De journalist als snackboer

Menig scholier heeft erover gefantaseerd: stel je eens voor dat je talen kon leren in je slaap, door een cassettebandje met woorden en oefeningen af te spelen terwijl jij ligt te maffen. Een populaire tekenfilmserie over een jonge 'mad scientist' (Dexter's Laboratory) nam dit zelfs als uitgangspunt voor een komische sketch. In de desbetreffende aflevering blijft de plaat hangen bij het woord 'Omelette du Fromage' (kaasomelet), waardoor Dexter in plaats van vloeiend Frans nog slechts dat ene woord kan uitbrengen. Als we de Volkskrant mogen geloven, menen wetenschappers aanwijzingen te hebben gevonden dat het in de toekomst wel eens werkelijkheid zou kunnen worden. Onderzoek toont aan: slapend een taal leren, het brein is er ontvankelijk voor!

Door: Foto: j_lai (cc)
Foto: Een van de Nobelprijs-penningen voor Medicijnen, in 1950 uitgereikt aan onderzoekers van het De Mayo Clinic in Rochester (Minnesota). Foto Wikimedia Commons.

Negeer die rare Nobelprijs nou eens

COLUMN - Het is de tijd van het jaar waarin de Nobelprijswinnaars bekend worden gemaakt. Maandag de geneeskunde, dinsdag de natuurkunde, vandaag de chemie. Die prijzen zijn altijd nieuws en dat is eigenlijk best problematisch, want de Nobelprijs is even representatief voor de wetenschap als Willem-Alexander voor de Nederlanders, een Rolls Royce voor auto’s, Donald Trump voor de Amerikanen, Moby Dick voor de walvissen en de Mount Everest voor bergen. Inderdaad, ik verwijs naar de Everest Fallacy: wat opvallend is, is per definitie uitzonderlijk en dus per definitie niet representatief.

De meeste stukjes over de Nobelprijzen gaan bovendien over een uitvinding of een inzicht van alweer een paar jaar geleden. Actualiteit hebben Nobelprijssstukjes dus ook al niet. Zie ik het goed, dan vormen ze het wetenschapsjournalistieke equivalent van inspirational literature: ze tonen mensen dat wetenschap mooi is.

Daar is niks mis mee. Ik ben althans de laatste om te mogen zeggen dat zoiets verkeerd zou zijn, want ik schrijf vrijwel dagelijks wel iets waarmee ik mensen wil tonen dat mijn vakgebied, de oudheidkunde, intellectueel de moeite waard kan zijn, zelfs als de officiële wetenschap zichzelf met opvallende hardnekkigheid ongeloofwaardig maakt.

Toch schuurt er iets in de Nobelprijsjournalistiek. Inspirational literature werkt immers alleen als mensen openstaan voor die inspiratie. In dit geval: als ze positief staan tegenover de wetenschap. Maar dat is niet altijd zo. Ik denk dat de les van de afgelopen dertig jaar is dat er mensen zijn die zich met anderen verbonden weten in hun afkeer van nieuwe inzichten: denk aan de discussieplatforms van antivaxxers, Jezusmythicisten en klimaatontkenners.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Expositie "De zaak Vermaning" ((c) LiviusOrg)

De zaak Vermaning

VERSLAG - U wilde al naar het Drents Museum om daar de beeldschone Iran-expositie te bezoeken en sinds zaterdag is er een tweede reden om naar Assen te gaan: de wat kleinere tentoonstelling “De zaak Vermaning”. Tjerk Vermaning (1929-1987) is misschien wel de beroemdste Nederlandse archeoloog van de twintigste eeuw en dat is niet zo best, want een deel van zijn vondsten was vervalst en hij heeft zijn bekendheid mede te danken aan een rechtszaak. Wie onechte oudheden verkoopt als echt, is immers een oplichter en daarvoor werd hij in 1977 veroordeeld. Een jaar later diende het hoger beroep: de rechter liet zich over de authenticiteit van de vervalsingen niet uit, maar redeneerde min of meer dat als de voorwerpen echt waren, Vermaning onschuldig was, en dat als ze vals waren, nog niet was bewezen dat de Drentse amateurarcheoloog ze zelf had vervaardigd.

Het was goed dat de rechter zich over de authenticiteit niet uitsprak, want daar gaat de rechter niet over. Een deel van de vondsten waarmee Vermaning “bewees” dat er tienduizenden jaren geleden Neanderthalers hadden geleefd in Drenthe, was echter wel degelijk vals. Of minimaal verkeerd geïnterpreteerd. De samenstellers van de tentoonstelling leggen op verschillende punten uit hoe archeologen dat kunnen weten. Zo bleek, toen een C14-monster werd genomen, het door Vermaning als Neanderthaler-schedeldak geïnterpreteerde voorwerp slechts een eeuw of drie oud. Op andere vondsten ontbrak de natuurlijke verwering van vondsten die eeuwenlang in de grond hebben gelegen.

