Is de hulp aan Zuid-Soedan nu ‘weggegooid geld’?

De 500 miljoen euro die Nederland de afgelopen tien jaar aan ontwikkelingshulp besteedde voor Zuid-Soedan besteedde, is in een half jaar burgeroorlog in rook opgegaan. Zo stond vorig weekend in de Volkskrant. Klopt dit? Dat is niet helemaal waar, oordeelt Rens Twijnstra, die komende week promoveert op onderzoek in Zuid-Soedan, maar de Nederlandse regering heeft wel geld aan de verkeerde dingen besteed. Albert Sikkema interviewde hem voor Resource, het universiteitsblad van de Wageningen Universiteit. ‘Als je in Zuid-Soedan geld geeft, is dat altijd politiek – daar kun je niet omheen,’ zegt Twijnstra. ‘Maar Nederland heeft, net als andere financiers als de Wereldbank, de machtsstructuren niet goed in kaart gebracht. De gedachte was: we gaan een nieuwe staat van de grond af opbouwen, met nieuwe overheidsinstellingen, een nieuw belastingstelsel en andere technische hervormingen. Maar die hervormingen hebben weinig invloed gehad, want de oude machtsstructuren vanuit de burgeroorlog met noord-Soedan waren er nog. Er was te veel aandacht voor state building en te weinig aandacht voor nation building.’

Ontwikkelingshulp ook gunstig voor donorland

De Volkskrant:

Van elke euro bilaterale ontwikkelingshulp die Nederland geeft, komt 70 tot 90 cent terug door een stijging van de export. Een deel van de opbrengst van die extra export lekt weg naar het buitenland, maar 40 tot 55 cent blijft hangen in Nederland. Dat levert rond de vijftienduizend banen op. […]

Vroeger moest het ontvangend land het gekregen geld in Nederland besteden. Dat wordt vrijwel niet meer geëist. Toch komen de euro’s grotendeels in Nederland terecht, blijkt bijvoorbeeld in West-Afrika. Daar liggen Ivoorkust en Ghana naast elkaar, met vergelijkbare economieën: veel cacao-export, goede zeeroute naar Rotterdam, vergelijkbaar welvaartsniveau. Aan Ghana geeft Nederland al jaren ontwikkelingshulp, aan Ivoorkust niet. ‘Naar Ivoorkust exporteert Nederland nog niet voor 100 miljoen euro’, zegt Hans Docter, ambassadeur in Ghana. ‘Naar Ghana voor 1,1 miljard.’

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Afbouw ontwikkelingshulp: kapitaalvernietiging dreigt

ANALYSE - Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking maakt vaart met de afbouw van ontwikkelingshulp. Begin deze maand ontving de Tweede Kamer een brief (pdf) over de voortgang van de uitfasering bilaterale ontwikkelingshulp. Op positieve toon legt Ploumen uit dat de uitfasering over het algemeen soepel verloopt. In 2011 werd er nog 341 miljoen euro verstrekt aan de negentien exit- en transitielanden. In 2016 zullen er daarvan vijftien landen niks meer krijgen en ontvangen Congo, Egypte, Pakistan en Suriname opgeteld nog 2 miljoen euro.

Bij het stopzetten van programma’s wordt gezorgd dat ze niet zomaar abrupt afgebroken worden. Om een verantwoord exit-beleid te voeren zijn er daarom verschillende middelen beschikbaar gesteld. Meestal kan het gat dat ontstaat door het uitblijven van Nederlandse hulp worden opgevangen door andere donorlanden of internationale donoren, schrijft de minister. Ook worden multilaterale fondsen die door Nederland gesteund worden ingezet en is er geld beschikbaar gesteld voor de overgang van ‘hulp naar handel’. In sommige gevallen blijft Nederland nog wel indirect steun verlenen via internationale organisaties als UNICEF of de EU. Maar kapitaalvernietiging lijkt onvermijdelijk. Nicaragua, Tanzania en Bolivia krijgen grote klappen te verwerken op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs.

Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken. Door: Lisa Zom.

Foto: alphadesigner (cc)

Europa’s meerwaarde

ANALYSE - Britse universiteiten komen af en toe met mooie cadeautjes. Op mijn bureau ligt zo’n geschenk, dit keer zelfs aan de hele Britse samenleving. De Regent’s University besloot het Britse volk een 244 pagina’s tellend rapport cadeau te doen, waarin deskundigen proberen vast te stellen wat nu de ‘Costs and Benefits’ van Europa voor het Britse eiland zijn. 23 deskundigen, sommigen vanuit de praktijk en anderen vanuit universiteiten, schreven korte essays over 23 onderwerpen van transport tot en met politiesamenwerking, van de Londense City tot en met de visserij.

