Pacifisme als Westerse luxe

Het prikte, toen ik meeliep in optochten tegen oorlogen en bevriende staatshoofden beledigde. Jouw pacifisme is een westerse luxe; als je te lijden hebt onder discriminatie of uitbuiting, pak je een geweer, zo hielden volwassenen mij voor.. Die herinnering plaagt: Hollande en Valls verklaren IS de oorlog, Hans Wiegel doet het met zoveel woorden ook, nadat Mark Rutte het woord oorlog had gebruikt, Achmed Aboutaleb wilde IS vernietigen. Het is niet nieuw, want we zijn al deel van een coalitie, die volgens Obama als doel heeft IS uit te wissen. Het voelt niet goed, al zie ik IS ook als barbaren en moordenaars. Politiek realisme vraagt om Helmuth Schmidt’s nuchterheid: een politicus moet realist zijn, pessimisme en optimisme zijn ongeoorloofd. Als we het woord oorlog serieus nemen, krijgen we dan weer zo’n uitzichtloze oorlog als in Irak en Afghanistan? Stel dat we een militaire vorm geven aan die strijdlustige taal, kunnen we het doel (vernietigen van IS) dan bereiken en kunnen we ons dan terugtrekken? Nog een probleem: als het islamitisch radicalisme ook “home-grown” is, een gevolg van uitzichtloze werkloosheid en discriminatie van tweede of derde generatie allochtonen, wat dan bij succes? Is die discriminatie en kansloosheid dan ineens geen probleem meer? Of zijn de integratieproblemen en werkloosheid dan een zelfstandige route naar geradicaliseerde achterbuurten?

Oorlogsenthousiasme? Ach, kom nou toch!

OPINIE - ‘Het oorlogsenthousiasme leeft weer (en het pacifisme is dood)schrijft Thomas Vanheste op De Correspondent. Ik blijf me er altijd over verbazen hoe belezen, intelligente mensen knoeperts van denkfouten kunnen maken. Bij Vanheste lijkt het een geval van kokervisie.

Vanheste bespreekt een recent uitgekomen boek van NIOD-onderzoeker Ewoud Kieft over oorlogsenthousiasme in de aanloop van de eerste wereldoorlog. Oorlog werd destijds door een keur aan intellectuelen gezien als een zuiverend vuur, dat Europese landen nieuwe bezieling zou kunnen geven in een door falende democratieën, materialisme en individualisme getekende moderniteit.

De correspondent staat uitgebreid stil bij de door Kieft beschreven anarchist Erich Mühsam, die zich als pacifist verzette tegen de demonisering van de tegenpartij in oorlogspropaganda, maar langzaam aan steeds meer een eenling werd. Met lede ogen constateert Vanheste dat het pacifisme vandaag de dag echter zo goed als dood is.

Maar dat het pacifisme haar geloofwaardigheid heeft verloren, betekent natuurlijk nog niet automatisch dat het oorlogsenthousiasme weer leeft. Integendeel: oorlog wordt in het Westen vandaag de dag doorgaans als noodzakelijk kwaad gezien, maar wel een kwaad dat liever vermeden wordt.

Hoe succesvol een propagandafilm als American Sniper ook mag zijn, ze kan niet verhelen dat het Amerikaanse publiek in den brede na twee oorlogen in de islamitische wereld oorlogsmoe is en cynisch over de redenen om ten strijde te trekken en wat die oorlogen nu helemaal hebben opgeleverd.

Waarom hebben ze Jaurès vermoord?

ACHTERGROND - Op de laatste plaat van Jacques Brel uit 1977 staat een mooi liedje, Pourquoi ont-ils tués Jaures?.

Over het hondenleven dat gewone mensen aan het begin van de twintigste eeuw leidden: wie per ongeluk de mijnen overleefde mocht sterven in de loopgraaf. Het refrein is gewijd aan Jean Jaurès, de in 1859 geboren voorman van de Franse socialisten die op 31 juli 1914 in Parijs vermoord werd door een verwarde nationalist.

