Boekenweek! | Henri Pirenne
RECENSIE - Afgelopen zondag ben ik in Gent langs het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 132 gewandeld waar de Belgische historicus Henri Pirenne (1862-1935) woonde, de auteur van Mahomet et Charlemagne. Het bleek een moderne bouwval. Zelfs geen gevelsteentje herinnerde aan de ooit beroemde bewoner, maar eigenlijk verbaasde dat me niet. Wie een écht belangrijk boek schrijft, zal zien dat zijn inzichten zó ingeburgerd raken dat niemand meer herkent dat je er anders over kunt denken, waarna degene die het heeft bedacht kan worden vergeten.
De vraag die Pirenne wilde beantwoorden, was waarom de Middeleeuwen zo’n ander karakter hadden dan de Oudheid. Er was een transitie geweest, zoveel was duidelijk. In het Romeinse Rijk was er interregionale handel, bloeiden de steden, betaalden de mensen met munten, beloonde de overheid zijn functionarissen in geld; in de Middeleeuwen was de handel beperkter, waren de steden kleiner, ruilde men producten en compenseerde de vorst zijn graven en hertogen door ze land in leen te geven. Wat was er gebeurd?
De negentiende-eeuwse visie, die in Nederland nog wordt aangehangen door de welbekende Leidse historicus M. Rutte, kwam erop neer dat barbaarse stammen het Romeinse Rijk onder de voet hadden gelopen: de Angelen en Saksen hadden zich gevestigd in Brittannië, de Franken in Gallië, de Visigoten en Sueben op het Iberische Schiereiland, de Vandalen in Tunesië en de Ostrogoten in Italië. De geschreven bronnen vermelden allerlei gevechten, we weten van serieuze militaire problemen, het staat vast dat Rome tweemaal is geplunderd en het is een feit dat het staatsapparaat in de westelijke provincies desintegreerde.
Een mens, of nog nét een mens, aangetroffen in 1724 in de buurt van Hamelen. Peter kon niet spreken en liep op handen en voeten. Hij ving en verslond levende vogels. Peter sloeg zichzelf op de borst als een aap, gromde (en sliep) als een hond. Kortom, Peter was een wonder.
Aan het eind van het boekje vat hij een en ander samen in elf handige tips: “Vergeef de ander; vergeef jezelf; feliciteer jezelf” bijvoorbeeld, of “Probeer niemand te veranderen, ook jezelf niet”. Hij leeft ook naar zijn eigen adviezen, en heeft het daarmee behoorlijk goed voor elkaar. Geen gekrabbel op marginale weblogs, maar internationale bestsellers. Een gezonde relatie met zijn vrouw, twee succesvolle volwassen zonen. Niet de neiging om allerlei boeken te moeten lezen die verder niemand leest, maar de neiging om zijn kleinkinderen vol te stoppen met ordinair snoep dat ze van hun moeder niet mogen eten.
Zijn bekendste reportage in boekvorm ken je wellicht, omdat het later verfilmd werd: The right stuff, een heldenepos over het begin van het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. Maar al veel eerder ging Wolfe, aanvankelijk eigenlijk nauwelijks geïnteresseerd, op gevangenisbezoek bij Ken Kesey, de schrijver van One flew over the cuckoo’s nest, die was aangehouden voor het bezit van marihuana, in 1966 nog een ernstig misdrijf in de Verenigde Staten. (

Als eerste is er de grootgrondbezitter Asveer, op wiens terrein Jezus geboren moet zijn. Asveer, die behoort tot een vierde generatie van steenrijke mensen, besluit vlak voordat het gebeurt dat hij zijn horigen veel meer ruimte en vrijheid wil geven. We zijn immers allemaal mensen, nietwaar. Als dank beginnen ze dan een beetje zweverig rondom Maria te hangen zodra zij in de stal heeft gebaard. Als Asveer ze gebiedt aan het werk te gaan, komen ze langzaam en morrend in opstand. Juist door de vrijheid die hij ze geeft, raken ze steeds ontevredener.
De afbladdering begon al tijdens Swarths lange leven. “Van de in 1942 posthuum verschenen bundel Sorella, voor het laatst dat er een boek van Hélène Swarth verscheen, werd geen kennis meer genomen. Het was oorlog, men had wel wat anders aan zijn hoofd.” Gelukkig is