Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
De grens van de grenzeloosheid
Nieuwe technologieën: er is niets nieuws onder de zon, vindt theoloog Els Rooseboom. Ze waarschuwt tegen overdreven optimisme én tegen doemdenken. Ze is één van de winnaars van de blogwedstrijd Intieme technologie.
Techniek is sinds uitvindingen als het vuur en de steenbijl per definitie onbegrensd voor de mens. Er is geen weg terug, we kunnen alleen maar vooruit door het immer groeiende vermogen van de mens tot onderzoeken en uitvinden. Het leven wordt er aangenamer van: door de loop der eeuwen kwamen onder andere de boekdrukkunst, elektrisch licht en de trein tevoorschijn. Zaken die nu doodgewoon zijn, maar in hun tijd opzienbarend. Soms worden de vernieuwingen ons door de strot geduwd, maar alles went, zelfs hangen (oftewel: opgehangen worden), zei mijn vader altijd.
Revolutionair is de recente uitvinding van de computer. De digitale ontwikkeling voltrekt zich op vele gebieden met een duizelingwekkende snelheid. Iedereen doet hieraan mee, kinderen en bejaarden niet uitgezonderd. Betrekkelijk eenvoudige technieken zijn veranderd in ingewikkelde technologieën. Concrete apparaten en werktuigen zijn abstracte toepassingen van elektronica geworden. Op alle gebieden van het leven evolueert dit in een hoog tempo. ‘Vroeger’ was een koelkast of een wasmachine absoluut onmisbaar, nu een computer of een smartphone.
Extra lichaamsdeel
Communicatie verloopt sneller en veelomvattender dan in de tijd van de postkoets. Het concrete werktuig is geen verlengstuk van de mens meer, zoals bijvoorbeeld een pen of een boek, maar een abstract intrinsiek onderdeel geworden zoals bijvoorbeeld internet. Mensen leven er dagelijks mee en dragen het bij zich als een extra lichaamsdeel. Er is nauwelijks scheiding meer tussen private en technische wereld; ze zijn met elkaar verweven geraakt.
‘Twittervrienden’
Onderzoeker Mirjam Schuijff vraagt zich af hoe het komt dat Twitter zoveel over haar weet. Een nieuwe aflevering in de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.
Ik geef het eerlijk toe: ik loop bepaald niet voorop als het gaat om het omarmen van nieuwe technologieën. Maar beter laat dan nooit toch? Alleen doen die apparaatjes, gadgets en programmaatjes me soms verbaasd staan. Onlangs gebeurde dat nog.
Op een mooie zaterdag besluit ik een Twitter-account aan te maken. Na een half uur tevergeefs gebruikersnamen te hebben geprobeerd – het nadeel van niet zo vlot zijn met nieuwe technologieën is dat alle eenvoudige gebruikersnamen op Twitter al bezet zijn door vlottere mensen – heb ik eindelijk een account. Snel wil ik de eerste tweet de wereld in sturen. Maar eerst moet ik door een menuutje heen. Ik kan aangeven of ik bijvoorbeeld ‘dwdd’ of ‘nickensimontwit’ wil volgen. Nick en Simon? Die Volendamse zangers die ik wegzap als ze op te tv zijn? Hoe komt Twitter erop. Gelukkig hoeft het niet.
Het volgende scherm is een overzicht van “Twitter-accounts aanbevolen voor jou, gebaseerd op wie je volgt en meer”. Ik volg nog helemaal niemand, maar Twitter heeft een bont gezelschap vage bekenden voor me geselecteerd. Een vriendin van een vriendin, iemand die ik ken van een cursus, en wat vrienden van mijn broer (dat laatste denk ik tenminste, zo goed ken ik ze). Mijn oude studievereniging staat ook op het lijstje, en nog hoog ook. Verder zie ik ICT-onderneminkjes waar ik nog nooit van gehoord heb en een bedrijf dat zich specialiseert in lenzen en lenzenvloeistof.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
Opsporing en vervolging via sociale media
Stel: je wordt verdacht van een ernstig misdrijf en opsporingsambtenaren leggen een link tussen daad en dader door gebruik te maken van sociale media. Mag dat, vraagt gastauteur Sebastiaan van der Lubben zich af?
In Amerika is een debat ontstaan over deze zoekmethode. Een verdachte van ontvoering en moord werd herkent door gebruik te maken van profielen die hij aanmaakte op datingsites. Daarop veel foto’s vanuit verschillende hoeken van de dader. Slimme gezichtsherkenning (denk CSI) deed de rest. Dus kopte (het uitstekende NextGov): Feds turn to dating websites and facial recognition tools to catch crooks. Logisch: de zoekmethode gaat een stuk sneller dan het opsporen en overtuigen van (onwillige) getuigen om mee te werken aan het proces. De techniek doet de rest.
Gezichtsherkenning gaat sneller en beter dan vijf, zes jaar geleden. De technologie wordt goedkoper en het aantal foto’s op internet explodeert. Zoeken in online bestanden naar boefjes is een fluitje van een cent. En precies daartegen maken rechtsgeleerden, de Federal Trade Commission en het Congres grote bezwaren. De overheid krijgt zo wel heel veel macht om naast verdachten ook een referentiecheck te maken van iedereen in de (directe) omgeving. Law enforcement goes 2.0 zou je kunnen zeggen, met alle juridische vraagstukken van dien.
Dit blog gaat echt niet over jou
Deze gastbijdrage is geschreven door Christian van ’t Hof van het Rathenau Instituut en is ook daar te lezen.
Laatst kreeg ik een e-mail van een vriendin van me. Erboven stond: “Help!”. Ze kwam via Google op een blog met haar naam erboven en een heel persoonlijk verhaal over een abortus. Nu heeft ze een vrij bijzondere naam, dus alle andere resultaten gingen wel over haar. Iedereen die haar zou Googlen, zou dus denken dat het abortusverhaal van haar was. Ze vermoedde dat iemand met haar naam aan de haal was gegaan, want een maand eerder was ook al haar e-mail account gehacked. Om te kijken wie hier achter zat, klikte ze op de site. Al snel gingen er allerlei alarmbellen af dat dit malware was.
Ze raakte in paniek en wilde er wat aan doen. “Hoe kan ik ervoor zorgen dat deze site zo snel mogelijk uit de lucht gaat? Ik heb geen idee waar ik moet beginnen…”, schreef ze in haar mail. Ik belde haar op en probeerde haar gerust te stellen. Voor echt kwalijke dingen op het internet is er zoiets is als een “notice and take down” procedure. Echter, toen ik zelf zocht op haar naam, kwam de gewraakte blog niet naar boven….
Toch zou de site volgens haar ook op computers van anderen wel te zien zijn… Vreemd. Gelukkig had ze nog snel een screenshot gemaakt en mij toegemaild. Het was inderdaad geen verhaal waar je je naam boven wil hebben. Vervolgens bleek ook een ander vriendin van haar ineens een blog te hebben, over dat ze ziek en depressief was.
De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.
Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.
Politie scant sociale media op ‘verdachte info’
Bewaarplicht dreigt voor sociale media
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.