De moordenaar meende dat de immens populaire vredesactivist Jaurès Frankrijk aan de Duitsers zou overleveren. Jean Jaurès had immers, samen met onder andere Lenin, in 1912 de arbeiders van heel Europa opgeroepen zich met alle middelen tegen de in de lucht hangende oorlog te verzetten. Hij werd sindsdien door de conservatieve publieke opinie verketterd als een landverrader en het was wachten tot het moment dat iemand de trekker zou overhalen. Jaurès, die de gruwelen van de eerste wereldoorlog tamelijk concreet voorspelde, is lange tijd een groot voorbeeld voor socialisten wereldwijd geweest, ook voor bijvoorbeeld prominente vooroorlogse Nederlandse sociaaldemocraten als Herman Wiardi Beckman en Willem Banning. En sinds zijn gewelddadige dood in 1914 hangt er een pacifistisch geurtje om de socialistenleider, maar dat is niet terecht.

Jaurès wilde dolgraag dat Frankrijk een leger had en ook dat Frankrijk zich teweer zou stellen tegen de Duitsers. Alleen moest het niet een beroepsleger zijn waarmee dat zou gebeuren, maar een volksleger. Alle mannen zouden korte tijd moeten dienen, en slechts een klein deel van de officieren zou in het ideale model van Jaurès levenslang zijn brood verdienen onder de wapenen. Zodat het leger zou veranderen, van het oerconservatieve bolwerk dat Alfred Dreyfuss valselijk gevangen had gezet, tot de voorhoede van een socialistische staat. Zelf was Jaurès ook niet zo’n pacifist. De linkse volksheld vocht tot twee keer toe een duel op het pistool uit, omdat hij meende dat zijn eer geschonden was. Hij reisde zelfs naar Spanje teneinde tegen een opponent in het krijt te treden – om daar aangekomen te constateren dat de Spaanse politie duelleren op het pistool verbood, en ook niet oogluikend toestond. Waarna de kemphanen beide de grens naar Frankrijk overstaken, elkaar onder vuur namen als waren ze 19e eeuwse adelborsten, natuurlijk beide hun doel misten en weer naar hun respectievelijke huizen vertrokken.

Foto: Eric Heupel (cc)

Terug naar het ‘gebroken geweertje’?

Op de site van Dagblad “De Telegraaf” staat de mening van Generaal van Uhm, wanneer het gaat om het vervangen van de F16 verwoord.

Hoewel de mening van de beste man, evenals de discussie eromheen al heel interessant is, zijn in dit geval met name de reacties van de lezers enorm boeiend. Niet boeiend in de zin dat er erg veel respect of waardering voor Van Uhm of militairen in het algemeen uit spreekt, integendeel. Ook niet boeiend in die zin dat er daadwerkelijk diep lijkt te zijn nagedacht over het onderwerp.

Nee, boeiend in de zin dat het erop lijkt dat ‘de gemiddelde telegraaflezer’ of althans de telegraaflezer die de moeite neemt om te reageren, terug lijkt te zijn in het interbellum. De tijd dus, tussen de beide wereldoorlogen waarin het Nederlandse leger was uitgerust met op zijn zachtst gezegd oude meuk en waarbij de militaire diensttijd soms slechts één maand bedroeg.

Over de geschiktheid of wenselijkheid van de JSF heb ik niet zo’n mening. Ik heb niet echt verstand van vliegtuigen en al helemaal niet van militaire gevechtsvliegtuigen, dus hou ik mij ver van inhoudelijke discussies daarover. Waar ik wel een mening over heb is leren van het verleden. En kijkend naar het verleden tekent zich in Nederland een aardige trend af. Een trend waarin de bevolking en de politiek geen belang hecht aan de mening van deskundigen. Er voor het gemak even van uitgaand dat de heer van Uhm als deskundig op militair gebied mag worden beschouwd.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.