De Arabische wereld tot 1970

Het is bijna 3000 kilometer van Aden naar Aleppo en ruim 5000 van Casablanca naar Kirkuk. Daar tussen liggen zeeën, steppen, bergen, woestijnen en rivieren. Er is rijk en arm, schatrijk en straatarm. Je hebt soennitische en sjiitische moslims, diverse soorten christenen, sefardische joden, druzen. De havensteden kijken naar de buitenwereld, andere mensen wonen op het platteland; op sommige plekken spreek je alleen gelijkgestemden, andere woonplaatsen zijn heterogeen. De Arabische wereld is heel gevarieerd. En dat was de enige kanttekening die ik heb bij het mooie boek van historicus Roel Meijer, Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het is wat lastig te zien wat in een zó gevarieerd gebied het verbindende element is dat de gezamenlijke behandeling rechtvaardigt. Meijer erkent het probleem: hij begint zijn boek met het verdelen van de Arabische wereld in drie deelgebieden, namelijk de Maghreb, het Arabische Schiereiland en het Midden-Oosten. Maar wat er méér is dan de standaardtaal en een Ottomaans verleden dat deze gebieden verbindt, heb ik, om eerlijk te zijn, niet ontdekt. Dat gezegd zijnde: wauw, wát een goed boek! In 335 bladzijden en vijftig pagina’s nawerk praat Meijer je bij over de geschiedenis van (als ik het goed heb geteld) achttien landen waarvan afgelopen week alleen Tunesië en Irak de Nederlandse kranten niet haalden.noot De Arabische landen zijn voortdurend in het nieuws, en doorgaans om niet al te prettige redenen; als u de achtergronden bij de actualiteit wil begrijpen, is Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld verplichte literatuur. Elite en middenklasse Meijers verhaal spitst zich toe op de relatie tussen burger en overheid: het steeds wijzigende sociaal contract. Hij onderscheidt negen fases. De eerste daarvan was het traditionele islamitische sociale contract, zoals dat heeft bestaan in het Ottomaanse Rijk, waarin God een verbond had met de moslims, waarin regels bestonden voor de relaties tussen moslims onderling, en ook afspraken waren voor de relaties met niet-moslims. De negentiende-eeuwse hervormingen veranderden dat, en niet iedereen was daarmee gelukkig, al ontstond wel een klasse van schatrijke grootgrondbezitters die ervan profiteerde. Na de Eerste Wereldoorlog trokken westerse mogendheden de grenzen tussen de diverse Arabischsprekende landen. Het opleggen van een statische orde, zo anders dan het flexibele Ottomaanse systeem, was vanzelfsprekend een uiting van Europese macht en een onderdrukking van het Arabisch-eigene, maar Meijer wijst er terecht op dat de koloniale periode niet zomaar valt te typeren als een Europese overheersing. Ze valt beter te begrijpen als een pact tussen de westerse koloniale mogendheden en de Arabische elites. Dit hoofdstuk was in feite centrum-periferie-theorie voor arabisten. Wat je ook over de koloniale tijd mag denken, er kwam modern onderwijs en de arbeiders konden zich organiseren. Er ontstond een middenklasse, die na de Tweede Wereldoorlog en de Dekolonisatie een nieuw sociaal contract voorstond en fundamentele hervormingen eiste: gelijke rechten, democratische vertegenwoordiging, antisektarisme en een eerlijker verdeling van de welvaart. Hoewel dit sociale contract nergens werkelijk succes heeft gehad, zijn de idealen sindsdien aanwezig gebleven. Dictatuur De middenklasse was echter niet sterk genoeg en de stichting van de staat Israël verkleinde de speelruimte voor de politici in de nieuwe, seculiere republieken. Doorgaans was er een staatsgreep die een dictator aan de macht bracht, waarop een uitruil volgde: in ruil voor meer welvaart, gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid zag de bevolking af van politieke rechten. Het is dezelfde uitruil van civiele rechten tegen welvaart die eerder in de twintigste eeuw had plaatsgevonden in de Sovjet-Unie en Duitsland. Democratie was dan een façade. Extra werkgelegenheid betekende in de Arabische wereld overigens vaak uitbreiding van de bureaucratie. “In feite zijn de enige burgers in de nieuwe staten de ambtenaren,” zoals Meijer het samenvat. Een baantje bij de overheid, met alle privileges en bescherming van dien, was de droom van elke Arabier. Ik herinner me een Egyptische beambte die lang op een feest bleef en op de vraag of hij niet eens naar bed moest, serieus antwoordde dat hij wel zou slapen op kantoor. De dictaturen verloren de controle toen in de jaren zeventig de globalisering inzette. De bureaucratieën bleken inert; maatschappelijke organisaties vulden de gaten die de overheid liet vallen; de informele economie groeide; de veiligheidsdiensten werden repressief. De overheden waren gedwongen tot liberalisering en moesten ambtenaren ontslaan, waardoor de onvrede groeide, waarop de overheden antwoordden met deelpacten met aparte sociale groepen. Steeds meer mensen vielen buiten de boot. Hier had ik wel een vergelijking met Iran en Turkije willen zien, of Henk Beckers Generaties en hun kansen, dat zo aardig beschrijft hoe de overheid in Nederland een deelpact sloot met de generatie die was geboren tussen 1945 en 1960. Na de dictatuur Niet alle Arabische landen zijn republieken: Marokko, Jordanië, Saoedi-Arabië en de Golfstaten zijn monarchieën. Het sociaal contract in deze landen is met één woord te typeren: paternalisme. Koningen kunnen flexibeler opereren en zeker in de rijke Golfstaten hebben de overheden de mogelijkheid het klassieke sociale contract in stand te houden. Toen de Arabische Lente in 2011 aanbrak, kon die worden geabsorbeerd. Voor