Aardig is al de eerste vaststelling dat de Britse nettobijdrage aan de EU nog geen 1 procent is van de totale Britse overheidsuitgaven. Dit om maar aan te tonen dat ‘Brussel’ niet zo’n alles opslurpende moloch is, zoals de Britse populaire pers graag wil doen geloven. ‘Brussel’ geeft nog geen zesde uit van wat ‘Londen’ uitgeeft en van dat bedrag vloeit nog een forse portie terug naar de lidstaten.

Ik ben allereerst geïnteresseerd in ontwikkelingssamenwerking, een hoofdstuk van Mikaela Gavas, programmamanager EU bij van een van de meest invloedrijke denktanks op het terrein van ontwikkelingssamenwerking, het Overseas Development Institute in Londen. Sommige lidstaten – die weinig hulp geven, zoals Griekenland en Italië – geven meer dan de helft van hun ontwikkelingshulp via Brussel. Collega’s in Washington zien dat als een blijk van ‘ontwikkelingsvriendelijkheid’, maar het is natuurlijk slechts uitdrukking van een laag hulpbudget, gecombineerd met verplichte lidmaatschapsbijdragen. Bij Luxemburg en Zweden ligt het percentage dat naar Brussel gaat onder de 10 procent.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: UNICEF Ethiopia (cc)

‘Zo’n envelop met donker kindje erop gaat gelijk prullenbak in’

INTERVIEW - Hans Withoos, internationaal modefotograaf en kunstenaar fotografeerde in Zambia voor Orange Babies kinderen met hiv, in designerkleding van de Braziliaanse ontwerper Fernando Silva.

Wat vindt Hans Withoos precies van de discussie over beeldvorming? ‘Ik denk dat het nodig is. Als ik eerlijk ben…ik had nooit verwacht dat er in Afrika nog steeds mensen zijn die echt niet te eten en te drinken hebben, dat ze daarvoor in de rij moeten. Dat vind ik een gebrek aan voorlichting van elk goed doel. Dat verhaal lijkt zo jaren ‘70/’80, maar het is nog steeds zo. Dat wordt naar mijn idee nu niet meer goed gecommuniceerd. Ik ben best iemand die veel gesponsord heeft, maar ik zie alsmaar die lachende, blije kindjes uit Afrika of die kinderen met vliegen op hun gezicht. Ja, dat weet ik nou wel.’

Wat voor beeld had je dan wel?

‘Ik heb veel gereisd over de wereld en ik zag eigenlijk altijd heel veel verschillende vormen van rijkdom. Iemand kan geen geld hebben en toch rijk zijn. In Ecuador kwam ik mensen tegen die daar in een hutje wonen, maar gelukkig zijn. Ze hebben een goed leven. In mijn opinie is de Westerse wereld niet de enige goede manier. En zo dacht ik ook over Afrika, want zo zag ik het bijvoorbeeld ook bij de Masai. Ze kunnen jagen, er is eten en er is drinken. Natuurlijk is er gebrek aan water om te wassen, maar als dat er is, is iedereen heel gelukkig. De levensbehoeften en de levensinvulling zijn anders, maar dat vind ik geen kwestie van armoede, maar een andere vorm van leven. Totdat ik in Zambia kwam en ik op de scholen zag dat de kinderen in de rij moesten staan om één keer te mogen eten. En dat de laatste tien geen eten kregen, omdat het eten op was. Ik heb daar echt lopen huilen, en ik ben geen sentimentele dwaas. In Zambia ben ik echt geconfronteerd met echte armoede en het echte probleem, en dat is immens groot natuurlijk. Nu realiseer ik me dat er dus veel meer speelt, meer dan ik me had kunnen voorstellen en dat ondanks dat ik al die jaren gesponsord heb. Mijn beeld hiervan was niet absoluut niet goed.’

