Ik heb de gewoonte om geen recensies over films te posten als ze al ’te lang’ uit zijn. Voor Charlie and the Chocolate Factory breek ik die gewoonte met liefde. Deze film combineert een aantal van mijn persoonlijke voorliefdes: Roald Dahl, Tim Burton, Johnny Depp en natuurlijk Johnny Depp in een Tim Burton film. Hoe kan zo iets mis gaan? Het antwoord is duidelijk: niet.
Laat ik niet twee gewoontes in één recensie breken en het verhaal kort samenvatten (hopelijk geheel onnodig). Charlie Bucket (Freddie Highmore) is een arme jongen, zijn vader (Noah Taylor) verdient net genoeg met zijn werk als tandpastatube dichtdraaier om wat eten op tafel te brengen. Charlie kijkt het hele jaar uit naar zijn verjaardagscadeau: een reep Wonka chocolade, de beste chocolade in de wereld. Charlie is een grote fan van deze chocolade en kijkt vaak naar de fabriek die toevallig vlakbij hun huis staat. Hoe de fabriek werkt is een groot mysterie want de vreemde en neurotische Willy Wonka (Johnny Depp) laat niemand meer toe in de fabriek. Dan komt er groot nieuws: Willy Wonka heeft vijf gouden wikkels in zijn repen verstopt en de vijf kinderen die deze wikkels vinden krijgen een rondleiding door zijn fabriek. Charlie volgt het nieuws vanaf die dag religieus en ziet langzaam vier van de wikkels gevonden worden. En als Charlie een van de weinig repen die hij kan betalen openmaakt, vindt hij de vijfde. Niet veel later wordt hij, samen met Augustus Gloop, Veruca Salt, Violet Beauregarde en Mike Teavee, door Willy Wonka persoonlijk rondgeleid door de wondere wereld van de Wonka fabriek. De chocolade blijkt luchtig gemaakt te worden door een chocolade waterval, eekhoorns pellen de walnoten en de fabriek is niet automatisch maar wordt bedient door Oempa-Loempa’s (allemaal gespeeld door Deep Roy, waarschijnlijk vooral bekend van Big Fish).