Bloed in de rivier

Na weken opgesloten te hebben gezeten in een donker hok moest Hercules dan eindelijk voor de rechters verschijnen. Dat gebeurde in het hoofdhuis van Plantage De Dageraad, een van de weinige plantages die tijdens de slavenopstand niet in handen was gevallen van de rebellen. Hier zetelden nu de rechters die de opstandelingen hun verdiende straf moesten geven. En Hercules was een bijzonder geval. Met hem  hadden ze zonder twijfel een van de leiders van de opstand te pakken! Het recht zou zegevieren – maar dan moesten natuurlijk wel eerst een handjevol bewijzen op tafel komen. En dat was lastig. Opstandelingen werden wreed gestraft. Wie een Europaan had vermoord, kon rekenen op de doodstraf. En dus schoven de gevangenen voortdurend de schuld af, ze wezen naar elkaar, naar deelnemers die al dood waren, en naar de leiders waarvoor ze vreselijk bang waren geweest, zeiden ze. Mensen als Hercules. En het moest gezegd: de gevangene die nu voor de rechters verscheen maakte, ondanks de beestachtige behandeling, indruk. Hercules had geen tolk nodig. Hij sprak Nederlands. De plantages langs de rivier de Berbice stelden niet veel voor. Die in Suriname, ten westen van de Berbice, waren veel winstgevender. Berbice draaide marginaal – wat betekende dat de plantages door hun aandeelhouders verwaarloosd werden, dat de planters betrekkelijk arm waren en dat er daardoor ook een chronisch gebrek aan slaven was. En dus werden de slaven die daar werkten, extra hard uitgebuit. Niet alle plantagehouders waren sadisten – maar vooral dankzij hen barstte in 1763 langs de hele rivier een opstand uit. Tientallen plantages gingen in vlammen op. Er vielen honderden doden. De Nederlanders vluchtten naar plantages aan de monding van de rivier, en stuurden wanhopige alarmbrieven rond. Het duurde maanden voordat de opstand onderdrukt kon worden. Maanden waarin de opstandeling zélf elkaar ook vaak voor de voeten liepen, of gewoon overhoop schoten. Want de opstand was misschien gelukt, de opstandelingen vormden een bont allegaartje en niemand wist wat er moest gebeuren. In december 1763 arriveerden er twee schepen uit Nederland, met soldaten. De Hertog van Brunswijk, de Pruisische ‘sterke man achter de troon’ van stadhouder Willem, had eigenlijk helemaal geen zin gehad om daar manschappen naartoe te sturen – de tropen waren synoniem met koorts, met sterven – maar moest uiteindelijk toch iets doen. Hij had in de schepen zelfs nog grote gaten laten zagen, voor frisse lucht. Maar nu kon Wolphert van Hoogenheim, gouverneur van Berbice, eindelijk in de tegenaanval. Hij kon, zoals hij schreef, ‘onze trouw gezinde negros slaaven van de dwang en woede der rebellen redden, verlossen en teregt brengen.’ Een paar maanden later was de ‘rust’ teruggekeerd en kon het recht zijn loop hebben. Of iets wat daarop leek. We weten redelijk veel over de Atlantische slavenhandel, over schepen en aantallen. Het ging immers om geld, dus dat alles werd nauwgezet geadministreerd. Ook over het (economisch) reilen en zeilen van plantages kunnen we een goed beeld opbouwen. Veel minder weten we over slavenopstanden en over hoe ze werden neergeslagen. Er zijn er tientallen, zo niet honderden geweest. Vrijwel tegelijk met de invoer van slaven, ontstonden