de republieken lag dat anders. Als reactie op het falen van de autoritaire stelsels ontstond hier een nieuw islamitisch sociaal contract. Dit islamisme was geen terugkeer naar het oude pact, maar was gericht op het overnemen van het in de twintigste eeuw gegroeide staatsapparaat. Daarbij onderscheidt Meijer een maximalistisch programma en een liberaler, minimalistisch programma. Intrigerend is zijn observatie dat islamistische bewegingen zich ervan bewust waren dat ze de façadedemocratieën alleen konden omzetten in een beter systeem met westerse hulp. Het Arabische heden De Arabische Lente begon in het voorjaar van 2011. De slagzinnen waren zó algemeen dat seculiere en islamistische partijen zich erin konden vinden: vrijheid, brood, rechtvaardigheid. En de overheid moest gewoon d’r werk eens gaan doen. Feitelijk greep men terug op de democratische ambities van na de Dekolonisatie. Meijer beschrijft het als een proces van zeven fasen, die bijna elk land doorliep, zij het niet in hetzelfde tempo: mobilisatie en eenheid, de eerste reactie van het regime, de verdeeldheid van het regime, de verdeeldheid van de sociale beweging, verkiezingen, stagnatie en repressie. Zelfs Tunesië, dat de democratische transitienoot heeft weten te maken, is inmiddels terug bij af. Meijers verklaring voor het falen van het nieuwe Arabische sociale contract is dat er teveel mensen waren (ambtenaren, soldaten, medewerkers van de veiligheidsdiensten…) die belang hadden bij het voortbestaan van de oude orde. De democraten hadden ook maar weinig competente leiders. Secularisten en islamisten konden bovendien samenwerken tot een bepaald punt, maar raakten daarna verdeeld. Gelukkig vormt deze mislukking niet het laatste woord. Meijer ontwaart een Tweede Arabische Lente in 2019, waarbij de opstandelingen hebben geleerd van de fouten van de Eerste Arabische Lente: ze wantrouwen het leger, ze schrijven niet voortijdig verkiezingen uit en zijn zich bewust van het gevaar van verdeeldheid. De tegenkrachten die ik noemde in de vorige alinea zijn er echter nog altijd, en helaas was er ook Covid-19. Milities Het laatste hoofdstuk van Meijers boek is het meest grimmig, en u raadt al waarover het gaat. Er zijn autoritaire staten zoals Algerije en Egypte; er zijn flexibele maar repressieve monarchieën; en er zijn conservatieve landen waar de overheid alleen een pact heeft met een klein deel van de ingezetenen. Hier functioneert de overheid nog. Elders, in wat Meijer de periferie noemt, nemen milities de macht over. Die milities zijn vaak sektarisch van aard, zoals de sjiitische Hezbollah in Libanon en de soennitische Islamitische Staat in Irak en Syrië. Andere verdedigen een regio, zoals in Libië, Koerdistan of Soedan. Ze halen hun inkomsten uit olie (Libië), smokkel en afpersing (Al Qaeda), of de verkoop van eten aan de onderdrukte bevolking (Hamas). Om draagvlak te behouden, moet tussen de militie en de bevolking op een of andere manier een nieuw sociaal contract ontstaan. Hier is Hezbollah het beste voorbeeld: de beweging steunt op een gemarginaliseerde sjiitische bevolking, heeft een duidelijke ideologie, biedt de eigen leden bestaanszekerheid en is bereid tot samenwerking met andere groepen, zowel binnen Libanon als internationaal (“Axis of Resistance”). Door staatstaken als de medische zorg, onderwijs en nutsbedrijven over te nemen, wordt zo’n militie een alternatief voor de staat. Dat klinkt heel aardig, maar zulke strijdgroepen bestaan bij de gratie van de permanente staat van oorlog. In landen waar milities de macht overnemen, is grote sterfte onder de burgerbevolking en vluchten degenen die geen lid zijn van de militie. Als ze de kans al krijgen. Aanrader U merkt dat ik me heb beperkt tot een samenvatting van Meijers boek, maar ik heb er ook een oordeel over: dit is een aanrader. Mijn eigen ervaring in de Arabische wereld is dat ik er minder van begrijp naarmate ik er meer over lees en ik meer mensen spreek. Voor mij is het als met een foto waarop je inzoomt: je ziet steeds meer interessante details maar herkent het totaalplaatje niet langer. Het boek van Meijer biedt weer wat hoofdlijnen. Natuurlijk ontbreken perspectieven. Zou een Irakees dit boek hebben geschreven, dan zou de nadruk wat meer hebben gelegen op de familiebanden tussen de diverse leiders, zoals de fascinerende As-Sadrs. Elk boek vertegenwoordigt de keuzes van de auteur, en de keuzes van Meijer zijn verhelderend. Hij toont dat dezelfde processen plaatsvinden in de drie door hem onderscheiden regio’s, en dat de daar al bestaande sociale, religieuze en geografische verschillen verklaren waarom de uitkomsten steeds anders zijn. Er zijn in de ogenschijnlijk verwarde geschiedenis wel degelijk patronen aan te wijzen. Meijer ordent. Ik denk dat ik daarin de docent van de Radbouduniversiteit herken, want Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld is heel goed gestructureerd, en wel volgens het beproefde didactische principe dat je eerst vertelt wat je gaat vertellen, dat je het vervolgens vertelt en dat je tot slot, bij Meijer aan het einde van elk hoofdstuk, nog eens vertelt wat je hebt verteld. Als hij van een bepaald verschijnsel enkele aspecten wil noemen, geeft hij eerst aan hoeveel dat er zijn en nummert hij ze ook. Het boek eindigt met een overzichtelijke bibliografie. De opbouw is daardoor wat schools,  maar ik las zelden zo’n helder boek over zo’n complex, zo’n actueel en zo’n interessant thema. [Full disclosure: Roel Meijer was een van de meelezers bij mijn boek over Libanon.]