Foto: UrbaneWomenMag (cc)

Het kan ook toeval zijn

[Wetenschapsnieuws dat ingaat op onzekerheden, controverse en discussie over resultaten leert het publiek hoe kennis wordt gemaakt. Dat zouden onderzoeksinstellingen veel vaker mogen laten zien in hun persberichten.]

Afgelopen week was het Valentijnsdag en dat is altijd een reden voor een beetje extra wetenschapsnieuws over liefde, seks en aanverwante relatiezaken. Zo kwam het LUMC met een persbericht met resultaten van genetisch onderzoek dat vorig op Lowlands was uitgevoerd onder bezoekers van het festival.

Doel was om bij tientallen koppels een beetje wangslijm af te nemen om vervolgens het DNA gedeeltelijk in kaart te brengen. Vervolgens zou er naar overeenkomsten en verschillen worden gekeken. De gedachte is namelijk dat bij partnerkeuze mensen afgaan op een genetische tegenpool.

Dat mechanisme is bij een aantal diersoorten gevonden, en daarbij spelen overeenkomsten en verschillen tussen zogenaamde MHC-genen een rol, die dieren via geurprofielen waarnemen. De gedachte is dat grotere verschillen in MHC-genen tussen partners bijvoorbeeld een fitter immuunsysteem oplevert in de nakomelingen.

Fitter nageslacht

Meer algemeen gesteld: je kunt je voorstellen dat zo’n signaleringssysteem handig is voor dieren die een partner moeten kiezen en niet kunnen weten wie een broer of neef is, in verband met het vermijden van inteelt. Genetisch verschil schept fitter nageslacht.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Wetenschap en journalistiek

COLUMN - Twee weken geleden schreef ik op Sargasso over een curieus interview in Trouw met dominee Edward van der Kaaij, die in De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld betoogt dat Jezus niet heeft bestaan. Ik wees erop dat het boek vol feitelijke onjuistheden stond en methodisch zwak was. Verder schreef ik dat de universitaire voorlichting over de Oudheid niet met haar tijd was meegegaan en dat dit als verzachtende omstandigheid mocht gelden. (Historicus Jan Dirk Snel was scherper, anderen zegden hun abonnement op.)

So far, so good. Een bevriende wetenschapsjournalist suggereerde me het stukje naar Trouw te sturen met het aanbod een artikel te schrijven waarin ik de feitelijke en methodische onjuistheden van Van der Kaaij uitlegde. Zo gezegd, zo gedaan, al voelde ik me er wat ongemakkelijk bij: ik heb namelijk onlangs een boek gepubliceerd over het antieke jodendom en het kon lijken alsof ik naar publiciteit aan het hengelen was. Gelukkig kreeg ik bijval van Bert van der Spek, de onlangs met emeritaat gegane hoogleraar oude geschiedenis van de Vrije Universiteit, die Trouw eveneens schreef.

Dat was dinsdag 3 februari. Ik kreeg geen antwoord, wat me niet verontrustte omdat ik aannam dat de krant, om mijn belangenverstrengeling te omzeilen, zich richtte tot Van der Spek. Ik werd uit de droom geholpen toen Trouw op vrijdag 6 februari een hoofdredactioneel commentaar wijdde aan de kwestie, waarin ‘leden van de hoofdredactie en senior redacteuren’ als mening van de krant gaven dat de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) Van der Kaaij binnenboord moest houden. Hij was immers integer en bovendien zou ‘de wetenschappelijke discussie over de vraag of Jezus al dan niet ooit werkelijk heeft rondgelopen in het oude Israël’ in de negentiende eeuw onbeslist zijn geëindigd.

ET vermijdt ons

Het is een bekende grap: het beste bewijs dat levensvormen in ons heelal intelligent zijn, is dat ze nog geen contact met ons hebben gezocht. Al een jaar of acht geleden, en misschien wel meer, werd het gelijk van de moppentapper voorgerekend. Daarvoor was geen hogere wiskunde nodig; ik heb het al eens eerder uitgelegd.

De crux is dat er alleen al in ons Melkwegstelsel niet minder dan 400.000.000.000 sterren zijn. Als er daarvan slechts één op de tien planeten heeft, en als slechts één op de honderd daarvan voldoet aan de voorwaarden waaronder leven ontstaat, en als op slechts één op de duizend daarvan intelligent leven is ontstaan, moeten er nog altijd zo’n 400.000 plekken zijn die onze radio-astronomen zouden opvallen. Daar wordt al heel lang naar gezocht, op allerlei frequenties, en er is nog steeds niets gevonden. Dit gebrek aan bewijs voor iets wat zeer frequent moet voorkomen, staat bekend als de Fermiparadox.

Er zijn verschillende oplossingen, die óf statistisch onaannemelijk zijn (“de mensheid is de eerste”), óf pure science fiction (“ze zoeken met opzet geen contact met ons”) óf complotdenken (“het bewijs wordt achtergehouden”). Het grote aantal oplossingen bewijst dat we te maken hebben met een vertrouwd probleem zonder veel nieuwswaarde. Daarom stoort het me dat ik er vanmorgen weer opnieuw over moest lezen.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.