Foto: Jacob Whittaker (cc)

Liefdadigheid versus gerechtigheid

ACHTERGROND - Op 17 maart 1982 vertrokken Koos Koster, Hans ter Laag, Jan Kuiper en Joop Willemsen vanuit hotel Alameda in San Salvador naar de provincie Chalatenango. Ze zouden het gebied intrekken dat in handen was van de guerrilla’s van het FMLN. De vier Nederlandse IKON-journalisten waren in El Salvador om reportages te maken over de bloedige burgeroorlog die in het kleine Midden-Amerikaanse land woedde. Bij de plek waar de Nederlanders hadden afgesproken met de gidsen van het verzet, had het leger een hinderlaag gelegd en werden ze alle vier doodgeschoten. De moord op de IKON-ploeg was voorpaginanieuws in de hele wereld. Voor mij als 16-jarige jongen was dit hét moment van definitieve betrokkenheid bij de mondiale verhoudingen. Een point of no return.

Enkele maanden daarvoor was ik begonnen met het kijken naar actualiteitenrubriek Kenmerk van de IKON, waar de reportages van Koster werden uitgezonden. Zijn geëngageerde stijl en hoe hij berichtte over armoede en schendingen van mensenrechten, sprak me enorm aan. Koster had duidelijke opvattingen over de journalistiek. In 1980 had hij eveneens in El Salvador met de aartsbisschop van het land, Oscar Romero, gesproken. Romero, die kort daarna vermoord werd, had tegen hem gezegd: ‘Jullie journalisten hebben een heilig beroep. Jullie moeten de waarheid bekendmaken.’

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Fragiele staten verdienen meeste aandacht?

Fragiele staten verdienen de meeste aandacht, of niet? Gaat het om de fragiliteit van een staat of om de kwetsbaarheid van een samenleving? vraagt Jan Pronk zich af.

Stabiliteit is een voorwaarde voor ontwikkeling. Fragiele staten zijn instabiel. Boeren en industriëlen durven niet te investeren, buitenlandse ondernemingen en banken evenmin. De onzekerheden zijn te groot. Steeds minder mensen vinden werk. De inkomens en bestedingen dalen. De overheidsinkomsten stagneren, waardoor er minder middelen zijn voor onderwijs, gezondheidszorg en andere basisvoorzieningen. Zo ontstaat een negatieve spiraal. Die kan alleen van buitenaf doorbroken worden. Daarom verdienen fragiele staten in het kader van ontwikkelingssamenwerking meer aandacht en hulp dan andere landen. Als zij die niet krijgen is het risico groot, dat de instabiliteit en het geweld overslaan op buurlanden, op de regio en ook op stabiele landen in het Westen.

Er lijkt geen speld tussen te krijgen, maar toch is het een drogreden. Op zich is positieve aandacht voor fragiliteit en instabiliteit een stap vooruit ten opzichte van de tijd waarin dezelfde redenering leidde tot een tegenovergestelde conclusie: geef hulp pas wanneer een land stabiel is geworden, het geweld heeft uitgebannen, zijn zaakjes op orde heeft en goed wordt bestuurd. Voordat dit stadium is bereikt, heeft hulp geen effect. Maar die conclusie bleek rigide. Landen waren vaak niet in staat zelf uit het dal te klimmen en er kwamen meer fragiele staten bij. Bovendien golden humanitaire overwegingen: men kan mensen die het slachtoffer zijn van instabiliteit en geweld toch niet aan hun lot overlaten?

Foto: OSSCube (cc)

Zuid-Zuid samenwerking vanuit Indiaas perspectief

ACHTERGROND - Naast de traditionele Noord-Zuid ontwikkelingshulp, is inmiddels ook de Zuid-Zuid variant steeds meer in opkomst, waarbij landen als India en China een grote rol spelen.

We hebben misschien de neiging te denken dat Zuid-Zuid samenwerking een nieuw fenomeen is. Maar vanuit historisch perspectief is deze samenwerking helemaal niet zo nieuw, zegt dr. Renu Modi, Indiase politicologe en voormalig directeur van het Centrum voor Afrika Studies in Mumbai. Zij gaf haar lezing over ‘Dispersed Power in a World in Transition’ in het kader van een serie lezingen, georganiseerd door het SID, over ‘South-South Alliances and Tri-angular Cooperation’.

Zuid-Zuid samenwerking is een veelbesproken onderwerp wanneer het om internationale (ontwikkelings)samenwerking gaat. Onder de traditionele (Westerse) donoren wordt deze vorm van ontwikkelingssamenwerking niet altijd met open armen ontvangen en soms zelfs argwanend aanschouwd. Maar waarom eigenlijk? Maakt Zuid-Zuid samenwerking de Noord-Zuid samenwerking overbodig en in hoeverre verschillen deze twee vormen? Dr. Modi biedt inzichten vanuit Indiaas perspectief.

