werking van het brein, zeer gering en staat in een absolute begin fase. Nog te vaak “kijk eens wat we nu weer ontdekt (menen te) hebben”! De huidige kennis van deze materie wordt natuurlijk met de dag groter en daarmee belangrijker, maar laten we het voorlopig, gezien de huidige stand, nog niet overdrijven. We hebben zogezegd net de bloedsomloop van de hersenen ontdekt… maar weten nog te weinig van de overige functies en hun mogelijke interacties.

    Op latere leeftijd wordt het inderdaad moeilijker om bijvoorbeeld een nieuwe taal te leren, niet omdat we niet meer slim genoeg zijn, maar omdat andere activiteiten door de situatie van ons leven een hogere prioriteit krijgen. Het brein heeft ook zijn Moscow lijstje en stelt zich daar op in om de aanwezige verwerkingscapaciteit zo optimaal mogelijk te benutten.

    Toen wij zelf jonger waren en een nieuwe taal probeerden te leren, was dat de productie die we leverden en die was erg belangrijk. In een latere fase moet het werk behouden blijven (dus die etter van een baas moet je te vriend houden, ook door je werk goed te doen), kennis voor je werk moet gelijke tred houden met die van je concurrenten (rat-race), kinderen moeten op de rit geholpen worden… noem al die zaken maar op waarin je moet produceren met je hersenen en die allemaal om hun stukje van jouw “hersen-dag” vechten. Die energie is beperkt en de boog kan niet altijd gespannen staan. Het belang van een nieuwe taal is op latere leeftijd vaak ook veel minder grootdan toen we jonger waren. Geen “Ouht to have meer, maar vaker een “Want to have”…

  4. 5

    “Mensen met depressies hebben daar ook last van. Niet door alcohol, maar door een teveel aan het stresshormoon cortisol. Chronische stress zorgt voor een chronische afgifte van cortisol, wat vervolgens hippocampus verkleint. Zo kunnen depressieve patiënten geen nieuwe dingen meer opslaan en ontstaan vergeetachtigheid en concentratiestoornisssen. Overigens is met anti-depressiva dit goed te behandelen.”

    Of je kunt de stress verminderen… of de persoon maakt teveel cortisol aan omdat ie depressieve gedachtes heeft… of de persoon heeft helemaal niet zoveel last van veel of sterke depressieve gedachten maar is extra gevoelig voor die gedachten of de omgeving is minder dan normaal ondersteunend… of een combinatie van die dingen. Men doet alsof het gaat om een mechanisch uurwerk terwijl je het beter kunt vergelijken met een ingewikkelde computer waarvan je niet eens de programmeertaal kent en waarbij je een bepaalde variatie (tussen verschillende computers) juist wilt houden omdat dat evolutionair en ook maatschappelijk beter is.

  5. 6

    @5: zoals jij terecht opmerkt, wordt er te vaak erg simpel gedacht over de mechanismen in de hersenen. De wetenschap staat mbt onze hersenen nog in de kinderschoenen, dat moet eigenlijk tot grote bescheidenheid aanleiding geven.

    De communicatie naar de direkte omgeving is idd een van de grote faal-factoren bij een behandeling. Ik kan me niet aan de aandacht onttrekken dat de omgeving te vaak de indruk heeft ter verantwoording geroepen (of zelfs aangevallen te) worden dan gevraagd worden mee te denken en mee te werken. Dat kan zelfs een behandeling nagenoeg zinloos maken.

    Belangrijker voor een succesvolle behandeling is het tijdelijk weg nemen van de stress-bronnen (zodat de patient weer greep op zijn leven kan krijgen), dan de patiënt vol te proppen met ssri’s of ssni’s… om maar een keuze te stellen.