ANALYSE - Door een overschot aan kandidaten en een toename van tijdelijke contracten neemt de druk binnen de Nederlandse academische wereld toe, betogen onderzoekers Elizabeth Koier en Marije de Goede.
De laatste maanden is er veel discussie over de staat van de wetenschap in Nederland. In de media en binnen universiteiten is er veel aandacht voor de druk om te publiceren en het toegenomen belang om onderzoeksbeurzen binnen te halen. Maar waarom ontstaat de discussie juist nu? Wij denken dat dit een symptoom is van een toegenomen selectie- en concurrentiedruk aan de Nederlandse universiteiten.
De cijfers over het wetenschappelijk personeel in Nederland laten twee ontwikkelingen zien die volgens ons ten grondslag liggen aan de huidige onrust. Ten eerste de toename van het aantal tijdelijke contracten en daarmee selectiemomenten en ten tweede het toegenomen aanbod van mogelijke kandidaten voor elke beschikbare plaats. Samen zorgen deze ontwikkelingen voor een toenemende selectiedruk binnen de Nederlandse academische wereld.
Toename van het aantal tijdelijke contracten
Het wetenschappelijk personeel op universiteiten is ruwweg in te delen in de volgende groepen (van laag naar hoog): promovendi die werken aan een proefschrift, postdocs (net gepromoveerde onderzoekers), universitair docenten (UD), universitair hoofddocenten (UHD) en hoogleraren (professoren). Promovendi en postdocs zijn doorgaans in tijdelijke dienst, net als een deel van de UD’s. UHD’s en hoogleraren zijn vaak verzekerd van een vast contract.