The Global South

Al in de jaren zestig vormde een groot deel van de landen die wij nu tot de Global South rekenen de Non Aligned Movement (NAM), om tijdens de Koude Oorlog een eigen blok te vormen in een bipolaire wereld. Veel van deze landen hadden zich net bevrijd van hun koloniale juk en waren zich aan het ontwikkelen. Zij hadden hun eigen interne problemen en waren niet in staat te investeren in elkaar. Het Zuiden slaagde er dan ook niet in een sterk blok te vormen en veel landen vielen terug op de Washington Consensus voor investeringen met de hoop op ontwikkeling.

Kwakkelende Westerse economieën en de opkomst van sterke economieën in het Zuiden, maken nu aan deze verhoudingen een einde. Landen als China en India investeren enorm in ontwikkelende landen. Modi ziet dan ook geen eenduidige Global South meer, maar een tweedeling in opkomende economieën enerzijds en ontwikkelingslanden – voor een groot deel in Afrika – anderzijds. Waar landen uit de Global South in de jaren zestig het Westen nodig hadden voor investeringen, lijken de landen elkaar nu goed aan te vullen. Zuid-Zuid samenwerking behelst een nieuwe aanpak, waarbij Westerse ideeën en financiële steun niet langer leidend zijn. Deze ontwikkeling wordt hier dan ook vaak met argusogen bekeken.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: IFPRI -IMAGES (cc)

Afrika moet zelf voor zijn eten zorgen

OPINIE -  ‘Afrika heeft grote agrobedrijven nodig,’ kopte het interview met Rabobank-analist Justin Sherrard  afgelopen dinsdag in Trouw. Jasper van Dijk en Eric Smaling, parlementariërs van de SP, hebben hun twijfels of grote multinationals wel zo goed zijn voor Afrika.

Het interview met Rabobank-analist Justin Sherrard (Trouw, 22 oktober) vestigt de aandacht op het groeiende handelstekort van Afrikaanse landen op het gebied van landbouwproducten. Op mondiale schaal is de scheefgroei inmiddels erg groot. Dat de (droge) landen van het Arabisch schiereiland forse netto importeurs zijn ligt voor de hand, maar ook China, Zuid-Korea en Japan geven jaarlijks per saldo tientallen miljarden dollars uit aan de import van landbouwproducten. De Verenigde Staten, Australië, Argentinië en Nederland staan nadrukkelijk aan de andere zijde van dit deel van de handelsbalans.

Het feit dat de savanne in Zuid-Amerika in snel tempo verandert in één groot sojaveld is voor een groot deel toe te schrijven aan de groeiende voedselbehoefte van China. Grote delen van Afrika lijken wat betreft landschap, regenval en bodemvruchtbaarheid op Zuid-Amerika en je zou ze inderdaad als ‘ongebruikt landbouwareaal’ kunnen betitelen, zoals Sherrard doet. De vraag is of Afrika gebaat is bij een zoete inval van de multinationals die Sherrard noemt. Met de regelmaat van de klok wordt namelijk melding gemaakt van schrijnende gevallen van landroof, waarbij grote arealen land op ruwe wijze worden omgetoverd tot plantages, met verwoesting van de bodemvruchtbaarheid en verdrijving van lokale bewoners tot gevolg.

Foto: residentevil_stars2001 (cc)

Klimaatverandering bedreiging voor armoedebestrijding

ACHTERGROND - Het Britse Overseas Development Institute (ODI) waarschuwt de internationale gemeenschap: er moet veel meer aandacht en geld komen voor Disaster Risk Management (DRM) om extreme armoede in de toekomst te voorkomen. Doorgaan op de huidige voet zal ertoe leiden dat miljoenen armen niet beschermd zijn tegen de steeds grotere bedreiging van klimaatverandering.

Dat is de conclusie uit het rapport ‘The Geography of Poverty, Disasters and Climate extremes in 2013′ dat kortgeleden uitkwam. Risicomanagement voor grote natuurrampen moet een topprioriteit worden voor de post-2015 agenda inzake armoedebestrijding, pleit het ODI. Als er geen rekening wordt gehouden met natuurrampen, dan is een armoededoelstelling niet effectief en realistisch. Volgens het ODI is er niet alleen meer politieke aandacht nodig, maar vooral ook investeringen. Momenteel wordt van iedere 100 dollar die gaat naar Official Development Assistance (ODA) slechts 40 cent uitgegeven aan natuurrampen, waarvan bovendien het overgrote deel wordt besteed aan de gevolgen van een ramp in plaats van aan preventie.