Foto: "Patrolling in Baghdad" by DVIDSHUB is licensed under CC BY 2.0

Frankenstein in Bagdad

RECENSIE - Ik hoorde vertellen – en ik denk dat het waar is – dat een jaar of twintig geleden bij een dorp in het noorden van Irak een massagraf werd gevonden waarin allerlei losse lichaamsdelen lagen. De slachtoffers waren onherkenbaar, maar met enige moeite vielen ze te herleiden tot acht mensen. In dat dorp waren echter tien mensen vermist. Van twee doden ontbrak alles wat identificeerbaar had kunnen zijn. De dorpelingen besloten daarop de ledematen te verdelen over tien kisten, zodat er tenminste tien begrafenissen konden zijn.

Frankenstein

Iets soortgelijks is de premisse van Frankenstein in Baghdad van de Iraakse auteur Ahmed Saadawi. Een man neemt na een bomaanslag waarbij een vriend om het leven komt, allerlei lichaamsdelen van gewelddadig gestorven mensen, naait ze aan elkaar om er één lichaam van te maken om de autoriteiten te dwingen te erkennen dat een volledig mensenleven kapot is gemaakt. Het schepsel komt echter tot leven en begint aan een wraakcampagne: hij doodt degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van degenen uit wier lichaamsdelen hij is samengesteld.