er in de binnenlanden van vooral Midden-  en Zuid-Amerika gemeenschappen, dorpen, van gevluchte slaven die buiten het bereik van de Europeanen wisten te blijven. Opstanden, die moesten zo snel mogelijk worden onderdrukt en daar sprak of schreef men liever niet over. Een opstand was immers slecht nieuws voor investeerders en potentiële investeerders, en het kon andere slaven alleen maar op verkeerde gedachten brengen. Na afloop werd er hard afgerekend, en daarna zand erover. Het was dan ook een bijzondere ontdekking toen Marjoleine Kars een paar jaar geleden in het Nationaal Archief bij toeval op een stapel rechtbankverslagen stuitte over de vergeten opstand aan de Berbice. Op basis daarvan kon ze een gedetailleerde reconstructie schrijven van het leven aldaar vóór, tijdens en na de opstand. Een fascinerend maar ook bloedig verhaal. Hercules, zo werd van vele kanten gezegd, had de vrouw van ‘zijn’ plantagehouder vermoord. Hij mocht niet ontkomen. Maar eenmaal staande voor zijn rechters hield hij het hoofd koel. De moord? Hij noemde andere namen. De rol van zijn eigen vrouw? Die had er niks mee te maken. Maar, zo vertelde hij triomfantelijk, en de klerk zal het met verachting hebben genoteerd: ‘naderhand, doen sijn Heer naar [plantage] de Zeekant was vertrokken heeft hij wel met zijn vrouw en kinderen aan de tafel van sijn Heer gegeeten.’ Hij dacht er vast met genoegen aan terug. Voor zijn rechters was het een duidelijk teken dat hij een van de leiders van de opstand was geweest. Het verhoor werd voortgezet. Was hij daar en daar geweest? Had hij meegevochten op de Dageraad, en hij was toch op de Peereboom gezien, tijdens die moordpartij? Hij had toch al die tijd wapens gedragen? Hercules bleef ontkennen, eromheen draaien, anderen aanwijzen. Hij vocht voor zijn leven. Na afloop dacht hij wellicht dat hij zijn hoofd had gered. Maar een week later volgde een tweede, fataal verhoor. Dit keer was als getuige de slaaf Cornelis aanwezig, van de plantage Petite Bayonne. Cornelis was een ‘terugkeerder’. Gedreven door de honger, en mogelijk door het onderlinge geweld, had hij de rebellen achter zich gelaten en was teruggekeerd naar de Europeanen. Zulke terugkeerders vertelden uiteraard dat ze door de rebellen gedwongen waren om mee te doen. Ze hadden niks niemand vermoord, ook nooit echt geplunderd – maar ze konden natuurlijk veel bruikbare informatie leveren. Op die manier hoopten ze aan een al te zware straf te ontkomen. Cornelis bleek een bruikbare getuige. Hem werd gevraagd ‘of dat die Hercules is die een Christen heeft vermoord & sig schuldig gemaekt aan veel quad?’ Zijn antwoord luidde: ‘Ja, het is deselfde, die Heers vrouw heeft dootgemaekt en segt hun sulx in fasie aan.’ Hij zei het de verdachte dus recht in het gezicht – wat in die tijd beschouwd werd als een teken dat de getuige de waarheid sprak. Daarmee was Hercules’ lot bezegeld. En zo werden tientallen tot de doodstraf veroordeeld. Het ‘recht’ zegevierde. De processtukken verhuisden naar Den Haag, om daar onder het stof te komen liggen. De slavernij zou nog een eeuw stadhouden. [boeklink]9789045041926[/boeklink] De foto boven deze recensie: Monument voor Cuffy in Georgetown, Guyana. Cuffy was een van aanvoerders van de slavenopstand in Berbice.

