Noord-Ierland staat stil
De herdenking van het Goede Vrijdagakkoord in Noord-Ierland is achter de rug. President Biden was er speciaal voor overgekomen uit de VS. Net als de Clintons en George Mitchell, de senator die als Amerikaans gezant het vredesproces succesvol heeft begeleid. Ex-premier Tony Blair was er, zijn voormalige Ierse collega Ahern, de huidige Britse premier Sunak en Ursula von der Leyen namens de EU, om nog een paar hotshots te noemen. En allemaal hoopten ze bij deze gelegenheid op een spoedige hervatting van de machtsdeling in Noord-Ierland in overeenstemming met het vredesakkoord van 1998. Volgens dat akkoord is samenwerking van katholieken en protestanten in de Noord-Ierse regering verplicht. Maar die samenwerking zit in het slop. De protestantse Noord-Ieren van de DUP (Democratic Unionist Party) houden voet bij stuk. Het handelsprotocol voor Noord-Ierland dat het Verenigd Koninkrijk met de EU heeft afgesproken en dat onlangs tot vreugde van beide partijen nog is vernieuwd moet eerst van tafel. Zo lang dat niet gebeurt weigert de DUP een regering te vormen met Sinn Féin, de winnaar van de verkiezingen vorig jaar.
Noord-Ierland zit in feite al een jaar zonder regering. Volgens een adviesorgaan van het parlement is er dringend meer dan 800 miljoen pond nodig om de belangrijkste voorzieningen overeind te houden. In plaats daarvan eist Londen onmiddellijk een bezuiniging van 500 miljoen pond. Het feit dat men er niet in is geslaagd om op tijd een begroting voor 2023 voor het nieuwe fiscale jaar in te dienen, heeft ertoe geleid dat lokale ziekenhuizen, scholen en gemeenschapsvoorzieningen moeten bezuinigen en personeel moeten ontslaan.