Alleen: als hij eenmaal wraak heeft genomen voor een van de slachtoffers waaruit het schepsel bestaat, verdwijnt het betreffende lichaamsdeel, maar er zijn mensen die zich over hem ontfermen en weer nieuwe lichaamsdelen aan hem toevoegen. Zo heeft hij steeds een andere vorm en gaat zijn wraaktocht van kwaad tot erger – want wat als het schepsel samengesteld begint te raken uit de lichaamsdelen van mensen die het schepsel zelf heeft gedood?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Aanval Iran gestart

De langverwachte aanval op Iran is gestart. Het doel lijkt het omverwerpen van het regime, al blijft het Trump, dus strategische consistentie is vaak ver te zoeken. Ook het nucleaire programma is een doel, hoewel het de vraag is in hoeverre dat echt bestaat. In ieder geval kan Trump straks claimen dat hij opnieuw een oorlog heeft ‘beëindigd’, nadat hij die zelf heeft aangezwengeld.

Het idee dat een externe militaire ingreep in een land leidt tot een stabiele transitie blijft hardnekkig. De recente geschiedenis geeft weinig aanleiding voor optimisme. Irak en Libië laten vooral zien hoe snel staten kunnen desintegreren zodra het centrum wegvalt.

Foto: 51581 on Pixabay

Mission accomplished: oorlog gewonnen, regime gechanged

De Verenigde Staten hebben opnieuw een oorlog gewonnen. Of preciezer: ze hebben verklaard dat ze gewonnen hebben. Minister van Defensie Pete Hegseth sprak over een “decisive military victory”. Iran zou effectief teruggedrongen zijn en tot een staakt-het-vuren zijn gebracht.

Dat roept een basale vraag op: wat is er precies veranderd? De Straat van Hormuz is weer open, maar dat was hij voor dit conflict ook. Iran bestaat nog steeds. De machtsstructuur in Teheran staat overeind. De regionale spanningen blijven intact. Alleen de context is verschoven: meer schade, meer wantrouwen, minder controle. Een systeem dat al fragiel was, draait nu onder nog hogere druk. En ondertussen gaat Israël rustig door met het Gaza-stijl bombarderen van Libanon.

Dit type overwinning voelt bekend. Tijdens de Golfoorlog van 1991 werd Koeweit bevrijd, waarna de machtsverhoudingen grotendeels bleven zoals ze waren. Saddam Hoessein bleef aan de macht. De regio ging door met dezelfde spanningen, aangevuld met sancties, no-fly zones en permanente militaire dreiging. De oorlog als onderhoudsmechanisme voor instabiliteit.

Regime change als administratieve vervanging
Interessanter is de manier waarop het begrip “regime change” verschuift. Ooit verwees het naar een daadwerkelijke breuk: een ander regime, andere machtsbasis, een structurele verandering. In de huidige praktijk betekent het blijkbaar iets anders. De strategie richt zich op het uitschakelen van leiders. De top wordt verwijderd, waarna opvolgers uit dezelfde structuren hun plaats innemen. De organisatie blijft, de logica blijft, de belangen blijven.

Foto: Chandler Cruttenden on Unsplash

3000 Iraniërs overleden. Alsof niemand heeft geschoten

Meer dan drieduizend Iraniërs zijn volgens een bericht op NU.nl “overleden“. Zo staat het er. Overleden. Een woord dat we in Nederland gebruiken voor een opa die in zijn slaap wegzakt, of een buurvrouw die na een lang ziekbed sterft. Het woord draagt een sfeer van onvermijdelijkheid. Van natuur. Van tijd die verstrijkt.

In dit geval gaat het over mensen die door explosieven, kogels en ander militair geweld zijn gedood. Geweld van ‘ons’.

Toch kiezen media en organisaties regelmatig voor deze terminologie. Mensen “overlijden”. Er “vallen” doden. Er “komen” mensen om. De taal doet een wonderlijk kunstje: het geweld blijft staan, de dader verdwijnt. Alsof de dood zelf langs is gekomen om een rondje te maken, zonder dat daar iemand anders aan te pas is gekomen.

Dat patroon duikt telkens weer op wanneer het geweld zich ver genoeg van het westerse publiek afspeelt. In Europa spreken kranten vrij direct over “moord” of “doden” wanneer een aanslag plaatsvindt, of bijvoorbeeld als ‘de ander’ de oorlog start, zoals in Oekraïne. Zodra bommen vallen in het Midden-Oosten, en wij er direct dan wel indirect iets mee te maken hebben verandert het vocabulaire. Burgers “komen om”. Duizenden “overlijden”. De taal schuift een stap op richting abstractie.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Mehrshad Rajabi on Unsplash

Escalatie, volgens wie?