Foto: Maria Willems (eigen foto - met toestemming) / Lille Fantastic - 2012 Børre Saethre (Untitled - The Tarkin Doctrine)

Kunst op zondag | Besmette wereld

In de zomer van 1920 verwerkte de Belgische dichter Paul van Ostaijen zijn ervaringen uit de Eerste Wereld Oorlog tot de dichtbundel Bezette Stad. Een bundel die ik nog elke keer als ik ‘m opensla als modern beschouw. De bundel is nu nog steeds aanwezig: op T-Shirts is het Boem Paukeslag nog elke zomer weer te lezen. De aantrekkingskracht van deze bundel zat ‘m vooral in het typografische aspect. Er zijn geen saaie bladspiegels in Bezette Stad te vinden, je bladert daar van de ene verrassing naar de andere. Dan bestaat een enkel gedicht uit vijf verschillende lettersoorten, dan weer danst en buitelt een gedicht over de bladzijde. Dan weer staat er een ode aan de toen erg populaire actrice Asta Nielsen, dan weer een lofrede aan de Singer naaimasjien. Als je iemand in je omgeving hebt die zegt niet van gedichten te houden deze bundel geeft, dan zou zij wellicht een uitzondering kunnen maken voor Bezette Stad. En tot besluit een financieel feitje: het originele manuscript van Bezette Stad (‘de Heilige Graal van de Vlaamse Literatuur’) is dit jaar aangekocht door Vlaanderen voor 725.000 euro. Letterlijk een waardevolle dichtbundel.

In 2020 werden we geconfronteerd met het coronavirus. Dat besmette niet alleen de stad maar inmiddels de hele wereld. Het culturele Vlaams-Nederlands Huis deBuren, een forum voor cultuur en samenleving, nodige Vlaamse en Nederlandse dichters en kunstenaars uit om artistiek te reflecteren op de dichtbundel van Paul van Ostaijen. En dat is gelukt. En hoe. Het is een magnifieke bundel geworden. Kloek ook. Een plezier om te lezen. Of om gewoon te kijken naar het feest van typografische aspecten, want ja, Van Ostaijen inspireert nog steeds. Ook mij.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Closing Time | Opstaan

Humanisme is eigenlijk gewoon geseculariseerd christendom, stelt de wereldberoemde geschiedsverteller Tom Holland. Oud-tweedekamerlid (D66) en voormalig voorzitter van het Humanistisch Verbond Boris van der Ham geeft daar nog maar eens blijk van in bovenstaand poplied, dat veel weg heeft van een seculier kerkgezang.

Van der Ham schreef het lied vier jaar geleden tijdens een treinreis, maar uitgerekend vandaag is het wel toepasselijk – op Paaszondag, midden in de coronacrisis, met een vaccinatieprogramma dat niet loopt en een formatie die op z’n gat ligt. In het kader van de Lijdensweek bracht hij het afgelopen woensdag ter gehore bij een viering van de Remonstrantse Broederschap in Amsterdam.

Foto: Gregg Tavares (cc)

Omphaloskepsis of de trend (?) om alleen tweets van eigen redacteuren te plaatsen

Oké, het is een beetje flauw om alleen op het liveblog van NRC in te zoomen, maar tijdens het beruchte #Omtzigtdebat was dat blog mijn tweede scherm. Selectieve waarneming? Zeker, al kan je, positiever, ook spreken over een casusstudie.

Hoe dan ook, er viel mij iets op. In dat blog waren 27 tweets opgenomen. Een opgenomen tweet kan je beschouwen als een citaat van degene die tweet. Een stem van buiten, zo u wilt, die met een schuine blik de situatie waarover verslag wordt gedaan, waarneemt. Maar, dan nu de pointe van mijn opmerkingéén van die 27 tweets was daadwerkelijk van buiten, dat wil zeggen: van buiten de politieke redactie van NRC. Dat was een tweet van Ayfer Koç, echtgenote van Pieter Omtzigt. De 26 overige tweets kwamen van eigen redacteuren.

