Horeca moet meer poetsen en minder lullen
GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers, dit kunnen stukjes zijn die we -uiteraard met toestemming- overnemen van andere weblogs, of die via onze mail binnenkomen. Hieronder een stuk van Luuk, dat eerder verscheen op zijn eigen weblog.

Als het slecht met mensen gaat hebben ze de neiging de schuld buiten zichzelf te leggen. Een bijzondere uiting van dit gedrag is het populaire en volstrekt misplaatste ‘ik ben depressief’ van mensen wier leven nogal wat tegenslag kent. Hiermee zegt iemand dat hij ziek is, het dus niet zijn schuld is en dat iemand anders (dokter) het voor hem op moet lossen. Wat ze eigenlijk zouden moeten zeggen is ‘ik ben ongelukkig’, want daarmee geven te toe dat ze zelf schuldig aan de situatie zijn er dus ook wat aan kunnen doen. Ik meen dat dit verschijnsel extern attribueren heet in de psychologie, maar pin me er niet op vast.
Dit gedrag zien we vandaag de dag ook bij de horeca. Alhoewel het CBS duidelijk heeft gemaakt dat de omzetdaling van de horeca niet aan het rookverbod ligt blijven ze erop staan dat het toch echt vooral komt door het rookverbod. De discussie nadert echter een climax omdat een deel van de horeca wel aan de slag is gegaan met de nieuwe situatie en, zoals de Koninklijke Horeca Nederland al vorig jaar meldde, succesvol is en duidelijk minder omzetdaling ziet. Het zijn nu nog de kleine cafeetjes die klagen omdat ze geen rookkamer kunnen aanleggen waar grote cafés dit wel kunnen.
De rechtbank van Breda is het nu met ze eens. Ze vindt ook dat er sprake is van concurrentievervalsing. Tevens stelt ze dat een café zonder personeel ook geen rookverbod hoeft in te voeren. Het verbod ging immers om het beschermen van werknemers. Deze bizarre redenering wordt zeer terecht aangevallen door twee schrijvers van de KWF Kankerbestrijding in Trouw. Een ondernemers is zelf immers ook medewerker en staat ook onder bescherming van de ARBO wet. Ze stellen: “Als we de redenering van de rechter in Breda over het rookverbod doortrekken, mag een glazenwasser die een eenmanszaak heeft zijn ladder tegen de muur zetten en ramen lappen boven de tien meter werkhoogte. Hem dit verbieden ? in de redenering van de rechter ? betekent oneerlijke concurrentie. Deze man met zijn eenmanszaak kan immers minder gemakkelijk investeren in een hoogwerker of rolsteiger, iets wat de grote glazenwasserbedrijven wel kunnen. Er wordt duidelijk met twee maten gemeten.” Touché!