Iran escaleert. Dat is momenteel geloof ik de favoriete diagnose van westerse regeringen en de Golfstaten. Diplomaten spreken over roekeloosheid en destabilisatie nu Iran raketten afvuurt op landen in de regio waar Amerikaanse bases staan. Dat oordeel krijgt een merkwaardige kleur zodra men het begin van het huidige conflict bekijkt. De eerste aanvallen kwamen immers van de Verenigde Staten en Israël, die Iraanse doelen bombardeerden. Pas daarna volgden Iraanse raketten.

De meeste daarvan richten zich op Amerikaanse militaire infrastructuur in de regio. Alleen staat die infrastructuur niet op Amerikaans grondgebied, en lang niet altijd ver uit de buurt van burgers. De bases liggen in Qatar, Bahrein, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. Staten die zich nu geschokt tonen dat hun grondgebied doelwit wordt. Dat roept een eenvoudige vraag op. Wat verwacht men daar precies wanneer een oorlog wordt gestart tegen een land dat wordt omringd door Amerikaanse bases die op jouw grondgebied staan? Dat dat geen consequenties heeft?

Westerse commentatoren wijzen ondertussen graag op burgerdoden door Iraanse raketten. Dat verwijt klinkt principieel, totdat men naar de onderliggende asymmetrie kijkt. Iran beschikt over aanzienlijk minder geavanceerde precisiewapens dan de landen die het aanvallen. De technologie voor nauwkeurige raketten en geavanceerde targeting behoort juist tot de technologie die Iran jarenlang via sancties en exportrestricties is ontzegd.

Foto: Trump White House Archived (cc)

Trump goochelt met het staakt-het-vuren en zet Jordanië zwaar onder druk

De Amerikaanse president Trump gaat als een olifant door de porseleinkast van het Midden-Oosten en heeft daarmee het één en ander onderste boven gegooid. Om te beginnen is de Jordaanse koning Abdullah II behoorlijk in het nauw gebracht door Trumps dreigement dat hij de betaling van hulp aan zijn koninkrijk zal stopzetten als de koning niet instemt met het opnemen van vooralsnog een onbekend aantal mensen uit Gaza. De koning komt vandaag (dinsdag) aan in Washington. Volgens waarnemers heeft hij eigenlijk geen andere kans dan te blijven bij zijn weigering en dus het risico te lopen dat hij de hulp verliest, wat vrijwel zeker voor sociale onrust gaat zorgen in Jordanië.

Los daarvan is de koning ook behoorlijk ongerust over de toestand op de Westoever. UNRWA liet daar gisteravond over horen dat tot nu toe zeker 40.000 mensen in het noordelijke deel van de Westoever uit hun huizen zijn verjaagd, terwijl het Israëlische leger bezig is de vluchtelingenkampen van Jenin, Tulkarm, Tubas en Nablus te verwoesten. Het is erg moeilijk om precies hoogte te krijgen van wat er gaand is, want er zijn nog steeds draconische afsluitingen van kracht op de Westoever en de kampen zelf zijn onbereikbaar, maar duidelijk is dat een groot dele van de huizen is opgeblazen of afgebrand, naast een grondige vernieling van alle infrastructuur. Ook zijn er grote aantallen arrestaties verricht.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Dylan Shaw, via Unsplash. Flower Thrower (Love is in the Air), Banksy, mural in Beit Sahour (West Bank) in 2020

Is er een nieuwe tijd aangebroken voor Hamas?

ACHTERGROND - door Pien Barnas

Onlangs werd bekend dat Hamas-leider Yahya Sinwar door het Israëlische leger is gedood. Wat betekent dit voor de positie van Hamas? Islamoloog Joas Wagemakers is gefascineerd door deze groepering en legt ons uit welke belangen Hamas had en heeft in de oorlog met Israël. Maar daarvoor moeten we wel eerst een kleine veertig jaar terug in de tijd.