Zorgelijke resultaten 

Het rapport van het ODI combineert gegevens en voorspellingen van armoede, rampen en klimaatverandering en schetst een beeld voor 2030. Dat beeld is niet rooskleurig: hittegolven, droogte, extreme regen en overstromingen bedreigen niet alleen levens, maar hele samenlevingen. De bereikte resultaten van armoedebestrijding van de afgelopen jaren worden teniet gedaan door de beperkte capaciteit om de gevolgen van natuurrampen op te vangen. De gevolgen van extreem weer beperken de toegang tot de markt, kapitaal en goederen, terwijl mensen in ontwikkelingslanden veelal ook nog geen beroep kunnen doen op een sociaal vangnet. Dit zijn juist de factoren die de weerbaarheid van armen vergroten en wederopbouw mogelijk maken. Het aanzwellende natuurgeweld heeft op deze manier niet alleen een negatieve impact op de huidige  armoedestrategieën, maar er ontstaat ook meer nieuwe armoede geconcentreerd in gebieden die geteisterd worden door extreme weersomstandigheden.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Ontwikkelingshulp niet alleen aan Nederlandse bedrijven uitgeven

COLUMN - We moeten niet alleen ontwikkelingshulp bieden in de sectoren waar Nederlandse bedrijven in gespecialiseerd zijn, vindt Jan Pronk. De ontbinding van hulp is een groot goed.

Bij het geven van ontwikkelingshulp moet men zich beperken tot terreinen waarin men zelf uitblinkt. Donorlanden doen er goed aan zich te concentreren op sectoren waarin zij echt iets te bieden hebben. Dat zijn vooral die sectoren waarin hun bedrijven zich qua kennis en technologie een voorsprong hebben verworven.

Er lijkt weinig tegen in te brengen. Aan amateurisme is geen behoefte. Kennis, ervaring en professionalisering zijn nodig om een hoog rendement te boeken.

Toch is dit een drogreden, net als de redenering die ik vorige keer besprak: versnippering is slecht, concentratie van hulp op een beperkt aantal landen is efficiënter, omdat de hulp per land dan een zekere massa krijgt. Ik bracht daar tegen in dat ontwikkelingsresultaten vooral worden bepaald door andere factoren dan de hulpomvang. Voor zover de schaal van belang is, gaat het om  de totale hulp die een land krijgt, niet alleen de hulp van een enkele donor. De betekenis voor het ontwikkelingsproces en voor het ontwikkelingsbeleid van een hulpontvangend land staat voorop, niet de overwegingen van de hulpgever.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Afschrijvingen | Ontwikkelingshulp? Geef gewoon geld

Dit weekend ging het onvolprezen radioprogramma This American Life over een hulporganisatie die geen computers, training, zaden, medicijnen of muggennetten geeft, maar ‘gewoon’ geld. Givedirectly is een klein clubje van jonge Amerikaanse ontwikkelingseconomen, dat voor alsnog alleen in Kenia actief is. Het werkt simpel: Givedirectly bekijkt waar de armste Kenianen wonen, zorgt dat ze een mobiele telefoon krijgen en maakt dan via m-pesa een bedrag tot duizend dollar over – no strings attached. Hoho, denkt de scepticus: wordt dat geld dan niet verspild aan drank of wapens? En wordt de ontvanger daar niet lui van? Het lijkt van niet.

Althans niet in het geval van Bernard Omondi, een Keniaan uit een klein, landelijk dorpje. Als dagarbeider verdiende hij, als hij geluk had, twee dollar per dag. Met de duizend dollar van Givedirectly kocht hij een motor en verhuurde hij zichzelf als taxichauffeur, waarmee hij nu zeven dollar per dag verdient. En het lijkt erop dat de meeste begunstigden iets nuttigs doen met hun geld doen.

Duizend dollar is voor een Keniaan veel geld, grofweg een jaarsalaris. Maar duizend dollar in één keer stelt je in staat om te investeren in iets dat een inkomen blijft genereren – of kosten blijft uitsparen. Veel ontvangers kopen een metalen dak van tweehonderd dollar, waarmee ze hun bewerkelijke, instabiele en op de lange termijn veel duurdere grasdak kunnen vervangen.

Vorige Volgende