Alternatieven aandragen

Kampioenen waren Lamyae Aharouay en Mark Lievisse Adriaanse met beide zeven tweets. Ook Petra de Koning (3), Tom-Jan Meeus (2) en Steven Derix (1) kwamen met een of meerdere tweets in het liveblog van hun krant terecht. Mijn vraag: waarom kwamen, met Koç als uitzondering, alleen NRC redacteuren in dat blog? Een vraag die alleen met een gesprek met de betreffende livebloggers is te beantwoorden, en dat voer ik niet. Ik kan wel in algemene termen wat zeggen over de functie van tweets in blogs, hun een communicatieve doel zo u wilt: het zijn (alternatieve) stemmen die een (alternatief) licht laten schijnen over een gebeurtenis die zich voltrekt.

Foto: risingthermals (cc)

Waarom identiteitspolitiek noodzakelijk blijft

ESSAY - van Katrien Schaubroeck (Universitair hoofddocent Universiteit Antwerpen)

Identiteitspolitiek is een scheldwoord geworden. Iets waar je liever niet aan doet, want dan krijg je een hoop rotzooi over je heen. Niets dat zo polariseert als een mening over identiteit. Maar zogenaamde identiteitsstrijden zijn in oorsprong gevechten tegen onderdrukking. Vanuit moreel opzicht is het dan ook merkwaardig dat daar zo veel ophef over is ontstaan.

De Zwarte feministen van het Combahee River Collective

Dat de term identiteitspolitiek een stevige ‘bad rap’ heeft gekregen komt doordat publieke intellectuelen zoals Francis FukuyamaGreg Lukianoff en Jonathan Haidt en dichter bij huis mensen als Sid Lukkassen zich de term identiteitspolitiek toegeëigend hebben om er hun cultuurkritiek op te bouwen.

Maar als we teruggaan naar de geboorte van het begrip, moeten we kijken naar het Combahee River Collective, een collectief van Zwarte feministen dat in de jaren zeventig actief was in Boston. In de missieverklaring van het collectief, gepubliceerd in 1977, lezen we dit:

“This focusing upon our own oppression is embodied in the concept of identity politics. We believe that the most profound and potentially most radical politics come directly out of our own identity, as opposed to working to end somebody else’s oppression.”

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Brecht Bug (cc)

Mary Shelley’s Frankenstein laat ons nadenken over de wereld van nu

Het gruwelijke verhaal van monster van Frankenstein kent iedereen. Toch valt er meer te lezen in de klassieke horrorroman dan alleen een griezelverhaal. Frankenstein geeft een waarschuwing af over de kracht van technologie, kan gezien worden als feministische kritiek én laat ons op een andere manier naar onze eigen samenleving kijken.

Frankenstein kennen we als het beroemde verhaal van een gekke geleerde die een levend monster schept uit overgebleven lichaamsdelen. Het boek van Mary Shelley liet het publiek voor het eerst kennis maken met de mogelijkheden van technologie en sprak mede daarom enorm tot de verbeelding. Nu, ruim 200 jaar later, is Frankenstein nog steeds een icoon in popcultuur. In de serie Cover to Cover vertelt mediawetenschapper dr. Dan Hassler-Forest (UU) hoe je het ook boek met een feministische blik kunt lezen. Wat is de rol van de vrouw in de samenleving? En hoe houdt science fiction genderstereotypen in stand? Wat is de relatie tussen mens en technologie? De bestseller is een product van de tijd waarin het geschreven is, maar behandelt vraagstukken die ook nu relevant zijn.