Fataal verkeersongeluk

Om de rol van Hamas in het Israëlisch-Palestijns conflict beter te begrijpen, moeten we terug naar het jaar 1987, toen een Israëlische vrachtwagenchauffeur op 8 december een verkeersongeluk veroorzaakte met de dood van vier Palestijnen als gevolg. De jaren voorafgaand aan dit moment bestonden uit toenemende Israëlische onderdrukking van de Palestijnen, onder andere in de vorm van landonteigening en de bouw van illegale nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. De fatale aanrijding was de druppel die de emmer deed overlopen. De Palestijnse bevolking kwam in reactie op het incident massaal in opstand. De zes jaren die hierop volgden worden de Eerste Intifada genoemd, wat in het Arabisch “afschudden” betekent en in Palestijnse context staat voor “burgeropstand”.

Toen de opstand uitbrak bestond Hamas nog niet, legt islamoloog dr. Joas Wagemakers uit. Hamas is als een zijtak ontsproten uit de Moslimbroederschap; een internationale islamitische beweging, opgericht in Egypte, die veel terughoudender was in het voeren van een gewapende strijd. Zij onderhielden een werkbare relatie met Israël en wilden die niet overboord gooien. Voor hen was niet Israël de grootste vijand, maar waren dat seculiere Palestijnse fracties, zoals communistische en socialistische partijen, vervolgt Wagemakers. Voor Israël was de samenwerking met de Moslimbroederschap een “mooie manier om de wind uit de zeilen te halen bij nationalistische groepen”, aldus de islamoloog.

Foto: Gilbert Sopakuwa (cc)

Onze man in Beirut

RECENSIE - Libanon, begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Het land is verwikkeld in een burgeroorlog tussen christenen, soenieten, sjiiten en Palestijnen. Een groot aantal schietgrage milities maken de straten van Beirut onveilig. Daarboven verschijnen dan ook nog op zeker moment de Israëlische bommenwerpers. Ze bombarderen delen van de stad waar Palestijnse vluchtelingen wonen in een poging een definitief einde te maken aan de PLO en andere Palestijnse strijdgroepen. Volkskrant-verslaggever Jan Keulen zat er jarenlang middenin, in de meest heftige periode als enige Nederlandse journalist. Hij heeft nu zijn herinneringen opgetekend. Niet alleen over Libanon, maar ook over Syrië, Egypte, Palestina, Jordanië en andere, voornamelijk Arabische landen. Hij was bij alle belangrijke conflicten in het Midden-Oosten. In ‘De oorlog van gisteren’ schrijft hij: ‘De afgelopen veertig jaar zocht ik nooit doelbewust een oorlog op. Het was eerder dat de oorlog mij opzocht.’

Keulen is geen voorbeeld van een traditionele oorlogscorrespondent die -al dan niet ‘embedded’- met de troepen meetrekt. Maar dit citaat komt toch wat vreemd over als je leest hoe hij zich keer op keer met gevaar voor eigen leven begeeft naar plaatsen waar het geweld oplaait. Als Israël de buurt bombardeert waar het PLO-hoofdkantoor staat kan hij niet thuisblijven. Hij heeft daar met anderen zijn toevlucht genomen in een gebouw zonder schuilkelder. Het gebouw aan de overkant wordt getroffen. Keulen ontsnapt na angstige momenten aan de dood. En dat zal niet de enige keer zijn. Keulen wil er bij zijn. Als hij toevallig voor een korte vakantie op Cyprus zit en van daaruit verslag moet doen van de eerste Israëlische bombardementen is hij ‘doodongelukkig’ dat hij niet in Beirut is. Als later het Israëlische leger Libanon binnenvalt en optrekt naar Beirut terwijl hij in Nederland op bezoek is bij zijn ouders wil hij ‘geen moment langer in Nederland  blijven’.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Straatprotest in Beiroet (2019) Eigen foto Jona Lendering

Beiroet, één jaar later

ACHTERGROND - Als we de twee atoombommen op Japan buiten beschouwing laten, was de grootste ontploffing die ooit in een stad heeft plaatsgevonden de explosie die vorig jaar op 4 augustus aan het einde van de middag plaatsvond in Beiroet. Ze kostte 214 of 218 mensen het leven, verwondde ruim 7500 mensen, maakte 300.000 mensen dakloos, beschadigde talloze huizen en was tot op Cyprus te voelen. Tot op heden is niemand veroordeeld, is niemand berecht, is niemand gearresteerd. Toen onderzoeksrechter Fadi Sawan enkele voormalige ministers opriep voor verhoor, werd hij prompt van zijn taak ontheven.

