Marco de Baar

2 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Bill Dickinson (cc)

Ring van wetenschapsfraudeurs ontdekt

ACHTERGROND - Wetenschapsfraude is niet alleen een probleem van de geesteswetenschappen, zoals de bèta’s wel eens graag lijken te denken.

Veel bèta’s deden de recente gevallen van wetenschapsfraude af als een probleem van de geesteswetenschappen. ‘Onze’ vakken zijn zo ingekaderd door de empirie en natuurwetten, dat fraude bijna niet mogelijk is, zo redeneren veel van mijn collega’s. Een voorbeeld van een groot fraudegeval uit de natuurkunde werd terzijde geschoven als een interessant freak accident.

Het idee dat fraude makkelijker in de geesteswetenschappen zou plaatsvinden is echter erg naïef! Het wordt gevoed door de notie dat fraude alleen kan plaatsvinden aan de start van de keten, het analyseren van de data en het schrijven van het artikel. Maar fraude kan worden gepleegd in het hele proces: data-aquisitie, schrijven, artikel aanbieden, en refereeing. Peer review is het systeem dat wetenschappers benaderd worden door journals om het werk van hun collega-wetenschappers, hun peers, te beoordelen. Dit werk is vaak een publicatie die ter plaatsing is aangeboden bij het tijdschrift, maar het kan ook om voorstellen gaan. Vaak vindt peer reviewsingle blind‘ plaats. Dat wil zeggen: de referee weet wel de namen van de auteurs, maar de auteurs weten niet wie de referees zijn. Er zijn goede argumenten te geven voor waarom het proces zo is opgezet, maar blind review biedt kansen voor identiteitsfraude. En er zijn wetenschappers die in gat springen, zo blijkt.

De Arabist Jansen en de redelijke wereld

ACHTERGROND - In 2011 werden bijna 6000 hoogleraren (gezien het grote aantal moeten dat ook emeriti zijn geweest) benaderd om mee te doen aan een enquête over religie en wetenschap. Het ging daarbij om de levensbeschouwing van de hoogleraren in het algemeen, en om de attitude van de hoogleraren jegens hoogleraren met een andere levensbeschouwing in het bijzonder.

De bevindingen zijn interessant en laten zien dat de levensbeschouwing van HLs nogal afwijkt van die van de gemiddelde Nederlander: Rapport hoogleraren 2011. Het onderzoek werd in 2013 nog eens overgedaan gedaan: Rapport hoogleraren 2013.

Terwijl ik de enquête invulde, betrapte ik me op een vooroordeel. Eigenlijk leek het me evident dat wetenschappers een positivistische houding zouden moeten hebben en dat een geloof in iets wat je niet zou kunnen meten een indicatie is voor verminderde geschiktheid als wetenschapper. Gelukkig ben ik een experimentator, en ik besloot me niet te laten leiden door mijn idee-fixes, maar door de wereld om mij heen. Ik heb toen een kladblok gepakt, en vier kwadranten getekend. Op de verticale as stonden ‘minder dan gemiddeld productief’ en ‘bovengemiddeld productief’ en op de horizontale as zette ik ‘niet gelovig’ en ‘gelovig’. Ik maakte een lijst van wetenschappers die ik persoonlijk ken en waarvan ik de levensovertuiging weet. Deze wetenschappers rankte ik naar een algemene kwaliteitsindruk (input in discussies, experimentele flair, theoretische virtuositeit, het aantal boeiende papers dat geschreven werd, etc). In de lijst zaten net beginnende OiOs tot oudere wetenschappers. Voor de laatste categorie keek ik ook nog even naar de Hirsch factor, om mijn inschattingen te checken. Ik zat goed.