Product van de tijd

Mary Shelley was pas 18 jaar toen ze Frankenstein schreef. Wat begon als een verhalenwedstrijd op een stormachtige avond, groeide uit tot een horrorklassieker én markeerde het begin van het science fiction genre. Wie cultuurproducten dieper analyseert, ziet dat ze vaak onderliggende verhoudingen in de samenleving weerspiegelen én de manier waarop we naar de wereld kijken vormen. Volgens Hassler-Forest is Frankenstein zo veel meer dan een griezelverhaal. Het is een belangrijk tegengeluid in een wereld gedomineerd door mannen en hun liefde voor technologie en controle. “De onverantwoordelijke wetenschapper maakt een wezen waarvan hij niet zo goed wist wat het was en waar geen plek voor was in de wereld van toen.” legt hij uit. Mary Shelley, een uitgesproken feminist in haar tijd, verwoordt hiermee de frustratie over het feit dat zij als vrouw geen plek had in de samenleving. Daarnaast is het boek een reflectie van de tijd waarin zij leefde. Frankenstein komt uit in 1818, een roerig jaar want het was het begin van de industriële revolutie. Technologie kreeg een steeds grotere rol in de samenleving en Mary Shelley beschrijft de verwarring, onzekerheid maar ook verwondering die hoorden bij die verschuiving. Het verhaal biedt een kijkje in de toekomst van technologie en dat slaat direct aan. Frankenstein groeit uit tot een bestseller waarvan de invloed en symboliek zelfs vandaag nog merkbaar is.

Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken (cc)

Tweede Kamer herpak nu eerst je macht

COLUMN - Wat je er ook van vindt, hij zit er nog. Rutte ontliep de kruisiging waarvan sommige dachten dat hij aanstaande was. Maar hoe nu verder op een manier waarop recht wordt gedaan? Recht aan Omtzigt. Recht aan de tegenmacht die de Tweede Kamer moet kunnen zijn. Recht aan de waarde van onpartijdigheid.

De Tweede Kamer heeft deze situatie wel een beetje aan zichzelf te danken en met name aan D66. De plannen om de koning(in) niet meer bij de formatie te betrekken kwamen vandaan bij de partijgenoten van Kaag, Van der Ham en Schouw. Maar de Kamer heeft weinig vastgelegd over hoe ze vindt dat die formatie precies moet verlopen. Dit is het moment om daar iets aan te doen.

Een premier met weglaklak aan z’n vingers

De situatie die zich nu voor doet is lichtelijk absurd. Op dit moment wil waarschijnlijk geen politiek leider in zee met de grootste partij. Niet alleen vanwege de leugentjes van deze week. Maar vanwege al die andere leugentjes. En vooral het ontbrekende besef dat een transparante overheid de basis vormt voor vertrouwen in de overheid. De leugentjes van deze week waren de druppel.

Het vertrouwen in de overheid is niet groter geworden de afgelopen jaren. Niet in Groningen. Niet onder de ouders van de toeslagenaffaire. Niet bij de mensen die met het UWV en andere uitvoeringsorganisaties te maken hebben gehad. En vertrouwen in deze formatie heeft nu niemand meer.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: UN Women Asia and the Pacific (cc)

Zaaien

COLUMN - De machine werkt op volle toeren. Langzaam sijpelt dit door vanuit de hogere regionen naar de lagere, wat ik vooral merkte in het verpleeghuis waar ik werkte. Een manager kon ongestoord op een andere locatie aan de slag, terwijl er bij ons nog heel wat lijken uit de kast stortten. Niemand verbaasde het, maar ook niemand hogerop sprak de leidinggevende aan. Die kon ongestoord verder op de andere locatie.

Ik heb op heel wat verschillende plekken gewerkt sinds ik verpleegkundige ben. De laatste jaren van mijn opleiding in een groot ziekenhuis, vervolgens nog een kleiner ziekenhuis, op verschillende afdelingen. Het verpleeghuis en de thuiszorg heb ik gezien. In elke organisatie waar ik geweest ben, werkt de verdeel- en heersmachine.

Ik weet nog dat ik in een ziekenhuis werkte en ik ontevreden was over de salarisverhoging en het tijdstip waarop ik die kreeg. Toen ik er vragen over stelde werd mij gezegd; “dit gaat altijd zo” en andere drogredenen, met eigenlijk de boodschap; niet zeuren, mond houden. Ik ging hier verder op door, zocht informatie in mijn omgeving over hoe dit werkte in het arbeidsrecht en de CAO. Ik bleef vragen stellen op mijn werk. Op een gegeven moment, bijna aan het einde van een dagdienst, werd gevraagd of ik op stel en sprong bij de manager op gesprek kon komen aangaande dit onderwerp. ‘Oh boy, nu zullen we het krijgen’, dacht ik nog.