Geen enkele minister heeft excuus gemaakt voor het krankzinnige gegeven dat er midden in een stad honderden tonnen ammoniumnitraat kon liggen opgeslagen. Nou ja, eigenlijk is het uitblijven van excuus zo vreemd niet. Politici die de straat op zouden zijn gegaan, waren hun leven niet zeker, want elke Libanees weet wie verantwoordelijk is: een bestuurlijke klasse die het land al jaren in gijzeling houdt.

De bestuurlijke crisis

Toevallig was ik een kleine twee jaar geleden in Beiroet op de dag dat de protesten oncontroleerbaar werden. Brandende autobanden en andere versperringen op de weg naar het vliegveld. De Libanezen pikten het niet langer. Even leken de demonstranten, waarin alle Libanese bevolkingsgroepen verenigd waren, succes te hebben, maar de repressie was gewelddadig. Daarna kwam de corona.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Donderdag van de doden

LONGREAD - Geen volk dat zijn doden niet herdenkt. Dit kan seculier vorm gebeuren, zoals de nationale dodenherdenking op 4 mei, of in religieuze sfeer. Christelijke dodenherdenkingen zijn niet altijd, maar wel vaak, kersteningen van heidense gebruiken en bevatten dan elementen uit dat heidense verleden. Soms is er sprake van syncretisme, maar ook van ‘dubbelgeloof’: twee tradities blijven naast elkaar voortbestaan en worden door dezelfde personen uitgevoerd. Vooral bij insulaire en Slavische volken komt dit nog steeds voor.

Niet-christelijke dodenherdenkingen zijn vaak een vorm van voorouderverering. Dodenherdenkingen vinden meestal aan het begin van de winter plaats, maar er is een specifieke reden waarom ik nu juist bij de naderende zomer over dit onderwerp begin.

Dit lange stuk gaat over twee onderwerpen, die elkaar snijden: enerzijds dodenherdenking, anderzijds het feit dat het ‘gewone volk’ wars is van abstracte principes en zich vooral bekommert om familie en primaire behoeftes. Hierin herkennen mensen elkaar, ook cultuuroverschrijdend. Deze twee elementen komen bij elkaar in de oosterse ‘donderdag van de doden’, ergens in de paastijd, maar laten we bij het begin beginnen.

Christelijke dodenherdenkingen

Van de christelijke dodenherdenkingen is ongetwijfeld het Rooms-Katholieke Allerzielen op 2 november de bekendste. De herdenking werd in 998 ingesteld door abt Odilo van Cluny om structuur aan te brengen in de diverse destijds bestaande dodenherdenkingen en kreeg haar naam in de dertiende eeuw. Odilo zal voor de datum van 2 november hebben gekozen omdat de herdenking zo een logisch vervolg werd op Allerheiligen, waarbij alle heiligen en martelaren worden herdacht. Van kerstening van heidense gebruiken is hier geen sprake, al zal de formele herdenking aansluiten bij gevoelens die al bestonden.

Foto: Ali Em (cc)

De kerstening van de moslim heartlands

ACHTERGROND - Terwijl westerlingen zich zorgen maken om islamisering van het avondland, maken geestelijken in Iran en de Arabische wereld zich zorgen om iets anders: toenemende kerstening.

De ayatollahs in Iran waarschuwen er met een zekere regelmaat voor: de jeugd laat zich verleiden door Jezus. Dat zouden die geestelijken niet doen als het een marginaal verschijnsel was. Iran kent op papier godsdienstvrijheid en de zeer zichtbare Armeense kerk kan ongestoord haar gang gaan, maar evangeliseren geldt als ondermijning van de staatsveiligheid. Er wordt veel ondermijnd dezer dagen.

Het is moeilijk aan betrouwbare cijfers te komen. De christenen die zich het lot van hun onderdrukte geloofsgenoten aantrekken hebben de neiging de aantallen te overdrijven. Een evenwichtige studie uit 2015, die haar tekortkomingen netjes opsomt, houdt het op 100.000 bekeerde moslims in Iran. Dat is niet veel op de totale bevolking, maar tot de islamitische revolutie van 1979 was het aantal verwaarloosbaar. De harde lijn van de ayatollahs heeft velen van hun geloof vervreemd. In een wereld waarin leven zonder religie ondenkbaar is, is de overstap naar het christendom de ultieme stap om die vervreemding te uiten. Het is een bevrijding, een keuze voor westerse waarden.

Arabisch schiereiland

Volgende