Duik in de geschiedenis
COLUMN - Precies een jaar geleden kreeg de hashtag #MeToo vleugels: vrouwen en mannen deelden massaal hun ervaringen met seksueel geweld en seksuele intimidatie. Voor de publiciteit hielp het nogal dat vrouwen van naam meldden dat zij uiterst nare ervaringen hadden beleefd met opdringerige, of zelfs gewelddadige mannen. De hashtag werd zo veelvuldig gedeeld dat er geen ontkomen aan leek: seksueel geweld was kennelijk aanzienlijk wijder verbreid dan we wel wilden weten.
Maar vrouwen zelf wisten dat natuurlijk allang. Niet voor niets heeft elke vrouw een repertoire aan afweer- en beschermingsmechanismes paraat: van altijd een sleutelbos in je hand houden als je ’s nachts over straat loopt, of keihard fietsen, tot een ijskoud gezicht opzetten, dwars door iemand leren heen kijken of humor gebruiken om de lont uit een potentieel gevaarlijke situatie te halen.
Niettemin zijn vrouwen vaak (en terecht) bang dat de man die ze afwijzen, voor hun ogen zal ontploffen en gewelddadig wordt. En te vaak hanteren ze uit angst daarvoor een pacificatiestrategie, die zo’n vent – die immers naar geen enkel subtiel ‘nee’ wenst te luisteren – vervolgens als aanmoediging opvat: ‘Nou, ze heeft me niet keihard afgewezen, dus ik kan er gerust nog een schepje bovenop gooien.’