Foto: Blind Walls Gallery, Clowns, animals and freaks © Johan Moorman © foto Wilma Lankhorst.

Kunst op Zondag | verkent Blind Walls Gallery

RECENSIE - Blind Walls Gallery is het buitenmuseum van de stad Breda. Het museum op straat is gratis toegankelijk en omvat ruim 90 muurschilderingen. Te voet of met de fiets kun je de geschilderde geschiedenis van de Baronie van Breda ontdekken. Voor details over de werken is er de Blind Walls Gallery website én sinds kort een rijk geïllustreerde jubileumcatalogus.

“Elke muurschildering is weer een nieuw avontuur op zich,
dankzij de kleurrijke makers die eraan meewerken
en dankzij ons gedreven team.“

Uitspraak Dennis Elbers in Blind Walls Gallery, het museum op straat (2020).

Blind Walls Gallery Maria Hemelvaartkerk #105 © Isakov © foto Wilma Lankhorst

Blind Walls Gallery, Maria Hemelvaartkerk © Isakov © foto Wilma Lankhorst.

Waar gaat Blind Walls Gallery over?

Blind Walls Gallery is de naam van ‘Het museum op straat’ in Breda. De rijke geschiedenis van de stad is hier de primaire inspiratiebron voor nationale en internationale street art kunstenaars. Het idee van Blind Walls Gallery is geïnspireerd door het oudste geschilderde stadsgezicht uit de Nederlands kunst: een zestiende-eeuws drieluik. Hierop staat onder andere de stadsmuur van het middeleeuwse Breda. Deze muur, die de stad bescherming en aanzien gaf, is nu grotendeels verdwenen. Talrijke blinde muren van huizen en kantoren, in zowel laag- als hoogbouw kwamen er voor in de plaats. Deze blinde muren geven de stad een grijs en grauw aanzien, ze dagen uit tot verwaarlozing van de publieke ruimtes. Blind Walls Gallery streeft er sinds 2014 na om Breda een nieuw stadsgezicht geven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022 copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Geen bal op tv | Bilalletje moet hangen

COLUMN - Mijn kinderen kijken het Jeugdjournaal. Ik ben de afwasmachine aan het uitruimen. Aan de toon van de presentatrice hoor ik dat er iets vreselijks gebeurd is.

Bilal Wahib, de presentator van Teenage Boss tevens acteur in de serie Mocro Maffia tevens niet onverdienstelijk rapper bij Topnotch heeft live op Instagram een jongen van een jaar of twaalf gevraagd om zijn piemel te laten zien. In ruil daarvoor zou de jongen zeventienduizend euro krijgen. ‘Hou op, hij is minderjarig!’, roept de vriend van Bilal nog, die ook in de live-video zit. Bilal houdt vol. De jongen doet het. Hij laat zijn piemel zien.

De twee vrienden barsten uit in het soort lach dat je lacht als je weet dat je te ver bent gegaan.

De presentatrice van het Jeugdjournaal zegt dat ze niet weten wie het slachtoffer is. ‘We hopen dat het goed met hem gaat’, zegt ze alsof ze vreest dat hij bovenaan een flat staat. Ondertussen is de trein van de Heilige Verontwaardiging al in volle voort door ons land aan het rijden. Mijn landgenoten weten niet hoe snel ze erop moeten klimmen om uit volle borst schande te schreeuwen. De trein rijdt uiteraard ook langs de diverse managers en opdrachtgevers van Bilal, die niet aarzelen om erop te springen. BNN/VARA (van Teenage Boss), Topnotch (Bilals platenlabel) en Videoland (van Mocro Maffia) laten Bilal zonder aarzelen vallen.

Vorige Volgende